De Letteren gaan de straat op! (en hoe)

Nadat eerst NRC Handelsblad-recensent Arnold Heumakers onderuit was gegaan omdat hij het gedurfd had Het diner van Herman Koch alsnog negatief te recenseren (eerste vraag van gastheer Matthijs van Nieuwkerk: ‘Waarom dacht jij: 125.000 mensen hebben dat boek gelezen, ik ga het eens lekker voor ze verpesten?’), zaten vandaag Connie Palmen en Saskia Noort tegenover elkaar. Deel twee van het literaire debat van De wereld draait door.

Op het Boekenbal had Connie Palmen op camera gezegd dat ze schrijvers als Saskia Noort, Kluun en Heleen van Royen maar nietsnutten vindt. Het fragment wordt getoond en daarna schakelen we terug naar de Vara-studio, waar Connie Palmen met quasi-schaamrood op haar kaken zit, en zegt dat ze dat niet had moeten zeggen. Dat was niet netjes.

Saskia Noort stelt dat op prijs.

Matthijs van Nieuwkerk wil weten of ze dit nog steeds vindt, waarop Palmen uitlegt dat het er niet toe doet; schrijvers als Kluun en Noort trekken de Nederlandse literatuur niet in het slop, ze horen er helemaal niet bij. Hun boeken hebben simpelweg niets met literatuur te maken.

Saskia Noort – wat is ze innemend (en lekker bruin!) – cijfert zichzelf weg. Connie Palmen is altijd een voorbeeld voor haar geweest en nee, ze heeft nog nooit ergens gezegd dat wat zij schrijft literatuur is.

Waarom staat er dan ‘literaire thriller’ op haar romans?

Nou ja, zegt Noort, dat wil vooral haar uitgever, om duidelijk te maken dat haar boeken weliswaar thrillers zijn, maar geen whodunnit’s of boeken vol complottheorieën.

Wat maakt literatuur literatuur, vraagt Van Nieuwkerk.

Palmen komt met een mooie uiteenzetting: literatuur is een kunstvorm, ze ontstijgt clichés. Ze brengt vorm, ideeën, stijl, personages, plot op een manier die elk cliché overstijgt. En daarom zijn de boeken van Saskia Noort en Kluun geen literatuur.

En dan gaat het mis. Aan tafel zit, als co-gastheer, de altijd narrige voetbalcommentator/BN’er Hugo Borst. Hij valt Palmen aan: en jij gaat zeggen dat IM wél echte literatuur is? Twee mensen die in hun broek poepen als ze elkaar voor het eerst ontmoeten? En dan die vreselijke Gerrit Komrij, die zich ook negatief heeft uitgelaten over de Kluuns van deze wereld? Niemand kent zijn romans, toch? Iedereen kent hem alleen van tv.

Borst gaat nog even verder door te zeggen hoe slecht Komrij wel niet schrijft, en hoe weinig ook, er verschijnen maar heel af en toe prozabundels van hem. Komrij en Palmen zijn gewoon jaloers op de verkoopsuccessen van Kluun en Noort en hun klonen. (Ideetje: kun je dat gefrustreerde jaloezie-argument ook omkeren? Zijn schrijvers van ‘Hoge literatuur’ jaloers op schrijvers van ‘Lage literatuur’ omdat die beter verkopen? Of zijn schrijvers van Lage literatuur gefrustreerd dat ze zelf geen Hoge kunnen schrijven? Dus niet ‘If you’re so smart, why aren’t you rich?’, maar ‘If you’re so rich, why aren’t you smart?’ Komt Hugo Borsts frustratie ook niet voort uit het feit dat hij Komrij’s en Palmens proza misschien wel niet zo goed begrijpt?)

In de kakofonie die volgt, terwijl Palmen, Borst en Noort door elkaar heen praten en Matthijs van Nieuwkerk het programma probeert af te kondigen, vraag ik me één ding af: zou Thomas Vaessens zitten kijken?

De naam van de hoogleraar letterkunde werd in het voorbijgaan één keer genoemd – Connie Palmen zei het vreselijk te vinden dat een hoogleraar Nederlandse letterkunde van literatuur lectuur wilt maken, dat hij totale versimpeling bepleit. In zijn veel bediscussieerde boek De revanche van de roman pleit Vaessens voor literatuur die geëngageerd is met de actualiteit, literatuur die niet behouden blijft voor de literatoren, maar contact zoekt met de doorsnee burger. Hij roemt Joost Zwagerman, die lekker veel bij programma’s als De wereld draait door aanschuift en niet elitair doet over literatuur.

Als hij dit gezien zou hebben, zou hij dan nog steeds pleiten voor Letteren die de straat op gaan? Want dit is hun onthaal. Literatuur die ‘de Republiek der Letteren uit gaat, de wereld in’, komt niet per se terecht in een wereld bevolkt door mensen die eventueel hun voordeel doen met de boeken, om hun wereldbeeld te vormen – ze komt ook terecht bij de Hugo Borsten. Het type jongens en meisjes die altijd door de les Nederlands heen aan het schreeuwen waren, omdat ze gewoonweg te ongeïnteresseerd/ te slecht gefocust/ te kinderachtig/ te dom waren om een fatsoenlijk cijfer te halen. In de weg die Vaessens bepleit komen dit soort boekenhaters op een zetel.

Graag deel drie in het Literatuurdebat bij DWDD: Thomas Vaessens die aan Hugo Borst uitlegt waarom romans belangrijk zijn. Uitdaginkje.