Commentaar: Kabinet

De Lijst Rob Oudkerk

D66 zit koud in een rechts kabinet of de progressieve volkspartij is terug op de agenda. Het kan verkeren. Terwijl de sociaal- liberalen na het vertrek van Hans van Mierlo alle hoop op een doorbraak in het partijpolitieke stelsel hebben laten varen, wordt met de Partij van de Arbeid als oppositiepartij de fakkel overgenomen door partijprominent Rob Oudkerk. In een gesprek met Rinke van den Brink in dagblad Trouw nodigde de Amsterdamse wethouder voor Sociale Zaken een aantal geestverwanten uit andere politieke partijen uit om samen tot een nieuwe beweging te komen die het «gat van Fortuyn» moet vullen.

«Links» en «rechts» zijn uiteraard achterhaalde begrippen. Anders dan in de jaren zeventig kan een progressieve volkspartij volgens Oudkerk dus ook aan verlichte vvd’ers en cda’ers onderdak bieden. VVD-staatssecretaris Mark Rutte, bijvoorbeeld, of de Rotterdamse CDA-wethouder Sjaak van der Tak. En zelfs het Amsterdamse SP-raadslid Paquay mag meedoen. Allemaal mensen waarmee Rob Oudkerk door één deur kan.

Zeker na de meest recente Tweede-Kamerverkiezingen is het voorstelbaar dat Oudkerk filosofeert over een ander partijstelsel. Meer dan ooit gaf strategisch stemmen de doorslag. Wie een progressief kabinet wilde, stemde Bos en wie een iets meer conservatief kabinet verlangde, stemde Balkenende. Het door Oudkerk vurig verlangde tweepartijenstelsel leek in Nederland langs natuurlijke weg bijkans ingevoerd. De PvdA won weliswaar veel zetels, maar verloor de verkiezingen. De partij werd niet de grootste en Wouter Bos kon niet het initiatief nemen bij de formatie. Inmiddels is duidelijk dat zoiets doorslaggevend is bij de totstandkoming van een nieuw kabinet. Bos ziet het voorstel van Oudkerk dus wel zitten. «Dan krijgt de kiezer daadwerkelijk de regering waarvoor hij kiest», meent de PvdA-leider.

Maar wat bindt de mensen waarmee Oudkerk in zee wil? Volgens SP-voorman Jan Marijnissen zijn het louter types «die een beetje aardig kunnen lullen en aardig op tv overkomen». En inderdaad, net als in 1995 toen minister Hans Wijers (D66) voorstelde om een «paarse partij» op te richten, worden de politieke overeenkomsten vooralsnog wijselijk buiten beschouwing gelaten. Met Mark Rutte zette Oudkerk naar eigen zeggen al wel een boompje op over «hoe we de samenleving zouden willen inrichten». En warempel: «Daar waren we heel snel uit.»

Wat zijn de uitgangspunten geweest waarover de twee zo vluchtig hebben gesproken? Ongetwijfeld iets met vrijheid, gelijkheid en broederschap. Want alleen daarover worden we het in Nederland, bij ontstentenis van een werkelijk antirevolutionaire of conservatieve stroming, gauw eens.