De liefde van de duivel

Jorge de Sena, De wonderdokter. Uit het Portugees vertaald door Arie Pos, Uitgeverij de Prom, 148 blz., f27,50
Wat oude teksten verliezen aan bijbetekenissen, zoals verwijzingen die alleen tijdgenoten kunnen begrijpen, winnen ze na verwerking door latere lezers. Daarvan is de novelle De wonderdokter een mooi voorbeeld. De Portugese schrijver Jorge de Sena nam zich ooit voor twee ‘exempelen’ uit een vijftiende-eeuwse verzameling van moralistisch-religieuze vertellingen met elkaar te versmelten, ook al bestond er geen enkel verband tussen: de ene geschiedenis is die van de man die met zijn maagdelijke bloed een kasteelvrouwe geneest en vijfhonderd ridders uit de dood laat opstaan, de andere verhaalt van een man die niet kan worden opgehangen omdat de duivel, om te voorkomen dat hij de zoveelste misdadiger naar de hel moest brengen, hem beschermde en steunde.

Door de twee vertellingen met elkaar te verbinden, krijgt de duivel ook in het eerste exempel een belangrijke, al even weinig orthodoxe rol. Wonderdokter is de schone jongeling als belichaming van de fysieke liefde. In die hoedanigheid geneest hij een slotvrouwe; in een moeite door schenkt hij zijn zegeningen aan de schare jonkvrouwen die het slot bevolkt. Voorheen liet de jongeling zich de handtastelijkheden van de duivel aanleunen in ruil voor magische krachten; een muts maakt hem onzichtbaar, maar de muts vervult ook andere wensen, zoals de wens om weer terug te keren naar het moment voordat een reeks gebeurtenissen begon. Als het verhaal een lofzang is op de liefde die de mensheid bevrijdt en zelfs de Inquisitie en de dood weerstaat, dan is de rol van de duivel daarin op z'n minst dubbelzinnig: als de duivel al niet zelf de kracht van de liefde vormt, dan ondersteunt hij die toch zeker; het kwaad is eerder gelegen bij instituties als de kerk.
Zo gelezen heeft de novelle, die in 1964, dus nog onder het bewind van Salazar, werd geschreven, ongetwijfeld een politieke strekking gehad; Jorge de Sena (1919-1978) leefde toen al enkele jaren als balling in Brazilie. Maar zo'n lezing verdunt het verhaal te veel en maakt ongedaan wat de novelle aan de platte tekst van de middeleeuwse moraliteit toevoegt. Dat wordt al in een pagina of zeven duidelijk. De beschrijving van een Narcissus-achtige schoonheid die bij het baden door de duivel wordt besprongen, wordt afgewisseld door een ballade, gevolgd door twee - in kolommen naast elkaar afgedrukte - versies van de verschijning van drie mooie dames, drie vooralsnog bedeesde jonkvrouwen naast drie geile, naakte godinnen. Daarmee is de toon gezet: naast, onder of achter een verhaal is er altijd wel een ander, doorgaans wat scabreuzer verhaal in het spel. De jongeling werpt zich op de drie schonen, maar dank zij zijn wondermuts kan hij maken dat alles er even later uitziet alsof er niets is gebeurd. Volgt prompt een lang lied over een ridder die met zijn lans een kasteel binnendringt en een prinses doorboort, waarna op het graf een struik ontbloeit met rozen van melk en van bloed - dat is meteen ook een samenvatting van de novelle. Na deze eerste bladzijden volgt nog menige episode vol liefdesgloed, smart en geweld; en na de eerste zes hoofdstukken in en om het kasteel volgen er nog zes heel wat minder vrolijke in het teken van de Inquisitie. En ook al speelt hij ogenschijnlijk geen rol, de duivel is altijd van de partij - misschien is zelfs de kasteelvrouwe een van zijn gedaanten, en wie weet of niet de jongeling zelf…
De vertaler, Arie Pos, heeft de novelle voorzien van een nawoord, dat voor een deel ook al te vinden was in het februari-nummer over Portugese literatuur van De Gids, waarin hij Jorge de Sena introduceerde samen met Miguel Torga, twee literaire buitenstaanders die in eigen land, minstens tot de Anjerrevolutie, geen poot aan de grond kregen. Pas de laatste jaren wordt ook in Nederland het werk van enkele interessante auteurs uit Portugal vertaald, zoals Jose Saramago, Almeida Faria, Miguel Torga, Mario de Sa-Carneiro en anderen.
Jorge de Sena heeft veel geschreven, in alle genres. Verhalen als deze pseudo-historische novelle worden al gauw nogal symbolisch, mij bevallen daarom de grimmige, vaak autobiografische verhalen over het hedendaagse Portugal beter; laat Arie Pos daar ook maar wat van vertalen.