De leegheid der begrippen

‘Bijna in de winkel, maar vandaag al op de uitgeverij: Het raadsel van goed en kwaad. Auteur Christien Brinkgreve is heel trots op haar nieuwe boek. Het gaat over de zoektocht naar antwoorden op grote vragen over leven, dood en liefde.’ Tweet van uitgeverij Atlas Contact, 3 april. Er was een foto bij geplaatst van de schrijfster. Ze kijkt vriendelijk. Ze heeft een denkrimpel tussen haar wenkbrauwen, maar dat vind ik niet vreemd: ik geef het je te doen, een heel boek volschrijven over de zoektocht naar grote vragen, en ik neem aan daar ook antwoorden op geven. Ik blijf haken aan het woord ‘trots’ in de tweet. Ik zie heel vaak tweets en berichten op Facebook waarin mensen melden trots te zijn. Dat kan dus slaan op een boek dat net voltooid is, een kind dat een zwemdiploma haalt, een echtgenoot die een nieuwe baan heeft. Je kunt trotse gevoelens koesteren voor jezelf of iemand anders.

Iedereen is tegenwoordig trots. Maar waar zit dat? Ik bedoel, hoe voel je dat? Hoe wéét je dat je trots bent? Volgens mij kun je het niet voelen, is het niet zoiets als blijdschap of verdriet. Je schijnt wel te kunnen ‘glimmen van trots’ en ik meen dat je borst er ook van kan opzwellen. Christien Brinkreve glimt niet en helaas gaat haar borst verborgen achter het betreffende boek dat ze in haar handen houdt. Toch is ze volgens haar uitgever ‘heel trots’. Ik word een beetje moe van trots. Het is zo nietszeggend. Volgens mij kun je net zo goed zeggen: ‘Ik ben hortensia’ of: ‘Ik ben vogelvoederstation.’ Onlangs vroeg Pieter van der Wielen me, na twaalven op de radio, of ik niet trots ben op wat ik heb bereikt. Daar dacht ik eens goed over na en ik moest ontkennend antwoorden. Ik kon namelijk met de beste wil van de wereld nergens iets van een gevoel ontdekken dat verbonden zou zijn met het begrip ‘trots’. Omdat ik er toen niet zo lang over kon nadenken (op de radio moet je natuurlijk niet te lang je mond houden), deed ik het af met de mededeling dat dat wat ik gemaakt heb vreemd ver van mezelf af staat. En toch zei ik na een tijdje dat ik geloof ik wel trots was op een tuinmuur die ik zelf in elkaar gemetseld heb. Dat neem ik hierbij terug. Zelfs op dat muurtje, hoewel het recht staat, en heel mooi is om te zien, ben ik niet trots. Nu ik dit opschrijf, vind ik het zelfs moeilijk er tevreden mee te zijn, hoewel ik bij het begrip ‘tevredenheid’ wel een zweem van gevoel kan oproepen, al verbind ik er eerder handelingen aan: dat je vermoeid op een tuinbankje gaat zitten, een gin-tonic drinkt en zachtmoedig en vredig de wereld in staart.

Verdriet, dát is nog eens iets wat je werkelijk voelen kunt, dat is nog eens een échte emotie. Dat schrijnt in je slokdarm, dat doet je volschieten, dat is een gevoel dat tot uiting komt in je lichaam. Blijdschap, als ik mijn best doe, kan ik dat gevoel wel terughalen, zo’n golfje vanuit je maag, of een plek daar in de buurt. Angst, nou en of ik die ken, dat letterlijk de haren je te berge rijzen. Verliefdheid, dat zit ook ergens in je lijf, maar volgens mij wordt het dan al ingewikkelder, en krijg je omschrijvingen als ‘vlinders in je buik’. Eén keer in mijn leven ben ik woedend geweest, zó woedend dat ik het spreekwoordelijke ‘rode waas’ voor mijn ogen zag. In heel wat definities van het begrip ‘trots’ komen de begrippen ‘gevoel’ en ‘emotie’ voor. Ik geloof dat niet. Ik kan dat niet navoelen. En omdat ik het niet kan navoelen, begrijp ik niet waarom iedereen de hele tijd maar trots is op jan en alleman en zichzelf. Ik wil dan wel eens horen wáár en hoe precies zij dat voelen of ervaren. Het ergert me – dus – ook. Ik zie het als één van die uitwassen van de sociale media, waar mensen ook maar steeds ‘dankbaar’ zijn voor van alles en schrijven dat ze iets ‘hebben mogen doen’. Hebben mogen doen? Een lezing hebben mogen uitspreken voor het Genootschap van Meissenporseleinverzamelaars? Wat is dat nou weer voor onzin? Iemand geeft je een opdracht of vraagt je iets te doen en dat moet je vervolgens doen. Mogen? Valse bescheidenheid, maar ondertussen de wereld wel hebben laten weten dat uitgerekend jij bent uitverkoren voor die lezing. Ik zal er de komende tijd eens scherp op letten, of dankbaarheid en trots vaak samen optreden in berichten aan de buitenwereld. Erik Jan Harmens tweette op 31 maart in elk geval ‘blij, trots, dankbaar’ te zijn met zijn nieuwe column in Trouw.

Ligt het aan mij? Ben ik iemand die niet in staat is trots te voelen? Voltrekken zich in mijn lichaam niet bepaalde processen die nodig zijn om dat gevoel, die emotie op te roepen of tot uiting te brengen? Ik kan het me niet voorstellen. Ik ben dan wel niet helemaal normaal, maar gek ben ik zeker ook niet. Ik zal de blijmoedigheid en valse bescheidenheid wel missen die nodig zijn om deugdelijk te kunnen functioneren op Twitter of Facebook. En ben dientengevolge nooit trots op wat dan ook. Ineens begrijp ik de gevleugelde uitspraak van mijn moeder: ‘Wij zijn niet trots op onze kinderen, we zijn blij met of voor ze.’ Ik heb het van mijn moeder. Die zou ook niet weten waar in haar lijf ze trots zou moeten voelen.