Raar boekenweekthema

De liefde is niet leuk

Het thema van de boekenweek is de liefde. Maar is de liefde wel zo leuk? Op de volgende pagina’s een essay over ontrouw en jaloezie en een profiel van antiminnaars Romeo & Julia. Hieronder: nou, wat is de liefde mooi.

De liefde. Een van de vreemdste liefdes geschiedenissen ter wereld is ongetwijfeld die van Tolstoj met Sonja Behrs. De schrijver was in zijn vroege leven inderdaad enigszins losbandig — hij bezocht regelmatig de hoeren, had tevens wat affaires met mannen en hij maakte een kind bij een van zijn landarbeidsters (die overigens getrouwd was). Als Tolstoj 34 jaar is, en last heeft van geslachtsziekte, ontmoet hij de dan achttienjarige Sonja Behrs, jongste dochter van zijn lijfarts. Binnen een week is Tolstoj getrouwd. Hij was wat je zou kunnen noemen «een liefhebber». Zijn vrouw zou later schrijven: «Hij houdt alleen ’s nachts van me, nooit overdag.» Sonja schonk hem drie miskramen en dertien kinderen, waarvan er vier stierven.

Tolstoj werd depressief — Sonja verzorgde hem — en hij ontwikkelde een soort sekte. Hij kreeg discipelen en naar zijn landgoed werden pelgrimstochten ondernomen. Sonja deed alles. Tolstoj liet zich alleen maar bewonderen en hij waste zich niet meer, hij vond dat seks de grootste zonde was en dat men kuis diende te leven. Om een lang verhaal kort te maken: Sonja raakte hysterisch en had uiteindelijk maar één doel: Tolstoj vermoorden. Even na hun 48ste trouwdag lijkt het erop dat dat gaat lukken. Tolstoj komt erachter en vlucht. Sonja komt in een rivier terecht waar het net heeft gevroren, probeert vervolgens zelfmoord te plegen door in een put te springen en zich met een hamer op de borst te slaan. Ze overleeft het. Tolstoj heeft, al vluchtende, op dat moment longontsteking gekregen. Sonja komt erachter waar hij zich schuilhoudt, gaat naar hem toe, maar als ze hem vindt, is hij al in coma.

Enkele dagen later is hij dood. Zij raakt genezen van al haar paranoia en haar eigen zelfmoordneigingen.

Lees: Love and Hate: The Troubled Marriage of Leo en Sonya Tolstoy van Shirer. Maar ook het hoofdstuk over Tolstoj in Geschiedenis van de Russische literatuur van Karel van het Reve.

Tja, de liefde; schrijvers kunnen er beter over verzinnen dan haar zelf meemaken. Oscar Wilde belandde door zijn liefde voor Lord Alfred Douglas in de gevangenis; Rimbaud martelde letterlijk Verlaine; Verlaine schoot zijn pistool leeg op Rimbaud. Verlaine komt in de gevangenis, en op de dag dat hij na twee jaar straf uit de gevangenis komt, gaan de geliefden weer rollebollend over straat — tot de dood erop volgt, zeg maar.

En denkt u dat Multatuli gelukkig was in de liefde? Met wie dan? Met Tine? En denkt u dat Tine gelukkig was Multatuli? Lees dat heerlijke boek over haar van Nelleke Noordervliet.

Of kijk eens naar deze tijd. Hoe zal men later oordelen over de liefde tussen Gerard Reve en Joop Schafthuizen? De liefde. Wie zich ermee bezighoudt, weet dat liefde niet leuk is. De grootste schrijvers over de liefde hadden het er allemaal moeilijk mee: Shakespeare, Sappho, Kafavis, Gorter, Nabokov, Tolstoj, Perk — je kunt namen blijven noemen.

De liefde is «erg», en de laatste dertig, veertig jaar is de Echte Liefde zelfs verschrikkelijk geworden. We weten niet meer wat liefde is.

Nog nooit waren er zoveel huwelijksbureaus (voor dertigjarigen!) als tegenwoordig. Nog nooit waren er op tv zoveel series te zien waarin relatieproblemen aan de orde komen. Ik noem Sex and the City en Ally McBeal. En wat te denken van Jerry Springer en Ricky Lake, of in Nederland iemand als Catherine Keijl of een programma als Man & Macht — de liefde staat onder druk. We weten niet meer hoe we erover moeten denken.

De zomer van 1968 staat in de Amerikaanse geschiedenis te boek als The Summer of Love. In San Francisco en Los Angeles «droop het geil van de muren», zei mijn onlangs overleden vriend Karel. Amerika voerde nog oorlog in Vietnam, maar onder invloed van… ja, van wat eigenlijk (de popmuziek, ben ik geneigd te zeggen, maar het kunnen ook de drugs zijn geweest, of de overmatige angst voor het communisme) was er een bijzondere, alternatieve beweging ontstaan: links, vrij en experimenteel. Op het gebied van de seks was zelfs een revolutie gaande. «Draag bloemen in je haar», zong Scott McKenzie, en: «Kun je niet bij degeen zijn van wie je houdt, hou dan van degeen bij wie je bent», zong Stephen Stills. En Bob Dylan zong natuurlijk ook — iets onbegrijpelijks, maar we vonden het wel «diep». En zoals elke revolutie werd zij als eerste omarmd door de studenten (die een revolutie ook altijd als eerste verraden).

In Nederland volgde men gedwee. Althans, mijn redelijk progressieve ouders keken ernaar, spraken erover met hun vrienden, en mijn vader, die toen net zo oud was als ik nu ben, bekeek nog eens het Kinsey-rapport (over de seksualiteit in Amerika) en nam ergens in die jaren een abonnement op Verstandig Ouderschap, later Sextant, het blad van de seksuele hervormers.

Overigens hadden we in die jaren ook een abonnement op de Libro-leesmap, waarin zich De Lach bevond, een heerlijk filmblad waarin allemaal moppen stonden en foto’s van filmsterren. Ik was in die tijd een jaar of vijftien en heb vrijwel nooit in Sextant gelezen, maar alles uit De Lach gehaald. Zodra De Lach er was, sloot ik mezelf met het blad op, liet me door de zwart-witfoto’s opwinden en trok me af terwijl ik naar de boezem keek van Raquel Welch, Gina Lollobrigida of Brigitte Bardot. «Masturberen» mocht, in die tijd. Mijn vader vertelde wel dat hij, in zijn tijd, had gehoord dat je er ruggenmergverweking, blindheid en een onvolgroeide penis van kreeg, maar doktoren, psychologen en psychiaters hadden in de jaren zestig en zeventig al herhaalde malen verteld dat onanie iets natuurlijks was en dat je het je kinderen moest toestaan.

De liefde maakte een mooie tijd door. Er werd geëxperimenteerd met vrije liefde. Oom Jan — zeg maar Jan, jongens — ging in een commune en hij vertelde bij ons thuis dat hij niet alleen met tante Inge naar bed ging, maar ook met tal van andere vrouwen. En tante Inge deed het ook met andere mannen, maar niet fanatiek, want ze had er vaak «niet zo’n zin in» en ze moest ook voor de kinderen zorgen — haar eigen en de kinderen van anderen. Trouwens, tante Inge vree ook regelmatig met een vrouw, en raadt eens: oom Jan had laatst eveneens met iemand van hetzelfde geslacht «geëxperimenteerd». Ene Gerard Reve, misschien kenden we die wel, een schrijver. Ach ja, de jaren zestig en zeventig.

Mijn vader keek af en toe bezorgd naar mij en mijn moeder, maar zei niets.

Je hoort die woorden uit die tijd nauwelijks meer: partnerruil, standjes, vrije seks… Het was de tijd van de emancipatie, het was de tijd van het verzet tegen religie, tijd van het pacifisme, van engagement. Het was de tijd waarin Freud een herkansing kreeg, Sartre zijn kans waarnam, Simone de Beauvoir progressief leek en de marxistische psychiater Erich Fromm met zijn boek Liefde, een kunst een kunde bij ons thuis aanbeden werd als een echte goeroe. Het was de tijd waarin «de intellectueel» Daniël Cohn Bendit aanraadde om seks tussen ouderen en kinderen niet te verbieden — nee, te stimuleren; op de VPRO-televisie keken we, ondersteund door de zoetgevooisde voice-over van Ad ’s Gravesande, naar een of andere modern pedagogische Zweedse school waar we kinderen van zeven jaar aan elkaars pielemuisje en tummetje zagen voelen, zuigen en trekken.

De liefde… Tja, de liefde werd nauw verbonden met seks — wat, gek genoeg, voorheen niet werd gedaan. De liefde was bevrijdend, hoorde je alom.

In Zuid-Frankrijk gingen we naar een naaktstrand — ik zag hoe mijn moeder niet haar borsten bedekte, maar wel de littekens op haar benen van de trappen die ze van de Japanners had gekregen; mijn vader daarentegen schaamde zich niet voor zijn litteken na een maagoperatie dat eveneens een relatie had met de oorlog.

En toen mocht ik met de meisjes… Ja, wat mocht ik eigenlijk met de meisjes? Ik mocht niks met de meisjes… De maatschappij mocht dan veranderd zijn, over seksualiteit mocht dan «Open en Bloot» door wijlen Joop van Tijn op de buis gepraat worden en Phil Bloom mocht op diezelfde televisie haar tieten laten zien, maar gek genoeg wilden meisjes leuke, sterke, knappe, gezonde jongens hebben, nemen, bezitten — en geen verlegen intellectuele brildragers wiens ouders die de oorlog nog hadden meegemaakt op een Franse naaktcamping gingen volleyballen.

Het is in die tijd fout gegaan. Liefde werd Lul & Kut, werd Politiek en Filosofie.

Bijvoorbeeld: Derrida over het probleem of iets «intern» of «extern» was in zijn boek Parages (1986). Soms weet je namelijk niet of iets een «binnen» of een «buiten» vormt. (Zo noemen filosofen dat.) Neem, zegt Derrida, de Kut. «Die is ontstaan door ‘invaginatie’ — het terugplooien van een externe ruimte in een object, in een lichaam.» Met andere woorden, de Kut leert ons dat we niets over een «perspectief» kunnen zeggen, want het is allemaal anders dan je denkt. «Door een instulping wordt namelijk een zak gevormd binnen in een lichaam. En de zak van de man is weer, anders dan men denkt…» En zelfs de Lul is een vorm van speciale «invaginatie».

En Foucault? Groot filosoof, hoor. Bestudeerde vanaf 1976 intensief de seks. Zei er verstandige dingen over. Hij zag de seksualiteit als een «machtsdispositief, een netwerk van instituties, technieken, vormen van weten, spreken en handelen dat een beheersende, de individualiteit vormende werking uitoefent en zo de moderne humanistische mens, het subject, constitueert».

Alstublieft. Foucault schreef zelfs een Geschiedenis van de seksualiteit. Is het flauw om op te merken dat Foucault gestorven is aan zijn seksuele onderzoek? Nee, dat is niet flauw, want het is veelzeggend.

Want waar is de liefde?

Trouwen is weer in, maar één op drie van die echtparen scheidt. Trouwen is overigens meer iets voor homo’s geworden.

Vrouwen zijn geëmancipeerd, hebben hun eigen carrière, maar weten zich geen raad. Ze kunnen niemand vinden! En mannen? Mannen zijn bang geworden en impotent. Seks is dan ook iets om bang van te worden als je op internet kijkt en tien miljoen sekspagina’s kunt opvragen.

We leven in een verwarrende, eenzame tijd. Je ziet het aan het thema van de boekenweek: de Liefde… Blijkbaar iets bijzonders. Weet u wat voor soort boeken er deze week het meest uitkomen? Nee, geen liefdesprozaboeken, geen liefdesgedichten. Het zijn How-to-boeken over de Liefde. Red je relatie, Waarom mannen niet luisteren, Liefde en lust, De Volkskrant vrijgezellengids, Leven en liefde, Mars en Venus, Verleiding, Meditaties voor een liefdevol leven, Liefde op internet, Hot Love — Handboek voor een spannend liefdeleven, Praten met je partner, Handboek voor de liefde, Als Hij maar gelukkig is (vrouwen die te veel in de liefde investeren), Jaloezie — en waarom dat net zo noodzakelijk is als liefde en seks, Taal van de liefde — en zo kan ik nog makkelijk zestig titels doorgaan…

We zijn de weg kwijt.

Een jongen ziet een meisje, het meisje die jongen. Ze worden verliefd… En dan? Om die vraag gaat het. Mishandeling binnen het huwelijk neemt toe, sadomasochisme neemt toe, impotentie neemt toe, frigiditeit neemt toe, single-zijn neemt toe, depressies binnen het huwelijk nemen toe, scheidingen nemen toe, huwelijksbureaus schieten als paddestoelen uit de grond, chatboxen op internet worden steeds populairder, men gaat meer en meer vreemd, het aantal tienermoeders neemt toe, het aantal kinderen neemt ook weer toe. Hebben vrouwen de emancipatiestrijd gewonnen? Zijn mannen gelukkiger? Mijn vriend neukt negen keer per dag — ik neuk al twee jaar niet meer. Mijn vriend van vijftig heeft een vrouw van twintig. Mijn vrouw wil me niet meer.

Berichtje in de krant: «Prostituées komen vaak uit oorlogsgebieden». Freud blijkt een leugenaar, Foucault een alleseter, Baudrillard een leugenaar, Bataille een modeverschijnsel, Derrida een onzinverkoper. Niks blijft overeind — zelfs de hoogste gebouwen ter wereld niet.

O, wat is de liefde mooi. Ach, wat zijn we fijne vrije mensen.

Tjonge, wat zijn we minder eenzaam geworden. En wat kunnen we onszelf vrij ontplooien.

Sonja Behrs overleefde Tolstoj nog negen jaar.

Ze bezocht dagelijks het graf van haar echtgenoot.

Ware liefde?

Haar liefste wens was om naast haar man begraven te worden.

Dat gebeurde niet. Dat vonden haar kinderen niet gepast.