De leider wil zijn macht

Het is een opmerkelijke paradox in het huidige politieke klimaat. De roep om meer democratie is groot. Maar zodra de leider is gekozen, zie d66, wil hij zijn macht.

Lousewies van der Laan, fractievoorzitter van d66, zal zich de laatste weken toch af en toe de haren uit het hoofd hebben willen trekken over het niet bij haar karakter passende gebaar dat ze in 2003 maakte. Ze was bij de verkiezingen van dat jaar als nieuweling in de binnenlandse politiek pats boem op de tweede plaats op de lijst gekomen en had een gigantisch aantal voorkeurstemmen in de wacht weten te slepen, meer dan de al langer in de Tweede Kamer zittende Boris Dittrich. Maar toen lijsttrekker Thom de Graaf wegens de tegenvallende verkiezingsuitslag besloot terug te treden als politiek leider deed ze geen gooi naar het fractievoorzitterschap. Dat was bijzonder voor de vrouw over wie oud-minister Laurens-Jan Brinkhorst eens heeft gezegd dat haar meest opvallende eigenschap gebrek aan existentiële onzekerheid is. Toch wilde Van der Laan toen eerst zien of het zou klikken tussen haar en Den Haag. Waardoor Dittrich fractievoorzitter werd.

Misschien was alles anders gelopen als Van der Laan drie jaar geleden haar kans had gegrepen en langere tijd als fractievoorzitter en politiek leider had kunnen oefenen, maar zo is het niet gegaan en nu heeft ze besloten zich niet opnieuw kandidaat te stellen voor de Tweede Kamer. Niet omdat het niet klikt tussen haar en Den Haag, maar omdat het niet klikt tussen haar en haar voormalige opponent in de strijd om het lijsttrekkerschap, Alexander Pechtold. Winnaar Pechtold heeft geen enkele poging gedaan Van der Laan voor de Tweede Kamer te behouden. Alleen op het verkiezingscongres eind juni vroeg hij haar te blijven, maar dat was toen blijkbaar evenzeer voor de bühne als haar antwoord dat zij hem natuurlijk zou steunen.

Bij d66 komt er dus geen tandem van twee voormalige opponenten, zoals bij de vvd. Daar nodigde lijsttrekker Mark Rutte tegenkandidaat Rita Verdonk al uit bij hem achter op de fiets te springen toen zijn aanhang de vreugdetranen over het verlies van Verdonk nog moest drogen. Die uitnodiging van Rutte was geen beleefdheidsfrase, maar gemeend. Niet uit altruïsme, maar uit welbegrepen eigenbelang omdat hij Verdonk echt liever achter op de eigen tandem heeft dan als opponent bij een nieuwe, rechts van de vvd opererende partij. Het is overigens aan de vvd-leden of Verdonk daadwerkelijk op die tweede plaats op de lijst komt te staan. Als straks de voorlopige verkiezingslijst er is, kunnen alle leden met de kandidaten gaan «slepen» en mogelijk wordt ook Verdonk dan nog versleept.

Zo hebben de twee interne lijsttrekkersverkiezingen van wat toen nog twee regeringspartijen waren één groot verschil in uitkomst: de positie van de verliezer. De een blijft, de ander vertrekt. Toen Alexander Pechtold vooraf aankondigde alleen voor de eerste plaats te gaan en niet lager op de d66-verkiezingslijst te willen, werd hij daarom gehoond. Nu Lousewies van der Laan doet wat hij gedaan zou hebben terwijl zij vooraf anders beweerde, is er vooral begrip.

Het is tekenend voor het meten met verschillende maten. Toch wist Van der Laan toen ze zich kandidaat stelde al dat zij en Pechtold over wezenlijke zaken, zoals het politiek manoeuvreren rondom Uruzgan en het belang van bestuurlijke vernieuwing, totaal verschillend denken en had zij ook al geruimde tijd de kans gehad te kijken of het klikt tussen haar en Pechtold. Eén ding was toen echter anders: ze had het kabinet nog niet laten vallen en van Pechtold nog geen ambteloos burger gemaakt.

Naast het verschil in de manier van omgaan met de verliezer is er echter ook een overeenkomst tussen de twee partijen, die beide zo trots zijn op hun interne democratie. Nu de leden hebben gesproken, willen de nieuwe leiders de lijntjes aantrekken. Zowel Rutte als Pechtold is voorstander van een strakke «regie». Volgens Van der Laan neemt Pechtold zelfs Jan Marijnissen van de sp als voorbeeld: hij bepaalt de politieke koers.

Met de twee zetels waarop d66 in de opiniepeilingen staat, kan lacherig worden gedaan over een politiek leider die zegt de touwtjes stevig in handen te willen nemen. Maar het is een trend in Den Haag. Ook bij pvda en cda is de regie strak. Bij de pvda klagen sommige kamerleden over hun partijleider Wouter Bos, eveneens door de leden gekozen na interne verkiezingen, al was dat al in 2002. Bos laat zich alleen wat gelegen liggen aan een select groepje mensen, kamerleden en niet-kamerleden, dat hij om zich heen heeft verzameld. De rest heeft niet veel in te brengen. Bij de cda-fractie is het niet anders. Er zijn cda-kamerleden die niet frank en vrij met journalisten durven te praten en van dissidenten is daar al in geen tijden meer sprake. Burgemeester Gerd Leers van Maastricht heeft dit klimaat onlangs als «Befehl ist Befehl» gehekeld.

Het is een opmerkelijke paradox in het huidige politieke klimaat. De roep om meer democratie is groot. Het aantal keren dat wordt gezegd dat er beter naar de kiezer moet worden geluisterd is niet te tellen. d66 wordt op het terrein van de bestuurlijke vernieuwing als het ware overbodig gemaakt door veranderingen in het denken daarover bij onder meer vvd en pvda. Het is voor het eerst dat heel Nederland heeft meegekeken naar de interne, democratische lijsttrekkersstrijd bij twee regeringspartijen. Maar vervolgens lijkt het wel of de politiek zo veel democratie niet echt aankan. Zodra de stembussen dichtgaan, wil de leider zijn macht.