Hoofdcommentaar: Omroepbestel

De leugen van het omroepbestel

In Hilversum is het een komen en gaan van mannen met schepjes. Ze zijn bezig loopgraven te spitten. Die loopgraven zijn nodig om het bestel in Hilversum te verdedigen tegen de vijand: de rijksoverheid uit Den Haag, die de organisatiegoeroes van McKinsey uit Amsterdam als verkenners vooruit heeft gestuurd.

Wat is er aan de hand? Het kabinet wil tachtig miljoen euro korten. De publieke omroep moet ruim tien procent bezuinigen en vreest daarom voor zijn leven. De eerste doelwitten van het kapmes zijn vorige week onthuld. Alle hulptroepen worden ingezet voor het beeld van David versus Goliath.

De actie is daarom begonnen met het zwakste punt in het advies van McKinsey: de Wereldomroep. De consultants vertoeven — wanneer ze tenminste niet op survivaltocht zijn voor de teambuilding — meestal in hotels met airco en internetaansluiting. Dat er mensen zijn die vrij nieuws niet via een mediaplayer kunnen volgen maar met een radio moeten beluisteren, is voor hen een vorm van protohistorie. Vervolgens kwamen vijf omroeporkesten (inclusief koor) — volgens McKinsey kunnen er twee of drie worden opgeheven — aan de beurt. Ook zo’n makkelijk nummertje van de adviseurs uit Amsterdam. De weerloze waarde der cultuur verdient hulp.

Over de mogelijke opheffing van de radiozender 747AM en nauwere samenwerking tussen Nova, Twee Vandaag en Netwerk werd slechts geprutteld. Dat is jammer. Want in die drie achter-het-nieuwsrubrieken verschuilt zich het probleem. Nederland heeft namelijk helemaal geen duaal bestel, zoals abusievelijk wordt aangenomen. Nederland zit opgescheept met een triadisch bestel met niet twee maar drie categorieën zenders die hun onderlinge grenzen bij voorkeur boterzacht houden.

De commerciële omroepen zijn inderdaad commercieel. Wie te weinig verdient, gaat failliet. Toen bleek dat er weinig behoefte was aan «eindelijk weer iets fatsoenlijks op de televisie» was het gedaan met Veronica. De markt is hard maar rechtvaardig en soms zelfs esthetisch.

Haaks daarop staat de Nederlandse Omroep Stichting. De NOS vertegenwoordigt in haar eentje de publieke omroep in zijn pure gedaante. Al blijft het de vraag wat voetbal, wielrennen en tennis er te zoeken hebben. De sportbonden voor korfbal of turnen hebben meer behoefte aan publieke ondersteuning dan de UEFA, ICU en ATP. Met een beetje goede wil kunnen de Nederlandse Programma Stichting (NPS), de Radio Volksuniversiteit (RVU) en Teleac/Nederlandse Onderwijs Televisie ook tot deze categorie worden gerekend. De meeste van deze publieken leggen op hun manier rekenschap en verantwoording af.

Maar het draait allemaal om de tussenvorm: AVRO, BNN, EO, IKON, KRO, NCRV, TROS, VARA en VPRO. Deze opsomming is niet compleet. De boeddhistische BOS en andere zendgemachtigden laten we voor het gemak even buiten beschouwing. Deze omroepen hebben twee dingen gemeen: ze drijven niet alleen op de goedgevigheid van hun leden maar houden ook hun hand op bij de gemeenschap die zich niet als lid heeft laten registreren. En ze verantwoorden hun bestedingspatroon zoveel mogelijk intern.

De meeste omroepen open baren hun jaarverslag niet voor het brede publiek. De zendgemachtigden die dat wél doen, presenteren vooral hun kijksuccessen. Voor ordinaire cijfers links en rechts in de boekhouding kan men er niet terecht. Ze gedragen zich als quasi-openbare media (qom).

Het bestaan van de qom is de erfenis van het tempo doeloe der verzuiling, die onder leiding van voormalig Vara-voorzitter Marcel van Dam met harde hand wordt beheerd. Vandaar die curieuze nieuwscombinaties van avro, kro en NCRV in Netwerk, TROS en EO in Twee Vandaag en VARA plus NPS respectievelijk NOS in Nova/Den Haag Vandaag.

Zo’n hybride structuur moet natuurlijk worden bestuurd. Honderdtwintig prettig betaalde managers houden zich daarmee op het hoogste niveau thans bezig. Volgens McKinsey kunnen er maximaal tachtig naar de uitgang worden begeleid. Het beste idee van het adviesbureau. Maar zal dat lukken?

Ere wie eer toekomt. De quasi-publieke omroepen zagen dit onheil vanaf 1998 al aankomen. Tot het tweede paarse kabinet-Kok hadden AVRO, VARA, KRO cum suis hun schaapjes op het droge. Elk gezin met een wit televisietoestel in huis betaalde een omroepbijdrage. In 1998 kwam staatssecretaris Van der Ploeg. Voor de poorten van de hel sleepte hij een beleidswijziging weg: de inning van kijk- en luistergeld werd gefiscaliseerd, kortom, gedemocratiseerd. De woede der bestuurders was groot. Hun argumenten waren klein.

Moeten we Van der Ploeg daarvoor dankbaar zijn? Ja, omdat hij de qom heeft ingepeperd dat hun quasi-openbare vrijheid een prijs heeft. Nee, omdat hij halverwege is blijven steken. Zijn huidige opvolger Medy van der Laan kan het scenario voor de komende jaren dus tot achter de komma uit tekenen. Want wat gaan de quasi-publieke omroepen doen?

Ze gaan een beetje synergetisch doen om de zaak zelf te verduisteren. Anders gezegd: wat meer samenwerking tussen omroepen en wat meer integratie van radio en televisie. Het fiasco van de publieke berichtgeving over de oorlog in Irak, waar elke zendgemachtigde een eigen anchorman of tenminste stand up wilde hebben, biedt geen andere keus. De keerzijde is wel dat er nog meer coördinatie, regie, overheid en dus bestuur nodig is.

Het kabinet-Balkenende zal zich daarbij neerleggen. Helaas. Een waarlijk publieke omroep met hooguit twee kanalen zal wederom minstens vier jaar op zich laten wachten.