De linkse kerk

‘Iemand die een inbreker in zijn huis aantreft en deze een paar ferme tikken verkoopt, zal voortaan niet meer in de boeien worden afgevoerd. De inbreker wel.’ Historische woorden van de liberale leider Mark Rutte. Afscheid van een tijdperk. Voorbij is de tijd waarin inbrekers volgens de normen en waarden van de linkse kerk werden vertroeteld terwijl de benadeelden voor de rechter moesten verschijnen. Dit wordt weer een vrij land, waar je 130 op de extra brede snelwegen mag rijden en in een klein café van je sigaretje mag genieten. Die kopvoddentaks wordt ook nog wel ingevoerd. Binnenkort is Nederland een land waar Henk en Ingrid zich weer thuis zullen voelen. Enzovoort.

'Linkse kerk’ is een term uit het vocabulaire van Pim Fortuyn. De andere uitdrukkingen waarmee hij onze politiek heeft verrijkt zijn: 'Ik zeg wat ik denk en ik doe wat ik zeg’ en 'De islam is een achterlijke godsdienst’. Dat waren de hoofdzaken uit zijn 'gedachtegoed’. Hij had een scherp politiek instinct; wist hoe hij de groeiende massa van de zich diep miskend voelende, mondige burgers achter zich moest krijgen. Van dat succes is hij toen zelf geschrokken. Kort voor hij werd vermoord heeft hij twee van zijn beste vrienden toevertrouwd dat hij het volk had wakker gemaakt en dat de gevestigde politiek het met de nieuwe macht van de burgers nu zelf verder moest uitzoeken. Er werd een kabinet gevormd, met de LPF, dat in ongekende ruzies en schandalen ten onder is gegaan. Niet door geheime machinaties van de linkse kerk.

'Linkse kerk’ is op zichzelf een geniale demagogische vondst die nooit nader is gedefinieerd. Dat het laatste paarse kabinet-Kok zich van de nieuwe kiezers had vervreemd, was al vastgesteld door mensen die niets met links te maken hadden. Nout Wellink zei in 2001 dat Paars 'zijn uiterste houdbaarheidsdatum achter zich had’. Hans Wijers, minister van Economische Zaken in Paars I, verklaarde het poldermodel voor verouderd. Het belemmerde de slagvaardigheid. Ze hebben gelijk gekregen. Maar wat is daarna gekomen? Geen linkse kerk maar het decennium van de kabinetten-Balkenende, van de normen en waarden en het fatsoen moet je doen. Onder deze politieke leider is de natie twee oorlogen ingeloodst die nog steeds niet zijn afgelopen. Niet door zijn schuld zijn we terechtgekomen in de economische wereldcrisis waarvan we de gevolgen nog steeds ondervinden.

Maar laten we het eens hebben over de rechtse kerk. Nee, dat is geen kerk met geloofsartikelen. Het is een samenzwering van politici die zichzelf en de macht van hun land habitueel grenzeloos overschatten, en die daarbij de politieke bondgenoten van de ouderwetse kapitalisten zijn. De onbetwiste leider van dit rampzalige gezelschap was George W. Bush, en zijn trouwe handlangers waren de met hem verwante media, voorop het concern NewsCorp van Rupert Murdoch. Een propagandamachine die in genadeloosheid niet onderdoet voor wat onder totalitaire regimes werd en wordt gepresteerd.

Het voorspel tot het bewind van Bush was de campagne tegen Bill Clinton nadat bekend was geworden dat hij een affaire met de stagiaire Monica Lewinsky had gehad. Wat daarover in de rechts-Republikeinse media is gepubliceerd, tart iedere verbeeldingskracht. Ik bewaar een paar nummers van de New York Post en een aflevering van het seksblad The Hustler als historische bewijsstukken. Clinton overleefde al die campagnes, de poging tot impeachment mislukte, maar het imago van de Democraten had zware schade opgelopen.

Bush is zijn presidentiele carrière begonnen met een grote belastingverlaging voor de rijken, en internationaal met het opzeggen van het klimaatverdrag van Kyoto en de afbraak van het oude bondgenootschap de Navo. Toen kwam 9/11, gevolgd door de aanval op Afghanistan die gepaard ging met de leuze 'wie niet voor ons is, is tegen ons’. De oorlog daar werd snel verwaarloosd omdat hij Saddam Hoessein wilde afzetten. Zoals we nu weten (hoewel het nog altijd niet door de Nederlandse medeplichtigen wordt toegegeven) is de aanval op Irak met een reeks vergissingen en leugens gerechtvaardigd. Dat, zou je onwelwillend kunnen zeggen, was een geweldige triomf van de rechtse kerk. Ook in Irak gaat de oorlog min of meer verder.

Die geweldige puinhopen van rechts zijn door Obama geërfd. Eerst hebben zijn tegenstanders praktisch niets nagelaten om zijn verkiezing te verhinderen. Daarna heeft de nieuwe president fouten gemaakt; misschien heeft hij niet het genie dat zijn trouwe aanhang van hem verwachtte. Maar rechts heeft zich opnieuw aangegord om hem bij de tussentijdse verkiezingen van 2 november mores te leren. In Amerika is veel mogelijk in de politiek, meer dan hier. Wat de Tea Party-beweging op het ogenblik presteert doet denken aan de beste dagen van Joseph McCarthy.

Rechts maakt in deze dagen een universele comeback. In Amerika, Duitsland, Zweden, Nederland. Het kapitaliseert op de kleine burgerij die zich universeel bedreigd voelt. Rechts belooft koeien met gouden horens. En het tragische is dat links daar niets overtuigends tegenover kan stellen.