In de met systeemplafonds beklede tempel die het tijdelijke Tweede-Kamergebouw heet, heeft de vvd als grootste partij de langste gang. En ergens halverwege die kronkelende route is een pleintje ontstaan waar een buste van oprichter Pieter Oud staat. Rondom het beeldje komen de deuren uit van een handvol sleutelfiguren van de partij. Sophie Hermans houdt er als fractievoorzitter kantoor, net als Thierry Aartsen die campagneleider was bij de laatste verkiezingen. Zijn deur wordt geflankeerd door twee gigantische vlaggenstokken waar de rood-witte Brabantse vlag en de oranje-blauwe vvd-vlag aan hangen. Wie ook zijn kantoor heeft in het hart van de partij is Kees Berghuis, spindoctor van de partij. Hij is eigenaar van de meest snedige entree: voor zijn werkkamer staat een papierversnipperaar, een shredder, met daarboven een briefje waar in kapitalen op staat: ‘KEES BERGHUIS IDEEËNBUS’.

Een kantoorgrapje van Thierry Aartsen. En intentioneel of niet, het is een aardige metafoor voor de partij die er een sport van heeft gemaakt om zich te spiegelen aan het zelfbeeld van Nederland. Toen de gele hesjes demonstreerden en Mark Rutte zei: ‘We hebben allemaal een geel hesje aan’, hing er bij Berghuis wekenlang zo’n fluorescerend ding over zijn bureaustoel. Toen Rutte het land vergeleek met een ‘broos vaasje’, zette de hoofdvoorlichter zo’n vaasje op zijn bureau. Nu staat er dus die lege ideeënbus.

Wie een rondgang maakt langs vvd’ers op belangrijke posities en vraagt waar de ideeën en overtuigingen vandaan komen, krijgt antwoorden variërend van een schouderophalend gebaar of een stevige lach. ‘Waar onze ideeën op dit moment vandaan komen?’ zegt een partijroutinier proestend van het lachen. ‘Wil jij even stoppen met passief-agressieve vragen stellen?’ Maar op tal van plekken in de partij klinken ook zorgen, ook binnen de partijtop. Na twaalf jaar Nederland geregeerd te hebben is de partij ‘leeg’, zegt een ingewijde. De vraag die nu rest is: wat vinden wij nog? Wie zijn wij?

‘Help, ik ben VVD’er!’ staat in grote letters in Het oranje boekje dat tijdens het laatste partijcongres in Rotterdam werd uitgedeeld aan alle bezoekers. Daarin valt te lezen ‘waar we voor staan’ en ‘waar we naartoe willen’. ‘Dit almanakje kan je helpen om dat verhaal te vertellen, als een soort eerste hulp bij politieke aanvallen op de gemiddelde verjaardag of bij het koffiezetapparaat op het werk.’ De verwijzing naar Het rode boekje van Mao is een knipoog van een partij die wars is van dogma’s en zware principes. Toch is het volgens betrokkenen bij het boekje een reactie op de klacht dat de partij te weinig vindt – dat wordt nu verteld ‘met een nietje erdoor’.

Jarenlang had de vvd een winnende strategie door heel precies dat te spiegelen wat Nederland is, voelt of denkt te zijn. Althans, dat was de constante zoektocht: een dans met het Nederlandse zelfbeeld. Als je na de verkiezingen aan campagneleider Aartsen vroeg waar de ideeën vandaan kwamen, antwoordde hij onomwonden: ‘De kringverjaardag. Gewoon zitten en goed luisteren.’ Met trots kon je vvd’ers horen opscheppen hoe zij het cdu waren zoals die in Duitsland onder Angela Merkel zestien jaar lang bestond: een volkspartij die deinend op de golven van de meerderheidsopvattingen de macht in handen had en hield.

Verjaardagen zijn een thema voor vvd’ers. Je hoort het vaker uit hun mond. ‘Wij luisteren niet alleen naar de kringverjaardag’, zeggen er twee met hoge posities binnen de partij. ‘Wij zijn de kringverjaardag.’

Maar wie te lang spiegelt loopt het risico het zicht te verliezen op wie je zelf bent. ‘Onze partij peilt eigenlijk doorlopend de temperatuur in het midden. Zij is constant op zoek naar wat de consensus is in dit land. Maar dan leid je nooit, dan volg je alleen nog maar’, zegt Mark Thiessen. De voormalige partijstrateeg spreekt vrijer sinds hij ‘gewoon lid’ is en een eigen campagnebureau leidt. Maar hij vindt nog altijd een luisterend oor bij tal van partijbestuurders. ‘Mijn advies aan Sophie, Thierry en Mark is: stop met al dat meten! Stop gewoon met die peilingen. Iedere partij moet zo nu en dan kiezersonderzoek doen, maar bij de vvd gebeurt het zoveel en zit het inmiddels in de weg.’ Een Kamerlid zegt iets soortgelijks: ‘Thierry Aartsen volgt nauwgezet wat Nederland vindt. Die manier van denken mag nooit een dictaat worden. Net als dat het zijn van de grootste partij geen doel op zich mag zijn.’

De nieuw aangetreden partijvoorzitter werd verkozen met die belofte. Eric Wetzels versloeg de voorkeurskandidaat van de partijtop met een campagne waarin hij opriep het debat en de ideeën weer terug te brengen. ‘Als je niets doet dan blijf je volgen, dan krijg je go with the flow. Ik denk dat je daarvoor moet oppassen. Want dadelijk weten mensen niet meer waar je voor staat’, legt Wetzels uit in zijn partijkantoor. ‘Hoe vinden wij dat Nederland er over vijf, tien of vijftien jaar uit moet zien? Wij hebben daar ideeën over, maar debat binnen de partij is nodig om die stroom op gang te houden. Antwoorden komen niet zomaar uit de lucht vallen.’

De eerste tekenen van zo’n gezamenlijke zoektocht kon je zien tijdens het laatste vvd-congres in de Rotterdamse Van Nelle Fabriek. Er waren minstens veertienhonderd partijleden uit heel het land komen opdraven voor een urenlang groepsgesprek. ‘Volgens mij kunnen we met z’n allen concluderen dat we een partij zijn rechts van het midden, maar de vraag die we nog moeten beantwoorden is: hoe liberaal zijn we nog? Volgens mij laten liberalen geen kinderen in het gras liggen’, zei Claire Martens, vvd-leider in Amsterdam. Daar tegenover stonden zelfbenoemd ‘klassiek-liberalen’ die vooral teleurgesteld waren. ‘Wij zijn nu twaalf jaar de grootste en ik vraag mij heel erg af: welke stenen in de rivier hebben wij kunnen verleggen?’ wilde een lid uit Den Haag weten. ‘Welke fundamentele koerswijziging hebben wij dit land mee kunnen geven? Kijk naar migratie. Fundamenteel die instroom stoppen is ons niet gelukt. Wat is nog onze raison d’être?’

Een clubje jovd’ers, de jongerentak van de partij, had een dag daarvoor in de Volkskrant kritiek geuit op de partij. Ze pleitten voor hogere belastingen voor vermogenden en kansengelijkheid. In de gangen van de congreshal werden ze aangesproken door oudere leden. ‘Eerst pleiten jullie voor zwaardere erfbelasting en nu dragen jullie ook nog sneakers onder je pak’, kreeg bestuurslid Bram van Bon te horen. Hij en zijn mede-jovd’ers omhelsden dat als geuzennaam. ‘Wij spreken nu over sneakerliberalen en over carnavalsliberalen. Rutte wil die kanten heel graag blijven bundelen, maar de vvd móet kiezen. Worden we echt liberaal of blijven we die heel brede volkspartij? In dat tweede geval moet je niet zeuren dat er geen visie is.’

Al sinds de oprichting in 1947 echoot die dialectiek – vooruitgangsliberalisme én volksconservatisme – door de vvd. Dat begon al voor de partij was opgericht en er een naam moest worden gevonden. Oprichter Pieter Oud, later minister van staat, ijverde voor het verankeren van het begrip ‘volkspartij’ in de naam. ‘Omdat wij daardoor uitdrukken, dat wij niet willen zijn een partij van een bepaalde groep van het volk, maar van het gehele volk, van alle lagen der bevolking.’

Waar in veel buurlanden het liberalisme een elitaire stroming werd, is het in Nederland de partijkleur geworden die al twaalf jaar lang domineert vanuit onder meer het Torentje. Volgens partijadviseur Ben Verwaayen, al sinds het vroege leiderschap van Mark Rutte zijn vertrouweling, loopt het succes van de vvd parallel aan een proces dat je de emancipatie van de middenklasse-Nederlander zou kunnen noemen. ‘Toen de kansen groter werden in dit land en mensen hun hokjes konden verlaten, toen welvaart voor iedereen bereikbaar werd, kwam er een beweging op die voor die mensen opkwam. Dat werden wij, dat zijn wij. Onderschat zo’n jarentachtigleus van Ed Nijpels over “gewoon jezelf kunnen zijn” niet, daar wordt nog altijd lacherig over gedaan, maar daar zat veel in.’

In de inleiding van zijn oratie ter aanvaarding van een bijzondere leerstoel in Leiden, eind november, haalde bestuurskundige en vvd-senator Caspar van den Berg het liedje 15 miljoen mensen aan. Het reclamespotje van de Postbank uit de jaren negentig werd volgens hem een hit omdat het de ‘sfeer, de tijdgeest en het zelfbeeld van Nederland’ van die periode wist te vatten. Het was een ten diepste liberaal liedje. In de zin ‘land van duizend meningen’ kon je het pluralisme herkennen, de weerzin tegen autoriteit zat verscholen in ‘een land wars van betutteling, geen uniform is heilig’. Tijdens zijn oratie zei Van den Berg dat het liedje ging over ‘een land dat, met trots op zijn eigen vorm van non-leiderschap, de verzuiling is ontstegen en onbelemmerd en onbekommerd zijn weg vindt naar de 21ste eeuw’.

‘Wij zijn de partij waar je elkaar stevig de waarheid kunt zeggen om daarna met een biertje en een bitterbal aan de bar te gaan staan’

De vvd is wat hem betreft de politieke vertolker van dat trotse liberale land, of wil dat in ieder geval zijn. ‘Om een brede volkspartij te zijn heb je die verschillende bloedgroepen nodig, de meer sociaal-liberalen en mensen met een volksere inslag. Dankzij die verbintenis zijn wij de grootste van dit land’, zegt Van den Berg bij een kop koffie in de Eerste Kamer. Hij bevindt zichzelf aan de vooruitstrevende, ‘meer rechtsstatelijke zijde’ en krijgt weleens de vraag of D66 dan niet een logischer keuze is. ‘Nee. Er is een groot stijlverschil. Zij staan in mijn ogen ver af van de belevingswereld van grote groepen Nederlanders. Groepen waar wij veel meer tussenin willen staan. De vvd is de partij die bij de laatste Tweede-Kamerverkiezingen ook de grootste was onder stemmers met een laag inkomen.’

Die twee bloedgroepen komen nu voorzichtig met elkaar in botsing, nu de partij wegschuift van rechts, zich meer op het politieke midden richt, en niet langer concurreert met de pvv. Voor het eerst in het lange premierschap van Mark Rutte koos de vvd er twee jaar geleden niet voor om zich vanuit de fractie conservatief te laten corrigeren. Daarmee doorbrak Rutte zijn vaste recept: tien jaar lang leidde hij vanuit het Torentje en werd de fractie geleid door mannen als Halbe Zijlstra, Stef Blok of Klaas Dijkhoff die op gezette tijden rechts uithaalden en zo kleur op de wangen toverden. Nu zit er sinds twee jaar Sophie Hermans die in haar eerste grote plenaire toespraak als fractieleider progressief sprak over klimaat, een sterkere overheid, en vond dat haar partij te weinig had opengestaan voor discussies over marktwerking in de zorg.

Behalve op het onderwerp asiel is de partij op tal van terreinen opgeschoven, al bestrijden vvd’ers dat die sociaal-liberale koerswijziging in strijd is met de volkse inborst van de partij. ‘Kijk naar iets als klimaat’, zegt een fractiebron. ‘vvd’ers hebben daar gewoon naar hun kinderen geluisterd, die willen straks ook in een schone omgeving leven en niet langer een partij van uitstoters zijn.’ Dat er kiezers weglopen naar JA21 duiden sommigen binnen de partijtop als ‘onvermijdelijk’ en ‘iets wat erbij hoort als je opschuift naar het midden’. Tegelijkertijd wordt er wel actief nagedacht over hoe zij terug te winnen zijn.

Binnen de partij spreekt men liever niet hardop over ‘stromingen’ of ‘vleugels’. Wie daarover begint krijgt steevast de beroemde woorden van Hans Wiegel te horen: ‘De vvd heeft geen vleugels, de vvd heeft hoogstens enkele vlerken.’ Er is geen richtingenstrijd maar een ‘goed proces’ en vrolijkheid. ‘Wij zijn de partij waar je elkaar stevig de waarheid kunt zeggen om daarna met een biertje en een bitterbal aan de bar te gaan staan’, wordt dan gezegd. Die bitterbal en het biertje zijn op dit moment de meest gekoesterde partijsymbolen.

Ook Rutte weigerde op het congres te kiezen. ‘Ik heb veel nagedacht over wat ons zo bijzonder maakt en dat is onze verscheidenheid’, zei hij. ‘Wij zijn niet honderd procent klassiek liberaal en wij zijn ook niet honderd procent sociaal-liberaal. Wij zijn een liberale volkspartij, rechts van het midden, waar liberalen van alle kleuren – soms met gemor en discussie – zich thuis voelen.’

Hij benadrukte vooral trots te zijn dat de vvd ‘de laatste volkspartij van het land’ was en koos voor een verhaal dat beide flanken kon verbinden. Hij sprak minutenlang over Oekraïne en maakte daar een existentiële kwestie van, ook voor zijn partijgenoten. ‘Als wij dit normaal zouden vinden, dan zijn ook die waarden waar wij allemaal voor strijden, waar de vvd als emancipatiebeweging wortelend in het liberalisme in de negentiende eeuw – van Thorbecke tot nu – altijd voor heeft gestreden… dan moeten we het daar ook niet meer over hebben. Dan zijn we een gewone partij geworden. Vergeet het dat wij dan nog in een traditie staan.’ Met die verwijzing naar Thorbecke wierp hij een blusdeken over het koersdebat dat zijn partij misschien wel wilde voeren.

Het opmerkelijke ideologische huwelijk tussen liberaal en conservatief is misschien zelfs wel terug te voeren op Thorbecke, schrijft Elsevier-journalist Gerry van der List in zijn boek Liberale lessen: Macht en onmacht van de VVD (2019). ‘Een groot denker was hij ook niet. Thorbecke was meer iemand van de daad dan van het woord, een doener die “met de spade op den schouder” aan het werk ging’, aldus Van der List. De staatsman kwam volgens hem wel tot liberale daden, maar dat werd primair gedreven door een conservatieve filosofie. Door zijn jaren in Duitsland had hij de overtuiging overgehouden dat maatschappelijke ontwikkelingen aan constante verandering onderhevig zijn en dat die vooral uit de mens zelf moeten komen. Als politicus is het de kunst om de ‘tijdgeest’ te herkennen en te doorgronden ‘zodat kan worden gehandeld in overeenstemming met de “wil” van de geschiedenis. Oneerbiedig gezegd komt deze visie neer op het gezegde “zoals de wind waait, waait mijn jasje”.’

Juist de partij die de tijdgeest op de hielen zat en zo flexibel meebewoog, holt nu achter de tijdgeest aan en wil weer richting hebben. Maar hoe kom je erachter wat de ‘wil’ van de geschiedenis is? Waar vind je die? De partijtop leek het daarover eens te zijn: voor een nieuw te bepalen koers moest worden teruggekeerd naar ‘de zaaltjes’. ‘De wereld verandert, de wereld staat in brand, er is oorlog in Europa en daar moeten wij met elkaar over van gedachten wisselen’, zei partijvoorzitter Wetzels. Rutte had daar direct een romantisch beeld bij. ‘Wat zijn zaaltjes als de vvd bij elkaar komt? Dat is vaak achter in de kroeg, met zo’n schuifwand en van die tafeltjes met van die dikke tapijtjes waar als je een borreltje om laat vallen het in het tapijtje verdwijnt.’

In het kleine Oudenbosch staat een gigantische basiliek met daaromheen lange straten met huizen waar de rolluiken al gezakt zijn. Het is woensdagavond en waterig koud. Het Brabantse dorp is stil, maar in een brasserie in het hart van het dorp brandt licht achter beslagen ruiten. 65 mensen zijn komen opdagen voor een politiek café van de VVD Halderberge. Er staan oranje partijvlaggetjes op tafel met daaromheen bitterballen, nootjes en bier. Tijdens zijn speech op het partijcongres had Eric Wetzels deze afdeling als voorbeeld genoemd. ‘De partij groeit daar waar wij ook echt geworteld zijn.’

Keurig gekapte vrouwen en mannen met gel in hun haren en opvallend veel gekleurde knoopsgaten luisteren aandachtig naar de raadsleden, wethouders en de burgemeester die allemaal lid zijn van de liberaal-conservatieve partij. Staand voor een powerpointpresentatie leggen ze in hoog tempo uit wat ze hebben bereikt. Als ze zeggen dat de ozb-belasting is gedaald, stijgt er even gejuich op uit de zaal. ‘Heeuhhh.’ Maar de succesformule van de afdeling schuilt in de vraag die ze na elke slide stellen aan de zaal: wat wilt u dat wij doen? Wat moeten wij morgen bij de raadsvergadering inbrengen?

In de hoek kijkt Pim Kantebeen tevreden naar het tafereel. Als lokaal bestuurslid van deze vvd-afdeling zag hij hoe meer dan tien jaar geleden een jonge wethouder ‘van buiten naar binnen werken’ bedacht. ‘Je haalt eerst op wat mensen vinden, dat neem je mee en verbind je aan het liberale gedachtegoed. Daarna ga je terug naar de mensen om te vertellen wat je voor ze hebt gedaan’, zegt Kantebeen. ‘Juist met een flexibele ideologie als het liberalisme kan dat heel goed, wij kunnen ons aanpassen aan de tijd. Wat wij hier doen is volks én liberaal.’ Hij noemt zichzelf een bewonderaar van Karl Popper. ‘Je geeft samen de samenleving vorm, maar dat moet wel met eigen initiatief. Wij zijn geen geluksmachine.’

‘Wat heeft u zelf al gedaan?’ vragen de vvd-politici steevast als er vragen of klachten uit de zaal komen. ‘Heeft u al actie ondernomen en wat gebeurde er toen?’ Pas als die vraag is beantwoord wordt er gesproken over wat de gemeente kan doen. Na afloop leggen de vvd’ers bij een bitterbal uit dat dit een bewust stramien is. ‘Wij gaan steeds na of mensen moeite hebben gedaan en of wat gevraagd wordt wel een taak is voor de overheid’, zegt wethouder Sharona Malfait. Toch is de partij niet alleen maar een feedback-loop, bezweert ze. ‘Net als dat we ook geen populisten zijn. We peilen alles en enquêteren constant, maar we doen ook aan tegenspraak. Het is een constant gesprek.’ Een handig raadslid ontwikkelde software waarmee hij gemakkelijk enquêtes onder inwoners kan verspreiden om te onderzoeken wat hun wensen en noden zijn. Die strategie heeft hij inmiddels uitgeleend aan vvd-afdelingen verspreid over het land.

Deze Brabantse vvd lijkt het geheim te bevatten van wat ze in Den Haag bedoelen als ze het hebben over cafeetjes met bitterballen. Niet alleen werd de afdeling expliciet genoemd in de toespraak van de partijvoorzitter, op de avond voorafgaand aan het congres werd de fractievoorzitter van Halderberge in het zonnetje gezet. Hij werd het podium opgehesen en verkozen tot ‘vvd-raadslid van het jaar’.

‘Behalve op defensie zijn we op geen enkel thema meer leidend. Je kunt heel veel verkiezingen winnen zonder visie, maar je kunt er uiteindelijk niet een land mee besturen’

Toen in 2019 voorafgaand aan het partijcongres vvd-bestuurders uit heel het land zaten te dineren, passeerde Rutte hun tafeltje. ‘Is dit de beruchte afdeling Halderberge? Mag ik hier mijn toetje komen eten?’ De Halderbergers gingen niet zomaar overstag. ‘Onze wijn is op, je mag aanschuiven als je twee flessen meebrengt!’ De premier liet alles vallen, zo vertellen ze in de brasserie naast de basiliek trots, zocht de flessen en keerde terug voor zijn dessert.

Wat ze in Halderberge in het klein doen – ‘van buiten naar binnen werken’ – draagt de vvd ook in het groot uit. Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen gingen ze van deur tot deur om te vragen wat er goed ging en wat er beter kon. En de onlangs geïntroduceerde nieuwe partijleus luidt: ‘Doen wat nodig is’. Het staat op de voorpagina van Het oranje boekje en is te horen in een nieuw televisiespotje, dat ruim twee minuten lang werd uitgezonden voor een WK-wedstrijd. De middenklassenburger waar de vvd op mikt wordt daarin beschreven als: ‘Ze kunnen heel veel zelf, kloppen niet graag aan bij een ander en kijken pas naar de overheid voor wat ze zelf niet kunnen.’ Vanuit de partij wordt bevestigd dat de vvd tegenwoordig vooral ‘de stille meerderheid’ wil aanspreken.

In het televisiespotje klinken nauwelijks ideeën of visies, het is vooral vrolijk uitgedragen pragmatisme. Wanneer Sophie Hermans in beeld verschijnt, zegt de voice-over: ‘Als anderen duiken, stappen wij naar voren. Juist als het moeilijk is, doen wij wat nodig is. Niet voor één groep of achterban, maar altijd in het landsbelang.’ Een omgedraaide Nederlandse vlag wordt demonstratief teruggedraaid zodat de rode baan weer boven hangt. ‘Schouders eronder. Niet schreeuwen, niet klagen.’

Op tal van plekken in de partij wordt schamper gelachen om het filmpje. ‘Doen wat nodig is? Wat betekent dat?’ zegt een Kamerlid. Een wethouder op een van de vvd-avondjes zegt dat hij als hij ernaar kijkt ‘het vuur nog niet echt voelt branden’. In de partijtop geeft iemand toe dat het in het vervolg wel ‘íetsje politieker’ mag.

Het probleem? De partij die in 2010 aan de macht kwam met ferme beloftes over ‘vandalen betalen’, een regeerakkoord presenteerde waar ‘rechts Nederlands de vingers bij kon aflikken’ en vond dat windmolens draaiden op subsidie, doet nauwelijks nog beloftes over concrete resultaten. In plaats daarvan belooft zij iets wat lijkt op een inspanningsverplichting.

De partij verdedigt nu met verve een middenpositie. Je vindt het terug in Het oranje boekje, het televisiespotje en in toespraken van partijgenoten zoals de HJ Schoo-lezing van minister Dilan Yesilgöz. De vvd schetst steeds twee extremen – schreeuwers op rechts en drammers op links – en positioneert zichzelf ferm in een gedepolitiseerd midden. Dat is niet alleen strategie maar ook overtuiging, zeggen ze rond de partijtop. We moeten niet net als andere partijen ‘alles politiseren’ in een land waar de meeste mensen ‘gewoon tevreden zijn’, hoor je dan.

Ook partijadviseur Ben Verwaayen ziet dat zo. ‘Uiteindelijk zijn mensen niet bezig met ideologie. Wij maken er bij de vvd ook nooit zo’n grote zaak van als bijvoorbeeld de PvdA’, zegt hij vanuit Londen waar hij op dit moment woont. ‘Wij doen gewoon wat nodig is en volgens mij is dat heel Nederlands. In Frankrijk en Engeland zijn grote woorden belangrijker dan kleine woorden, in Nederland is dat omgedraaid en doen kleine woorden het beter dan grote woorden.’ Het is de reden dat hij houdt van de partij, legt hij uit. ‘Ik denk in kansen en uitdagingen, zo zit ik in elkaar. Ik ben een optimist.’ Is de vvd dan eerder een geesteshouding dan een verzameling van overtuigingen en ideologische principes? ‘Ja… ja, dat is goed gezegd. Dat denk ik wel. Een bundeling van principes wordt uiteindelijk maar door drie mensen gelezen: de auteur zelf, zijn moeder en de uitgever.’

Grote visies zijn schaars binnen de partij van het volksliberalisme. Al is het wel geprobeerd. In 2019 kwam toenmalig fractieleider Klaas Dijkhoff met het stuk Liberalisme dat werkt voor mensen. Hij had bedacht dat de vvd zich moest heruitvinden voor het te laat was. ‘Kun je al tijdens de vlucht een nieuwe koers uitdenken, zodat je blijft vliegen en niet, zoals andere regeringspartijen in het verleden, eerst hoeft neer te storten?’ zegt senator Van den Berg. ‘Klaas Dijkhoff wilde die natuurwet doorbreken’, zegt een Tweede-Kamerlid.

‘De kern van zijn betoog was eigenlijk: we moeten niet alleen maar naar liberale input kijken maar vooral naar liberale output’, zegt Verwaayen. Volgens hem en verschillende vvd’ers in de partijtop zijn de verschuivingen richting het centrum rond klimaat, Europa, volkshuisvesting, een grotere overheid en het begin van een gesprek over een betere vermogensverdeling te verklaren vanuit dat visiestuk. ‘Hermans zet dat nu voort’, zegt een ingewijde. ‘Al speelde op veel van die thema’s ook mee dat de tegenargumenten gewoon op waren.’

Het is in een notendop de kritiek die Mark Thiessen als voormalige partijstrateeg heeft op de partij waar hij nog altijd mee verbonden is. ‘Behalve op defensie zijn we op geen enkel thema meer leidend’, zegt hij. ‘De vvd is goed geworden in problemen oplossen die direct voor ons liggen. Maar als je twaalf jaar lang alleen maar dat doet wat op je bureau landt, dan kijk je nooit over dat bureau heen. Je kunt heel veel verkiezingen winnen zonder visie, maar je kunt er uiteindelijk niet een land mee besturen.’

Nieuwe visiestukken zijn sinds Dijkhoff onvindbaar binnen de partij. Al is er één uitzondering. Het kersverse Kamerlid Silvio Erkens publiceerde in september van dit jaar in Liberale reflecties een filosofisch verhaal over hoe zijn partij zich moet verhouden tot klimaatbeleid. Over dat thema is binnen de vvd brede consensus dat ze ‘te laat’ waren. ‘Ik vind het in alle eerlijkheid zonde dat we in het verleden het thema niet naar onszelf hebben toegetrokken’, zegt ook Erkens. Toen hij Kamerlid werd en zich opwierp voor de klimaatportefeuille, zei hij tegen zijn fractiegenoten: ‘Als ik het doe wil ik de ruimte krijgen om het klimaatverhaal te moderniseren. Wij zijn als liberalen vaak pragmatisch en dat blijven we, maar bij een grote transitie als deze kom je er niet zonder visie.’

Hij kreeg het woordvoerderschap en belde politiek filosoof Marcel Wissenburg op. Zij kenden elkaar nog uit Nijmegen. Erkens was er bachelor-student politicologie, Wissenburg zijn professor. ‘Wij waren denk ik de enige liberalen in die stad’, lacht Erkens. Het stuk dat ze schreven is een optimistisch verhaal geworden vol verwijzingen naar het schadebeginsel van John Stuart Mill, John Locke en Robert Nozick. Persoonlijke vrijheid wordt ‘de hoeksteen’ genoemd en groene innovatie is de sleutel. ‘Voor liberalen is niet de vraag, slaafs, in welke wereld we zullen of moeten leven, maar vrij, in welke wereld we willen leven.’

Met die boodschap trekt Silvio Erkens langs alle twaalf provincies voor gesprekken met de achterban. ‘Ik kan natuurlijk top-down een verhaal neerzetten vanuit de Kamer, maar wij hebben verschillende bloedgroepen in onze partij. Ik wil graag onderbouwen dat ambitieus klimaatbeleid bij het liberalisme past’, zegt hij vlak voordat hij in gesprek gaat met veertig vvd’ers die zich hebben verzameld in de Amsterdamse Amstelkerk. ‘Wat is de rol van persoonlijke keuzevrijheid in het bereiken daarvan?’ vraagt hij ze. ‘Als wij de juiste keuzes maken, kunnen we in de toekomst gewoon lekker op vakantie gaan naar Zuid-Frankrijk, misschien wel met een vlucht met schone brandstof. Maar over hoe we daar komen moeten wij als liberalen nadenken, zodat de vvd die verandering vormgeeft.’

In de hoek zit zijn beleidsmedewerker klaar om mee te tikken op een laptop. Als straks de discussie begint zal zij registreren. ‘Denk mee en praat mee’, moedigt Erkens de zaal aan. ‘Ik neem dit mee naar de Kamer in de vorm van moties, de voorbereiding voor mijn debatten – en misschien wel voor het partijprogramma.’