Europese Literatuurprijs

De liefde van twee Italiaanse cowboys

Margaret Mazzantini brak bij een groter dan louter Italiaans lezerspubliek door met haar roman Non _ti__ muovere,_ bij ons verschenen als Ga niet weg (2005), en verfilmd met vreemd genoeg Penélope Cruz in de rol van wat een aartslelijke vrouw zou moeten zijn. Een onvergetelijke roman over een fatale liefde, een niet heel erg geheime geheimtip die terecht nog steeds circuleert op verjaarspartijen en in persoonlijke boekenlijstjes. Het vermogen om een redelijk denkend hoofdpersonage volkomen neerwaarts te laten gaan in een alle wetten tartende hartstocht, en in het diepst van zijn gevoelsleven dus ópwaarts, zet Mazzantini opnieuw in in het lijvige Schittering. Ze doet dit in een stijl die het best getypeerd kan worden als lyrisch realistisch; haar register is over het algemeen helder, haar zinnen dito, haar dialogen zijn aards, maar als het zo uitkomt – en vaak komt het zo uit – gaan alle remmen los, wordt het proza hijgerig en rijzen de emoties de pan uit. Mazzantini lezen betekent je overgeven aan een ongekend temperament.

Weerstand en overgave, daartussen gebeurt alles, keer op keer

En het begint allemaal zo onschuldig, met dit simpele zinnetje: ‘Hij was de zoon van de conciërge.’ Aan het woord is Guido, enig kind van rijke ouders, hij wordt opgevoed door een huishoudster, alleen op zondag wordt er iets gezamenlijks ondernomen. Vader en zoon zijn horig aan de moeder, mooi en ongrijpbaar, op stap voor de goede zaak, achteraf gezien alcoholiste, ‘een exotisch vogeltje dat per ongeluk dat huis was binnengevlogen, dat alleen even tussen die muren kwam fladderen, ons de adem kwam benemen’. Haar broer Zeno, kunstcriticus, woont twee verdiepingen boven hen, ‘in een penthouse dat deed denken aan een goudkleurig moeras, een laat-Romeins rijk’. Onder in hetzelfde flatgebouw aan de Tiber woont het gezin van de conciërge, met zoon Constantino die net ietsje ouder is dan Guido, ‘hij rook naar kelders, naar stadse souterrains’.

Tijdens een schoolvakantie naar Griekenland raken ze met elkaar bevriend, een vriendschap met een voor Guido onverwachte fysieke component die hij in eerste instantie uit alle macht probeert te relativeren. ‘Hij had me afgetrokken, nou en? Ik had een andere hand ervaren, nou en? Heel veel jongens betastten zichzelf in het bijzijn van anderen, ze fotografeerden hem, groot en smerig, met een polaroidcamera.’ Het is het startpunt voor een lange geschiedenis van aantrekken en afstoten, die zich afspeelt in Rome en in Londen en daartussenin. Schittering ontpopt zich als een Italiaanse Brokeback Mountain, met hoofdrollen voor twee mannen die voor de buitenwacht een heteroseksueel leven leiden maar die de echte liefde voor elkaar bewaren. Het is vooral Guido die het initiatief neemt om elkaar te blijven ontmoeten, hij is ook degene die steeds grotere risico’s neemt, buitenissiger smoezen verzint om zijn Londense gezin even achter zich te kunnen laten, hoe goed op zich ook zijn band met zijn Japanse vrouw en haar dochter is. Mazzantini beschrijft hem als een drugsverslaafde die zich telkens weer even oplaadt: ‘Na die schitterende nacht ben ik dagenlang euforisch geweest. Sterk en onbesuisd, zoals we alleen van geheimen worden, knap en duivels, gevoed door een ondergrondse stroom, stralend van een zelfopgewekt licht.’

Small hh 14006880
Margaret Mazzantini kneedt haar hete materiaal met koele hand © David Tabor / Polaris / HH

Constantino komt alleen via Guido’s blik tot leven; zo aanhankelijk als Constantino zich vooral in het begin van hun verhouding vertoonde, zo moeilijk krijgt hij het om zijn dubbelleven vol te houden, vooral ook omdat hij een ongelukkig kind krijgt voor wie hij zich verantwoordelijk voelt. Voor Guido is het kind een rivaal, ‘dat kind met wie hij zich identificeert, voor wie hij zich hult in schuldgevoel’. Weerstand en overgave, daartussen gebeurt alles, keer op keer. De scènes waarin Mazzantini haar personages laat genieten van een heimelijk parallel gezinsleven, waarin Guido’s onaards mooie en wijze dochter Leni zich ontfermt over Constantino’s onmachtige zoontje Giovanni, behoren tot de mooiste en aangrijpendste van het boek.

Aangrijpend, het grote woord is gevallen. Schittering is intens proza over intense gevoelens, wat vragen om problemen (lees: kitsch van de bovenste plank) lijkt. Lees een geïsoleerde zin en je schrikt je misschien dood. ‘Dit gebeurde echt, en het ging tegen de natuur in, en ik wil echt graag weten wat de natuur dan is, dat geheel van bomen en sterren, van aardschokken, van heldere wateren, die geest die jou bewoont, die jou ertoe aanzet om met blote handen je eigen handen en alle krachten van de wereld het hoofd te bieden.’ In het geheel werkt het echter, dankzij het bijzondere schrijftalent van Mazzantini: haar hete materiaal kneedt ze met koele hand, ze weet wat ze wil vertellen en waarop ze afstevent.

De vergelijking met Annie Proulx’ Brokeback Mountain blijft zich opdringen. Wonderbaarlijk. Proulx schreef immers een novelle en lijkt een groots drama telkens aan te stippen in sterk gecondenseerde zinnen. Niet alleen in het gegeven van de twee gedoemde geliefden, maar ook in de details lijken de verhalen op elkaar: de tent waarin ze zich aan elkaar bekennen, de ongelijkheid van hun verhouding (‘Hij groot, ik mager, hij arm, ik de zoon van armzalige rijke mensen’), de schuchterheid van de ander die telkens overwonnen moet worden, en dan het noodlottige geweld, van binnen en van buiten, dat als een continue dreiging voelbaar is. Wonderbaarlijk, omdat de ruimte die Mazzantini neemt op geen enkele manier tot verdunning leidt.