De leegte is niet leeg genoeg

Praten of niet praten. Dat is een belangrijke kwestie. In het leven van nu en in de moderne mime. En als het goed is, komen die twee bij elkaar. Als een mimevoorstelling die daarover gaat, gelukt is. Als je op het podium een overtuigend beeld ziet van mensen die proberen bij elkaar te komen, en je daarin je eigen worsteling herkent om de mensen om je heen werkelijk te bereiken. Woorden zijn daarbij onontbeerlijk, maar ze staan ook heel vaak in de weg.

Soms bouw je met ieder woord dat je zegt verder aan een muur om je heen, hoe openhartig die woorden ook bedoeld zijn. Bijvoorbeeld omdat de woorden die je gebruikt voor je gevoel, te bekend zijn. Je hebt ze al te vaak horen gebruiken: door jezelf, door anderen, door de mensen op televisie. De almaar voortschrijdende vertherapeutisering van de samenleving heeft wat dat betreft een paradoxaal effect. Aan de ene kant is er steeds meer gelegenheid om aan je diepere gevoelens uiting te geven. Dat wordt ook almaar meer van mensen verlangd. Maar tegelijkertijd wordt het steeds moeilijker om woorden te vinden die recht doen aan die gevoelens. Als de woorden clichematig klinken, kun je ook meteen die gevoelens niet meer oprecht overbrengen.
Het is logisch dat juist de moderne mime zich met deze dingen bezighoudt. Oorspronkelijk is deze theaterdiscipline immers een zwijgende kunst. Bij de mime was er in den beginne niet het woord, maar het lichaam en de ruimte eromheen. Die volgorde van prioriteiten onderscheidt nog altijd de mime van het toneel. Spreken is niet het eerste uitgangspunt, het is geen vanzelfsprekendheid. Het is een bewuste beslissing, die moet worden afgewogen tegen de kracht van het zwijgen zoals mimers die hebben leren kennen. Theatermakers die afkomstig zijn uit de mimewereld, zie je dan ook aarzelen. Jan Langedijk begon met voorstellingen die helemaal zonder tekst waren, maakte vervolgens een aantal produkties waarin werd gesproken, en keerde daarna weer terug naar de pure beweging.
Maar ook binnen afzonderlijke voorstellingen zie je die aarzeling terug. In de afwisseling van bewegingsstukjes en praatscenes, een stijlkenmerk van heel veel moderne mimevoorstellingen. En vaak wordt die aarzeling zelfs expliciet gemaakt in de tekst. Praten of niet praten wordt dan het onderwerp van het gesprek.
Dat gebeurt bijvoorbeeld in Safe, de voorstelling van Mandy Eggerding en Simone de Jong, die afgelopen week te zien was in Het Veem Theater. ‘Ik heb een hekel aan praten’, vertelt Simone, 'omdat ik denk dat je altijd terug moet komen op wat je gezegd hebt.’ Als zij een verhaal vertelt, is het nooit afgerond. Er is een begin, een midden…
In Safe wordt het dilemma van praten of niet praten verbonden aan de doelloosheid van de zogenaamde Generatie X. De wereld is te groot geworden om er nog verhalen over te vertellen, zegt een van de personages in het boek van Douglas Coupland waar Generatie X naar is genoemd. Een verhaal vertelt Simone in de voorstelling Safe. Over twee mannetjes in een glijbaan die almaar blijven glijden en die niet kunnen stoppen, ook al branden hun billen en roepen ze om hulp. De hulpkreet van de mannetjes uit haar verhaal lijkt een hulpkreet van Simone zelf. Zij en Mandy zijn net als de mannetjes gevangen in de voorstelling, en in het leven. Simone laat zich glijden, ze volgt haar impulsen, hoe willekeurig die ook mogen zijn, en ze praat over de stilte. Mandy wordt door de onoverzichtelijkheid van de wereld verlamd. Zij vind pas rust in een werkelijke stilte die grenst aan de dood.
Dat laatste deel van de voorstelling is sterk en ontroerend. Dat maakt veel goed van het eerste deel van Safe, dat een beetje te dun is. De moeite die de personages Simone en Mandy hebben om het leven groots en meeslepend te ondergaan, tekent ook de voorstelling. De leegte is niet leeg genoeg neergezet, de chaos niet chaotisch genoeg. De voorstelling is te veel beredeneerd en te weinig in theatrale metaforen vertaald. Er wordt te veel gepraat over het onderwerp.