Reportage KwaZulu-Natal

De leeuw de baas

In Zuid-Afrika stemt de bevolking volgende week ook voor nieuw provinciaal bestuur. In KwaZulu-Natal lopen de spanningen als vanouds hoog op. Na tien jaar is het ANC vastbesloten de macht over te nemen van de IFP.

BULWER — Het stadje Bulwer, diep in de provincie KwaZulu-Natal, bestaat uit één straat. Er is een drankhandel, een postkantoor, een kerk en een café. Verder is er niets. Hoog in de lantaarnpalen hangen, zoals overal in Zuid-Afrika, de verkiezingsposters van de grote partijen. Ongeschonden.

Dat was enige jaren geleden wel anders. In dit bolwerk van de Inkatha Freedom Party (IFP) van chief Mangosuthu Buthelezi vlogen de kogels je om de oren. Niet alleen in de nadagen van de apartheid, toen in KwaZulu-Natal bij geweld tussen Inkatha en ANC ten minste twaalfduizend doden vielen, ook nog rondom de eerste democratische verkiezingen in 1994 en in de aanloop naar de verkiezingen van vijf jaar geleden. Aanhangers van andere partijen dan de IFP, vooral het ANC en de United Democratic Movement (UDM), poogden met gevaar voor eigen leven ook in Bulwer campagne te voeren. Maar alleen al het in bezit hebben van een verkiezings affiche kon funest zijn, verhaalt een van de oude mannen in het café. «De chief had ons opgedragen iedere afvallige van de Zulu-natie terecht te wijzen. Daar konden we ons wel in vinden.»

Minder stil en verlaten is het net buiten Bulwer, op de doorgaande weg naar Ixopo. Langs die route ligt het township Gqumeni, waar op het plaatselijke sportveld te midden van enkele lemen hutjes de verkiezingstournee van de IFP is neergestreken. Terwijl de compleet witte campagnestaf uit Durban het podium opbouwt en de geluidsinstallatie test, pruttelt de eerste touringcar het zandpad op. Als de chauffeur de deuren ontgrendelt, rollen de Inkatha-aanhangers het voetbalterrein op. Met speren, stokken, traditionele Zulu-schilden en vlaggen met de verbleekte beeltenis van een jonge Buthelezi hossen ze in de richting van het spreekgestoelte.

Met de komst van de eerste supporters schieten uit alle hoeken en gaten vele tientallen serieus bewapende soldaten en zeker vijftig politieagenten om de mannen op veilige afstand van het podium te houden. Agenten in burger nemen strategische posities in. Voor Gift, die zijn achternaam liever voor zichzelf houdt, is dit inmiddels de vijfde verkiezingsrally die hij namens de regiopolitie moet observeren. Hij rekent vandaag op zo’n vijfduizend IFP-supporters. Vanavond moet hij rapporteren of zich incidenten hebben voorgedaan en of aanhangers van andere partijen zich zonder problemen in de massa konden begeven. Nu al staan er aan de rand van het veld enkele aanhangers van de UDM, zegt Gift. De UDM was in 1998 betrokken bij een uitbarsting van politiek geweld in het even verderop gelegen ANC-stadje Richmond. Maar Gift verwacht nu geen problemen. «Er lijkt me genoeg bewaking op de been», zegt hij met gevoel voor understatement.

Toch raakten op enkele andere plaatsen de gemoederen in de aanloop naar de verkiezingen van 14 april wel ouderwets verhit. Twee ANC-activisten werd het folderen vorige maand onmogelijk gemaakt. Ze overleden kort daarna «onder verdachte omstandig heden», zoals Gift dat noemt. Meer opzien baarde een plaatselijke Zulu-chief die een boodschapper stuurde om president Mbeki (ANC) de toegang tot zijn territoir te ontzeggen. En vice-president Jacob Zuma, lid van het ANC maar als Zulu belangrijk voor evenwichtige etnische betrekkingen, werd bij een pension in Johannesburg tegengehouden door met speren zwaaiende IFP-aanhangers die een uit de hand gelopen opstootje van tien jaar geleden wilden wreken.

In 1994 was het tot een week voor de eerste vrije verkiezingen onzeker of Inkatha zou deelnemen. Tot op het laatste moment traineerde Buthelezi het democratiseringsproces om voor het eens machtige Zulu-koninkrijk, dat tijdens het witte minderheidsregime een soort status aparte kende, het onderste uit de kan te halen. Conform de evengoed pas op de valreep door Inkatha erkende interim-grondwet werd Buthelezi na die verkiezingen onder Mandela een van de vice-presidenten in het kabinet van nationale eenheid. Ondanks een achterstand in de meeste opiniepeilingen behaalde de partij in KwaZulu-Natal de meerderheid en mocht Buthelezi de provinciale premier leveren. Volgens waarnemers accepteerde het ANC deze uitslag al na het tellen van niet meer dan tien procent van de stemmen: om een bloedige strijd te voorkomen werd Buthelezi de provincie vergund. Vijf jaar later prolongeerde de IFP die zege nipt. Maar door de spanningen rondom Richmond had het ANC nog nauwelijks campagne gevoerd.

Chief Buthelezi staat in Gqumeni voor tien uur ’s ochtends op het programma. Maar zoals gebruikelijk bij leiders van zijn statuur heeft hij wat vertraging. Zittend in de brandende zon wachten enkele duizenden mensen geduldig op zijn komst. Eens in het half uur klimt een lokale campagnemedewerker op het podium om de moraal erin te houden. «Amandla», roept hij dan. «Viva IFP, viva!» antwoordt de goegemeente gedwee. Tot halverwege de middag blijft dit ritueel zich herhalen.

Dan draait een zilvergrijze BMW het terrein op. De strijdliederen zwellen aan als de 75-jarige Buthelezi uit de auto stapt en een Mandela-dansje maakt. Hij wordt omringd door dertig tot de tanden gewapende commando’s. Ze zijn wit, zonder uitzondering, en de meeste van hen behoorden vijftien jaar geleden nog tot de special forces van het apartheidsleger.

Na een collectief gebed voor «de leider die God vreest maar de leeuw de baas is», neemt Buthelezi het woord. Urenlang spreekt hij over de missers van het ANC. Vooral het aidsbeleid is inzet van zijn campagne. De campagnestaf verstrekt voor geïnteresseerden die het Zulu niet machtig zijn een A4’tje met een vertaling van enkele belangrijke passages. «Maar», zegt partijwoordvoerder Andrew Smith, «de grote leider wil nog wel eens wat uitweiden over de rest van de wereld.» De menigte hoort de uiteenzetting niettemin ademloos aan. «Een erfenis van de apartheid», meent Smith. «Alleen met dit soort speeches wist je zeker dat de censor niets had tegengehouden. Je kon zo beter op de hoogte blijven dan via de reguliere media.» Na het verhaal van Buthelezi roept de spreekstalmeester een groep jongeren naar voren die van de jeugdliga van het ANC in de afgelopen maand zouden zijn overstapt naar de IFP-jeugd. Ze krijgen gratis T-shirtjes uitgereikt en ontvangen een ferme handdruk van de grote leider. «Meer talent, minder geweld», jubelt een overenthousiaste provinciale minister.

Zijn enthousiasme is wat voorbarig. Het ANC is dit jaar vastbesloten in de afvallige provincie de macht te grijpen. «In 1994 werd Zuid-Afrika vrij, in 2004 zullen eindelijk de mensen van KwaZulu-Natal bevrijd worden», pochte een provinciale ANC-woordvoerder zelfs op de radio. «Het wordt tijd dat de ANC-programma’s voor ontwikkeling ook daar gaan lopen.» Sinds Thabo Mbeki hier in de buurt zijn verkiezingsmanifest lanceerde, zijn alle partijkopstukken al vele malen om de gunst van de kiezer in deze provincie op campagne geweest. Politiek analisten houden er rekening mee dat het ANC in het heetst van de strijd uiteindelijk vice-president Jacob Zuma naar voren zal schuiven als kandidaat-premier voor KwaZulu-Natal. Hij zou de IFP-aspiraties voor 14 april moeten keren.

Mangosuthu Buthelezi loopt niet graag op de zaken vooruit, zegt hij als de campagne bijeenkomst in Gqumeni voorbij is. «Maar het ANC beweerde ook in 1994 en in 1999 dat het in deze provincie zou kunnen winnen. Toch is dat steeds niet gebeurd. De peilingen kunnen wel zeggen dat het ANC de meeste aanhang heeft, maar uiteindelijk hebben wij hier nog nooit een verkiezing verloren», zegt hij. Hoe dat komt? «Wij zijn oppermachtig.»

Verlies van de provincie zou voor de IFP het begin van het einde zijn. De kans dat president Thabo Mbeki na de verkiezingen Buthelezi uitnodigt om andermaal deel uit te maken van het nationale kabinet is door het verbond dat Buthelezi met verschillende oppositiepartijen heeft gesloten nogal klein. Bovendien heeft de IFP-voorman als minister weinig klaargespeeld. Zijn departement van Binnenlandse Zaken staat bekend als het slechtst georganiseerde deel van het overheidsapparaat. Buthelezi nam zijn taak te letterlijk, is een veelgehoorde grap in Zuid-Afrika: hij bleef als minister van Binnenlandse Zaken liefst binnen in huis en liet de zaken voor wat ze waren. Zijn enige daadkrachtige wapenfeit dateert van 1998. Bij ontstentenis van zowel Mandela als vice-president Mbeki besloot de Inkatha-leider als president van dienst zonder enige kabinetsconsultatie buurland Lesotho binnen te vallen om daar een oproer te stoppen. Omdat de operatie volstrekt niet was voorbereid, moesten de soldaten in de straten van hoofdstad Maseru uit hun tanks om bij benzinestations de weg te vragen.

Tot verbazing van iedereen mocht Buthelezi in 1999 niettemin voor een tweede termijn aanschuiven. «De regel uit de interim-grondwet dat iedere partij met meer dan vijf procent van de stemmen deel moest uitmaken van het kabinet, was toen komen te vervallen. Toch wilde Mbeki mij graag in zijn team», glimlacht Buthelezi. «Dat heb ik natuurlijk zeer op prijs gesteld. Dat leek me uiteindelijk ook het beste voor de verzoening in Zuid-Afrika. Ik deed het in ieder geval niet uit eigenbelang, want opportunistische motieven zijn mij vreemd.»

Terug naar het café in Bulwer. De oude mannen zitten aan het eind van de middag nog steeds aan de toog. De verkiezingsrally in het township hebben ze gelaten voor wat die is. Daar zouden hun hagelwitte overhemden en keurige pantalons maar vies van worden. En stemmen doen ze toch wel. Maar een toespraak van Buthelezi hebben ze daar niet voor nodig. Als rechtgeaarde Zulu’s voelen ze zich verplicht IFP te stemmen. «Zeker in deze tijden», begint meneer Myeza. Volgens hem is alles wat in KwaZulu-Natal verkeerd gaat, de schuld van de landspolitiek. «Mandela was nog oké. Die had tenminste de tijd genomen Zulu te leren. Thabo Mbeki praat alleen Xhosa en Engels. Ik heb hem zelfs een keer Afrikaans horen spreken. Maar Zulu, dat nooit. Daarmee maak je je hier niet geliefd. Volgens mij komt het ook daardoor dat het alleen in deze regio van het land zo slecht gaat. Ze zijn niet in ons geïnteresseerd, dat is mijn analyse. Ik moet er dus niet aan denken dat dadelijk het ANC hier ook nog eens de macht krijgt. Dat heeft die partij niet verdiend.» Alom instemmend geknik. «Viva IFP, viva!»