De lanssteek

In de sporthal in een buitenwijk van Den Bosch hebben de Vlaamse theatermakers van FC Bergman voor Theaterfestival Boulevard een museumzaal nagebouwd: hoge portalen, gelambriseerde randen om op te zitten, parketvloer.

Medium toneel

Maar ook: leeggehaalde, grijsgebikte wanden. Uit de sierlijsten bovenin vallen met een zekere regelmaat vermoeide ornamenten. Het museum is in renovatie. De ruimte is groots – mensen worden hier nietig. Zeker als ze met die ruimte moeten vechten. En dat moet. Het pronkstuk van de zaal moet namelijk nog weg. Een kruishanging van Peter Paul Rubens uit 1619, De lanssteek, 3 meter 11 breed, 4 meter 29 hoog. Van de wand halen gaat nog. Maar dan? Daarover gaat de tekstloze voorstelling Het land Nod. Vrij in het begin komt er een drijfnatte man binnen. Hij kleedt zich uit. Een suppoost haalt de bundel kleren op alsof het hier een stomerij betreft. Drie kwartier later worden ze gedroogd en gestreken terugbezorgd. De absurditeit ligt er ook in dat niemand ergens echt van op lijkt te kijken.

Dan komt de chef-verhuizing op. Hij begint met een duimstok de Rubens-kolos op te meten. Daarbij maakt hij enkele kardinale inschattingsfouten. Binnen de kortste keren bungelt hij heel hoog en kijkt hij de Christus-figuur in de dode ogen. Vlak voor mij legt een vrouw met kleurspoeling fluisterend aan haar echtgenoot uit dat het allemaal niet zo had gehoeven, wanneer die verhuizer een beetje uit zijn doppen had gekeken. Ze ontsteelt ons als het ware ter plekke de grap. Ik krijg een verdubbelde lachbui. Zo’n soort voorstelling is Het land Nod ook.

‘Nod’ blijkt overigens Hebreeuws voor ‘zwerver’ of ‘zwervend’. De titel van de avond verwijst ook naar het land waar Kaïn naartoe werd gestuurd na zijn bijbelse broedermoord op Abel. Als dat land al ergens ligt, dan is dat ongeveer waar nu Irak is. Om de museumzaal heen klinkt oorlogslawaai. Misschien gaat de voorstelling ook over de overlevingskansen van kunstwerken in oorlogsgebieden. Hoeft niet. Kan. Tekstloze theateravonden geven vaak plezierige slingers aan de tierelieren die verbeelding en associatie heten. FC Bergman reikt beelden aan, de groep dringt niks op.

De museumzaal blijkt ook te kunnen swingen. Je kunt er asiel zoeken, de nacht doorbrengen, kamperen, dineren bij kaarslicht en verdwijnen door hoge, transparante en absorberende wanden. Voorts wordt er door de museumgangen wild gedanst, alsof het de laatste keer is, of de laatste nacht van veel levens. En op den duur krijgt zelfs de gestorven Christus van Peter Paul Rubens pootjes. Daar komt overigens wel wat dynamiet bij kijken. Per slot gleed ook die steen voor het Heilig Graf niet uit zichzelf weg.

Soms, heel soms, krijg je het begin van een vermoeden dat de vondsten op een bepaald moment wel zo’n beetje op en uitgeput waren, en dat de jongens en meisjes van FC Bergman van zichzelf vonden dat ze er nog een stief kwartiertje aan moesten plakken. En als dat zo was, dan zij dat hun van harte vergeven.


Het land Nod is van 27 t/m 30 augustus op locatie te zien als seizoensopening van de Rotterdamse Schouwburg, en van 1 t/m 4 oktober in de Stadsschouwburg Groningen; fcbergman.be

Beeld: Karin Jonkers