Interview

De loslopende mens

Oscar Prinsen wil een vrijstaat creëren waar mensen mens kunnen zijn. Een plek waar ruimte is om over zin en zijn na te denken. Toch is hij niet zweverig. ‘Ik maak dingen waar geen prijskaartje aan te hangen valt.’ Maar is het ook kunst?

Een Therapeuterette, Treehugger, Earth Connector of Atmosphere Amplifier. Het zijn de namen van een paar van de kunstwerken die Oscar Prinsen (39) de afgelopen jaren heeft gemaakt. Namen, geen titels. En de kunstwerken zijn ook niet in een museum of galerie te zien. Ze komen naar je toe, op festivals als Lowlands bijvoorbeeld. Of staan soms een tijdje in een park en zijn daar dan te gebruiken. Aan te trekken, te beklimmen, binnen te treden. Waarna je, op een stoeltje hoog tegen een stam aan in innige omhelzing met een boom, stil kunt staan bij vragen die wel eens willen opkomen als het voortjakkeren even is gestopt. Wie ben ik? Wat wil ik? Waar ga ik heen? Waar vind ik houvast? Vragen die horen bij de loslopende mens. De mens die zich afvraagt hoe hij standhoudt in een individualistische, globaliserende en digitaliserende maatschappij. Die niet meer per definitie houvast heeft aan oude waarden en banden als religie en familie, die elke dag weer ontelbare keuzes moet maken in deze wereld van privatisering en commercialisering. Die het misschien wel zou willen uitschreeuwen: Help! Hoe Houd Ik Stand? En Waarom? Want zo gaat dat met zin- en zijnsvragen: als je er eenmaal mee begint, blijven ze zich eindeloos vertakken en voortplanten.

Zo ook bij Oscar Prinsen. ‘Zijnsvormgever’, zo noemt hij zich het liefst: ‘Dé waarheid bestaat niet. Daarom is het belangrijk je eigen referentiekader te bepalen. Want je moet ergens van uitgaan, anders kun je niks. Vrijheid kan ook alleen bestaan als je er een hek omheen zet. Ik ben er zó voor om te denken, twijfelen, er te zijn. Toen ik begon met mijn ideeën voor Het Instituut voor de Loslopende Mens, zo’n vijftien jaar geleden, vonden mensen het al snel vaag. Zweverig.’ Nu past het beter, in een tijd waarin het tijdschrift Happinez een grote groei doormaakt en de Partij voor de Dieren steeds prominenter in beeld komt.

Zweverig is zeker niet de indruk die Prinsen maakt, met zijn kaalgeschoren kop en heldere blik vanachter een modern vormgegeven brilmontuur. Hij ontvangt in zijn etage aan de rand van Amsterdam, die is ingericht met spullen uit de jaren zestig en zeventig: lamp, kastje, tafel, oranjebruin behang met psychedelische motieven.

Was vroeger alles mooier en beter?

‘Ha, mijn vader vond dat wel. Hij is onlangs overleden. Hij was ook kunstenaar. Hij vond dat het na de jaren zeventig helemaal mis ging, met de massaconsumptie die toen echt goed opkwam. Eerst was hij surrealistisch schilder, maar uiteindelijk maakte hij installaties van allerlei spullen die de zogenaamde beschaving overal achterliet. Ons gezin – ik heb nog twee broers en een moeder – was voor mijn vader een organisme dat hij aanstuurde, en alles daarbuiten was slecht. Ik heb wel een tikje van die molen meegekregen, maar sta toch volledig in deze tijd. Ondanks die oude meubels. Ik zie overeenkomsten tussen het werk van mijn vader en dat van mij, maar die zitten vooral in het idee; niet in de vorm.’

Spiritueel is het S-woord dat Prinsen zo veel mogelijk probeert te vermijden. Omdat dat direct allerlei vooroordelen oproept. En die staan helder en zuiver denken en ervaren in de weg. ‘New Age heeft ook veel verziekt, het stoelde op allerlei dogma’s. Je móest ervaren, leerling zijn, dus meesterschap accepteren, bijna dwangmatig op zoek naar het licht, het goede, blijheid. Terwijl ik denk dat alles bij elkaar hoort en dat je daar een balans tussen moet zoeken. De schaduwkant is net zo belangrijk als het licht. Zonder het een zou het ander ook niet bestaan.’ Prinsen weet waarover hij het heeft, want hij heeft zelf flink ge-zinshopt, zoals hij het noemt. Gelezen, gezocht, gedacht.

En, wat is de zin?

‘Dat vind ik heel moeilijk… We zijn gewoon energie, net zoiets als de blaadjes aan de bomen die na een paar maanden weer op de grond vallen en worden gevolgd door nieuwe blaadjes. De aarde die om de zon draait. Maar De Zin…’

Jouw zin dan?

‘Ik wil het leven steeds beter leren lezen. Elke keer als je denkt dat je er bent, moet je toch weer verder. Nee, somber ben ik niet; ik heb weinig negatieve gevoelens naar de wereld. Ik ben een positief-fatalist; je kunt toch heel goed weten dat dingen gaan zoals ze gaan, maar desondanks willen blijven zoeken? Ik vind het wel een flinke klus om te leven; het is pijnlijk en heftig en ik heb er niet altijd zin in. Maar zeker als ik bezig ben met mijn werk heb ik even wat minder last van de zinvraag.’

Prinsen groeide op in Soest en ging na de middelbare school drie maanden naar de kunstacademie in Arnhem. Maar wat hem daar geleerd werd zei hem niks: ‘Kalligraferen, kleurenleer; ik wilde mijn eigen authenticiteit zoeken, mijn eigen kleuren vinden.’ Dus bleef hij thuis en ging veel schilderen en nadenken. Over mensen, de wereld, zichzelf. Hij laat twee boekjes zien met foto’s van zijn vroegere werk: bruinige abstracte schilderijen waar langzaamaan steeds meer kleur in komt, gevolgd door installaties. Eerst kleine: kastjes met een vergezicht op een verlangen, een mooie vrouw bijvoorbeeld, die open lijken te kunnen zodat het verlangde tastbaar wordt. Maar de deurtjes zitten vastgeschroefd. ‘Het had nog weinig met de maatschappij te maken. Meer met schoonheid, krachten. Mijn geëngageerdheid kwam met de spirituele fitnessapparatuur.’

En daarmee zijn we bij de eerder genoemde Earth Connector en Atmosphere Amplifier aangekomen, kunstwerken waarvan de foto’s aan Prinsens muren hangen. Visualisaties van de menselijke behoefte aan contact met de natuur. Zo staat een man met een variatie op een rode helm op zijn hoofd met twee Nordic Walking-achtige stokken in de grond geprikt naar de aarde te luisteren. Een ander gebruikt zo’n zelfde helm om via een schotelantenne staand op een groene kist te horen wat er allemaal in de lucht hangt. Het lijken grappen.

Humor speelt zeker een rol, beaamt Prinsen, maar wat hij doet is serieus: ‘Ik wil een soort vrijstaat maken, een plek creëren die ruimte schept voor mensen om te zijn wie ze zijn en waar ze stil kunnen staan om eens over die vragen na te denken. Tegenwoordig vinden de meeste goede gesprekken plaats bij psychologen, terwijl ik denk dat problemen ook aan filosofen en kunstenaars voorgelegd moeten of moeten kunnen worden. Mijn Therapeuterette is een goed voorbeeld van die gedachte: daar kunnen mensen in een peeskamerachtige entourage langskomen voor een goed gesprek. Natuurlijk, als iemand ziek is, moet-ie naar een dokter. Maar bij ons is ruimte voor een uitwisseling van ideeën over de huidige tijdgeest en je eigen plaats daarin.’

Maar in hoeverre is dat nog kunst: mobiele praatpeeskamertjes ‘voor een ontspannen gesprek over de vragen des levens’?

‘Ik hoef niet per se kunst te maken, en soms ligt iets ook meer op het terrein van de filosofie, of misschien de religie. Maar kunst is het terrein waar ik de vragen waar, onder anderen, kunstenaars mee bezig zijn bereikbaarder kan maken. Ik maak geen dingen waar een prijskaartje aan te hangen valt, maar creëer wat ik belangrijk vind. En de ene keer past dat beter bij de kunstwereld, de andere keer bijvoorbeeld bij een festival. Maar die noemers kunnen zo beperkend zijn, en dat is nu juist wat ik niet wil. Wat ik vaak vind bij kunst is dat er een soort trigger is, maar meer dan dat wordt er niet gegeven. Je wordt in onzekerheid achtergelaten. Dat gebeurt bij mij uiteindelijk natuurlijk ook, omdat ik net als iedereen nu eenmaal geen zekerheden kan geven of twijfel kan wegnemen. Maar ik neem wel iedereen die langskomt serieus en luister naar hem of haar.’

Het is tijd voor een demonstratie van Prinsens meest fysieke kunstwerk. Hij heeft het in een kledinghoes aan zijn kamerdeur hangen, de Human Embracer, een jasje waaraan twee extra mouwen genaaid zijn. Hij trekt het aan, waarna ik mijn ene arm in de mouw op zijn rechterschouder moet schuiven, en mijn andere in de mouw op zijn linkerzij. In die positie staat niets een stevige omhelzing meer in de weg. Sterker nog, er is geen keuze meer.

Prinsen is inmiddels gewend wildvreemden stevig vast te pakken. Hij doet het op aanvraag, bijvoorbeeld bij de entree van feesten, conferenties of festivals. ‘Mensen komen dan fijner binnen. Opener.’ Bewijsfoto’s van mannen en vrouwen die zich uitbundig lachend volledig aan deze vrij intieme handeling lijken over te geven, sieren Prinsens website. Maar zo, staand in zijn huiskamer, midden in een interview, voelt overgave ver weg. ‘Elke knuffel moet gemeend zijn, anders wordt het zinloos’, vindt Prinsen.

Dus voor hem is dit in elk geval echt.

Maar is dit ook kunst?

‘Dit is gewoon lief zijn voor elkaar. Deze Human Embracer op zich heeft geen hoger ideaal.’

www.loslopendemens.nl