De heroprichting van de VDB

De leegte op links

In de vorige Groenewerd de heroprichting van de Vrijzinnig-Democratische Bond aangekondigd. Hieronder debatteert socioloog Dick Pels met politicoloog Meindert Fennema en Groene-medewerker Rob Hartmans over de wenselijkheid hiervan.

‘Eigenlijk doe ik een beetje alsof’, zegt socioloog en publicist Dick Pels aan het begin van ons debat over zijn jongste initiatief: de heroprichting van de Vrijzinnig-Democratische Bond, waaraan De Groene Amsterdammer vorige week al aandacht besteedde. Op de dag vóór de feestelijke bijeenkomst in De Balie, gepland op maandag 21 januari, toont hij zich nuchter over zijn eigen vooruitzichten. Dick Pels: ‘Ik ben geen 25 meer en ik zie zo gauw geen politieke carrière voor mezelf weggelegd. Maar ik wil dat die partij er komt; daarvoor ga ik mijn uiterste best doen.’

Politicoloog Meindert Fennema en historicus en vaste _Groene-_medewerker Rob Hartmans schuiven aan voor een stevig gesprek over de moderne kiezer, over het hedendaagse partijenlandschap en over nut of noodzaak van vrijzinnige idealen als gewetensvrijheid, radicale democratisering en volksverheffing.

De nieuwe partij moet zijn gebaseerd op het vrijzinnig-democratische beginsel, dat volgens Pels in de hedendaagse politiek wordt ‘ondergesneeuwd’. Binnen Waterland, de progressieve denktank waarvan hij voorzitter is, leeft sympathie voor die gedachte. Maar met zijn voornemen om dan maar zelf vuile handen te gaan maken staat Pels in eigen kring alleen. Hij is wel in gesprek met belangstellenden van buiten de Waterland-groep. Voor het noemen van namen vindt hij het echter te vroeg. Liever spreekt hij over de ‘leegte op links’ die hij wil vullen. Pels: ‘Ik vind dat te weinig Nederlandse intellectuelen de politiek in gaan. We hebben hier geen Michael Ignatieff, die vice-voorzitter van de Canadese Liberale Partij is geworden. Op rechts zit een handvol neoconservatieve intellectuelen en dan heb je het wel gehad. Helaas hebben denktanks hier weinig invloed vergeleken met Engeland of Amerika. In Nederland kun je een idee alleen maar laten doordringen tot de politiek door zelf in de politiek door te dringen.’

Rob Hartmans: ‘Vrijzinnigheid, opgevat als het uitgangspunt dat eenieder zijn leven mag inrichten zoals hij dat zelf wil, is een mooi uitgangspunt, dat ieder weldenkend mens zal onderschrijven. Maar het is wel typisch een uitgangspunt voor een intellectuele bovenlaag, voor mensen die hoogopgeleid zijn, een zekere positie in de samenleving hebben verworven en zich maatschappelijk kunnen redden. De meeste kiezers hebben nog altijd de overheid nodig en dus willen ze concrete plannen horen. Je hoeft niet met een 25-puntenplan voor het fileprobleem te komen, maar je zou minstens vijf noodzakelijke maatregelen moeten kunnen noemen. Anders word je een intellectuele _one-issue-_partij met het electorale probleem waar ook d66 en GroenLinks tegenaan zijn gelopen. Je veroordeelt jezelf tot de marge.’

Pels: ‘De geschiedenis van de Vrijzinnig-Democratische Bond verschaft al een soort platform voor de uitwerking. Het heeft twee voorname punten. Ten eerste: radicale democratisering. De vdb had een belangrijk aandeel in de kiesrechthervorming van 1917 en het vrouwenkiesrecht van 1919. Dat sluit, als je naar het heden kijkt, aan bij d66 en het programma van Van Mierlo, maar óók bij dat van Pim Fortuyn. Ten tweede: radicale kansengelijkheid, het eerbiedigen en materieel realiseren van ontwikkelingskansen voor iedereen. Dat betekende dat vdb’ers het eigendomsrecht en het erfrecht niet ontzagen. Dat zijn dingen die, als je ze nu zegt, nog linkser klinken dan de sp. Het uitgangspunt wordt ook concreet als je het vertaalt naar issues als tolerantie en vrijheid van meningsuiting. Ik deel de visie van Meindert dat de vrijheid van meningsuiting moet worden verruimd en dat we af moeten van het verbod op godslastering. En ten slotte betekent vrijzinnigheid ook een andere politieke stijl. Wij zijn niet bang voor een personalisering van de politiek, een koppeling van personen en standpunten zoals die in gang is gezet door Van Mierlo en nadien Fortuyn. Ik wil een politieke vereniging zonder fractiediscipline en zonder coalitiedwang, ook al maak je je daardoor zwakker in het politieke veld. Die dwang leidt tot pervertering in de gevestigde politiek. Wat mij stoort is de leugenachtigheid, die bijna structureel is omdat mensen met verstand en het hart op de juiste plaats dingen moeten zeggen die ze niet menen.’

Meindert Fennema: ‘Ik ben een vrijzinnig mens en ik laat me graag door je overtuigen, maar het is me niet duidelijk hoe je groepering eruit gaat zien. Als ik het goed begrijp wil je eigenlijk geen partij, maar een beweging. Jij gaat die trekken, en de mensen die je om je heen verzamelt, hebben geen enkele invloed op jou, althans geen formele, want je accepteert geen fractiediscipline.’

Dick Pels: ‘Dat is nou onzin.’

Fennema: ‘Ik vat samen wat jij gezegd hebt.’

Pels: ‘Mijn idee over fractiediscipline is gericht tegen de klassieke partijformule, waarin individuele vertegenwoordigers inwisselbaar zijn onder het programma. Ik wil geen Verdonk- of Wildersachtige stichting die geen verantwoording aan een achterban wil afleggen. Daarom richten wij juist een vereniging op; wij willen wél kritische leden.’

Fennema: ‘Maar die hebben straks geen invloed op hun fractie want er is geen fractiediscipline.’

Pels: ‘Wat is dat nou voor rare gedachte? Er zijn toch andere manieren om een fractie te beïnvloeden dan dwang?’

Fennema: ‘Maar luister nu eens, een vereniging vaardigt vertegenwoordigers af naar het parlement om te doen wat die vereniging wil. Doen ze dat niet, dan moeten ze naar huis. Het gevolg is inderdaad een zekere onwaarachtigheid. Mensen die een collectief vertegenwoordigen moeten nu eenmaal soms standpunten innemen die niet de hunne zijn. Als iemand namens de partij spreekt, doet zijn privé-standpunt er even niet toe. Op het moment dat je die discipline afschaft, heb je geen partij meer.’

Pels: ‘Niet in de traditionele zin van het woord, inderdaad. Je geeft precies aan waarom het begrip “partij” tegenwoordig zo belast is.’

Fennema wil vervolgens weten waar Pels zijn kiezers vandaan wil halen. Dick Pels: ‘Dat kan me in eerste instantie niet schelen. Ik denk niet in termen van zetels en peilingen. Ik denk na over de vraag hoe je ideeën zo kunt toespitsen dat ze doordringen bij méér mensen dan de lezers van De Groene Amsterdammer.’

Meindert Fennema: ‘Dat is iets anders dan wat je daarnet zei. Wil je nu wel of niet de Tweede Kamer in?’

Pels: ‘Ik zou wel het parlement in willen, maar leden of kiezers ronselen heeft geen prioriteit. Ook niet de vraag wie de leiding neemt. Mijn eerste zorg is dat er een programma komt. Als dat gepresenteerd wordt, is er hopelijk een groepje mensen dat meedoet en er bijvoorbeeld over kan vertellen op tv. Dat moet allemaal gebeuren. Ík doe dat niet, ik ben niet de grote leider. Eerst moet het idee worden gelanceerd. En pas als het zo ver is, als je leden aantrekt en het vliegwiel van de democratische discussie begint te draaien…’

Fennema: ‘Dus je zoekt nog iemand! Waarom vraag je Pechtold niet?’

Pels: ‘Die heb ik indirect gepolst, maar ik denk dat hij zich voorlopig liever toelegt op d66. GroenLinksers zijn nog minder happig. Die denken nog steeds: het gaat geweldig met onze partij. In mijn hart ben ik ook GroenLinkser hoor, als ik zou moeten kiezen.’

Fennema: ‘Het verschil tussen jouw toekomstige partij en die andere partijen is voor de meeste kiezers alleen met een microscoop te zien.’

Rob Hartmans: ‘Des te riskanter is het om de naam vdb te gebruiken. Het is altijd de vraag geweest of de Vrijzinnig-Democratische Bond een zelfstandige politieke stroming met bestaansrecht was, dan wel een beginselloos partijtje dat nu eens met links en dan weer met rechts meeging, zoals d66 door veel mensen ook wordt gezien. Verder is de tegenstelling confessioneel/niet-confessioneel niet meer zo dominant als in het interbellum. De vdb kon rekenen op steun van dat segment van het protestants-christelijke volksdeel dat zich niet aangetrokken voelde tot het orthodoxe calvinisme van Abraham Kuyper. Die trouwe aanhang bestaat niet meer. De vvd is opgeschoven naar het midden en zelfs de christen-democratie is veel vrijzinniger geworden. Je wilt overal een beetje tussenin gaan zitten met je vdb, maar het politieke midden is aardig vol.’

Dick Pels: ‘Welnee, politicologen zijn het er juist over eens dat het politieke midden leegloopt.’

Meindert Fennema: ‘Dat ligt een beetje anders. Het electoraat organiseert zich nauwelijks meer op sociaal-economische grondslag. Kiezers stemmen niet meer op “ons soort mensen”. Ik geloof dat nog maar drie procent van de stemkans wordt bepaald door factoren als religie, inkomen et cetera. Als je nu kijkt naar de electorale ruimte, dan kun je die in vieren delen langs twee dimensies. De ene dimensie is links/rechts in de traditionele, sociaal-economische betekenis. De andere is links/rechts op cultureel gebied. Nu is het grappige dat de voorkeuren van de kiezers niet aansluiten bij het aanbod van partijen. De meeste kiezers zijn links op de sociaal-economische dimensie en rechts op de culturele dimensie en er is eigenlijk geen partij die hen bedient. De enige die dat zou kunnen, de sp, heeft de conservatieve culturele lijn waarmee ze wel begonnen zijn niet doorgezet. En jij, Dick, staat dus cultureel links, want jij bent niet voor harde maatregelen tegen migranten en het sluiten van grenzen, nietwaar? En op sociaal-economisch terrein ben je ook links. Dan zit je dus in het kwadrant waar de minste kiezers zitten en de meeste partijen, die bovendien allemaal vrijzinnige vleugels hebben.’

Pels: ‘Maar goed, ik wil nu eenmaal dat programma dat elementen verbindt van d66 en GroenLinks en van de vrijzinnige helft van de pvda. Het stoort mij dat er in Nederland geen partij is die dat aanbod samenbindt. Waar de kiezers zitten interesseert me niet, ik ga niet op de populistische toer.’

Fennema: ‘Dat zou ik nou juist democratisch vinden, dat je je kiezers opzoekt.’

Pels: ‘Ik vind het niet democratisch om zo veel mogelijk mensen te willen vertegenwoordigen. Ik vind het democratisch om goede standpunten te verbinden en daarmee kiezers te trekken. Dat is een intellectuele benadering, inderdaad. Er is niets mis met intellectuelen.’

Hartmans: ‘Allemaal goed en wel, maar er is nog een andere betekenis van populisme: de neiging om met alle winden mee te waaien. Dick pleit voor vormen van directe democratie zoals referenda, gekozen burgemeesters en de gekozen minister-president. Door die te introduceren geef je het populisme in de politiek de ruimte. De massa is verdraaid grillig.’

Fennema: ‘Die is niet grillig, dat is een misverstand. Dat herhalen de politici steeds omdat er geen partijtrouw meer is.’

Pels: ‘Een nog groter misverstand wil dat directe democratie niet representatief zou zijn omdat er maar één leider uit voort zou komen. Directe democratie leidt ook tot vertegenwoordiging van verschillende en tegengestelde stromingen. Je kunt er de democratie mee verdiepen zonder uitverkoop aan populisten. En er zal altijd een kloof tussen de kiezers en de zittende elite blijven. Democratie is en blijft een eliteheerschappij, dat is onvermijdelijk en dat is ook goed.’

Een ander oud liberaal ideaal, nadien overgenomen door de sociaal-democratie, is dat van volksverheffing. Slaat het vrijzinnige denken van Pels niet stuk op de Tokkie-grens, op de politiek van de straat en de verruwing die deze teweegbrengt in het politieke vertoog?

Dick Pels: ‘Je moet niet koste wat het kost de onbehaaglijke, bange burgers en de bedrijvige kosmopolitische burgers bij elkaar willen houden, zoals de pvda probeert te doen. Voor je het weet ben je bezig zogenaamd de “gewone man” te begrijpen en geluiden van de straat over te nemen. Je moet elitair durven zijn zoals d66 dat vroeger was.’

Rob Hartmans: ‘Maar als er nu één groep smeekt om verheffing, dan zijn het de Tokkie-achtigen in dit land. Die zijn groter in aantal dan je denkt en ze bevinden zich op hogere plaatsen dan je denkt. Er zijn heel wat intellectuele Tokkies. Wilders is er één, Theo van Gogh was er ook één.’

Pels: ‘Dat moet je tegengaan door een inhoudelijk beschavingsideaal te formuleren.’

Hartmans: ‘En dat wordt een probleem. Dat individualisme van jou stuit op grenzen als iedereen zich ongegeneerd kan laten gaan. Dat geldt voor asocialen van de straat en het geldt voor iemand als Theo van Gogh, het slimme neefje van de Tokkies, die ook vond dat “alles moet kunnen”. Het individualisme is ontaard in onbeperkt rechten-denken: “Ik heb recht op alles wat ik wil en ik wil alles waar ik recht op heb.”’

Pels: ‘Individualisering heeft nare kanten, zeker. We moeten nieuwe vormen vinden om het individu te socialiseren. En er moet meer worden gemoraliseerd. Dat klinkt misschien vreemd uit de mond van een vrijzinnig-democaat, maar het moet tóch. De pvda is na de oorlog in de ban geraakt van het gemeenschapsdenken van partij-ideoloog Willem Banning. Het sociaal-individualisme van iemand als Jacques de Kadt was helaas marginaal. Ik zie nu in de pvda een terugkeer naar dat oude, sociaal-individualistische verheffingsideaal dat mensen bestaanszekerheid wil bieden op een wijze waardoor ze zich individueel verder kunnen ontwikkelen. Dat is de weg. We moeten erin slagen de zelfkant te socialiseren en tegelijk het individualisme overeind houden.’

Hartmans: ‘Maar hoe pak je mensen aan die niet over sociaal besef en zelfbeheersing beschikken als je ze tegelijkertijd, overeenkomstig jouw vrijzinnige ideaal, louter hun individuele rechten voorhoudt? Wat je ze moet voorhouden zijn de tegenhangers: hun plichten.’

Pels: ‘Da’s weer zo’n idiote, ouderwetse tegenstelling. Waarom zou tegenover elk recht een plicht moeten staan? Denk daar nou eens doorhéén.’

Hartmans: ‘Als je streeft naar een sociaal individualisme, dan zul je grenzen moeten stellen aan het individuele gedrag ten behoeve van de andere individuen. En die grenzen moeten verankerd zijn in een morele opvatting.’

Pels: ‘Ja, in een opvatting van het goede leven en een bepaald gemeenschapsideaal.’

Hartmans: ‘Dus je hebt wél een gemeenschapsideaal?’

Pels: ‘Ik ontken dat er een tegenstelling is tussen individu en gemeenschap.’

Hartmans: ‘Er zal altijd spanning bestaan tussen gemeenschap en individu. Daar gaat het hele werk van Banning over.’

Pels: ‘Maar anders dan Banning stel ik de gemeenschap niet boven het individu. Om zich zinvol te ontplooien hoeft een mens zich niet dienstbaar op te stellen tegenover de gemeenschap. Jammer genoeg wint dat gemeenschapsdenken in Nederland weer terrein. En een nieuwe Jacques de Kadt is niet zo gauw gevonden.’

……………………………………………………………………………………………………………………..

Zie ook: http://waterlog.nu/

Medium omslagboekje0097