De leuke-ideetjesgeneratie

De generatie van de jaren zestig wilde de verbeelding aan de macht. Ze heeft haar zin gekregen. Onder ambtenaren en beleidsmakers viert de creativiteit hoogtij. Een nieuw hoogtepunt zijn de plannen van de sociale dienst in Haren. De dienst wil alleenstaande uitkeringsgerechtigden financieel ondersteunen bij het vinden van een partner door tot duizend gulden bij te dragen in de kosten van relatiebemiddeling. Wethouder Fijke Liemburg benadrukte dat het plan absoluut niet bedoeld was om te bezuinigen. Zelfs als er een relatie zou opbloeien en het jonge stel bij elkaar zou intrekken, zouden de betrokkenen drie tot vier maanden de uitkering mogen behouden.

Nu is Haren een klein dorp. Men kent er de minima bijna allemaal bij naam en toenaam. En het plan is ontstaan omdat eenzame dertigers daar expliciet om hebben gevraagd. Maar je ziet de slimme ambtenaren uit andere steden al aan het rekenen slaan. Als een van de twintig bijstandtrekkers die van zo'n regeling gebruikmaken op deze manier een partner opduikelt die hem of haar kan onderhouden, verdient de gemeente die twintigduizend gulden binnen één jaar weer terug. En zelfs als er iets moois opbloeit tussen twee minima levert dat nog een aanzienlijke besparing op. Zulke plannen zijn natuurlijk voer voor satirici. Ik zie Van Kooten al als een ECI-verkoper langs de deuren gaan om bevallige bijstandsmoeders aan de man te brengen. Of een vergadering van de heren van Jiskefet waarbij zij als moderne adviseurs van de sociale dienst discussiëren over de goedkoopste manier om mensen verliefd te laten worden. Is relatiebemiddeling wel het juiste beleidsinstrument? Zou een geheel verzorgde vakantie of een cursus salsa dan wel stijldansen de kosten-batenanalyse niet beter doorstaan? Of moeten we koersen op een datingshow met Robert Ten Brink: ‘All you need is… to get off the dole’? En toch is deze aanpak mij sympathieker dan een leger frauderechercheurs in regenjassen die tandenborstels tellen van stiekem hokkende bijstandsgerechtigden. Ik heb liever een macht die wenselijk gedrag beloont dan een die onwenselijk gedrag straft. Veel overheidsdiensten delen deze voorkeur. En juist daarom is het bedenken van positieve aanlokkelijke plannen een ware sport geworden. Of het nu gaat om de terugkeer van asielzoekers, het aan het werk helpen van werklozen of de leefbaarheid van de wijk, de creatieve initiatieven zijn ontelbaar. Er is zelfs een heel circus ontstaan met vergelijkingen van 'best practices’ (want als het goed is moet het in het Engels). De alles-moet-andersgeneratie is definitief vervangen door de leuke-ideetjesgeneratie. Het ene plan is nog doller dan het andere. Toezicht houden op deze overdaad aan creativiteit is lastig. De politiek verantwoordelijken in Den Haag hebben geen idee wat de slimme jongens in den lande bedenken. Maar ook goede ideetjes kunnen verkeerd uitpakken. De vraag is hoe je controle organiseert zonder de inventiviteit van de lagere overheden te beknotten? De antwoorden op deze vraag missen helaas de frisse wervingskracht van de goede-ideetjesgeneratie. Dan duiken ouderwetse woorden op als zeggenschap van de betrokkenen, klachtenreglementen en openbaarheid. Nu de verbeelding aan de macht is, zijn kritische geesten gedoemd zich te richten op saaie zaken als het afbakenen van verantwoordelijkheden, het formuleren van aansprakelijkheden en het bedenken van nieuwe controle-instrumenten. Maar die saaiheid is nodig, bijvoorbeeld voor alleenstaande bijstandtrekkers die helemaal geen partner willen.