Het CDA is er niet helemaal klaar voor

De last van 43 zetels

Het CDA won de verkiezingen maar verkeert niet in een euforiestemming. Is de partij eigenlijk wel klaar voor een positie in het centrum van de macht? Kan Balkenende niet beter in de Kamer blijven?

Wie op de CDA-partijraad vorig weekend een uitgelaten overwinningsstemming had verwacht, kwam bedrogen uit. De winst van liefst veertien zetels bij de verkiezingen van 15 mei werd op het partijtreffen in Utrecht maar mondjesmaat gevierd. Er was muziek, dat wel. Schaars geklede danseressen met dwarsfluiten, trommels en fakkels kronkelden over het podium van het voor de helft gevulde Beatrixtheater. Ook was er een zangeres die de vertrekkende kamerleden vaarwel zong en speciaal voor partijleider Balkenende een lied van Celine Dion aanhief. Dion is Balkenendes favoriete zangeres, verduidelijkte interim-partijvoorzitter Bert de Vries op licht ironische toon. De zangeres kreeg een daverend applaus, terwijl Balken ende zelf er eerder op de middag bij zijn entree heel wat bekaaider vanaf kwam. Eerst zien dan geloven, leken de CDA’ers te denken. De sfeer in de wandelgangen was afwachtend. Natuurlijk moet het CDA gaan regeren, vond iedereen, maar tegen elke prijs?

Jan Peter Balkenende verzekerde de aanwezigen in zijn toespraak dat hij in de onderhandelingen met Mat Herben en Gerrit Zalm zijn «sociale gezicht» niet verliezen zal. En hij riep op tot bescheidenheid. Zoals interim-partijvoorzitter Bert de Vries dat eerder ook al deed. Bescheidenheid, want het CDA weet uit ervaring hoe diep een succesvolle maar zelfvoldane partij kan vallen. «Acht maanden geleden stonden we er als partij belabberd voor», gaf De Vries ruiterlijk toe. En nu is de partij door een samenloop van omstandigheden met liefst 43 zetels terug in het centrum van de macht. «Als we één ding geleerd hebben, dan is het wel hoe snel de kiezersgunst kan wisselen», aldus De Vries in zijn toespraak.

Waar velen na acht beroerde jaren een vrolijk komen en gaan van voormalige en potentiële bewindslieden hadden verwacht, lieten maar weinig kopstukken hun gezicht zien. Oud-fractievoorzitter Willem Aantjes was er wel. Hij heeft het een «verfrissende» partijraad gevonden, zegt hij een week na dato thuis in Utrecht. Vooraf was hij nogal bevreesd dat er werkelijk een euforiestemming zou hangen. Zoals in de jaren tachtig. Aantjes: «Het zal toch niet waar zijn dat door dit incidentele succes die cultuur weer de kop opsteekt, dacht ik toen ik ’s ochtends van huis vertrok. De bescheidenheid die door Balkenende werd gepredikt, past ons wel. Het is mooi dat het op 15 mei zo goed is gegaan, maar het zal nog een behoorlijke toer worden deze positie vast te houden zonder ons eigen gezicht te verliezen.»

Aantjes kijkt met gemengde gevoelens terug op de verkiezingsoverwinning. De 43 zetels noemt hij «geflatteerd», omdat de winst een gevolg is van diep gevoeld onbehagen over de andere partijen en niet zozeer een beloning voor scherpe oppositie: «We hebben een periode van tien jaar achter de rug waarin de partij in een absolute depressie verkeerde. Maar sinds het optreden van Jan Peter Balkenende geloven mensen er weer in. Dat was het laatste half jaar aan de fractie te merken: die leefde echt helemaal op. Veel te lang hebben ze een leider gemist die inhoudelijk sturing geeft.»

Nu wordt over dit politiek leiderschap volgens Aantjes iets te lichtzinnig gedacht. «Jan Peter zou gewoon in de Kamer moeten blijven», zegt hij. «Natuurlijk, het landsbelang gaat boven het partijbelang. Maar het land verdient ook een geïnspireerde partij. Het is een teken aan de wand dat er veel verschillende namen voor het fractievoorzitterschap rondgaan. Dat betekent dat niemand uit de huidige kamerfractie er werkelijk uitspringt. Een half jaar nog maar heeft Balkenende de kar getrokken. Met succes, zeker. Maar dat succes is nog zo kwetsbaar.»

De opeenvolgende gebeurtenissen van september vorig jaar liggen bij de meeste CDA’ers nog vers in het geheugen. Na een modernistische «competitie van ideeën», waarbij niet alleen leden maar ook partijloze websurfers mochten meedenken over het nieuwe verkiezingsprogramma, was een commissie onder leiding van voormalig Vendex-topman Hessels aan de slag gegaan om dit politieke verhaal op maat te schrijven voor beoogd lijsttrekker Jaap de Hoop Scheffer. In 1994 kelderde het CDA onder aanvoering van Elco Brinkman al van 54 naar 34 kamerzetels, maar De Hoop Scheffer slaagde er in 1998 in dit historisch dieptepunt nog met vijf zetels te overtreffen. En terwijl gedurende acht jaar paarse regeringssamenwerking de grootste oppositiepartij er in het politieke debat niet toe leek te doen, twijfelde niemand openlijk aan het lijsttrekkerschap van De Hoop Scheffer.

Behalve Marnix van Rij. Als opvolger van de vernieuwende partijvoorzitter Hans Helgers had de Wassenaarse accountant ruim drie jaar lang op de achtergrond meegewerkt aan verbetering van het inhoudelijk profiel en aan personele vernieuwing. In een kamikazeactie, september vorig jaar, blies hij niet alleen de lijsttrekker op, maar ook zichzelf. En volgens velen ook het CDA, dat na het echec van ’94 kennelijk nog lang niet op de weg terug was. Weer koos de partij kort voor de verkiezingen voor een ander gezicht. In 1997 was het Enneüs Heerma die op het laatste moment pootje werd gelicht door Jaap de Hoop Scheffer, nu was het De Hoop Scheffer zelf die het veld moest ruimen.

Maar voor wie maakte hij plaats? Nadat de namen van de Brabantse gedeputeerde Pieter van Geel, van vice-fractievoorzitter Maria van der Hoeven en zelfs van Marnix van Rij zelf hadden gecirculeerd, viel de keus op de minder bekende professor Balkenende. Een slimme man natuurlijk, maar wars van ieder uiterlijk vertoon dat in de politiek zo belangrijk leek te zijn geworden. Dat kon natuurlijk geen serieuze concurrentie voor PvdA en VVD zijn, oordeelden commentatoren van de dagbladen. Waar de twee grote regeringspartijen op soepele wijze het partijleiderschap hadden overgedragen naar Melkert en Dijkstal, lag het CDA kennelijk nog volkomen in de kreukels.

Maar deze Jan Peter Balkenende won de verkiezingen en liet PvdA en VVD gedecimeerd en in volstrekte verwarring achter. In een bizarre verkiezingsstrijd, dat wel. Ontegenzeggelijk profiteerde hij van opkomst en ondergang van Pim Fortuyn. Altijd had Balkenende de deur naar regeringssamenwerking voor zijn collega-hoogleraar op een kier gehouden. Het Rotterdam van wethouder Sjaak van der Tak was een mooie proeftuin voor samenwerking met VVD en Fortuyn.

Direct na de moord bleek uit een peiling die het CDA ter beschikking stond maar nooit werd gepubliceerd, dat de partij er in de kiezersgunst beter voor stond dan op enig moment eerder in de campagne. Het opschorten van de campagnes werd onder druk van de christen-democraten en de VVD — waar de geplaagde lijsttrekker Dijkstal sowieso nergens meer zin in had — na de begrafenis van Fortuyn een definitieve campagnestop. «Voor het eerst betrapte ik de partij op een echte electorale strategie», schmiert voormalig jongerenvoorzitter Teusjan Vlot in dit verband. Een gezamenlijk initiatief van partijvoorzitters om op de zondag voor de verkiezingen tot een verklaring te komen waarin de schuld van linkse politieke partijen voor het creëren van een moordzuchtig klimaat weersproken zou worden, is onder het mom van die campagnestop door de LPF en door CDA-voorzitter De Vries geblokkeerd.

Zonder nog maar iets te ondernemen, incasseerde het CDA de winst. Met LPF-leider Mat Herben en de nieuwe VVD-voorman Gerrit Zalm onderhandelt Jan Peter Balkenende nu al vier weken over een kabinet. En hoewel dezer dagen nog enkele forse hobbels moeten worden genomen, houdt menigeen er in Den Haag rekening mee dat ruim voor Prinsjesdag het eerste kabinet-Balkenende voor de fotosessie op de paleistrappen staat.

De CDA-achterban is echter niet bepaald gelukkig. Dat verklaart de sfeer van de Partijraad. Veel partijleden maken zich oprecht zorgen over het imago van de partij en houden hun hart vast voor de aanstaande coalitie. Hoe is sociaal beleid te rijmen met formatieberichten over een ophanden zijnde keiharde aanpak van asielzoekers? En wat blijft er nog over van het CDA-familiedenken als gezinshereniging voor allochtonen vrijwel onmogelijk wordt gemaakt? Jan Peter Balkenende maakte zich er in zijn afsluitende toespraak op de partijraad van af met een grapje over uiterlijkheden: «Eerst ging het over bril, pak en haar. Nu gaat het weer over mijn gezicht. Mijn sociale gezicht.»

Aan Peter Diepenhorst, fractievoorzitter voor het CDA in Rotterdam Charlois, is dit soort grapjes niet besteed. De jongste telg uit het vermaarde AR-geslacht is buitengewoon verbolgen over de coalitiebesprekingen ter rechterzijde: «Met De Hoop Scheffer had het CDA iemand die een links programma met een rechts gezicht wilde gaan verkopen», zegt hij. «Nu zitten we opgescheept met een rechts programma en een oorspronkelijk links gezicht.»

Diepenhorst stuurde een brief aan het CDA Magazine van deze maand. Hij haalt de gewezen CDJA-voorzitter Teusjan Vlot aan, die twee dagen na de verkiezingen in dagblad Trouw had aangegeven niet langer een actieve rol bij het CDA te willen spelen als men daadwerkelijk een coalitie met LPF en VVD wil vormen. «Hoeveel zullen hem volgen?» schrijft Diepenhorst. «Ook ik, als actief lid van het CDA, heb grote bedenkingen en overweeg een dergelijke stap.» Probleem is dat Diepenhorst door de burgers van Charlois is gekozen. «Dus ik blijf actief, maar voor een CDA in Charlois dat kiest voor de betrokken samenleving, maar dan op lokaal gebied.»

In zijn brief aan het partijblad refereert Diepenhorst aan het essay Een nieuwe lente, dat onder een heel ander politiek gesternte door CDA- en GroenLinks-wethouders werd gepresenteerd. Het essay was volgens Diepenhorst een duidelijk signaal voor toenadering tussen GroenLinks en CDA: «Het leek er echt op dat de partij in de oppositiejaren had gekozen voor een sociaal profiel. Met dat essay en het zogenaamde paprika-akkoord, dat werd gesloten door de drie politieke jongerenorganisaties, werd gehoor gegeven aan de wens van veel mensen om tot regerings samenwerking met GroenLinks en Partij van de Arbeid te komen. Natuurlijk begrijp ik dat we eigenlijk geen andere kant op kunnen dan richting LPF en VVD. Die druk voelt iedereen, Balkenende voorop. Maar tegelijkertijd moeten we ons realiseren dat dat het einde van zijn carrière kan betekenen. En het einde van het CDA. Of althans, het begin van een partij in de marge. De LPF is nog steeds erg instabiel. Je ziet nu al dat er stromingen ontstaan. Als de coalitie niet vier jaar blijft zitten, werkt dat in het nadeel van het CDA. Er worden enorme beloftes aan de burger gedaan, terwijl het onmogelijk is bestaand beleid in een paar jaar te veranderen. Het CDA wordt daar geheid op afgerekend.»

Ook in enig ander coalitieverband was het CDA nog niet klaar geweest om weer in de Trêveszaal aan te schuiven. En zeker niet als grootste partij, vindt Rotterdammer Diepenhorst. «43 zetels voor een christelijke partij is in een geseculariseerde samenleving ook wat veel van het goede», zegt hij. «Acht jaar lang was je op familiefeestjes de loser als je zei lid te zijn van het CDA. Terwijl er overal kritiek was op Paars slaagde de partij er nooit in behoorlijke oppositie te voeren.»

«We kregen meer dan we op eigen kracht hebben verdiend. Daarom is er die enorme verlegenheid over de zege», zegt oud-CDJA-voorzitter Teusjan Vlot. Vier jaar lang volgde Vlot de ontwikkelingen in de partij van binnenuit. «Intellectueel is de partij heus op orde, maar dat was het CDA in de jaren tachtig ook. Het gaat er echter om wat je met die kennis doet.» Vlot signaleerde in de tijd dat hij op het partijbureau bivakkeerde dat er een enorme afstand bestaat tussen wat in de partij wordt bedacht en wat in de kamerfractie uiteindelijk wordt ingebracht. «Binnen het CDA steekt men nogal snel de vinger in de lucht om te voelen waar de wind vandaan komt. Men zal vervolgens altijd met die wind mee zeilen. Terwijl het zo aardig zou kunnen zijn eens tegen de stroom in te gaan.»

Het Wetenschappelijk Instituut van de partij heeft de laatste jaren veel rapporten en nota’s gepubliceerd om de nieuwe inhoudelijke koers vorm te geven. «De partijleiding lijkt veel waarde te hechten aan wat er bij ons is bedacht, maar er moet nog veel gebeuren om daar draagvlak voor te creëren», zegt ook stafmedewerker Thijs Jansen. «De ideologische heroriëntatie heeft zich in een heel kleine, intellectuele kring afgespeeld.»

Lokaal bestuurder Diepenhorst vindt dat op het hoogste niveau gesprekken met GroenLinks en de Partij van de Arbeid moeten worden blijven gevoerd over mogelijke samenwerking in de toekomst. «Je kunt immers zomaar weer buitenspel staan», zegt hij. «Je moet een strategie zien te vinden om deze coalitie te overleven en vervolgens weer verder te kunnen.» Veel andere CDA-leden zien die samenwerking de komende jaren ook al in de kamerbankjes. Als het kabinet er in de formatie op bepaalde terreinen niet uit komt, dan zou met oppositiepartijen alsnog een akkoord kunnen worden gesloten.

Loek Schueler, tot vorige maand voorzitter van het CDJA en opvolger van Vlot, voelt hier wel wat voor. Ze opteert voor dualisme in optima forma, waarbij enkele gevoelige onderwerpen ononderhandelbaar blijven. Schueler: «Ik hoop dat je thema’s waar je niet uit komt gewoon kunt laten liggen en aan het parlement laat. Alles wat niet op een A4’tje past, kun je in de Kamer bediscussiëren. Dát is dualisme. Dat moeten volksvertegenwoordigers zich steeds realiseren. Op sommige terreinen is het beter overeenstemming te vinden met de PvdA en GroenLinks.»

Op milieugebied bijvoorbeeld. Mede door kritische uitlatingen van prominent CDA-lid Herman Wijffels, voorzitter van de SER, lijkt het milieu de achilleshiel van het kabinet-in-wording. Hoewel Wijffels zijn uitspraken in Christen-democratische Verkenningen al deed nog voordat bij informateur Donner het «asfaltakkoord» was gesloten, legde hij voor de twijfelende CDA’ers de vinger op de zere plek. «Rentmeesterschap voor de aarde is de blinde vlek van onze politiek-maatschappelijke beweging. Voor de CDA-fractie lijkt de auto de heilige koe geweest te zijn in de afgelopen jaren», zei hij in het interview met het blad van het Wetenschappelijk Instituut. Wijffels baseerde zich bij zijn uitspraken op het opereren van de laatste CDA-fractie en op het meest recente verkiezingsprogramma. Daarin werd al voorrang gegeven aan meer asfalt bij knelpunten en werd nadrukkelijk gesteld dat de kerncentrale in Borssele langer open mocht blijven dan waar het paarse kabinet op aanstuurde. De uitkomsten uit de formatiebesprekingen zijn dus minder verrassend dan menigeen denkt. Uit het verkiezingsprogramma blijkt volgens Teusjan Vlot dat het al langer mis is met het sociale en duurzame gezicht van het CDA. «Voor de bühne werd geflirt met linkse partijen, maar de fractie zorgde ervoor dat hier op papier niets van was terug te zien», zegt hij.

Iemand die het door Schueler gewenste dualisme vorm zou moeten gaan geven, is bijvoorbeeld Pieter van Geel, voormalig gedeputeerde in de provincie Noord-Brabant en hoogste nieuwe binnenkomer in de CDA-kamerfractie. Dualisme is best, vindt Van Geel, maar het mag het CDA geen onbetrouwbare regeringspartner maken: «We moeten er vooral in zien te slagen het politieke debat meer inzichtelijk te maken. Het politieke kluitjesvoetbal, waarbij 22 spelers rond de bal staan en de toeschouwers die bal niet meer zien, daar moet nu eens een eind aan komen. Dat het dualer wordt dan het was, lijkt me evident. Maar we moeten voorkomen dat iedereen her en der gaat shoppen. Het moet niet het primaire doel zijn om op bepaalde terreinen af te stevenen op een akkoord in de Tweede Kamer.»

In die Tweede Kamer wordt nog steeds verhuisd. In de smalle gangen van gebouw Justitie staan manshoog langs de klassiek betegelde muren stapels kartonnen dozen te wachten om te worden versleept. Dossierkarretjes zijn her en der slordig voor kamerdeuren geparkeerd. Pieter van Geel deelt zijn bescheiden werkruimte met twee andere collega’s. Voor gesprekken, zoals straks met fractie-informateur Wim van de Camp, verplaatst hij zich naar het belendende vertrek. Van de Camp consulteert de kamerfractie over de vacature van fractievoorzitter die vrijkomt als Jan Peter Balkenende in weerwil van het advies van Aantjes daadwerkelijk zijn intrek neemt in het Torentje. Zelf is Van Geel niet beschikbaar als fractievoorzitter, zal hij tegen Van de Camp zeggen.

De matte sfeer op de Partijraad was volgens hem vooral een gevolg van de opzet van de bijeenkomst. Dat het in Nederland gewoonte is om de partijleider aan het eind van de dag te laten spreken, als iedereen suf vergaderd is en de zaal half leeg, heeft Van Geel al nooit begrepen. De druk van de verkiezingsoverwinning voelt hij wel: «We waren een machtspartij met 54 zetels. Nu zijn we dat weer. Door de ongewisse omstandigheden hebben veel mensen voor veiligheid en degelijkheid gekozen. Op zich is het een kwaliteit dat ze dan weer bij ons uitkomen. Maar een derde kans krijgen we niet, daar lijkt iedereen van doordrongen. We moeten dus niet terugvallen in no nonsense-reflexen van vroeger. Terecht roept Jan Peter Balkenende voortdurend op tot bescheidenheid.»

Twijfel over Balkenende heeft Van Geel niet: «Als hij geen premier zou worden, zal dat worden uitgelegd als een zwaktebod omdat hij de verantwoordelijkheid niet durft te nemen. Het is goed bedoeld van mensen die vinden dat Jan Peter Balkenende moet worden gespaard. Ze zijn mogelijk bang dat die dualisering in de knop gebroken wordt.»

Terug naar Willem Aantjes. Want inderdaad, daar is de oud-fractieleider bang voor: «Jan Peter wordt gezien als onze politiek leider. Je kunt dan nog zulke mooie woorden spreken over het dualisme, maar zodra de fractie premier Balkenende tegenspreekt, zal dit worden opgeblazen. Hij is dé man die de partij gezicht moet geven. Maar niet vanuit het kabinet. We hebben toch ook nooit campagne gevoerd met de tekst: ‹Kies de minister-president›? Daar zijn we vanuit staatsrechtelijk oogpunt ook ernstig op tegen. Als het kabinet niet slaagt, dan straalt dat vooral op de minister-president af. Iedereen is enthousiast over de wijze waarop hij nu de fractie leidt. Het bijeenhouden van een coalitiekabinet is wel even wat anders.»

Aantjes verwijst naar 1967, toen formateur Barend Biesheuvel er uiteindelijk niet in slaagde een kabinet te formeren en de minder geprofileerde Piet de Jong voor vier jaar premier werd. Biesheuvel ging terug naar de Kamer als fractievoorzitter van de AR, Aantjes was zijn plaatsvervanger. «Dat zijn onze beste jaren geweest», zegt Aantjes nu. «Het lijkt tegenwoordig wel een schande te zijn als je weer terug in de Kamer gaat. Vroeger was dat veel normaler.»

Als Balkenende geen premier zou moeten worden, wie dan wel? Aantjes: «Ze kunnen mij niet wijsmaken dat er geen andere kandidaten zijn. Er zijn capabele mensen genoeg! Mensen die zo’n kabinet tot homogeniteit weten te brengen, maar geen sterke partijpolitieke ambities meer koesteren.» Hij noemt de oud-ministers Van den Broek en Hirsch Ballin. «En zo’n man als Donner: waarom zou díe geen premier kunnen zijn? Die staat nú al ver boven alle partijen.»

________________________

Linkse mythes

In maart 2001 boden twaalf wethouders van CDA en GroenLinks aan Jaap de Hoop Scheffer en Paul Rosenmöller het politieke essay Een nieuwe lente aan. Het stuk wordt nu van tijd tot tijd aangehaald door bezorgde christen-democraten die weinig heil zien in een coalitie met LPF en VVD en door teleurgestelde GroenLinksers met gefnuikte regeerambities. Met het essay zou het CDA volgens hen hebben aangegeven meer op de linkerflank van het politieke spectrum te willen opereren.

Hoewel het stuk door lokale bestuurders is gepresenteerd, tekenden de partijdenkers Thijs Jansen ( CDA) en Jos van der Lans (GroenLinks) voor de redactie. Jansen is verbonden aan het Wetenschappelijk Instituut van het CDA en redactiesecretaris van het blad Christen-democratische Verkenningen. Hij bestrijdt de «mythe» dat Een nieuwe lente zo’n links opstel is. Dat getuigt volgens hem van «oppervlakkig denken». Het stuk werd nu eenmaal in een tijd gepresenteerd waarin GroenLinks dolgraag regeren wilde en een aantal PvdA’ers uitgekeken leek op Paars. Adri Duivesteijn, vice-fractievoorzitter van de PvdA en indertijd groot voorstander van een linkse coalitie, omarmde het essay als lonkend alternatief voor paars beleid.

De auteurs van het pamflet vonden een zekere «zielsverwantschap» in het idee dat de samen leving wordt onteigend door bureaucratie en marktdenken, zegt Jansen. Een communitaristische derde weg tussen overheid en markt bleek volgens hem ook bij GroenLinks aanwezig. Jansen: «We wilden naar een herontdekking van het maatschappelijk middenveld en de onder Paars gefrustreerde betrokkenheid van burgers een nieuwe kans geven. Het is namelijk niet zo dat Nederland vol zit met angstige burgermannetjes die bang zijn voor vreemdelingen en criminaliteit. De paarse politiek sprak de burgers echter alleen nog aan op hun eigen belang. In ervaringen van mensen was geen interesse meer. Dan worden hulpverleners bijvoorbeeld machines.»

Het essay was geen voorbode voor regeringssamenwerking met GroenLinks en PvdA. Niet voor niets was het een lokaal stuk, benadrukt Jansen. Op het gebied van asielbeleid en milieu waren ze er volgens hem waarschijnlijk nooit uit gekomen. «Daar komt bij dat ons communitarisme dient samen te gaan met verregaande ontbureaucratisering. Met de PvdA was dat nooit gelukt. De huidige coalitie is een blessing in disguise. Zowel Fortuyn als het CDA zien veel in het terugbrengen van de bureaucratie. Er moet dan wel voor worden gewaakt dat dit niet ontaardt in plat marktdenken, in platte privatisering en liberalisering.» (pv)