Fotografie

De Leica in de vingers

Fotografie: Raymond Depardon

De Franse fotograaf en filmmaker Raymond Depardon, wiens in-druk wekkende oeuvre de komende maanden te zien is in het Filmmuseum Amsterdam en het Fotografiemuseum in Rotterdam, begon een essay over zijn werk eens met de volgende zin: «In feite, na het fotograferen van strijders, van aardbevingen of prinsessen, heb ik veel foto’s genomen van boeren, want in de wereld als ge heel zijn er een heleboel boeren.» Het illustreert eens te meer dat je een kunstenaar beter niet kunt vragen om te reflecteren op zijn eigen werk, want dan loop je grote kans op ofwel nietsig heden ofwel pseudo-diepzinnige grootspraak.

Toch blijft het een logische aandrang om iemand die iets moois gemaakt heeft te vragen naar het hoe, wat en waarom. Depardon (1942) mocht er vorige week over uitweiden tijdens een persconferentie die de tentoonstellingen in Amsterdam en Rotterdam opende en op het Idfa, waar zijn films ook worden vertoond. Hij legde er uit hoe hij als gesloten, verlegen plattelandsjongen in het mondaine Parijs enkel zijn camera liet spreken, tot hij gaandeweg leerde om zich mondeling uit te drukken. «En kijk me nu eens», grapte hij op de persconferentie over zijn soms schier oneindige, rappe woordenstroom. In zekere zin is de omslag jammer, want Depardons werk behoeft eigenlijk weinig of geen uitleg, en wordt er ook niet sterker van. Meer dan zijn verhandelingen over een zoektocht naar een universele waarheid zei Depardon eigenlijk één zin waarmee hij tijdens de persconferentie overmatig gereflecteer op zijn werk afkapte: «Ik was er gewoon, en ik drukte af.» Hoe simpel dat ook klinkt, dit zijn wel de twee belangrijkste kwaliteiten die een fotograaf of documentairemaker moet hebben: op de juiste plaats zijn, en afdrukken met het juiste gevoel voor compositie en inhoud.

In zijn documentaires werkt Depardon met een simpel recept: hij zoekt maatschappelijk interessante onderwerpen, zoals een politiestation in centraal Parijs of een psychiatrisch hospitaal in Venetië, en blijft dan filmen en kijken, ook als er ogenschijnlijk maar weinig opmerkelijks ge beurt. Door vele alledaagse scènes zonder commentaar achter elkaar te plaatsen, doet hij genuanceerde en diepgravende portretten van mensen en uithoeken van de samenleving ontstaan. Dat betekent niet dat hij lukraak wat scènes achter elkaar zet: uiteindelijk selecteert hij een reeks fragmenten uit vaak honderden uren film. Ook in zijn fotografie is Depardon een veelschieter, die achteraf scherp selecteert. Het is eigen aan zijn oorspronkelijke beroep van fotojournalist, waarmee hij vanaf zijn achttiende zijn brood verdiende. Hij werd toen naar Algerije gestuurd om de Onafhankelijkheidsoorlog te verslaan. Toen hij terugkwam bleef hij in het vak en richtte in 1967 met een collega het fotoagentschap Gamma op. Hij zou naar zijn eerste onderwerp blijven terugkeren met fotoreportages over de oorlogen in Libanon en Afghanistan, en met documentaires, fotoboeken en zelfs speelfilms over de Sahara, die hij per motorfiets en terreinwagen doorkruiste.

Twee zaken vallen op aan Depardons foto’s. Ten eerste de veelzijdigheid ervan: hij lijkt met portretten en stillevens even mak kelijk uit de voeten te kunnen als met oorlogsverslaggeving of landschapsfoto’s, en hij lijkt even makkelijk bijzondere beelden te kunnen maken in nauwelijks bezochte uithoeken van Afrika als op Manhattan. Ten tweede heeft hij als geen ander de magie van de Leica in de vingers. De hoekige, welhaast onverwoestbare camera met zijn vlijmscherpe contrasten is Depardons afstandelijke blik en ruime kadering met vele rechte lijnen daarbinnen op het lijf geschreven. Hij fotografeert nogal eens desolate landschappen met eenzame mensen erin, en in het felle zwart-wit verkrijgen die foto’s extra hardheid en eenzaamheid. De kleurenfoto’s die hij de afgelopen jaren maakte zijn direct minder sterk.

Depardon maakte in zijn carrière bijna dertig films en evenveel fotoboeken. De gecombineerde tentoonstellingen en filmvertoningen in Nederland, in twee musea en op twee festivals (ook het Filmfestival Rotterdam doet mee) halen dat aspect mooi naar voren: Depardon maakte niet alleen heel mooi werk, maar vooral ook heel erg veel. En hij is nog lang niet klaar.