De leerlingen

Ze hebben geld, tijd en vooral zitvlees, de Vrienden van de Opera. Een lange busrit doet ze niets als er een Don Carlos op ze wacht. En uitleg van de reisleider? Hoe meer, hoe liever. Vrienden van de Opera, tel. (020) 5518282
‘HET WAS EEN onrustige bus vanmiddag’, verzucht Fred Lingen op een Antwerps terras. ‘Je hoeft er maar vier of vijf tussen te hebben die blijven doorpraten en de concentratie is weg. Het gekke is dat er toch een heel ander publiek zit als we naar Lulu van Berg gaan, of naar Wagner of Strauss. Geinteresseerder. Diepgravender. Mensen die al veel weten, maar benieuwd zijn of ik daar nog iets aan toe kan voegen.’

Fred Lingen is er niet de man naar om zich snel uit het veld te laten slaan, maar hij moet toch even iets wegslikken wanneer blijkt dat het publiek ‘aan boord’ niet aan zijn lippen hangt. De eendaagse operareizen die hij voor de Vrienden van de Nederlandse Opera verzorgt omvatten namelijk meer dan louter een bezoekje aan een voorstelling in Antwerpen, Duisburg, Essen of een van de zes overige nabijgelegen operahuizen. De voorstelling wordt door Lingen 'aangekleed’ met operafragmenten op band, achtergrondinformatie over de opera’s, de zangers en de dirigenten, kopieen van recensies, gegevens over de cast, foto’s en synopsissen.
In de bus installeert Lingens zich achter zijn microfoon als een door de wol geverfd radiopresentator. Hij babbelt de door hem geselecteerde operafragmenten moeiteloos aan elkaar. Deze middag, een snikhete dag in juli, is het gezelschap op weg naar Verdi’s Don Carlos. Nadat Lingen de synopsis heeft uitgedeeld, is het tien minuten doodstil. De passagiers breken zich het hoofd over who is who in deze niet zo eenvoudige plot - totdat de stilte wordt doorbroken door een opgewekt 'Zo dames en heren, ondertussen is het buiten 33 graden en binnen 21 graden’.
Van de hak op de tak springend keuvelt hij door. Over de carrieres van beroemde zangers, hun capaciteiten en hun uiterlijk. De een 'is door onze lieve Heer aangeraakt’, de ander 'kan zo het filmdoek op’, de derde heeft 'een fantastische personality’. En aangezien deze dag de afsluiting van het operaseizoen vormt, wordt het hele seizoen van de Nederlandse Opera nog een keertje geevalueerd. Van de Schonberg-trilogie ('niet de sterkste avond’) tot aan Rosa ('tot in februari kwamen er recensies binnen uit landen waarvan je niet eens weet dat ze be-r staan!’). Van sommige grapjes is Fred Lingen zo gecharmeerd dat hij ze herhaalt na elke tussenstop waar nieuwe operaliefhebbers zijn opgestapt.
De dagtripjes die de Vrienden organiseren vormen het topje van de ijsberg in deze branche. Zo biedt reisbureau Fokus operareizen naar Parijs, Praag, Moskou en Leningrad aan. Ook het legendarische operaspektakel in Verona zit in het pakket, vertelt Jan Spaans, die als bestuurslid van de Vrienden deze reizen wel eens begeleidt: 'Verona is de laatste jaren beter geworden. Vorig jaar was er bijvoorbeeld Norma in een regie van Wim Wenders. Maar het gaat om de reis als geheel. Verona is een schitterend plaatsje. We bezoeken het geboortehuis van Verdi, zijn landgoed St. Agatha, we maken een stop bij het Scala in Milaan, en op de terugweg gaan we langs Bregenz, waar op het water operavoorstellingen worden gegeven.’
VOOR DE ECHTE operaliefhebbers blijkt Bregenz nog meer dan Verona de moeite van het bezoeken waard. Trudi Grannetia was twee jaar geleden van de partij: 'Verona is een toeristische attractie. Je gaat er niet naar toe om een hoogstaande uitvoering te horen. De Nabucco die we in Bregenz zagen, in een regie van David Pountney, was daarentegen heel bijzonder.’
De kolossale arena van Verona is al jarenlang een populair reisdoel. Verschillende reisorganisaties bieden geheel verzorgde reizen aan per bus of vliegtuig met dit overdonderende spektakel als hoogtepunt. Echt jonge mensen komen er niet op af, zo legt een van de organisatoren uit: 'Deze reizen zijn van a tot z geregeld, dus dan trek je altijd een wat ouder publiek.’ Veertig-plus, hoger opgeleid en financieel draagkrachtig. Want aan de gemiddelde operareis hangt een gepeperd prijskaartje. Wie bijvoorbeeld met Select Reizen donderdagochtend het vliegtuig naar Milaan neemt om Turandot en Aida bij te wonen, arriveert zondagavond, drieduizend gulden lichter, weer op Schiphol.
Ook de operaliefhebbers die met de Vrienden een dagtrip maken, beschikken over de zeldzame combinatie van geld en tijd. De Amsterdamse delegatie die naar Antwerpen gaat, verzamelt al om kwart over een ’s middags bij de Citroengarage op het Stadionplein. De jongste deelnemer, Rogier Willems, bekent die dag van zijn werk in een klassieke-platenzaak te spijbelen. Hij heeft zich ziek gemeld om met zijn moeder naar Don Carlos te gaan. Dorothe Willems blijkt de fanatiekeling van dit duo. Ze heeft een abonnement op het muziektheater en gaat daarnaast zo'n tien keer per jaar mee op reis. Sinds ze zich zes jaar geleden voor opera begon te interesseren, is er een wereld voor haar opengegaan: 'Door Verdi ben ik ook Shakespeare gaan lezen. Of ik een opera thuis voorbereid? Als het nodig is. De meeste ken ik door en door!’
Vergeleken met Dorothe Willems komt het echtpaar Fruithof nog maar net kijken. Zo'n drie jaar geleden werd de belangstelling van Rob Fruithof gewekt. Regelmatig nemen ze plaats in de bus om zich door Fred Lingen te laten onderwijzen. 'Freds onderricht is een van de belangrijkste redenen om met de bus mee te gaan’, antwoordt Mary Fruithof op de vraag waarom ze niet zelf de auto nemen. Het echtpaar laat alle informatie gewillig over zich heen komen en luistert thuis naar Diskotabel en Reiziger in de muziek. Het Schonberg Ensemble is vooralsnog te hoog gegrepen. 'We hebben het een keer geprobeerd, maar daar ben ik nog niet aan toe’, aldus Fruithof.
VLAK VOOR DE bus in Antwerpen arriveert geeft Fred Lingen de mensen nog 'een medisch advies’ gezien de tropische temperaturen: niet te zwaar tafelen en geen alcohol. 'Zorg dat u in optimale conditie in de zaal zit!’ Eenmaal uitgestapt waaiert het gezelschap uiteen. Fred Lingen begeeft zich naar zijn favoriete terras om de hoek bij het operagebouw. Als even later een onstuimig onweer losbreekt, steekt hij met een gelukzalige glimlach een paraplu op: 'Alles doet mij aan theater denken.’
Zijn liefde voor opera stamt 'uit oeroude tijden’. 'Door vader en moeder aan de hand genomen’ zat hij als kind al in het theater. 'Toen ik wat ouder was stond ik uren in de rij om een kaartje van twee piek te bemachtigen. Drie keer per week zat ik op het tweede zijbalkon in de Stadsschouwburg. Ik ben in het muziekvak terechtgekomen toen een warenhuis mij vroeg een platenafdeling op te zetten. Vijf jaar later ben ik voor mezelf begonnen. Een platenzaak in Zuid, die nog door Gre Brouwenstein is geopend.’
Na dertig jaar zwoegen hield Lingen het voor gezien. Hij verkocht de zaak en stortte zich op de organisatie van operareizen voor de Vriendenvereniging. Onder zijn handen groeiden de vijf tripjes naar Brussel in enkele jaren uit tot ruim dertig reizen naar operahuizen in Belgie en Duitsland. Lingen rekent voor dat hij zelf zo'n honderd operavoorstellingen per jaar ziet.
Lingen is zeker niet de enige in het gezelschap die bezeten is van het theater. Vaste klant is Gerard van der Werff, in het dagelijks leven systeemanalist. 'Als Fred mij ’s ochtends belt dat hij ’s middags een plaatsje over heeft in de bus, sta ik paraat’, zegt hij glunderend. Na wat gepraat over koetjes en kalfjes komt de aap uit de mouw: Van der Werff is verzamelaar van handtekeningen. Niet alleen van operasterren, ook van dirigenten en beroemde pianisten. Wat ooit begon als een onschuldig aardigheidje is uitgegroeid tot een ware obsessie. 'Op een gegeven moment heb ik een boekje gekocht, omdat ik uit al die losse handtekeningen geen wijs meer kon worden. Zo'n zanger of pianist geef ik dan een hele bladzijde en daarop mogen ze doen wat ze willen. Je krijgt de meest ongelooflijke reacties: opdrachten, boodschappen in notenschrift en zelfs dirigenten die hun eigen karikatuur tekenen. Natuurlijk willen ze niet voor elkaar onderdoen. Allerlei beroemde mensen staan erin.
Vaak probeer ik een complete cast van een opera te krijgen. Als zo'n opera op meerdere avonden wordt gegeven, schrik ik er niet voor terug om elke avond te gaan. Ik ben drie keer naar Die Zauberflote op het Holland Festival geweest. Twee keer in de zaal en een keer om het complete arsenaal aan handtekeningen te voltooien. Ik heb bijvoorbeeld de hele concertante Ring des Nibelungen die in de Vara-matinee is geweest. De hele cast compleet! Alle Walkuren! Alle acht op een bladzijde!’ De euforie heeft ook een keerzijde, bekent hij: 'Het gebeurt wel dat ik naar een schitterende voorstelling ben geweest, maar dat er helaas een handtekening ontbreekt. Dan zit er een deukje in die avond.’
Een paar tafeltjes verderop in hetzelfde etablissement zit het echtpaar De Leur - tegen alle voorschriften in achter de sherry. Meneer is een gepensioneerd medewerker van de Rijksvoorlichtingsdienst. Als geboren en getogen Hagenezen heeft hun operageschiedenis zich in het gebouw van Kunst en Wetenschap afgespeeld en later in het Circustheater. Zo lang ze zich kunnen heugen gaan ze al naar de opera en meneer De Leur vertelt met onverholen trots dat hij thuis tweehonderd complete opera’s op band heeft. Eigenhandig van de radio opgenomen. Niet de recordknop indrukken en weglopen, maar met de koptelefoon op ernaast gaan zitten en het volume in de gaten houden. Aan een operareis als vandaag gaat een vast ritueel vooraf, vertelt mevrouw De Leur. 'De band wordt tevoorschijn gehaald en met het libretto erbij beluisteren we ’m nog eens helemaal. La traviata heb ik misschien al twintig keer gezien, maar het verveelt me nooit. Je gaat steeds meer begrijpen en wordt ook steeds kritischer.’
Het echtpaar De Leur komt voor de muziek, de huidige regieopvattingen kan het maar matig waarderen. 'Neem nou Salome. In de voorstelling laatst in het Muziektheater werd ze doodgeschoten met drie geweren, terwijl in het libretto staat dat ze tussen schilden geplet wordt!’ Meneer De Leur kijkt me ontgoocheld aan. Hoofdschuddend vervolgt hij: 'Of de dans met de zeven sluiers, waarin ze geen sluiers afwerpt maar met haar panty’s rondzwaait…’
AAN DE ENSCENERING van Don Carlos die avond kan het echtpaar zich geen buil vallen. Te midden van een zwart glimmend, marmeren zuilendecor is het stuk als een klassiek kostuumdrama vormgegeven. Tegenover een prachtige muzikale uitvoering staat een stijve personenregie en een statisch toneelbeeld. Met name de spaarzame belichting - het decor is een grote graftombe - drukt een somber stempel op de voorstelling. De reacties in de pauze verschillen als dag en nacht: mevrouw Willems loopt zichtbaar te genieten, terwijl twee operavrienden volstaan met een misprijzende blik en benadrukken dat het hen vooral om 'een leuk dagje uit’ gaat.
Terug in de bus begint de Fred Lingen Show pas goed. Na hier en daar zijn oor te luisteren te hebben gelegd, verzorgt hij in zijn eentje een 'nazit’. Puntsgewijs worden alle aspecten van de voorstelling onder de loep genomen - de regie en instrumentale en vocale prestaties -, waarbij hij meningen uit de groep afzet tegen zijn eigen inzichten. Lingen windt er geen doekjes om: 'De opmerking dat de voorstelling te zwart was deel ik voor geen meter. Zo is de plot, zo is het Spaanse hof, zo is de Inquisitie. Ik zal u bekennen: Traviata en Rigoletto samen lever ik in voor Don Carlos! En deze uitvoering was prachtig. Chapeau voor alle uitvoerenden!’ Een deel van de bus reageert met applaus. Lingen komt superlatieven tekort: 'Zo mooi als die slotnoot de zaal in werd gespetterd! Godsammme nog-an-toe, excusez le mot, ik dacht: wat een autoriteit, wat een persoonlijkheid, ik ging volledig door de knieen, moet ik u zeggen.’
Stond de heenreis in het teken van geluidsfragmenten, op de weg terug gaat onder het genot van een gekoeld drankje de video aan. Callas die de aria van prinses Eboli zingt, een pas verschenen videoregistratie van Don Carlos met Pavarotti, geregisseerd door Franco Zeffirelli, en tenslotte een fragment van Gre Brouwenstein bij wijze van vooruitblik op het Brouwenstein-gala in september ter ere van haar tachtigste verjaardag, gevolgd door een trits nieuwtjes en bedankjes - tegen de tijd dat de bus om half drie ’s nachts weer op het Stadionplein arriveert, lijkt zelfs Fred Lingen aan het eind van zijn latijn. Bij het verlaten van de bus krijgt iedereen nog de recensies over Don Carlos in handen gedrukt. Voor voor het slapen gaan.