gustaaf peek, david van reybrouck, daniël rovers, jann ruyters, rob schouten

De lijstjes

Gustaaf Peek is recensent en schrijver

James Ellroy, The Cold Six Thousand, 2001.

William T. Vollmann, The Royal Family, 2000.

Henk van Woerden, Ultramarijn, 2005.

Cormac McCarthy, No Country for Old Men, 2005.

Cormac McCarthy, The Road, 2006.

David van Reybrouck is publicist en romanschrijver.

Houellebecq, Platform: profetische roman die de morele dilemma’s op scherp stelt en toch nog steeds hoopt en snakt naar liefde. Nihilisme als romantiek voor gevorderden.

Jonathan Franzen, The Corrections: heerlijke roman waarin het aangenaam dronken worden was.

Joseph Stiglitz: Globalization and its discontents. Na lectuur van dit boek wist je waarom het kapitalisme moést instorten.

Dave Eggers, What is the what. Dwingend boek dat toont hoe non-fictie meeslepender kan zijn dan een roman.

Arnon Grunberg, Tirza. De meest volwassen Grunberg so far, en daardoor des te verwoestender.

Daniël Rovers, publicist en romanschrijver.

W.G. Sebald publiceerde in 2001 Austerlitz, twee jaar later vertaald door Ria van Hengel in het Nederlands. De manier waarop Sebald de referentiële kunstvorm bij uitstek - de fotografie - gebruikte om pure, biografische fictie mee te besmetten is invloedrijk gebleken. Op zijn beurt was Sebald beïnvloed door Alexander Kluge, die in 2000 zijn verzamelde werk Chronik der Gefühle uitbracht, tot op heden niet vertaald, waarin hij een hele roman terugbracht tot een tiental pagina’s; volgens hem kon alleen op die manier deze negentiende-eeuwse kunstvorm ook in de eenentwintigste manier blijven boeien.

Pierre Michon schreef Vies minuscules weliswaar in 1984, in 2001 kwam de Nederlandse vertaling Roemloze levens van Rokus Hofstede uit. Levensverhalen: net echt.

Met Zeepijn schreef Charlotte Mutsaers in 1999 een autobiografische essaybundel met plaatjes die heel goed als roman gelezen kan worden. Van een zelden gezien vitalisme in de Nederlandse en wereldliteratuur. Eenzelfde algemene omschrijving (autobiografische essaybundel) kan gelden voor Marie Kesssels’ et Het nietigste (2004). Juist omdat Kessels geen roman probeerde te schrijven (het boek wordt niettemin wel zo op de achterflap omschreven), schreef ze een oorspronkelijk, noodzakelijk, blijvend boek. Christiaan Weijts schreef met Art 285b uit 2006 de beste Nederlandstalige debuutroman van dit decennium, voor zover ik dat kan overzien (en dat kan ik eigenlijk niet). Tenslotte nog twee Amerikanen. David Foster Wallace schreef dan wel geen roman dit decennium (al schijnt er binnenkort nagelaten werk te worden uitgebracht), maar wel een wonderlijk rijke essay- en reportagebundel: Consider the Lobster. Nog niet vertaald. Voor 1 essay van DFW doe ik menige romanbibliotheek cadeau. Ten slotte Matthew McIntosh, Well, 2003 (vertaling Dirk-Jan Arensman, 2004). Eigenlijk ook eerder verhalen dan een hecht gecomponeerde roman. Daarna niet zo veel meer van deze schrijver gehoord. Dus de eendagsvlieg van dit decennium?

Jann Ruyters is recensent bij Trouw

Saturday, Ian Mc Ewan

Belangrijke roman over 9/11; de westerse zelfgenoegzaamheid wankelt, de poezie wint het toch van de angst.

Knielen op een bed violen, Jan Siebelink

De beste Nederlandse bestseller. Aardse, donkere aanklacht tegen godsdienstwaanzin en patriarchaat, die toch ook getuigt van heimwee, respect en liefde.

The gathering, Anne Enright

Hartstochtelijke Ierse roman die een nieuwe blik werpt op gezin en familie. Het katholieke grote gezin is geen warm nest maar een ongericht samenzijn van individuen die zich niet aan hun onderlinge verlammende band kunnen onttrekken.

Runaway, van Alice Munroe

Wanhopige personages, Paula Fox

Deze mag hier eigenlijk niet, want het is een boek uit de jaren zeventig. Maar het is wel dit decennium (her)ontdekt net zoals Revolutionary Road van Richard Yates uit 1961. Als je deze romans nu leest roepen ze de typische mengeling van doem en nostalgie op die nu zo in zwang is, en daarom passen deze oude titels toch ook in dit lijstje

Verder: ‘Over de liefde’ van Doeschka Meijsing, 'Boven is het stil’ van Gerbrand Bakker, 'Tirza’ van Arnon Grunberg

Rob Schouten is recensent bij Trouw

Philip Roth, The plot against America, magistrale if-history over een fascistisch en antisemitisch Amerika en tegelijkertijd een beklemmend denk-experiment van onze intolerante tijd. Hoe kunnen de fossielen in het Nobelprijscomité suggereren dat deze en andere Amerikaanse schrijvers te licht voor hen zijn!

Jonathan Littell, De welwillenden, ook alweer zo'n boek dat de tweede wereldoorloog eens vanuit een ander standpunt bekijkt (in dit geval door de ogen van een nazi-officier), een alternatieve kijk die trouwens bon ton voor onze epoche lijkt te zijn _ zie ook Norman Mailers The Castle in the Forest. Opmerkelijk hoe juist door de ogen van een medeplichtige de Duitse gruweldaden tijdens WO II onverdraaglijk worden.

Uwe Tellkamp, De toren, vond ik een geweldig boek over de DDR voor en tijdens de val van de muur, beginnend in de goedburgerlijke trant van Thomas Mann maar langzamerhand uiteenspattend als het beschreven land zelve.

A.F.Th. van der Heyden, Het schervengericht, topamusement als dat niet oneerbiedig klinkt. Wat een verteller en stilist is die man toch! Ik zat er na de Movo Tapes, Homo duplex, behoorlijk doorheen maar dit is een geweldige revanche. Zonder gemoraliseer weet hij groezelige binnenwerelden zo neer te zetten dat je je ermee kunt identificeren en je ervan afkeren.

Arnon Grunberg, Tirsa, of ieder andere roman van het almaar groter wordende wonderkind. Ik geloof dat heel wat collega-schrijvers Grunberg niet kunnen zetten omdat hij volstrekt eigenzinnig, eigenlijk als een soort hippie après la lettre leeft en schrijft, maar aan mij zijn zijn wagenspelen voor onze wereld bijzonder besteed; hij lost een belofte in die in de jaren zeventig en tachtig grotendeels bleef liggen.