lisa kuitert, alle lansu, dirk leyman, dries muus, cyrille offermans

De lijstjes

Lisa Kuitert is hoogleraar aan de Universitet van Amsterdam

Jonathan Littell, De welwillenden. Schokkend goed boek, dat de lezer tot medeplichtige maakt van de Holocaust, puur en alleen door de daad van het lezen ervan. Heel knap, ook van stijl.

Philip Roth, het complot tegen Amerika. Spannend, leerzaam, gek boek, steengoed geschreven.

Thomas Rosenboom, Publieke Werken. Klassieke roman, oer-Hollands en toch on-Nederlands groots, schitterende taal, beeldend, origineel.

Oek de Jong, Hokwerda’s kind. Moeilijk te zeggen waarom, het is een boek dat me zeer bijgebleven is.

Orhan Pamuk, Ik heet Karmozijn Bedwelmende lectuur, veelkleurig, origineel.


Alle Lansu, recensent bij Het Parool:

  • Tirza, Arnon Grunberg (2006)

Een verontrustende roman waarin de schrijver ons een spiegel voorhoudt. Ons, dat wil zeggen: de zelfgenoegzame westerse mens die sinds 11 september 2001 veel van z'n zekerheden heeft zien verdampen en in al z'n angstvalligheid en vertwijfeling het kwaad van buiten vreest, zonder te
zien hoezeer het ook in hemzelf schuilt. (Ik citeer hier uit het juryrapport van de Librisprijs. Dat mag, want dat heb ik zelf geschreven, en beter kan ik het niet zeggen.)

  • Saturday, Ian McEwan (2005)

Ook al zo'n verontrustende after 11/9 roman. Mc Ewan maakt hier op een meesterlijke manier voelbaar hoe broos het geluk is van de welvarende westerling.

  • Platform, Michel Houellebecq (2004)

Confronterender kan de ontsporing van de westerse beschaving bijna niet verbeeld worden. De leegte en het radeloze escapisme in het moderne leven worden hier genadeloos en op provocerende wijze uitvergroot.

  • Nachttrein naar Lissabon, Pascal Mercier (2006)

De beste roman die ik ken over de zingevingscrisis van onze cultuur. Een inspirerende existentiële zoektocht om een uitweg te vinden uit de spirituele woestijn van onze dagen.

  • Het feest van de bok / Mario Vargas Llosa (2000)

Ik heb nog niet eerder een roman gelezen waarin zo indringend werd blootgelegd hoe een dictatuur functioneert, en hoe beklemmend en vergiftigend die doordringt tot diep in de persoonlijke levenssfeer.

Dirk Leyman, recensent bij De Morgen en oprichter van literatuurblog De papieren man

W.G. Sebald schreef de roman die op mij de langste in- en nawerking had, een leeservaring die je voorgoed tekent. Alle teksten van de in 2001 verongelukte schrijver waren van een grote densiteit, diepgang en intelligentie. Telkens veroorzaakten ze een soms loodzware maar tegelijk niet onbehaaglijke melancholie. Sebald schreef boeken voor eeuwige dolers, een intertekstueel parcours voor ontheemde zielen.

Hoewel Haruki Murakami een paar van zijn mooiste boeken publiceerde voor het jaar 2000, verkreeg zijn oeuvre pas dit voorbije decennium zijn volle weerklank over de hele wereld. Met de rijkelijke verhalenkrans in Kafka op het strand voegde hij een nieuwe parel aan zijn kroon toe. Misschien klimt hij met zijn dit jaar verschenen 1Q84 nog een trapje hoger. Nagelbijtend afwachten. Mijn Japans is minimaal. Een Engelse of Nederlandse vertaling is nog in de maak.

Aartspessimist Michel Houellebecq zette in het af en toe visionaire Platform het fileermes in de uitwassen van de welvaartsmaatschappij en bekeek de toeristische industrie vanuit eenzijdig erotisch perspectief. Voor Houellebecq vereiste het stillen van de westerse seksuele appetijt drastische remedies. Maar na een kortstondig baden in geluk bleek de apocalyps onafwendbaar. Niemand ontsnapte in Platform aan Houellebecqs force de frappe, zijn antihumanisme sneed in ieders vlees: alle monotheïstische godsdiensten deelden in de klappen, alle geluksprofeten kregen de rekening gepresenteerd.

Heeft Ian McEwan al ooit een zwak boek afgeleverd? Het constant hoge niveau van zijn romans in dit decennium blijft verbluffen. Tantaliserend, spannend en telkens weer een ongewoon, zij het niet al te vrolijk stemmend, inzicht in menselijke relaties. Ik kan niet kiezen tussen Atonement, Saturday en On Chesil Beach. Mogen ze in trio op het lijstje? Of wordt het toch Saturday, de prangende vierentwintig uren uit het leven van neurochirurg Henry Perowne, met de op til zijnde oorlog tegen Irak en de terreurangst die zich opdringt? Angstzweet heeft dit decennium volkomen doordrenkt, zo blijkt wel uit meer romans uit de voorbije tien jaar.

Les bienveillantes van Jonathan Littell : de onthutsende biecht van nazi-‘functionaris van de dood’ Max Aue in een vuistdikke roman die taaie passages kent, maar de volhouder ten volle beloont, een leeservaring die je murw achterlaat. Historische kitsch volgens de enen, geprezen vanwege zijn accurate omgang met historische bronnen door anderen. Toch is Les bienveillantes wel degelijk een roman, een werk van fictie. Het boek ontleent zijn belang mede aan het langdurige, heftige maar breed geschakeerde debat dat hij veroorzaakte. En bovendien heeft Littell zichzelf in alle heisa bijzonder low profile gehouden: het gaat om zijn boeken, niet om de persoon van de schrijver. Dat zie je ook zo vaak niet meer.

Dries Muus, recensent bij Vrij Nederland

Ian McEwan, On Chesil beach

James Salter, Last night

Michel Houellebecq, Platform

Jay McInerney, The last bachelor

Arnon Grunberg, Fantoompijn

Cyrille Offermans is publicist

Elfriede Jelinek, Gier. (Nederlands: Hebzucht. Een amusementsroman.)

Ik citeer een alinea uit de bespreking die ik in 2005 schreef voor Vrij Nederland: 'Er is Jelinek weinig aan gelegen een kloppend verhaal te componeren, liever hanteert ze de gehaktmolen. Alles wat er door de ether gonst aan straattaal en parlementaire taal, reclamepraat en tv-gebabbel, neotheologisch gezever en nationalistische fraseologie, alle clichés die ze opvangt van stamtafel en reisfolder, uit de pornotheek en de beauty farm, vermaalt ze compleet met talloze verwijzingen naar de literatuur, de filosofie en de politieke geschiedenis tot een onbenoembaar geheel van in elkaar verstrikt rakende verhalen en redeneringen. Het mensbeeld dat daaruit oprijst - Jelinek verlustigt zich ook in dit holistische jargon - is van een onthutsende treurigheid en machteloosheid, juist omdat zij zich altijd quasi naïef, dus 'positief’ opstelt en uitsluitend indirect commentaar geeft, meestal door er nog een schepje bovenop te doen. Niettemin levert dat vele breed uitgesponnen, nu eens bikkelharde, dan weer halsbrekend ontroerende scènes op.’

Edward P. Jones, The Known World (Nederlands: De bekende wereld)

Een zwarte slaaf koopt onder meer zijn zoon vrij - later wordt die zelf slavenhouder. Het boek van Jones bestaat uit vele in elkaar grijpende verhalen die bij elkaar een zeer genuanceerd, tegenstrijdig en pijnlijk beeld geven van een periode uit de Amerikaanse geschiedenis kort voor de afschaffing van de slavernij waarvan wij vooral de larmoyante clichés koesteren. Michaël Zeeman noemde Jones 'de Márquez van de zuidelijke staten’, een terechte typering, Jones is een formidabele verteller. Je zou, qua sfeer en ontmythologiserende kracht, ook kunnen denken aan (de film) Manderlay van Lars von Trier.

Erwin Mortier, Godenslaap.

Eindelijk een Nederlandstalig boek dat het verdient in een adem te worden genoemd met Het verdriet van België, het veelzijdige meesterwerk van Hugo Claus uit 1983, al zijn de verschillen even groot als de overeenkomsten. Godenslaap is hét boek over de eerste wereldoorlog, in Nederland een vergeten, want nauwelijks beleefde periode, in België nog altijd la grande guerre. Maar niet alleen in dat opzicht gaat Mortier verder terug dan Claus, hij doet dat ook als schrijver. Zijn referenties zijn niet zozeer de opstandige avant-gardisten uit de eerste helft van de twintigste eeuw als wel kluizenaarschrijvers als Flaubert en vooral Proust. Mortiers beeldrijke taal is onovertroffen.

Amos Oz, Een verhaal van liefde en duisternis.

Magnum opus van Oz, een groots boek dat tegelijk ontwikkelingsroman, historische roman en politieke roman genoemd mag worden. Oz vervlecht op grandioze wijze persoonlijke geschiedenis en familiegeschiedenis van meer dan een eeuw, te beginnen in Odessa en eindigend in Israel. Maar het gaat vooral ook om stijl en toon: Oz is het cynisme en de militante gelijkhebberigheid ver voorbij. Hij observeert nauwgezet, is mild, empathisch en humoristisch.

Orhan Pamuk, Ik heet Karmozijn.

Monumentale historische roman (zijn beste) van een van de grootste romanciers van nu. Pamuk combineert met verbazingwekkend gemak oosterse en westerse schrijftradities, put uit de Osmaanse vertelkunst maar sluit ook aan op de (post)moderne Europese literatuur (Eco, Perec, Calvino). Het betreft een even serieuze als speelse roman over de verdwenen wereld van Turkse miniatuurschilders, die zonder overhaaste actualiseringen (een ziekte waar vooral Nederlandse toneelregisseurs aan lijden) bijzonder inzichtelijk is voor het nog altijd actuele spanningsveld tussen een traditionele en een moderne cultuur.