Toneel

De liefde die zijn naam niet durft te noemen

TONEEL Brokeback Mountain, door De Wetten van Kepler

Laat ik meteen met de deur in huis vallen: ik ben op twee derde van de veelgeprezen film Brokeback Mountain (Ang Lee, 2005) de bioscoop uitgelopen. Toen ik later de film op dvd alsnog integraal zag, bleef mijn oordeel onveranderd: ranzige, homofobe cowboykitsch, vre-se-lijk! Ik heb er langdurige ruzies met vrienden aan overgehouden. Zij kwamen met roerende observaties, waarin de stille, verliefde blikken van twee jonge mannen zich mengden met beelden van de natuur in een Amerikaans berglandschap. Ik hanteerde het argument dat Hollywood en (al dan niet mislukte) mannenvriendschappen gewoon niet samengaan.

Toneelmaker Jos van Kan is voor zijn voorstelling Brokeback Mountain teruggekeerd naar de vertelling van Annie Proulx, waarop ook de film is gebaseerd. Hij probeert dat verhaal opnieuw te vertellen. Met de middelen van het theater. Ennis en Jack zijn twee Amerikaanse cowboys die elkaar ontmoeten als schapenhoeders op de hellingen van een berg in Wyoming (VS), Brokeback Mountain. In het isolement van die betoverende berghelling krijgen ze een fysieke en emotionele band waarvan ze beiden lijken te schrikken. Ennis spreekt die schrik uit in een meermaals herhaalde uitroep: ‘Ik ben geen flikker.’ Bij Jack slaat de schrik naar binnen. Na de eerste, wat rommelige en terloopse seks, laat de fysieke en emotionele band hen echter niet meer los. Ze hebben beiden een vrouw, Ennis heeft twee dochters, Jack heeft een zoon. Jack wil in de toekomst het liefst een ranch opbouwen, met Ennis samen. Dat gaat niet, daar zit een spook tussen, het spook van homovijandig geweld. De ontmoetingen worden allengs schaarser – intiemer, dat wel, maar schaarser. Tot Jack sterft tijdens ‘een ongeluk’, dat waarschijnlijk geen ongeluk was maar een homofobe moordaanslag met een krik. Tot zover de feiten.

Regisseur Jos van Kan laat zijn twee toneelspelers Willem Schouten (Ennis) en Sieger Sloot (Jack) het verhaal vertellen, waarin ze afwisselend spreken over elkaar en over zichzelf. Ze zijn personage én verteller. Dat levert intrigerende scènes op. Het moment bijvoorbeeld waarop Jack voor het eerst kijkt naar het naakte lichaam van Ennis. In de film was het blote lijf in die scène – zo herinner ik me – een wazig achtergrondbeeld. Hier wast Ennis zich bijna uitbundig en uitdagend zo ongeveer op het voortoneel, en Jack vertelt gefascineerd hoe hij kijkt naar de billen en het geslacht van Ennis. Ook de meest dierbare herinnering aan een omarming – Ennis drukt zijn lijf tegen Jack en slaat, achter hem staand, zijn armen teder om hem heen – wordt getoond én verteld, vanuit de beleving van beide personages. Sieger Sloot kan ook nog eens prachtig zingen. Zijn ‘cowboy-songs’ (compositie: Wiebe Gotink) asemen een weemoed die met geen pen te beschrijven is. De vormgeving van de voorstelling (Jan Ros) is de onhandigste die ik in tijden zag. Een decor met obstakels, waarin de toneelspelers met onbeschilderde houten schuurtjes moeten schuiven en zich ongeveer springend en struikelend door een ruimte met balken moeten bewegen. Wat weer precies aansluit bij het stamelende en stotterende karakter van hun onmogelijke liefdesrelatie.

Het einde van de film Brokeback Mountain – Jack is dood, Ennis blijft achter – was sentimenteel, ik heb er geen ander woord voor. Door de sterke vorm van de toneelvoorstelling wordt dát risico zorgvuldig vermeden. Ennis en Jack blijven tot het eind van de vertelling dwalen in elkaars verhaal. Die liefde waarover het verhaal gaat, een liefde die nooit echt een naam mocht krijgen, die staat als een merkteken op hun beider ziel. Ze komen er – dood of levend – nooit meer vanaf.

Brokeback Mountain_, De Wetten van Kepler, tournee tot eind maart; 073-6141934,www.wettenvankepler.nl
info@wettenvankepler.nl_