De Turken en de Koerden

De lonkende vrede

De Koerdische PKK-leider Abdullah Öcalan voert sinds kort vanuit de gevangenis vredesbesprekingen met de Turkse regering. De meeste Turken en Koerden juichen verzoening toe. Maar geheime krachten saboteren de onderhandelingen.

In het Turkse parlement heeft na de laatste algemene verkiezingen in 2011 een man plaatsgenomen van wie men nooit had kunnen bevroeden dat hij ooit parlementslid zou worden. Deze man van 63 sprak net als alle andere parlementariërs de eed uit, maar wel met de afbeelding van een boeket van tien anjelieren op zijn jas. Ertugrul Kürkcü, het prille Kamerlid, was zijn in de strijd gevallen kameraden niet vergeten. De tien anjelieren symboliseerden zijn tien dode kameraden.

Het was in het voorjaar van 1972 dat Kürkcü en zijn marxistische kameraden besloten om drie andere gevangen kameraden van de doodstraf te redden door Navo-personeel te gijzelen. Tegen de drie twintigers in de gevangenis was namelijk het vonnis van de doodstraf uitgesproken en de meerderheid van het Turkse parlement was akkoord gegaan met deze rechterlijke uitspraak.

Kürkcü en zijn vrienden gijzelden de westerlingen en schuilden in een dorpshuis in het noorden van het land. Het leger wist ze op te sporen en omsingelde het huis met de zwakke muren. De militairen waren niet van zins om met een ‘stel anarchisten’ te onderhandelen en schoten de geweren leeg op het huis. De gijzelaars wisten nog naar buiten te roepen dat de schietende soldaten ‘kinderen van Uncle Sam’ waren en doodden snel de gegijzelde Navo-mannen. Ertugrul Kürkcü wist zich in deze hel een weg te banen naar de kelder van het huis, die dienst deed als hooiopbergplaats.

Alleen hij wist de aanval van de militairen te overleven. Hij had zich ondanks zijn verwondingen twee dagen lang binnen verscholen. De militairen hadden een andere overlevende, die zich had overgegeven, ter plekke in het hoofd geschoten. Bijna alle dode kameraden van Kürkcü, en ook de drie linkse studentenleiders die niet lang na het bloedbad in het dorpshuis in de hoofdstad aan de galg hun laatste adem uitbliezen, waren Turks. Onder al die dode kameraden was slechts één Koerd.

Turkije heeft nooit enige genade gehad voor het communistische gedachtegoed binnen de eigen landsgrenzen. Het begon met de aanslag op Mustafa Suphi in 1921. De intellectuele revolutionair was met medeweten van Moskou naar Turkije afgereisd om er de rode revolutie te ontketenen. Hij en zijn veertien vrienden werden gedwongen het land te verlaten. In een boot die koers zette richting Sovjet-Unie werden deze allereerste Turkse communisten uit de weg geruimd.

In de jaren zestig en zeventig stak deze ideologie opnieuw de kop op. De Turkse machthebbers maakten er snel korte metten mee. De grootste afrekening met de ‘goddeloze communisten’ moest nog komen. Na de militaire staatsgreep in 1980 ging het Turkse leger als een bulldozer over alles heen wat riekte naar socialisme en communisme. Duizenden jongeren belandden in de gevangenis. De Turkse generaals lieten tientallen jongeren ophangen en honderden van deze jongens en meisjes kwamen om in de beruchte martelkamers. De socialistische weerstand in Turkije was zo goed als dood en wist hierna niet echt meer van zich te doen spreken.

De opleving kwam uit onverwachte hoek: de Koerdische Abdullah Öcalan, studiegenoot van de gedode Turkse studentenleiders, begon een eigen marxistisch-leninistische beweging, noemde die de Koerdische Arbeiderspartij (pkk), kreeg de wind in de rug omdat de altijd al sociaal, cultureel en economisch onderdrukte Koerden om wat voor reden dan ook de bergen in wilden gaan om tegen het autoritaire regime te vechten. De pkk was een beweging die elementen in zich droeg van de volksopstand van Mao, en Öcalan deinsde er niet voor terug om de leidinggevende principes van Stalin in de praktijk te brengen. De Koerden schaarden zich achter deze man die vastbesloten leek om het socialistische ideaal in dit zwaar feodale Koerdische gebied te verwezenlijken.

In de loop der jaren werd de pkk van Öcalan bijgestaan door duizenden Koerdische militanten. Onder deze vechters waren steeds meer vrouwen. De Koerdische vrouw die altijd gebukt ging onder de islamitische levenswijze van de Koerden, waarin geen sprake kon zijn van enige medezeggenschap voor de vrouw, vocht nu in de bergen zij aan zij met mannen. Het kon niet anders of de verslagen Turkse marxisten begonnen ook het succes van de pkk in te zien. En zo kwam het dat vooraanstaande Turkse socialisten de warme schoot van de pkk gingen opzoeken. De Koerdische politieke partij, die gelieerd is aan de pkk, hield bij de parlementsverkiezingen altijd enkele plekken vrij voor Turkse ‘soortgelijken’. Zo kwam het dat Ertugrul Kürkcü, de man in de hooikelder, gerimpeld en inmiddels een mollige zestiger, een van de 550 Kamer­leden van het land werd.

De oorlog tegen de pkk heeft naar schatting vijftigduizend mensenlevens geëist. Het grootste deel van deze doden betreft de Koerdische militanten. De pkk is niet opgewassen tegen de mankracht en de technologie van het Turkse leger. De grootste kracht van de beweging is de Koerdische jeugd die, ondanks de dood die aan de horizon gloort, de bergen ingaat om te vechten. De meisjes omdat ze zich uit het feodalisme willen ontworstelen, de jongens omdat ze Öcalan adoreren, een eigen land willen stichten of de dood van hun naasten willen wreken.

De stand van zaken anno 2013 is dat Koerdenleider Abdullah Öcalan al dertien jaar op het Turkse eiland Imrali in de gevangenis zit en de pkk tot een enorme organisatie is uitgegroeid die van Scandinavië tot het noorden van Irak controle heeft over de Koerden. De beweging is een goede klant van wapenhandelaars. Het mag geen geheim genoemd worden dat deze Koerdische Arbeiderspartij in naam van de heilige oorlog nauwe banden onderhoudt met drugs­dealers en voor het openhouden van de drugsroutes het nodige geld int. Vanwege deze contacten met de drugswereld zetten de Verenigde Staten en de Europese Unie de pkk op de lijst van verboden terroristische organisaties. In de grote steden van Europa betalen Koerden ‘belasting’ om de guerrilla te ondersteunen. De oorlog in de Koerdische bergen houdt een hele financiële sector in leven waar enorme bedragen mee zijn gemoeid.

Tegen deze achtergrond onderhandelt de gevangen pkk-leider nu met de Turkse bestuurders om tot vrede te komen en de wapens op korte termijn neer te leggen. Bij die onderhandelingen liggen enkele kwesties op tafel die op het eerste gezicht geen grote obstakels lijken: het recht voor de Koerden om Koerdisch te spreken in de rechtbank, onderwijs in de eigen taal, Koerdische namen voor Koerdische dorpen en de verbetering van de gevangenisomstandigheden van Öcalan zelf. Concessies die de meeste Turken in ruil voor het beëindigen van de vuile oorlog wel willen doen. En wat de Koerdische massa betreft, de helft ervan stemt sowieso op de regerende akp van premier Tayyip Erdogan. De andere helft steunt de aan de pkk gelieerde Partij van de Vrede en Democratie (bdp). Ook de meeste Koerden hebben net als de Turken de buik vol van het oorlogvoeren, beschouwen Öcalan als de grote leider van de Koerden en lijken gelukkig te zullen zijn met een deal tussen hun ‘Apo’ en premier Tayyip Erdogan.

Maar heeft deze wijze van zakendoen enige kans van slagen? Is het na de Turkse marxisten nu de beurt aan de Koerdische Marx-, Mao- en Lenin-aanhangers om zich gewonnen te geven aan de Turkse kapitalisten? Gaan de ‘handlangers van Uncle Sam’ na 1921, 1972 en 1980 het socialistische ideaal voor de vierde keer aan diggelen slaan?

Nu Öcalan sinds enkele weken gesprekken voert met de regeringsvertegenwoordigers en een akkoord voor het staken van de gewapende strijd steeds dichterbij komt, hullen de Turkse en Koerdische linkse fracties zich in een veelbetekenend stilzwijgen. Want de lonkende vrede is niets anders dan het ontwaken uit een socialistische droom. Het is namelijk die gewapende strijd van de pkk geweest die volgens de marxisten de oppermachtige islamistische akp enigszins in het gareel heeft gehouden. De dynamiek van dit ‘weerwoord’ was niet de electorale bundeling van de krachten, maar de kalasjnikov van de militant in de bergen. Het geweer van de pkk symboliseert niet enkel het militaire geweld, maar vooral de revolutionaire mythe.

De pkk-wereld is doorspekt met de martelarencultus waarbij de militant met de ene hand het geweer omhoog houdt en de andere hand tot een vuist balt om de kapitalist nachtmerries van de naderende regimeverandering te bezorgen. Tot nu toe hebben de Turkse en Koerdische socialisten de realiteit van hun onbelangrijke bijdrage aan de politiek kunnen accepteren omdat in de bergen een paar duizend man de wacht hielden. Vanwege de gewapende kameraden was de praktijk van de dagelijkse politiek niet eens iets om serieus te nemen.

Ook al repte men de hele tijd over culturele rechten voor de Koerden, over het recht om in de eigen taal onderwijs te krijgen en in de rechtbanken Koerdisch te mogen spreken, de socialisten en de communisten wisten wel degelijk waar de oorlog voor moest dienen: het verslaan van de vermogende machthebbers in Turkije.

Zo zei Kürkcü een keer dat de alliantie tussen de Turkse socialisten en de Koerdische revolutionairen het doel heeft om het huidige regime te bestrijden. De Koerdische kwestie was derhalve niet enkel een zaak van het verkrijgen van rechten voor een etnische groepering, maar eerder een opstand tegen de globale imperialistische wereldorde.

Overal in pkk-centra hangen foto’s van martelaren die bij de gevechten tegen het leger zijn omgekomen, en van mannen en vrouwen die zelfmoordacties hebben uitgevoerd. Deze militanten hebben hun jonge lijven met dynamiet omwikkeld en dat op strategische plekken tot ontploffing gebracht. Het is moeilijk aannemelijk te maken dat ze dit hebben gedaan omdat ze van mening zijn dat het dorp waar ze vandaan komen een Koerdische naam moet krijgen. Of omdat ze hunkeren naar het recht op meer lokaal bestuur. Deze jonge jongens en meisjes wilden onsterfelijk worden door een bijdrage te leveren aan een nieuwe wereld.

De pkk-kringen duldden dan ook geen levensgenieters binnen de eigen gelederen. Een Koerdische parlementariër werd vorig jaar meteen uit de partij gezet toen de Turkse kranten foto’s van hem publiceerden waarop hij aan de Turkse Rivièra met een maîtresse bier zit te drinken. Spijtbetuigingen van de man werden van de hand gewezen.

Abdullah Öcalan was in zijn studententijd bevriend met de Turkse studentenleiders en de praktijk heeft uitgewezen dat wat zijn Turkse studiegenoten met Turkije voor ogen hadden niet realiseerbaar is. Een Koerdische variant van die dromen hield echter lang stand. Deze droom duurde lang omdat de Koerden, in tegenstelling tot de Turken, bereid waren om dagelijks bij bosjes dood te gaan. Oorlog met de machtige Turkse staat was mogelijk zolang de Koerden bereid waren om niet te leven.

Zouden de Koerden er genoeg van hebben dat ze voor de droom van anderen moeten sterven? De laatste ontwikkelingen wijzen hier wel op. Want Abdullah Öcalan hoefde de deur naar de vrede maar op een kiertje te zetten of de Koerden omarmden massaal de vredes­onderhandelingen. Nog nooit liepen de Koerden zo warm voor het beëindigen van deze oorlog. Vooral na de moordaanslag op drie vrouwelijke pkk’ers in Parijs, afgelopen week, bleek dat de Koerdische bevolking de vrede in alle eerlijkheid wil omarmen. Nog voordat de Franse politie aan het onderzoek was begonnen om de daders te achterhalen, wisten de pkk en de Koerdische bdp al wie de moordenaars waren: geheime krachten die de vredesonderhandelingen willen saboteren. Bij de begrafenisceremonie in Diyarbakir maakten zich tweehonderdduizend Koerden sterk voor de vrede. In alle harmonie werd de wens uitgesproken dat de wapens begraven worden en dat het eindelijk vredig wordt in het Koerdische gebied.

Maar de vrede wordt niet door iedereen zo vurig gewenst als door de Turkse en de Koerdische massa’s. Want wie zitten er achter de aanslag op de vrouwen in Parijs? Is het toeval dat een van de vermoorde vrouwen een belangrijke figuur was binnen de pkk die de vredesonderhandelingen steunde? Wilde de harde kern binnen de beweging met die aanslag een boodschap geven aan Öcalan? En wat willen de pkk-leiders in de bergen, gaan ze braaf uitvoeren wat Öcalan hun opdraagt, of zullen ze ondanks de wil van de leider en het volk doorvechten?

Zoals vermeld zwijgen de marxisten voorlopig. Onder de stille socialisten bevindt zich ook Ertugrul Kürkcü, de man die twee dagen lang in het hooi heeft gebloed voor de revolutie. Hij heeft zijn kameraden dood zien gaan. De oorlog van de Koerden tegen het regime was wellicht een troost. Het was dan ook niet verwonderlijk dat toen een stoet waarin hij zich bevond in het Koerdische zuidoosten werd tegengehouden door pkk-militanten hij emotioneel werd van vreugde. De reizigers omarmden de militanten.

Maar die militanten hebben zeer waarschijnlijk ook de foto’s van Kürkcü in de kranten gezien. Als die militanten nog niet dood zijn, weten ze dat ook Kürkcü met een veel jongere geliefde aan de Turkse kust lag en van zijn heerlijke, koude bier heeft gedronken. En misschien is het grote ideaal van Kürkcü toch niet het mooiste ideaal voor de jonge Koerden. Althans, niet een ideaal om er het leven voor te laten.