fleur speet, pieter steinz, daan stoffelsen, arie storm, jeroen vullings, christiaan weijts

De lijstjes

Fleur Speet is recensent bij FD

Kristien Hemmerechts, De waar gebeurde geschiedenis van Victor en Clara Rooze 2005

Een moderne variant op de eerste postmoderne roman van Nederland, Zelfportret als legkaart (1954) van Hella S. Haasse. Daarin was als een ‘parang sawat’ de algemene, filosofische geschiedenis van Elckerlyc verweven met de persoonlijke geschiedenis van Haasse. Hemmerechts zet zichzelf op haar beurt op het spel door te schrijven over het schrijven en over haar schuldgevoel over het feit dat zij haar naasten als materiaal inzet. Dat levert een prachtig filosofische en persoonlijke wervelstorm op vol vertwijfeling die de nieuwe romans van Paul Auster en Coetzee die in die zomer verschenen deden verbleken. Hemmerechts was beter: haar boek hakte erin door de bijna pijnlijke integriteit, de enorme intellectuele bagage, de indringende, pregnante vragen die de auteur zichzelf in fictie durfde te stellen.

David Grossman Een vrouw op de vlucht voor een bericht 2009

Een mijlpaal in de literatuur met zoveel citeerbare zinnen dat je er een leven lang mee voort kunt. Dit boek maakt bijna alle andere boeken overbodig. De emoties zijn als de dunste, verfijnste zijde: een vlies dat bijna niet zichtbaar is, maar dat op het gezicht van de lezer landt en dat volgens mij nooit meer verdwijnt. Zo indrukwekkend subtiel en precies in de verbanden tussen micro- en macrokosmos dat alles er nietig van wordt. Tegelijk wordt de onmogelijkheid én de onvermijdelijkheid van leven in Israël schrijnend duidelijk.

Lars Saabye Christensen, Het model 2005

Een roman over een beeldend kunstenaar die blind raakt en nieuwe ogen wil kopen uit de Oostbloklanden. Hij kan zijn dochtertje niet bieden wat hij haar wil geven. Totale onmacht en het zoeken naar een uitweg is het gevolg; volkomen wanhoop, maar doen alsof alles onder controle is; ethische vragen gepaard gaand aan clichés uit de kunstwereld, die allemaal worden ontmaskerd. Bikkelhard en tegelijk broos is deze roman en van een poëtisch raffinement. Het hele leven wordt ontmaskerd aan het einde van dit boek, dat als een paukenslag het gemoed van de lezer aan diggelen slaat. Het beeld van het dochtertje dat enthousiast en onwetend haar vader tegemoet rent en daarbij door een auto geschept wordt, staat levenslang in mijn geheugen gegrift.

Tim Parks, Cleaver 2006

Oudere, cynische, maar ogenschijnlijk succesvolle man op de vlucht voor zijn zonden, met name zijn egoïsme en zijn ontoereikendheid als vader, wat hem door zijn zoon in een afrekenende roman wordt ingewreven. Hij vlucht theatraal de bergen in en overpeinst zijn leven, waarbij hij niets leert en niets wil leren en vast blijft houden aan hoe hij was en altijd is geweest, omdat hij bang is te verliezen (en niet wil erkennen wat zijn rol was bij de dood van zijn dochter). Pijnlijk psychologisch portret doordat de lezer zo goed ziet dat de hoofdpersoon de schijn ophoudt, 'phoney’ is, dat hij doet alsof hij tot integere introspectie over wil gaan, maar in feite volledig op de vlucht slaat voor zichzelf. Is tegelijk een weerspiegeling van onze moderne maatschappij en de oppervlakkigheid van de media en houdt daardoor indirect de lezer een spiegel voor.

Michael Cunningham, The Hours 2000

De taal, de taal, de taal van Cunningham is zo sierlijk en meanderend, de poging om Woolf te evenaren zo gewaagd en succesvol, het idee zo ongelooflijk origineel, de compositie zo geraffineerd en perfect (de spiegelingen van de dood bijvoorbeeld, al in een vroeg stadium van de roman), het onderwerp zo breekbaar en teder, de mensen zo verfijnd ultrawreed en egoïstisch terwijl ze proberen anders te zijn en de misverstanden tussen de mensen zo groot en onoverbrugbaar, dat deze roman het herlezen waard blijft. Steeds zie je iets nieuws, iets anders, terwijl ettelijke beelden blijven vastkleven in je hoofd. De ritselende herfstbladeren in New York waar de zon zachtjes op schijnt verdwijnen nooit meer.

Maria Stahlie, Galeislaven 2004

Omdat ik bij de vorige vraag geen verhalenbundel mocht noemen, kon dat niet, maar deze verhalenbundel acht ik hoger dan de roman van Hemmerechts. Stahlie schrijft op het scherpst van de snede, met een betrokkenheid en verantwoordelijkheid voor haar personages die zijn weerga niet kent, ze schrijft humorvol en ogenschijnlijk licht over de zwaarste verantwoordelijkheid die de mens heeft: naastenliefde (al klinkt me dat eigenlijk te christelijk in de oren, je zou het ook 'het goede willen doen’ kunnen noemen).

Pieter Steinz is chef va de boekenbijlage van NRC Handelsblad

Jonathan Littell: De Welwillenden. Opnieuw de Shoah, maar nu vanuit het perspectief van de beul. Sympathie voor de duivel - huiveringwekkend en tegelijkertijd op een perverse manier humoristisch.

Daniel Kehlmann: Het meten van de wereld. Twee Duitse genieën uit de 19de eeuw in een onconventionele historische roman. Doorbraakroman van het wonderkind van de Duitse letteren.

Jonathan Safran Foer: Alles is verlicht. Debuut over de schaduwen van de Tweede Wereldoorlog. De archeologie van een pogrom - een wonder van taal, humor en onsentimentele emotie.

David Mitchell: Wolkenatlas. Razendknappe vertelkunst: zes subtiel verbonden levens in een roman-in-verhalen die is opgebouwd als een Russich matroesjkapoppetje.

Jonathan Coe: De Rotters Club. Satirische roman over een jeugd in het Birmingham van de Seventies. Nostalgisch gruwelen bij kerndreiging, IRA-terrorisme en symfonische rock.

Als er niet naar 'romans’ maar naar 'literair proza’ was gevraagd (zoals hieronder), dan had Haruki Murakami (met Na de aardbeving) hoge ogen gegooid

Bij Nederlandse romans: Harry Mulisch: Siegfried, Arnon Grunberg: Tirza, Adriaan van Dis: De wandelaar, J.J. Voskuil: Afgang, Ilja Leonard Pfeijffer: Het ware leven, een roman

Daan Stoffelsen is oprichter van de website voor literaire kritiek Recensieweb.nl

Roberto Bolaño, 2666. Overweldigend boek, dat geweld tot iets dagelijks, gewoons maakt, en daardoor des te schokkender.

W.G. Sebald, Austerlitz. Monument voor de Tweede Wereldoorlog, voor herinnering als kunstvorm, en een indrukwekkend spel met fictie en fotografie.

Paul Auster, The Book of Illusions. Austers werk is zo opzichtig kunstmatig en tegelijk zo overtuigend, dat hij je telkens weer weet te verbazen, zoals recent weer met Invisible. Ik geef hier echter de voorkeur aan zijn wat oudere ode aan de stille film.

Kate Walbert, A Short History of Women. Walbert, wier werk mijns inziens onterecht in de vrouwenboekenhoek wordt gezet, weet in dit boek de grote en de kleine geschiedenis samen te brengen tot de alledaagse strijd tussen principes en privé.

Rosalinde Belben, Our Horses in Egypt. Experimentele roman, speelt tijdens en na de Eerste Wereldoorlog rond een paard, dat in Palestina in de oorlog wordt ingezet, en haar eigenares, die haar na de oorlog wil terugvinden. De absurditeit van de reddingsactie en de onvoorstelbare ontberingen van het paard maken het boek een merkwaardige mengeling van ironie en realisme ? volstrekt overtuigend en aangrijpend.



Arie Storm, recensent bij Het Parool:

De vijf belangrijkste boeken die de afgelopen tien jaar zijn verschenen naar mijn mening:

  • Sandro Veronesi, In de ban van mijn vader (2001)

  • Peter Ackroyd, The Fall of Troy (2006)

  • David Mitchell, Black Swan Green (2006)

  • Tim Parks, Judge Savage (2003)

  • Verlyn Klinkenborg, Timothy; or, Notes of an Abject Reptile (2007)

Twee Nederlandse titels:

  • Willem Brakman, Gesprekken in huizen aan zee (2002)

  • Arie Storm, Afgunst (2003)

Iets over ontwikkelingen in de literatuur van de laatste tien jaar:

Ik bekijk literaire romans per afzonderlijke titel. Je hebt grote schrijvers (zie hierboven), journalistieke schrijvers (bijvoorbeeld Michel Houellebecq, Ian McEwan), sentimentele schrijvers (Philip Roth, Pascal Mercier) en als schrijvers voor volwassenen vermomde kinderboekenschrijvers (Arnon Grunberg, Charlotte Mutsaers). De laatste groep krijgt in Nederland in de afgelopen tien jaar doorgaans de belangrijkste literaire prijzen. Dat is geen stimulans voor serieuze schrijvers, maar die houden zich gelukkig niet met zoiets wezenlijk kinderachtigs als literaire prijzen bezig.

Jeroen Vullings is redacteur van Vrij Nederland

Ian McEwan, Zaterdag. De roman die het scherpst de contemporaine angst en moreel verval, kortom de 9/11 tijdgeest, literair vangt.

J.M. Coetzee, Portret van een jongeman. Superieur autobiografisch proza, waarin antipathie als literaire strategie aangewend is.

Philip Roth, Het complot tegen Amerika. Dé what if-roman, ten voorbeeld aan al die brave historisch romanciers die niet verder komen dan saaie, zwoegend gedocumenteerde werkstukken.

Haruki Murakami, De opwindvogelkronieken. Ik smokkel, want dit magnum opus is in de jaren negentig in Japan verschenen, maar pas onlangs in het Nederlands vertaald. Verslavend, onderbewust gericht proza. Vraagt iemand me hoe literatuur in de toekomst geschreven zal worden, dan denk ik aan dit somnabule, irrationele proza.

Cormac McCarthy, The Road. Liever had ik Blood Meridian, or the Evening Redness in the West uit 1985 genoemd, zijn beste, maar de grootste levende Amerikaanse schrijver mag niet ontbreken. Daarom deze post-apocalytische, verkillende queeste met Bijbels slot.

Bij Nederlandse romans noem ik P.F. Thomése, Nergensman. Kaleidoscopisch geconstrueerde artistieke, maatschappelijke en persoonlijke positiebepaling van een zeldzaam begaafde stilist. Zíjn 'Voer voor psychologen’. Ik noem als grootste jonge talent Yves Petry, uit het verre Vlaanderen. Je kunt alles van hem lezen, dus noem ik zijn meest recente roman De achterblijver. En nu begeef ik mij helemaal buiten de mij opgegeven genre-kaders, want de beste verhalende essayist is Cees Nooteboom (Hotel Nooteboom), de beste politieke satiricus is H.J.A. Hofland - zie z'n roman Cicero Consultants. De mooiste zinnen - mag dat ook? - schrijft Margriet de Moor; mijn favoriete De Moor-titel: De verdronkene. Connie Palmen annexeert met extreme durf buitenliterair materiaal in haar romans, neem Lucifer.

Christiaan Weijts, romanschrijver en columnist, onder meer voor de Groene

Michel Houellebecq, Platform.

Feitelijk de eerste post 9/11-roman, en dat nog wel vóór 9/11. Visionair in het aanvoelen van de groeiende dreiging van islamitisch terreur. Plus de focus op reizen en toerisme, die in dit millennium de grootste menselijke activiteit worden.

Ian McEwan, Saturday

Beschrijft minutieus de invloed van de Grote Geschiedenis op het individu, in dit geval een min of meer doorsnee gezin uit de iets betere kringen.

Philip Roth_, The Human Stain._

Sandro Veronesi, Caos calmo (Kalme Chaos).

Ik noem hem, omdat Veronesi denk ik een van de grote stemmen van de komende 30-40 jaar gaat zijn. Zijn stijl is geweldig, en hij heeft het talent om subtiel maar feilloos de neurosen van de derdemillenniummens bloot te leggen.

Zadie Smith, On Beauty.