De leegte van rechts

OOK EEN BLANCO krantenpagina zou een passend commentaar zijn op de wittebroodsweken van de nieuwe Duitse regering. Vrijdag wordt na honderd dagen de eerste balans opgemaakt - maar waarover? De christen-democratische CDU/CSU en de liberale FDP hebben zich vooral beziggehouden met elkaar in de haren vliegen. Grote plannen blijven uit, van de voorspelde polarisatie is geen sprake - tot teleurstelling van vriend én vijand. Zelfs de verwezenlijking van het stokpaardje in de verkiezingsstrijd, miljarden aan lastenverlichting voor bedrijven, hotels en gezinnen, blijft onzeker. De machtige conservatieve minister van Financiën Wolfgang Schäuble ligt dwars. Gezien het recordbegrotingstekort acht hij cadeautjes voor de achterban onverantwoord.
Het begon zo mooi. De kredietcrisis heeft de rechtse partijen geen stemmen gekost maar opgeleverd, de liberalen voorop. Dat geldt voor Nederland net zo goed als voor Duitsland, afgaande op de peilingen en de resultaten van VVD en D66 bij de eerste gemeenteraadsverkiezingen. Waar het aan schort als ze eenmaal zijn verkozen, zijn ideeën. Voor de liberalen is dat een groter probleem dan voor de christen-democraten. Voor die laatste behoort pappen en nathouden immers tot de politieke kernwaarden.
Vóór de grootste crisis sinds de jaren dertig wisten rechtse liberalen wat hen te doen stond. Na het publiek jarenlang ideologisch gemasseerd te hebben, schreef het regeringsprogramma zich bij wijze van spreken zelf: een kleinere overheid, deregulering, marktwerking in de publieke sector en een ‘realistische’ kijk op migratie en criminaliteit. Dat laatste thema is gekaapt door populistisch rechts. De rest heeft met de crisis en het bijbehorende ideologische failliet van het neoliberalisme haar glans verloren. Jazeker, het voornemen om verder te snoeien in de verzorgingsstaat is springlevend. Maar dan als platte bezuiniging. Niemand die zich nog laat wijsmaken dat het om een historische missie tot heil van de mensheid gaat, zoals onder Paars en de eerste kabinetten-Balkenende.
Aan mogelijkheden voor een nieuw liberaal Verhaal ontbreekt het niet. In haar eerste honderd dagen heeft de Duitse regering ze echter stuk voor stuk laten liggen. Na de war on terror is er opnieuw behoefte de overheidsbemoeienis terug te dringen. Dit keer niet uit de economie, maar uit het privé-leven. Geen liberale partij is beter gepositioneerd voor zo'n rechtsstatelijk offensief dan de vrijzinnige FDP. Helaas is het op het vlak van de burgerrechten verrassend stil binnen de coalitie. Een tweede vooralsnog gemiste kans is het in ere herstellen van de begrotingsdiscipline. De nieuwe Duitse regering breekt à la Reagan alle schuldenrecords. Ten derde is er de mogelijkheid te streven naar een echte meritocratie, een samenleving waar mensen louter op basis van hun kwaliteiten worden afgerekend. Maar in plaats van daartoe extra te investeren in onderwijs verlaagt de Duitse regering de erfbelasting. Anti-liberaler kan het niet: mensen krijgen een financiële voorsprong in het leven op basis van hun gegoede afkomst, niet van hun eigen prestaties.
Rechts dreigt ten prooi te vallen aan een programmatische leegte. Als alle grote Verhalen genegeerd worden, blijft nog slechts een verhaaltje over: wat goed is voor uw portemonnee, is goed voor de maatschappij. Dat heet cliëntelisme. Zodra de burger ontdekt dat er behalve die van hemzelf nog heel veel andere portemonnees in het land leven, van die van uitkeringsgerechtigden tot die van graaiende bankiers, begint het gedonder. Natuurlijk, zulk vulgair liberalisme levert stemmen op. Eenmaal aan de macht biedt het een regering vrijwel geen houvast - niet in Duitsland, maar evenmin in Nederland.