Mabelgate, en nu terzake

De lange arm van IRT en Srebrenica

Het «nee» van premier Balkenende tegen een parlementair gefiatteerd huwelijk van prins Friso met Mabel Wisse Smit is een persoonlijk drama met misogyne trekjes. Maar er is meer. Twee echo’s uit de jaren negentig: de IRT-affaire en het Srebrenica-trauma. Daarom is een crisis nog niet afgewend en Balkenende niet klaar.

Tijdens officiële diners op paleis Noordeinde staan de lakeien altijd met een scheve nek tegen de muur geplakt. Ze moeten de rode lampjes in de rozetten aan weerszijden van de eetzaal scherp in de gaten houden. Floepen die aan, dan dienen ze onverwijld op te dienen of af te ruimen. De lampjes zijn een vondst van een hofmaarschalk met een scherp oog voor de mentale gesteldheid van de koningin. Majesteit is gefascineerd door logistiek, improvisatie is haar een gruwel. Naar verluidt heeft ze zich de afgelopen weken daarom niet alleen op zichzelf verlaten, maar nadrukkelijk advies ingewonnen bij ex-premier Ruud Lubbers, met wie ze in het eerste anderhalve decennium van haar regering intensief heeft samengewerkt en die nu als minister van Staat nog steeds een formele positie heeft.

Dat de regie van het voorgenomen huwelijk van prins Johan Friso en Mabel Wisse Smit desondanks heeft gefaald, is inmiddels wel duidelijk. De vraag wat Beatrix wel of niet wist, doet staatsrechtelijk niet terzake. Evenmin als de vraag of, in de woorden van de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD), de laatste maanden «twee zielen» in haar borst streden, die van moeder en staatshoofd. Terzake doet alleen de vraag wat premier Balkenende en minister Remkes van Binnenlandse Zaken (en eerstverantwoordelijke voor de inlichtingendienst AIVD) te eniger tijd wisten, respectievelijk hadden moeten weten over Mabel Wisse Smit. Lag het dossier naar zeggen van ex-premier Wim Kok niet al sinds augustus 2001 ter inzage in het Torentje? Omdat het onderzoek van Balkenende en Remkes tekortschoot, konden de media aan de haal gaan met hele en halve waarheden over de aanstaande prinses.

Deze mediajacht op Wisse Smit laat een vieze smaak achter, zeker als je haar pekelzonden vergelijkt met het ostentatieve gedrag van sommige leden van het Koninklijk Huis. Prins Bernhard, de pater familias en feitelijke chef van het huis, wordt niet meer aangesproken op zijn dubieuze vrienden, zijn «liaisons dangereuses» of zijn graaigedrag. Zelfs zijn complimenten aan het adres van enkele wild geworden medewerkers van Albert Heijn worden, nu er bij Dirk van den Broek een dode is gevallen, door de RVD eigener beweging omgetoverd tot een sociaal wenselijk antwoord. Wisse Smit daarentegen werd bedolven onder een bombardement van infotainment met misogyne trekken: prinsessen moeten mooi en lief zijn, maar mogen geen risico nemen, niet zelf nadenken en geen eigen leven leiden.

Pas toen het te laat was, kwamen de ambtenaren van Algemene Zaken in het geweer. De laatste weken hebben ze onder leiding van secretaris-generaal Wim Kuijken hun baas van uur tot uur voorbereid op de finale van 10 oktober. De faxen vlogen Balkenende om de oren toen hij na zijn besluit om géén toestemmingswet bij de Staten-Generaal in te dienen in het vliegtuig stapte voor staats bezoeken aan Italië, Malta, Cyprus en Turkije.

Tijdens zijn persconferentie van afgelopen vrijdag oogde de premier tot de tanden gewapend, maar zodra de Tweede Kamer is teruggekeerd van reces staat hem wederom een ongelijke strijd te wachten, die herinneringen moet oproepen aan zijn afgang in het debat over de affaire-Margarita.

In de persoon van Mabel Wisse Smit kreeg het Koninklijk Huis er een capabele netwerker bij, getuige het steuncomité met namen als George Soros, Emma Bonino en Bernard Kouchner dat zich vorige week in de Volkskrant manifesteerde. Zelfs méér dan capabel, getuige de spontane bijval van Geurt Roos en Etienne Urka, twee ex-matrozen van de Love Boat van wijlen Klaas Bruinsma die uit eigen belang niets liever willen dan dat alle naspeuringen naar hun vroegere baas worden gestaakt. Daarom is het op z’n minst opmerkelijk dat Balkenende pas op 3 oktober, daags na de uitzending van tv-detective Peter de Vries met Bruinsma’s voormalige bodyguard Da Silva, een «nader, indringend gesprek» met haar heeft gevoerd. Waarom is de AIVD niet als eerste afgereisd naar de Chileense chaco? Ook Mohamed Sacirbey, de voormalige Bosnische diplomaat met wie Wisse Smit tussen 1993 en 1997 een verhouding had, zou op Algemene Zaken de nodige bellen hebben moeten doen rinkelen. Beider namen zijn nauw verbonden met twee politieke drama’s die ondanks parlementaire enquêtes en onderzoekscommissies nog lang niet zijn uitgewoed.

Bruinsma stond aan de wieg van de grootste crisis die het Nederlandse opsporingsapparaat sinds de Tweede Wereldoorlog heeft geteisterd: de IRT-affaire. Het Interregionaal Rechercheteam Noord-Holland/Utrecht werd in 1993 door de Amsterdamse korpschef Nordholt «opgeblazen» om een verdere pervertering van het Nederlandse politieapparaat te voorkomen. Het IRT was dankzij de «Deltamethode» zozeer verweven geraakt met de groep-Bruinsma dat niet meer duidelijk was of de politie haar criminele informanten gebruikte of andersom. Uit de affaire bleek bovendien hoezeer de onder- en bovenwereld in ons land verstrengeld waren geraakt. Ook dat aspect komt nu naar boven.

Behalve Da Silva voerde tv-detective Peter de Vries een tweede getuige à charge op, Eddy Sweering, een voormalige boekhouder van het Bruinsma-imperium. Hij stelde dat zijn vroegere baas nauwe contacten had met Mabels stiefvader, de Rabo-bankier Peter Wisse Smit. Hij zou de vader zelfs eerder hebben gekend dan de dochter en Bruinsma zou door hem zijn geïntroduceerd in diverse exclusieve Gooise verenigingen. «Dat is goed voor mijn reputatie», zou Bruinsma tegen zijn medewerkers hebben gezegd, «en goed voor jullie toekomst.»

Korte tijd later speelde Mabel opeens een actieve rol in de Nederlandse standpuntbepaling ten aanzien van ex-Joegoslavië. In de zomer van 1993 groeide de druk op het kabinet-Lubbers om openlijk partij te kiezen voor Bosnië-Herzegovina, de moslimstaat-in-wording waarvan Sacirbey de prominentste internationale voorvechter was. Op 19 augustus liet minister van Buitenlandse Zaken Pieter Kooijmans zijn Europese collega’s weten dat de Nederlandse regering sympathiseerde met het verlangen van president Izetbegovic naar meer grondgebied voor de moslims. In het rapport Srebrenica: Een «veilig» gebied van april 2002 schrijft het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie: «Sacirbey en zijn toenmalige vriendin Mabel Wisse Smit zijn de enigen die door ambtenaren van het ministerie van Buitenlandse Zaken werden aangewezen als personen buiten het Nederlandse politieke en ambtelijke circuit die invloed op het beleid uitoefenden.»

Deze waarneming is gebaseerd op interviews in april en juli 2000 met de ambtenaren H.A.C. van der Zwan en O. Hattinga van ’t Sant. Onno Hattinga van ’t Sant was tijdens «Srebrenica» directeur-generaal Europese Zaken op BZ en is sinds eind 1997 ambassadeur in Oekraïne en Moldavië. Henk van der Zwan was ten tijde van het interview waarnemend directeur Consulaire Zaken op Buitenlandse Zaken en is sinds september 2002 algemeen secretaris van de koningin. Vanaf dat moment had hij direct toegang tot het staatshoofd en was dus in een uitstekende positie om haar in te lichten omtrent Sacirbey.

Tijdens haar verloving in juni liet Mabel weten alle contact met de Bosniër te hebben verbroken. Het kan Beatrix en Balkenende niet zijn ontgaan dat zij zich de afgelopen maanden niettemin bleef inspannen voor Sacirbey, die in maart van dit jaar in New York was aangehouden op verzoek van de Bosnische autoriteiten.

Dat is niet alleen om emotionele redenen begrijpelijk, het is waarschijnlijk ook terecht. De arrestatie van Sacirbey, onderdeel van een serie processen van de nieuwe regering in Sarajevo tegen voormalige Bosnische functionarissen in binnen- en buitenland, heeft veel weg van een politieke afrekening. Bewijzen ontbreken en de aanklacht is halverwege veranderd van «machtsmisbruik» in «verduistering». Het is ongebruikelijk dat Buitenlandse Zaken in Washington zo’n flodderig uitleveringsverzoek doorgeeft aan Justitie en al helemaal dat Sacirbey, die behalve Bosniër ook nog altijd Amerikaans staatsburger is, in afwachting van zijn uitlevering is gevangengezet. Zijn advocaat meent dat zijn uitleve ring wisselgeld is voor een akkoord van enkele maanden geleden, waarin Sarajevo toezegde geen Amerikaanse militairen te zullen uitleveren aan het Internationaal Strafhof.

Ook in een ander opzicht heeft Mabel Wisse Smit uitgesproken standpunten. Zo werkte zij begin dit jaar samen met de in 1967 opgerichte Britse non-gouvernementele organisatie Release, die zich inzet voor de rechten van drugsgebruikers. Release pleit voor de legalisering van softdrugs en voerde op de Weense VN-conferentie over internationaal drugsbeleid in april keihard oppositie tegen de Amerikaanse war on drugs. Als directeur van Soros’ Open Society Institute in Brussel was Mabel medefinancier van deze actie. Ze had ook zitting in de stuurgroep die de strategie bepaalde. Kortom, de aanstaande verloofde van prins Johan Friso heeft een politieke en intellectuele spanwijdte die enkele maten te groot is voor ons vorstenhuis en al helemaal voor de premier.

Een zorgvuldige lectuur van het dossier Wisse Smit had Balkenende moeten leren dat hier sprake was van een politieke tijdbom die zelfs Beatrix met haar logistieke vermogens niet zou kunnen ontmantelen. Hij liet de zaak dus maar op zijn beloop, net als de affaire-Margarita. Het resultaat was een publieke lynchpartij die in landen met een republikeinse traditie terecht als kleingeestig wordt gezien. Maar ook voor die ontsporing is Balkenende in de eerste plaats verantwoordelijk. Het is in het hybride Nederlandse systeem nu eenmaal niet anders: de minister-president is verantwoordelijk voor alle uitingen én omissies van het Koninklijk Huis.

Een zoveelste debat over het Zweedse model of allerlei compromisvarianten is nu even niet aan de orde. De kaarten van het kabinet en de veiligheidsdiensten moeten op tafel.