De les van Isis

Misschien een half jaar geleden speelde Isis, de islamitische beweging die een eigen kalifaat wil uitroepen met de sharia als wetgeving, in onze publieke opinie geen enkele rol. Het is pas goed begonnen toen ze in Irak de steden Mosoel en Tikrit veroverden.

Daarna is het langzaam tot het Westen doorgedrongen met welke genadeloze wreedheid ze hun tegenstanders, alle niet-gelovigen, behandelen. En intussen ging hun opmars verder. Dat is nu in het algemeen rumoer over hun succes aan onze aandacht ontsnapt. Toen hebben we geen oog voor hun fanatisme gehad. We hebben ons door hun opmars laten verrassen.

Sinds afgelopen week, toen ze hun aanval openden op de Koerdische godsdienstige sekte van de Jezidi’s, is het wereldnieuws. We hebben hier te maken met een van de fanatiekste vijanden van de westerse beschaving. Er zijn onthoofdingen, handen worden afgehakt, vrouwen zijn vogelvrij, kinderen worden gedwongen met een afgehakt hoofd naast zich op een paal te poseren. Aan de kant van de Jezidi’s zijn intussen meer dan vijfhonderd doden gevallen. Hoe het komt is een raadsel maar de invloed van Isis is zelfs doorgedrongen tot Den Haag, waar hun aanhang bij een betoging slaags is geraakt met geestverwanten van de tegenstanders.

Scheldpartijen en schermutselingen ter plaatse en in de sociale media waren het gevolg. Veel mensen vragen zich af ‘waarom het Westen niets doet’. Niets is wat te sterk uitgedrukt. De Amerikanen hebben intussen vier luchtaanvallen uitgevoerd en de Britten en Fransen bereiden zich voor. Dat is waarschijnlijk nog maar het begin. Maar een ingreep met luchtlandingen? Dat is voorlopig nog niet waarschijnlijk. De voornaamste oorzaak daarvan is dat de Amerikanen massaal zouden weigeren slachtoffer te worden van een volgend militair conflict in het Midden-Oosten.

Hoe meer we ons inspannen, hoe verder het einddoel uit zicht raakt

Daarvoor hebben ze een aantal goede redenen. Door de oorlog die in 2003 door president George W. Bush is begonnen hebben volgens de laagste schattingen 655.000 Irakezen en 4.469 Amerikanen het leven verloren. De kosten worden geschat op 320 miljard dollar. Deze oorlog is door Amerika niet gewonnen. Irak is achtergebleven als een failed state, geen staatkundige eenheid maar een conglomeraat in permanente chaos. En nu, terwijl het lot van de Jezidi’s op het spel staat, terwijl er een ongekende massamoord dreigt, ontwikkelt zich in Bagdad een andere crisis.

Premier Noeri al-Maliki is nooit een geslaagd staatsman geweest, maar hij heeft zich wel handig tegen zijn tegenstanders weten te verweren. Nu dient zich een geloofwaardige concurrent aan: Haider al-Abadi, lid van Maliki’s sjiitische Dawa-partij. In een dramatische televisieuitzending heeft hij met actie gedreigd als zijn kandidatuur niet wordt erkend. In Bagdad stonden de tanks klaar om eventuele onlusten te bedwingen. Terwijl deze crisis dieper wordt wankelt premier Maliki, en een geloofwaardige opvolger heeft zich nog niet aangediend. Wat zou het Westen doen als in Irak de volgende burgeroorlog uitbrak? Bombarderen zoals de Amerikanen dat in Libië hebben gedaan en dat nu ten behoeve van de Jezidi’s? Of praktisch niets zoals in Syrië? Boze optochten in Den Haag houden?

In The International New York Times van 12 augustus staat een interessant bericht. In 2004 hebben de Amerikanen in Falluja een man gearresteerd, een ‘straatboef’ volgens het Pentagon, die nu de leider van Isis blijkt te zijn. Ibrahim Awad al-Badry was toen zijn naam. Hij heeft vijf jaar in Amerikaanse interneringskampen doorgebracht. Zijn hele carrière is gevormd door de Amerikaanse inval in Irak. Nu heet hij Aboe Bakr al-Baghdadi. Hij is een ongeneeslijke doodsvijand van het Westen geworden, volgens het hoofd van de Irak-deskundigen van het State Department ‘erger dan al-Qaeda’.

Dat is een gruwelijke diagnose. Nogmaals, in het Westen beschouwen we ‘de moslims’ meer en meer als onze doodsvijanden en vooral sinds de verwoesting van de Twin Towers handelen we naar deze overtuiging. Maar intussen hebben we twee oorlogen gevoerd, in Afghanistan en Irak, die we niet gewonnen of verloren hebben. De tegenstander is niet verslagen, maar als we hem naar de daden en het doel van Isis beoordelen optimistischer dan ooit. Niets minder dan een wereldkalifaat. Dat dit een waandenkbeeld is hoeft geen betoog. Maar hoe zijn die gelovigen zo ver gekomen? Dat weten we niet. Dit betekent dat onze strategie een verschrikkelijk mankement heeft. Hoe meer we ons inspannen, hoe verder het einddoel – het definitief verslaan van de tegenstander – uit het zicht raakt. Wordt het niet tijd dat we om te beginnen over een andere strategie gaan nadenken? Isis is daartoe de jongste aansporing.