Eens een Turk, altijd een Turk

De lange arm van Ankara

De Turkse overheid bemoeit zich niet alleen met de Nederlandse pleegzorg, maar oefent op meer terreinen invloed uit op de diaspora. Assimilatie van Turken in Europa is uit den boze, benadrukt Erdogan. Wat vinden Turkse Nederlanders?

Nederland, blijf van onze kinderen af, heette de vierdelige serie op het Turkse televisienet ATV Haber, de zender van de schoonzoon van premier Recep Tayyip Erdogan. Het ging niet alleen over het negenjarige jongetje Yunus, maar ook over andere gevallen waarbij, volgens de reporters, Turkse kinderen om het minste of geringste worden weggehaald bij hun Turkse ouders. De serie leidde tot grote verontwaardiging in Turkije, maar ook binnen de Turks-Nederlandse gemeenschap die via de schotel naar de serie keek. Schandelijk vindt de Turkse regering het daarbij dat Turks-Nederlandse kinderen die door Jeugdzorg uit huis worden geplaatst bij christelijke en/of homoseksuele pleeggezinnen terechtkomen, waardoor Nederland Turkse pleegkinderen tegen de wil van de ouders assimileert. Ankara zou zelfs overwegen deze kinderen naar Turkije te halen.

Het is tekenend voor de nieuwe politiek van Erdogan, die de Turken in Europa beschouwt als Turkse onderdanen die ‘beschermd’ moeten worden door het vaderland.

De Turks-Nederlandse gemeenschap grijpt deze bemoeienis met beide handen aan. Zo zocht de moeder van Yunus zelf contact met de Turkse overheid om haar te helpen. Dat haar zoontje al negen jaar door juist lesbische pleegouders wordt opgevoed heeft vast en zeker geholpen in de Turkse verontwaardiging. Het contrast tussen het moderne, geseculariseerde, vrije en losgeslagen Nederland tegenover het religieuze, conservatieve, nationalistische en familie lievende Turkije kon bijna niet symbolischer.

Het bezoek van premier Erdogan aan Nederland heeft de druk op de pleegzorgkwestie nog eens opgevoerd. Bij zijn bezoek aan Duitsland in 2008 waarschuwde de premier de Duitse Turken wel te integreren, maar niet te assimileren. Hij noemde dat zelfs ‘een misdaad tegen de menselijkheid’. Niemand mag van zijn eigen cultuur worden losgepeuterd en ‘met geweld’ iets anders opgedrongen krijgen, stelde hij. Een Turk blijft altijd een Turk, zo luidt ongeveer de redenering. Zijn weerzin tegen assimilatie – opgaan in je omgeving en je roots vergeten – heeft hij later nog vaak herhaald. Zijn regering trekt de touwtjes met de Turkse diaspora steeds strakker aan.

De Turks-Nederlandse gemeenschap verzet zich niet of nauwelijks tegen deze bemoeienis. Mehmet Yamali, assistent in de Amsterdamse Fatih-moskee, bijvoorbeeld, is er juist blij om. Hij gelooft niet dat die kinderen zomaar zijn weggehaald door Jeugdzorg, dat niet, maar dat ze terechtkomen bij pleegouders met eenzelfde cultuur vindt hij wel noodzakelijk. Hij noemt zichzelf Nederlander, maar ook een kleinkind van het machtige Ottomaanse Rijk. Volgens Yamali hebben veel Nederlandse Turken een te laag opleidingsniveau om hun rechten op te kunnen eisen in Nederland: ‘Het is nog te vroeg, wij moeten eerst hetzelfde niveau hebben als Nederlanders.’ Hij staat niet alleen. De ene na de andere Turkse Nederlander verkondigde de afgelopen dagen hetzelfde in de media. ‘De Turkse premier hoort zich om ons te bekommeren.’

Dat was ooit wel eens anders. Schrijfster en cabaretière Nilgün Yerli herinnert zich nog goed het bezoek in 2001 van president Ahmet Sezer, van de seculiere chp, aan Nederland. Yerli was samen met andere gerenommeerde Turkse Nederlanders uitgenodigd voor het diner met de koningin. De koningin stelde haar voor aan de president als een belangrijke schrijfster. ‘Maar hij keurde mij geen blik waardig’, vertelt Yerli. ‘Ook de andere Turkse Nederlanders die aanwezig waren niet. Hij beschouwde ons als uitschot.’ Sezer en de zijnen hadden geen boodschap aan ‘bergturken’, gastarbeiders uit het oosten. Veel seculiere Turken keken op hen neer. ‘Wat we hier bereikt hadden, maakte hem niet uit. Ze waren in Turkije blij dat ze van ons af waren en deden nooit iets voor ons.’

Onder president Sezer, een fel verdediger van de seculiere staat en van het erfgoed van Kemal Atatürk, vond tot zijn eigen afschuw de omwenteling in Turkije plaats. Tijdens zijn ambtstermijn kwam de politieke islam van de AK-partij op, die niet de stedelijke elite, maar meer het religieuze, conservatieve Turkse binnenland en de daaruit voortkomende nieuwe middenklasse vertegenwoordigde. Zeer tegen zijn zin moest Sezer na de verkiezingen van 2003 Recep Tayyip Erdogan tot premier benoemen. Als president trof hij regelmatig wetten van de AK-regering met een presidentieel veto, hij spoorde de strijdkrachten en de rechterlijke macht aan tot waakzaamheid. Maar de seculieren in Turkije verloren uiteindelijk de strijd om de macht. Sezer werd in 2007 – onder luid protest van de seculiere Turkse elite – opgevolgd door Abdullah Gül van de AK-partij, waardoor er voor het eerst sinds Atatürk een vrouw met een hoofddoek in het paleis kwam wonen.

De Turken in Europa merkten direct het verschil. ‘De huidige premier is een man van het volk’, vervolgt Nilgün Yerli. ‘Hij bekommert zich wel om zijn mensen, waar ze ook zijn.’ Yerli was net in Istanbul toen de Nederland-blijf-van-onze-kinderen-af-serie op tv was. ‘Iedereen had het erover’, vertelt ze. ‘Het gaat om tientallen gevallen waarbij het fout zou zijn gegaan met Jeugdzorg.’ Dat zou volgens haar moeten worden uitgezocht. ‘Nu gaat het alleen over de kwestie-Yunus waardoor het weer het cliché wordt van homo’s versus moslims. Iedereen betrekt zijn stelling’, verzucht ze. ‘Het gaat erom dat een kind in een warm bad terechtkomt en of dat een homobad of heterobad is, is volledig irrelevant wat mij betreft. Ik vind het wel logisch dat iemand die zich niet serieus genomen voelt in het land van aankomst in nood hulp vraagt aan het land van herkomst. Het punt is dat veel Turkse Nederlanders, maar ook veel Nederlandse Nederlanders, niet het gevoel hebben dat de overheid zich over hen ontfermt.’

De kwestie over de pleegzorg is een incident, maar de toenemende bemoeienis van Ankara gebeurt ook op andere fronten. En al heel lang via de moskeeën van Diyanet, het Turkse directoraat voor godsdienstzaken. Diyanet heeft een Nederlandse afdeling in Den Haag en is verantwoordelijk voor de gang van zaken rond de moskeeën en het levert de imams uit Turkije, die door de Turkse overheid worden betaald. De laatste tijd ontplooit het ook steeds meer sociale activiteiten. ‘Daar is op zich niets mis mee’, zegt Lily Sprangers, directeur van het Turkije Instituut in Den Haag. ‘Maar bij Diyanet gaat de liefde voor de profeet wel hand in hand met de liefde voor de Turkse staat en het vaderland.’

In 2010 is daarnaast het ministerie voor Overzeese Turken opgericht, dat onder leiding staat van vice-premier Bekir Bozdag. Zij bieden bijvoorbeeld jonge, getalenteerde Turken uit Europa een programma aan in Turkije met als doel dat ze ambassadeurs voor de ‘Turkse zaak’ zullen worden. En sinds januari dit jaar is de Adviesraad van Overzeese Turken opgericht, die valt onder dit ministerie. De raad bestaat uit zeventig leden, vertegenwoordigers van Turkse organisaties in het buitenland – ook Nederland levert vier mannen. Zij adviseren de Turkse regering over problemen van Turken Overzee en mogelijke oplossingen daarvoor, zo legt de directeur van de Raad uit in de Turkse krant Hurriyet Daily News. Afgelopen maand zijn de leden voor het eerst in Ankara bijeengekomen.

De intensivering van de controle op de diaspora dient het binnenlands belang van de huidige Turkse regering. ‘In Turkije zelf worden Erdogans inspanningen op prijs gesteld’, vervolgt Sprangers. ‘Hij neemt stelling tegen de groeiende islamofobie in Europa en laat zien dat Turkije niet langer kritiek op schending van mensenrechten moet incasseren, maar als land van betekenis nu ook zelf andere, Europese landen tot de orde kan roepen.’ Daarnaast betekent het aan zich binden van de ongeveer zes miljoen in het buitenland wonende Turken – acht procent van het electoraat – verkiezingswinst buiten Turkije. En aangezien sinds kort de kieswet is gewijzigd, waardoor Turken in het buitenland op ambassades en consulaten hun stem kunnen uitbrengen, heeft Erdogan er baat bij zijn diaspora te koesteren. ‘Maar lang niet iedereen zit op deze sociale controle vanuit Turkije te wachten’, besluit Sprangers. ‘Mijn bezwaar tegen deze organisaties is dat het mensen ervan weerhoudt om zich individueel te profileren. De nadruk van Erdogan op de Turken hier om niet te assimileren versterkt dat. Het zorgt voor een constante tegenstelling tussen Nederlanders en Turken, die helaas door het politieke klimaat in Nederland niet wordt verzacht.’

‘Het is interessant dat de meeste Turkse Nederlanders daar behoefte aan lijken te hebben’, begint Zihni Özdil, maatschappijhistoricus, publicist en verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. ‘Na vijftig jaar arbeidsmigratie kloppen zelfs veel hoogopgeleide jongeren nog steeds aan bij de Turkse regering om daar hun belangen te laten behartigen. In de Marokkaanse gemeenschap bijvoorbeeld leeft deze behoefte helemaal niet.’ Vanuit de Turkse regering kan hij de lobby begrijpen, het vergroot haar macht. ‘Maar waarom wordt die hand aangepakt? Dat is de vraag.’

De Turkse gemeenschap wordt, volgens Özdil, door Turkije gebruikt als melkkoe. Het bedrag om de dienstplicht in Turkije af te kopen is een aantal jaar geleden verhoogd van vijfduizend naar tienduizend euro. Zo gaat er, heeft hij uitgerekend, jaarlijks vijf miljard dollar naar de Turkse schatkist. ‘Al die Turkse Nederlanders gaan als makke koeien in de rij staan bij het consulaat om dat te betalen. Waarom zeggen ze niet: “Ik ben daar klaar mee. Ik weiger”? Ze kunnen ook een blauwe kaart, waarmee je de nationaliteit opgeeft maar veel rechten behoudt, aanvragen, maar ze willen allemaal dat paspoort, dat is voor hen bloed en bodem.’

Een belangrijke oorzaak is volgens hem de enorme organisatiegraad van de Turkse gemeenschap. ‘Ze lopen volledig in lijn met de politieke, religieuze en maatschappelijke clubs in Turkije. Het zijn filialen van politieke organisaties in het zogenaamde thuisland – Koerdische partijen, Grijze Wolven van de mhp, Milli Görüs, chp, Gülen, Suleymanci, AK-partij, allemaal zijn ze hier.’ Nederlanders zouden, vindt zowel Özdil als Sprangers, zich beter bewust moeten zijn van de politieke achtergrond van deze organisaties. ‘Nederlanders zijn vaak te naïef’, vervolgt Özdil. ‘De lokale pvda zit bijvoorbeeld vol met Grijze Wolven en Milli Görüs-aanhangers, ook binnen de fnv zitten ze. De Islamitische Universiteit Rotterdam, die Erdogan bezocht, is opgericht door een religieus-nationalistische organisatie.’

Özdil is fel gekant tegen de Turkse inmenging in Nederland. Hij begrijpt niet dat Turks-Nederlandse jongeren niet zeggen: we nemen het heft in eigen hand. ‘We willen als Nederlandse burgers niet dat Ankara voor ons spreekt, we zorgen zelf voor onze positie hier en bepalen zelf onze identiteit. We willen niet meer naar de bobo’s uit onze gemeenschap luisteren. Gesubsidieerde beroepsallochtonen die in zuilen het woord voeren namens ons. Die bobo’s zijn verlengstukken van politieke clubs in Turkije. Hoezo is er een Raad voor Overzeese Turken die namens mij overlegt met Ankara? Hoezo is er anno 2013 nog een Inspraak Orgaan Turken in Nederland dat namens mij overlegt met Den Haag? En andersom: waarom loop je naar een buitenlandse staat om je klacht over iets in Nederland te ventileren?’

Volgens Özdil is van daaruit ook het anti­semitisme onder Turkse jongeren te verklaren. ‘Zij kijken elke dag hier naar de Turkse ­televisie en zien daar de eindeloze verhalen over de joods-Armeens-Koerdische samenzweringen voorbijkomen. En dan wordt hier als oplossing geopperd om Anne Frank in het Turks te vertalen. Laat die jongeren gewoon Nederlandse boeken lezen.’ Normaal, stelt Zihni Özdil, versmelt een tweede, derde generatie migranten met het nieuwe thuisland, door gemengde huwelijken, mediaconsumptie, gemengde vrienden. ‘Maar hier zeggen Turken nog steeds: ik ben een Turk en heb niks met Hollanders.’ Özdil staat binnen de Turkse gemeenschap vrij alleen. ‘Niemand wil het zien, ik word vaak weggezet als een landverrader. Dat is heel frustrerend.’