Metamorphosis, Riho Sakamoto © Hans Gerritsen / Het Nationale Ballet

‘Dutch National Ballet: Exquisite Dancing in the Dark’, kopte de Engelse Guardian. ‘A Triumph for the Dutch National Ballet’, zette het internationale vakblad Seeing Dance boven een jubelende bespreking van het ‘magical ballet’. Een corona-première zonder publiek die online wordt uitgezonden, heeft één voordeel: de hele wereld kan meekijken. Publiek dat de livestream van Metamorphosis vanuit het Amsterdamse Muziektheater heeft gemist, kan de opname nog tot eind oktober zien op de website van Het Nationale Ballet. Gratis, meldt het balletgezelschap gul. Dat de YouTube-film van ruim een half uur diverse keren door felgekleurde reclame wordt onderbroken, is dan weer een nadeel. Het haalt de kijker ruw uit het fluwelen visuele spel van oplichtende wit-geklede dansers in een donkere ruimte. En uit de doorgaande bewegingsstroom die de stuwing van een golvende Philip Glass-compositie vertaalt in fysieke energie.

De filmmuziek van The Hours is gestript tot een stuk voor één piano, zinderend vertolkt door Olga Khoziainova. Zo uitgezuiverd is ook de choreografie die David Dawson per video vanuit Berlijn instudeerde. Een kaalgeslagen decor – een loodgrijs brandscherm, een zwart spiegelende balletvloer en stroken theaterlichten – wordt bezield door dansers in zacht-witte kleding.

De vertelling, uitgedragen in vijf genummerde delen die met een tussentekst worden aangekondigd, begint traditioneel met de ontmoeting van een man en een vrouw. Anna Ol en James Stout staan als twee kleine figuurtjes aan weerszijden van het enorme lege podium. Zij heeft haar gezicht naar het publiek gewend. Hij kijkt over de diagonaal voor zich uit. Als zij haar lange armen boven zich uitstrekt en achteruit schrijdt, en hij wijde cirkels over de vloer trekt, kruisen hun wegen. De tedere streling van haar gezicht door zijn hand is de start van een duet van afstand nemen en toenadering zoeken, zonder drama en met de nadruk op het samenzijn.

De man draagt klassiek de vrouw, maar in de vele liften overheerst zachtmoedige intimiteit, geen demonstratief spektakel. Meteen wordt de kijker meegevoerd in de ‘flow’ van de bewegingen die pas zal stoppen aan het eind van het vierde deel. In zijn choreografische handschrift combineert Dawson, die zowel bij Het Nationale Ballet danste als bij balletvernieuwer William Forsythe, het klassieke idioom met de ontspanning van de moderne dans. Met de tien dansers die aantreden in deel twee is het onderscheid tussen mannen en vrouwen verdwenen. Oogstrelend is de manier waarop de dansers in deze groepschoreografie de bewegingen aan elkaar doorgeven, als in de golven van het getij. Het derde deel focust op de kracht van vier mannen, die ook hun sprongen ondergeschikt maken aan de voortgang in de muziek. In het vierde deel keert Dawson terug bij de drie traditionele paren, nu met een opgevoerde snelheid en extensie. Maar hij eindigt met de vrouw alleen: Riho Sakamoto viert met een sensuele wellust een ontwaakte autonomie.

De dienende cameraregie van Altin Kaftira vangt haar glimlach in close-up, en laat haar dan weer alleen het podium omcirkelen. Met een kushand ter afscheid vervolgt Sakamoto het achteruit schrijden van Anna Ol uit het begin, en verdwijnt in het donker.

Tot 29 oktober te zien op operaballet.nl