HET MIGRANTENMUSEUM

De lappen

Vandaag kreeg het Migrantenmuseum bezoek van een vrouw die eigenlijk was gekomen om puur de tijd te doden. Ongeïnteresseerd liep ze langs de objecten, ze bestudeerde ze nauwelijks en nam niet eens de moeite om het verhaal over de wijze spreuk te lezen dat onder het plastic bord staat. Ze keek wel maar zag niets. Een manier van kijken die ze zichzelf de laatste jaren had aangeleerd. Vooral als ze voor de spiegel stond om haar gezicht te wassen keek ze wel maar zag de toenemende rimpels niet. De grijze haren zag ze ook niet. Ook niet dat haar gezicht ronder werd en haar neus niet meer die kleine, perfecte neus van weleer was.
Ze was dus vandaag in het museum en had absoluut geen belangstelling voor de objecten. Maar wij hadden wel veel interesse voor haar. Sterker nog, we waren verrukt door haar komst naar het museum. De opwinding bereikte bij ons een hoogtepunt toen ze bij de lappen kwam te staan die in het museum tentoongesteld worden.
Het was in 1970 dat het levensvocht van een gastarbeider in de baarmoeder viel van een van de eerste vrouwelijke gastarbeiders. Het was in de eerste maanden van 1971 dat de vrouw die het eerste gastarbeiderskind in het polderland zou baren, ter voorbereiding voor de baby lappen maakte van de hemden van haarzelf en haar man en die in haar tas meenam naar het ziekenhuis.
Ze had ook een brief geschreven naar haar zusje in het moederland. Daarin vertelde ze dat de Nederlandse verpleegsters zo aardig waren en haar zelfs wattenstaafjes gaven om haar oren mee te verschonen. Maar één ding had ze niet begrepen, zo schreef ze aan haar zusje, de verpleegsters zeiden niets over de lappen voor de baby.
Het eerste gastarbeiderskind, geboren op Nederlandse bodem, was een meisje. En omdat de kersverse moeder niemand had die haar kon helpen, stond ze na de bevalling zelf maar op om met grote moeite naar de baby te lopen, om haar naast zich neer te leggen en vervolgens haar Kezban in de lappen te wikkelen die ze bij zich had. Dit werk duurde wel een poosje. De armen en benen van de baby konden nu geen enkele beweging meer maken. Met een gerust hart dommelde de moeder in. De armen en benen van het kind kon niets meer overkomen.
De zuster die binnenkwam zag het kind dat gewikkeld was en rende om een schaar te pakken. Terwijl ze de baby losmaakte van de lappen schudde een andere zuster de moeder wakker om haar met boze stem te vertellen dat ze dat niet meer moest doen.
Na die dag begon een gevecht tussen de moeder en de zusters. Zodra de zusters weg waren vond de moeder wel nieuwe stof om lappen van te maken. De zusters die voor controle thuis aanbelden reageerden altijd woedend op die lappen en bevrijdden de baby ervan.
Kezban is nu 38 jaar, ze voelt zich oud. Ze heeft sinds kort ook geen werk meer. Drie jaar geleden heeft ze haar vader verloren en zes maanden geleden is haar moeder overleden. Om tegen verveling te vechten bezoekt ze musea. Vandaag is ze bij ons, het allereerste migrantenkind dat in Nederland het eerste licht heeft gezien.
Ze staat wel stil bij de lappen. Zou ze het hebben aangevoeld dat deze stof om haar babylijf heeft gezeten, keer op keer omdat haar moeder haar tegen misvormde ledematen wilde beschermen, met de consequentie dat ze elke keer een uitbrander van die grote zusters kreeg? De tranen rollen over de wangen van Kezban, die zo vaak naar haar moeders verhaal over de lappen heeft geluisterd. Ze mist haar moeder en weet niet wat ze moet doen met het ongewenste kind in haar buik.
De ethiek belemmert ons om tegen haar te zeggen dat die lappen van haar moeder waren. De zuster van wie we deze lappen kregen wilde namelijk volledige discretie. We kunnen tegen Kezban ook niet zeggen dat het kind in haar buik haar uit deze zwarte periode gaat halen. Ze weet niet dat ze nog een keer naar het Migrantenmuseum zal komen en in een gelukkige gemoedstoestand alle objecten in ons museum uitvoerig zal bestuderen.