H.J.A. HOFLAND

De linkse kerk

In de nationale razernij over de ‘affaire-Duyvendak’ zou je de indruk kunnen krijgen dat alle misère, frustratie, uitzichtloosheid waarin het volk nu verkeert, op rekening moeten worden geschreven van de ‘linkse kerk’. Die maakte in de jaren tachtig de dienst uit, en zo is het tot op de dag van vandaag gebleven. Staatsvijand nummer 1 heeft nu bekend, nadat zijn misdrijf was verjaard, maar daarmee is de kous niet af. De hele linkse kerk moet diep door het stof en daarna zijn bek houden. Dat is de teneur van de berichtgeving en het commentaar van De Telegraaf en verwante media.
De uitdrukking ‘linkse kerk’ hoort tot het begrippenarsenaal van Pim Fortuyn. Verder heeft hij furore gemaakt met ‘de puinhopen van Paars’ en de islam als een achterlijke godsdienst. Voor Fortuyn aan zijn politieke opmars begon, had Paul Scheffer in NRC Handelsblad (29 januari 2000) zijn fameuze artikel over het multiculturele drama geschreven. En al jaren eerder had Frits Bolkestein herhaaldelijk dringend verklaard dat het misliep met de immigratie en integratie. Over het paarse poldermodel had Nout Wellink van De Nederlandsche Bank gezegd dat ‘de uiterste datum van houdbaarheid was overschreden’, en Hans Wijers was van mening dat het moest worden opgeblazen. Bolkestein, een keurige conservatief, en Scheffer, Wellink, Wijers, geen rechtse rakkers. Hun scherpe kritiek veroorzaakte wel discussie maar had geen politiek effect.
Fortuyn was volstrekt ongegeneerd, in alle opzichten. Hij drukte zich uit in een direct, origineel en algemeen verstaanbaar Nederlands. Hij wist wie de schuldigen waren van alle ellende waaronder het volk in 2002 gebukt ging: de linkse kerk en de moslims. En hij was van plan er radicaal een eind aan te maken. Daarvoor moest hij eerst minister-president worden en hij verzekerde dat het hem zou lukken. Bolkestein was van mening dat Nederland met hem als regeringsleider ‘internationaal een pleefiguur zou slaan’. Bart Tromp nodigde hem in Het Parool uit tot een openbaar debat: ‘Ik lust hem rauw.’ Ik schreef dat ik hem als politicus een kwibus vond. Andere critici dachten dat ze met een late Nederlandse versie van Mussolini te maken hadden en zagen een soort fascisme in opkomst. Zijn oorspronkelijke vrienden van Leefbaar Nederland zetten hem uit hun partij. Maar niets kon Fortuyn deren. De Opstand der Burgers was begonnen en hij stond zelfbewust aan het hoofd.
Na de moord kwam de zomer der kogelbrieven. Nederland veranderde zonder bemoeienissen van de linkse kerk in een politiek gekkenhuis. De ouverture tot de langzame ondergang van de LPF. Daarmee was om te beginnen bewezen dat Fortuyn een eenling was. Voor een politiek bewuste schrijver lijkt het me interessant een televisiedrama te schrijven over wat er met het land gebeurd zou zijn als Volkert van der G. had misgeschoten. Of twee drama’s: één door een Fortuynist, het andere door een gezworen tegenstander. In de eerste versie verandert Nederland snel in een moslimloze heilstaat met brede snelwegen zonder files. De tweede opent het uitzicht op een permanente chaos; weer een nieuwe fase in de nationale discussie annex oeverloze scheldpartij.
Wanneer zullen we beginnen aan een serieuze poging tot het ‘verwerken’ van de erfenis uit 2002? Een twintig tot dertig jaar later, dus omstreeks 2027? Komen we er dan achter dat hij zijn succes voor een groot deel te danken had aan de unieke manier waarop hij zich uitdrukte? Hij gaf stem aan een grote massa die ondanks een relatieve welvaart zich diep gefrustreerd voelde door wat we de Haagse kaasstolp zijn gaan noemen. Je kunt niet zeggen dat daarna de kabinetten-Balkenende het stempel van de linkse kerk dragen. Maar deze massa in verzet is vitaler en gefrustreerder dan ooit. De kaasstolp heeft niets van Fortuyn geleerd, drukt zich nog altijd uit in het ingewikkelde, verplichtingloze, hompelende Nederlands dat het van het poldermodel heeft geërfd.
En dan moeten er nog een paar raadsels worden opgehelderd. Hoe komt het bijvoorbeeld dat Fortuyn en zijn opvolgers zo’n onweerstaanbare aantrekkingskracht uitoefenen op politiek eerzuchtigen in de vastgoedsector? En dan, als er dan weer een beweging is opgericht, waardoor ontstaan er dan zo vaak ruzies onder de hervormers? Waarom horen we wel de toverspreuken waarmee alles zal worden opgelost, maar verzuimen de tovenaars te vermelden hoe dat proces van dag tot dag in zijn werk zal gaan? Hoe precies krijgen we binnen de kortste keren al die moslims het land weer uit? Of zijn dit brutale vragen uit de linkse kerk?
De linkse kerk van de jaren tachtig bestaat niet meer, behalve dan in de dromen van de rechtse zuiveraars die soms eens lekker willen kankeren, op een spook.