Profiel: Timothy Leary

De lsd-profeet

Voor velen een visionair, voor anderen ‘de gevaarlijkste man van Amerika’ in de jaren zestig. De honderd jaar geleden geboren Timothy Leary wilde revoluties in het hoofd. Zijn middelen staan opnieuw in de belangstelling.

De naald zakt in de groef. Gesis. Om je heen de geur van hasjiesj en briketten. Ik merk niks, denk je nog. Dan zet plots een snerpende gitaarlijn in: je ziet kleuren op de muur, caleidoscopische vormen. De vormen worden beelden. Eerst vaag omlijnd, dan steeds scherper.

Shoot me, shoot me, shoot me, shoot me…

Je ziet Amerikaanse militairen in de brousse, scheurende motoren op verlaten snelwegen, neukende tieners. In de schaduw van de kernkoppen bloeit een revolutie. Het zijn de vroege jaren zestig, dat is duidelijk. We zijn in de Verenigde Staten: in Cambridge, Massachusetts. En daar, op het onbewolkte gazon van Harvard University, verschijnt een muizige man in een tweedjasje. Hij heeft een ondeugend lachje op zijn gezicht, warrig haar en te lange bakkebaarden, verder wijst niets erop dat deze sjofele psycholoog binnenkort zal uitgroeien tot de koning-harlekijn van de hippiebeweging. Zijn naam: Timothy Francis Leary.

Here come old flat top, he come groovin’ up slowly…

Leary werd beroemd om zijn poging de wereld te bekeren tot zijn onwrikbare geloof in lysergeenzuurdi-ethylamide, beter bekend als lsd-25 of lsd. Voor zijn experimenten werd hij van de universiteit getrapt, daarna warm onthaald door de ontluikende hippiebeweging. Richard Nixon noemde hem de gevaarlijkste man van Amerika. Tijdens zijn leven zag hij de vier muren van veertig gevangenissen op vier continenten. John Lennon schreef een lied voor hem. ‘Ik heb een van de avontuurlijkste levens geleid van de twintigste eeuw’, zei hij in een van zijn laatste interviews. Je kunt hem moeilijk ongelijk geven. Dit jaar zou Leary honderd zijn geworden. Wat is het verhaal van deze psychedelische goeroe? En wat is er over van zijn erfenis?

He got ju ju eyeball…

Op 22 oktober 1920 wordt Leary geboren in Springfield, Massachusetts. Zijn moeder is de beeldschone dochter van Ierse migranten, zijn vader een louche legertandarts met losse handjes. Als duidelijk wordt dat Tim senior het familiekapitaal heeft vergokt, geeft hij zijn twaalfjarige zoon een briefje van honderd dollar mee en verlaat het gezin. Niet geheel toevallig ontpopt de kleine Tim zich tot een jongeman met een zekere achterdocht tegenover gevestigde autoriteiten.

Tim groeit op bij moeder en tante, een eenzaam ventje dat het liefst ontsnapt in tekenfilms. Hij wordt weggestuurd van talloze scholen, steeds met op de achtergrond de troostende woorden van zijn moeder: ‘Maak je geen zorgen, lieve jongen, als het allemaal mis gaat heeft de Heer iets anders voor je in petto gehad…’ Wonder boven wonder krijgt Leary in 1941 een beurs van de Universiteit van Alabama, waar hij vol goede moed begint aan een studie psychologie. Maar ook in het zuiden wordt zijn vrijpostige levenshouding weinig gewaardeerd; na te zijn gesnapt in de slaapkamer van een vrouwelijke studente moet hij weg van de universiteit. Hij moet, midden in de Tweede Wereldoorlog, het leger in.

He one holy roller…

Het blijkt een geluk bij een ongeluk. Tijdens zijn officierstraining ontmoet hij zijn evenknie in de liefde voor drank en seks, de katholieke schoonheid Marianne Busch. Met haar aan zijn zij behaalt hij een mastergraad aan Washington State University en begint een PhD aan Berkeley, Californië. Rond die tijd gaat hij ook voor het eerst patiënten behandelen. Zijn eerste boek, The Interpersonal Diagnosis of Personality, is een taxonomie van persoonlijkheden. In het boek introduceert Leary een model – later bekend geworden als het Leary circumplex – waarin iemands persoonlijkheid kan worden gesitueerd op twee gekruiste assen die staan voor liefde en macht. (Het boek won een prijs van de American Psychological Association, het model wordt nog steeds gebruikt.)

Ondertussen lijdt Tim aan zware neerslachtigheid die wordt verpleegd met drank en minnaressen. Hij schrijft aan zijn moeder: ‘Lieve mama, ik hunker ernaar om iets na te laten dat me onderscheidt van de miljoenen naamloze nulliteiten die op deze aardkloot zijn gekomen en gegaan, naar roem. Maar ach, denk ik dan: over zestig jaar ben ik een naam op een grafzerk, dus zoveel kan het me ook weer niet schelen.’ Zijn echtgenote, minder geneigd tot vergeving dan zijn moeder, verhangt zich op Leary’s 35ste verjaardag. Ze laat hem achter met twee kleine kinderen. Leary neemt een sabbatical en vertrekt naar Europa. Daar vindt hij zijn roeping.

Hair down to his knees…

In Florence, om de hoek van waar eens Galilei zijn telescoop naar de hemel richtte, hoort Leary voor het eerst van een collega, Frank X. Barron, over magic mushrooms. Barron vertelt vol overgave over zijn ervaringen in Mexico onder invloed van hallucinogene sporen. Er is op dat moment vrijwel niets bekend over paddo’s. Timothy is geïntrigeerd: zo’n onwaarschijnlijk onderwerp ligt hem wel. Toch schrijft hij: ‘Aanvankelijk maakte ik me zorgen om mijn oude vriend. Ik was bang dat hij zijn geloofwaardigheid op het spel zette met zulke zotte ideeën.’

Het weerhoudt Leary er niet van om naar Harvard te schrijven met de vraag of hij daar de therapeutische werking van de shrooms samen met Barron kan onderzoeken. De universiteit is al lang blij: zij hebben dringend charismatische docenten nodig om hun gezapige programma klinische psychologie een beetje mee op te leuken. En aan charisma heeft Leary geen gebrek, dus de universiteit biedt de twee mannen een contract aan om ‘innovatieve psychotherapieën’ te bestuderen. Kort na zijn aanstelling vertrekt hij op studiereis naar Mexico om daar de paddestoelen zelf te proberen: ‘Op een zonnige middag at ik in de tuin van ons vakantiehuis in Cuernacava zeven magische paddestoelen’, schrijft Leary later. ‘Vijf uur lang had ik een ervaring die je met allerlei kleurrijke metaforen zou kunnen omschrijven, maar die uiteindelijk de diepste religieuze ervaring van mijn leven zou zijn.’

Bij thuiskomst nam hij contact op met Aldous Huxley, de filosoof. In 1953 had Huxley een populair boek geschreven over zijn ervaringen met mescaline: The Doors of Perception (De deuren der waarneming). Bovendien had hij ook ervaring met andere drugs, waaronder lsd. De psycholoog en de wijsgeer vonden elkaar in hun liefde voor geestverruimende middelen. In de rokerige docentenkamer van Harvard bekokstoofden ze een groots en meeslepend plan: alle invloedrijke mensen ter wereld moesten aan de psychedelische drugs worden geholpen, dan zou de wereld in no time verlost zijn van alle ellende. Want wie eenmaal een psychedelische ervaring heeft gehad, redeneerden zij, haalt het niet in zijn hoofd om een Zuidoost-Aziatisch land binnen te vallen, of een kernwapen te bouwen. De wereld zou er alleen maar beter van worden. En zo werd Leary een bekeerling van de psychedelische ervaring.

‘Ons onderwijs is een verdovend middel dat je ziel afstompt en je brein en gedrag voorgoed vastketent’

Got to be a joker, he just do what he please…

Samen met zijn collega’s zette Leary aan Harvard het Psilocybin Project op. Psilocybine is de werkzame stof in paddo’s. Doel van het project was ‘het begrijpen wat de mogelijkheden van psychedelica zijn voor ons zenuwstelsel en om ze voor mensen toegankelijk te maken’. De nadruk lag op dat laatste. Bij het farmaceutische bedrijf Sandoz bestelden de onderzoekers karrevrachten gesynthetiseerde psilocybine en lsd, in die tijd allebei nog gemakkelijk verkrijgbaar voor wetenschappers. Met zijn team onderzocht hij de werking ervan op het gedrag van criminelen; hij besprak de betekenis van spirituele ervaringen onder invloed met theologen, en Leary begeleidde, letterlijk, duizenden trips van vrijwilligers en studenten.

Timothy Leary tijdens waarschijnlijk een lsd-feest © Ben Martin / The LIFE Images Collection / Getty Images

Shoot me, shoot me, shoot me, shoot me…

Ook nodigde Leary allerlei bekende mensen uit om deel te nemen aan zijn experimenten, onder wie Allen Ginsberg, de dichter (‘Ik zag de besten van mijn generatie verwoest door waanzin/ hysterisch hongerend en naakt/ die zich ’s ochtends sleepten door de zwarte straten/ zoekend naar verlossing van hun kwaad/ hipsters als engelen brandend naar de oude hemelse verbinding/ met de sterre-dynamo in de machinerie van de nacht/ die armoedig in lompen en hologig en high rokend bijeen zaten/ in het bovennatuurlijke duister van onverwarmde kamers/ zwevend over de toppen van steden opgaand in jazz…’). Ginsberg stelde Leary voor aan zijn beroemde vrienden: Robert Lowell, Willem de Kooning, Thelonious Monk. Zo werd het verlegen jongetje uit Massachusetts ineens een bekend gezicht in de culturele elite van zijn land.

Schrijver Jack Kerouac liet een aardig bedankbriefje voor hem achter: ‘Na mijn trip kwam ik thuis en had voor het eerst in tijden een goed gesprek met mijn moeder. Ik kwam erachter dat ik meer van haar hield dan ik dacht.’

Met name lsd had ogenschijnlijk verbluffende therapeutische effecten. Leary’s collega Richard Alpert (later bekend als de spirituele goeroe Baba Ram Dass) zei over zijn eerste lsd-trip: ‘Ik realiseerde me plotseling dat alle identiteiten die ik in dit leven had opgebouwd waren verdwenen. En toch was ik volledig bewust. De professor verdween. De amateurpiloot verdween. Het joodse jongetje uit de middenklasse verdween. Ik raakte er behoorlijk door in paniek. Het was de paniek die voorafgaat aan een psychische dood, en dat klopt: de oude Richard Alpert was stervende. Ik probeerde me koste wat het kost nog ergens aan vast te klampen. Toen zei die wijze oude Timothy: “Vertrouw op je zenuwstelsel.” Dus dat deed ik maar.’ Alpert was niet de enige met zo’n soort ervaring. Deelnemers voelden zich vrijwel allemaal op de een of andere manier herboren.

Maar het lukte Leary niet goed om zijn experiment in de hand te houden. Het werd wel erg knus aan de voorheen zo gezapige faculteit van Harvard. Een deelnemer beschreef het onderzoek later zo: ‘Een handjevol mannen in smalle gangen die de hele tijd “Wow” zeiden.’ Bovendien werden aan alle kanten grenzen overschreden. Richard Alpert werd er zelfs van beschuldigd seksuele gunsten te vragen aan een jongen in ruil voor deelname aan het experiment. Alpert heeft altijd stellig ontkend; Leary bleef pal achter zijn vriend en collega staan, maar op 6 mei 1963 werd het de universiteit allemaal te gortig. Dick en Timothy werden ontslagen.

He wear no shoeshine, he got toe jam football…

Uit zijn afscheidscollege wordt wel duidelijk hoe Leary en de universiteit uit elkaar waren gegroeid: ‘De academie wordt, net als ieder ander onderdeel van ons verrotte onderwijs, betaald door de samenleving om jonge mensen te instrueren hoe ze hetzelfde debiele spelletje kunnen blijven spelen. Het bestaat om ervoor te zorgen dat jullie je hersens nooit ten volste zullen gebruiken. Studenten: dit instituut is gebouwd om jullie in slaap te houden. Het laatste wat ze willen is dat je je geest verruimt, je potentieel benut of de dingen ziet voor wat ze écht zijn. Ze willen niet dat je groeit of leert. Ons onderwijs is anesthesie: een verdovend middel dat je ziel afstompt en je brein en gedrag voorgoed vastketent.’

Harvards poging om Leary en Alpert het zwijgen op te leggen werkte averechts. De twee mannen waren op slag supersterren. Docenten die van zo’n gezaghebbend instituut waren getrapt moesten wel iets interessants te zeggen hebben, was de gedachte. Ze gebruikten de bijkomende media-aandacht ook handig. Er werden artikelen afgedrukt in tijdschriften als Look, Esquire, The Saturday Evening Post en Times Magazine. Aan de ontbijttafels van Amerika had plotseling iedereen een mening over Leary en zijn psychedelische kruistocht. Na het debacle aan de universiteit huurden Leary en Alpert een villa buiten New York, waar ze vrolijk verder gingen met hun experiment, in een soort commune, gesponsord door Leary’s rijke vrienden.

He got monkey fingers…

Rond die tijd ontstond ook Leary’s beroemde slogan: Turn on, tune in, drop out. Sluit je aan bij het culturele verzet, kortom. De boodschap sloeg in als een bom bij Amerika’s boze jeugd. Het alternatief was ook niet om over naar huis te schrijven. Billy Graham, de beroemde televisiedominee, probeerde zijn jonge volgelingen terug te winnen met: Turn on Christ, tune in to the Bible, and drop out of sin, maar het mocht niet baten. Lsd was hip en Leary en Alpert hadden de wind mee. Onthutst door zijn eigen succes ging Tim op een middag eten met de beroemde mediagoeroe Marshall McLuhan, die tegen hem zei: ‘De sleutel tot jouw werk is werving. Je verkoopt een product: het verbeterde brein. Zorg ervoor dat je lsd associeert met alle positieve aspecten van de hersenen: schoonheid, plezier, filosofie, religie, intelligentie, mystiek. En wat er ook gebeurt: glimlach altijd vriendelijk en zwaai, als het kan, geruststellend.’

Duivelsaren, ook wel moederkoorn of ergot, is een schimmel die groeit op granen en grassen, waaronder rogge. Het is herkenbaar als een zwarte woekering in de aren. Heel vroeger werd het door kraamvrouwen gebruikt om weeën of abortus mee op te wekken. Dat luisterde nauw: te veel ervan leidt tot vergiftiging. Besmet broodmeel wekt heftige hallucinaties op, vijf tot tien gram is al dodelijk. In de Middeleeuwen brak onder de bevolking regelmatig ‘ergotisme’ uit, met grootschalige waanzin en sterfte tot gevolg. Hiëronymus Bosch verwijst ernaar in zijn schilderijen.

In 1938 werd in Basel door de scheikundige Albert Hofmann voor het eerst lsd gesynthetiseerd uit ergot. De Zwitser had gemerkt dat hij een beetje begon te spacen als hij de schimmel aanraakte. Op 19 april 1943 had Hofmann tijdens zijn fietstocht van zijn lab naar huis de eerste lsd-trip. Sindsdien is die datum onder gebruikers ook wel bekend als Bicycle Day. Zijn hele leven bleef Hofmann kleine hoeveelheden van het middel nemen: hij was overtuigd van de therapeutische kracht ervan. Later synthetiseerde hij ook voor het eerst psilocybine. Na Hofmanns ontdekking duurde het niet lang voordat de Amerikaanse overheid lsd in het vizier kreeg. De cia begon in de jaren vijftig te experimenteren met het middel. Ze hoopten dat het kon dienen als waarheidsserum of ontraceerbaar martelwerktuig. De onderzoeken waren onderdeel van het zogeheten mk-ultra-experiment: een grootschalig onderzoek naar de mogelijkheden van brainwashing. Honderden nietsvermoedende deelnemers werden door de spionagedienst onderworpen aan lsd-trips. Leary was waarschijnlijk niet op de hoogte van de cia-experimenten toen hij met zijn onderzoek begon, maar hij werd via Harvard wel betaald door een overheidsinstantie die, weten we nu, als front diende voor mk-ultra.

‘Ik heb zeven miljoen mensen bevrijd en slechts honderdduizend zijn me komen bedanken!’

De effecten van lsd zijn ongeveer na een uur merkbaar. Inname leidt tot uitgebreide visuele hallucinaties, verandering van de perceptie van ruimte en tijd, synesthesie. Je proeft kleuren en ruikt geluiden, opeens kan het gezicht van een vriendin je bijvoorbeeld doen denken aan de zon of de maan, vergeten beelden van lang geleden kunnen ineens weer opduiken. Door afbraak van de ego-structuur treedt soms een ‘oceanisch gevoel’ op: een ervaring van eenheid met het universum, de verbondenheid van alles met alles, een soort baarmoedergevoel. De effecten slijten pas na enkele uren, maar de betekenis van de ervaring verdwijnt niet zomaar, die is vaak blijvend. Het middel is niet lichamelijk verslavend. Voor de meeste mensen zijn lsd en psilocybine ongevaarlijk, maar bij wie er aanleg voor heeft kan het middel aanzetten tot ernstige wanen. Dat moet je zo zien: bij wie de deur van de gekte al op een kiertje staat, kunnen psychedelica hem verder open zetten, soms onherstelbaar. Kwetsbare mensen moeten het niet gebruiken.

Vlnr: Judy Marcioni, Tommy Smothers, John Lennon, Yoko Ono, Rosemary en Timothy Leary tijdens een bed-in in een hotel in Montreal. Mei 1969 © Gerry Deiter / AFP / ANP

Een halve eeuw na Leary’s psychedelische escapades is het de vraag waar alle ophef destijds goed voor is geweest. Na lange tijd door de autoriteiten te zijn verdrongen naar het rijk van de verboden middelen vinden lsd en paddo’s inmiddels hun weg terug naar de mainstream. De medicalisering van psychoactieve middelen draait op volle toeren. Zelfs het recreatieve gebruik wordt tegenwoordig geframed in medische termen.

Dat heeft onder meer te maken met een nieuwe trend: microdoseren. Microdoseren is het innemen van sub-perceptuele hoeveelheden psychedelica. Dat wil zeggen: net genoeg zodat er wel íets gebeurt, maar je er niet van gaat spacen. De vooralsnog onbewezen claim is dat je er creatiever en productiever van zou worden. Het is een trend onder techies in Silicon Valley. Steve Jobs deed het, Elon Musk schijnt het te doen. Op Facebook wordt inmiddels driftig geadverteerd met microdoses psilocybine: ‘Topprestaties leveren? Microdoseren vergroot bewustzijn en meer focus (sic).’ De hernieuwde interesse in psychoactieve middelen wordt wel eens een ‘psychedelische renaissance’ genoemd, maar er is dus eerder sprake van een homeopathische verdunning: lekker zelf kruidendoktertje spelen. In elk geval zijn we ver verwijderd van de revolutionaire claims van Leary en zijn vrienden.

Hoopvoller zijn mogelijk de therapeutische toepassingen. Albert Hofmann, de uitvinder van lsd, betreurde destijds de ontwikkelingen rondom Leary zeer. ‘Tien jaar lang is met lsd interessant werk gedaan in de psychoanalyse’, zei hij daarover, en hij voegde eraan toe: totdat Leary en de zijnen met het middel aan de haal gingen. In de jaren zestig werd door progressieve psychologen en psychiaters geëxperimenteerd met therapieën onder invloed van lsd of paddo’s. Ook in Nederland, bijvoorbeeld door de Leidse zenuwarts Jan Bastiaans, die oorlogsslachtoffers traumatische ervaringen hielp te verwerken onder invloed van lsd en pentothal. Tegenwoordig klinken er hoopvolle geluiden van onderzoekers die werken met zwaar depressieve patiënten, psilocybine zou daarbij uitkomst kunnen bieden.

Ook in de stervensbegeleiding wordt gewerkt met de werkzame stof uit de magische paddestoelen. Wie een psychedelische trip heeft gehad is minder bang voor de dood. Dat was de aanleiding voor de publicatie van het boek How to Change Your Mind? (2019) van de Amerikaanse journalist Michael Pollan, die daarin hedendaags onderzoek naar psychedelica in kaart brengt. Hij laat zien dat de medische wereld bijzonder geïnteresseerd is in de mogelijke werkingen van psychedelische drugs als lsd, paddo’s en ayahuasca. In een interview zei Pollan daarover: ‘Ik verwachtte dat er veel meer aarzeling zou zijn onder wetenschappers, maar dat bleek niet het geval. Toen ik de voorzitter van het National Institute of Mental Health sprak, het bastion van het psychiatrische establishment, was die juist erg enthousiast. Dat had ik niet gedacht.’

Over deze ontwikkelingen zei de Britse historicus van drugs Mike Jay onlangs in De Nederlandse Boekengids: ‘De ontwikkeling van nieuwe antipsychotica en antidepressiva neemt razendsnel af. Wetenschappers beginnen zich te realiseren dat we wel zo’n beetje zijn gestuit op de grenzen van wat we met traditionele medicatie kunnen bereiken, gezien onze gelimiteerde kennis van hoe het brein werkt. Dus zijn ze op zoek naar alternatieven.’

Lsd en paddo’s zijn zulke alternatieven. Als je van psychedelica een medicijn wil maken, kan dat. De belangrijkste conclusie uit Leary’s onderzoek was al dat een trip gebaseerd is op wat er in de gebruiker leeft: de gevoelens op het moment van inname, maar ook wat hij of zij van de trip verwacht, zijn fantasieën erover of de angsten ervoor, de mindset dus. Aan de andere kant hangt de ervaring ook af van wat er in de directe omgeving gebeurt: of je op een veilige plek bent met lieve mensen, of niet: de setting. Afhankelijk van de binnen- én buitenwereld kan het dus een fijne ervaring zijn, of juist een vreselijke. Leary noemde dit: set and setting. De context is betekenisvol. En hoewel de inhoud van een trip meestal volstrekt onvoorspelbaar is, is de betekenis die je eraan geeft cruciaal. Een mystieke ervaring, een gezellige avond met vrienden, of een marteling: je krijgt van een trip wat je ervan verwacht.

He says: I know you, you know me…

In een berucht interview met Playboy claimde Leary dat vrouwen honderden orgasmes zouden kunnen hebben onder invloed van lsd. Hij zei daarin ook dat lsd homoseksualiteit kon genezen, en dat hij zijn eigen kinderen liever aan de heroïne zag gaan dan ze te moeten onderwerpen aan regulier onderwijs. De anarchistische jaren zestig waren de gloriedagen van Timothy Leary. De boze jongeman had zijn roeping gevonden, zijn panacee. Maar toen hij eenmaal tegen de grenzen was gestuit van wat zijn omgeving – in dit geval Harvard – van hem kon verdragen, en als gevolg de wijde wereld in werd gestuurd, ging hij onmiddellijk op zoek naar de grenzen van wat de wijde wereld van hem kon verdragen. Lsd was een sterk middel, ongetwijfeld: maar alle roem en media-aandacht waren sterker. Ze stegen het eenzame jongetje naar de bol.

In 1968 stelde Leary zich kandidaat als gouverneur van Californië in de race tegen de zittende gouverneur: Ronald Reagan. De Beatles schreven Leary’s campagnelied, het openingsnummer van de plaat Abbey Road. De kandidatuur van Leary boezemde de autoriteiten zo’n vreselijke angst in – wat als de sjofele psycholoog zou winnen van de rechtse B-acteur? Niet ondenkbaar in Californië – dat ze hem oppakten voor het bezit van twee joints. Leary heeft altijd volgehouden dat hij er in was geluisd. ‘Ik werd bij een kruispunt aangehouden door de politie. “Waarvoor, agent?” vroeg ik, waarop de diender twee marijuanapeuken uit zijn broekzak tevoorschijn trok, ze in mijn asbak legde, ernaar wees en zei: “Daarvoor.”’ Hij werd veroordeeld tot twintig jaar cel.

Onderdeel van zijn straf was het invullen van een psychologische test, een procedure om in te schatten hoe groot de kans was op recidive en ontsnapping. Het toeval wilde dat Leary de test zelf had ontworpen, dus hij vulde hem op zo’n manier in dat hij werd opgenomen in een laag beveiligde gevangenis. Kort daarna ontsnapte hij inderdaad; Leary liet een aardig briefje achter voor zijn bewakers. Op archiefbeelden is te zien hoe hij kort daarna aankomt in Algerije met een vette grijns op zijn gezicht. ‘Wat gaat u nu doen, dr. Leary?’ vraagt een journalist. ‘Nu ga ik me samen met de Black Panthers inzetten om de Amerikaanse overheid omver te werpen’, zegt hij vriendelijk.

Erg lang duurde zijn revolutionaire periode niet: de socialisten kregen al snel genoeg van zijn buitensporige levensstijl. En zo begon een lange zwerftocht langs Wenen, Beiroet en uiteindelijk Kaboel. Eenzaam was Leary in die tijd niet: hij kreeg gezelschap van vrienden als Andy Warhol en Allen Ginsberg. In Afghanistan werd Leary in 1972 uiteindelijk opgepakt. Er is een schitterende foto van: Tim die uitzinnig lacht naar de camera terwijl hij wordt afgevoerd door twee fronsende stropdassen.

One thing I can tell you is you got to be free…

Linkse idealisten worden zelden sierlijk oud. Als het misgaat, zijn er twee varianten: of ze slaan door naar de andere kant, zwelgend in conservatieve zelfhaat, of ze bijten zich vast in wat er nog over is van hun overtuigingen. Leary deed dat laatste. Hij raakte geïnteresseerd in computers en probeerde zijn materialistische mysticisme op een twijfelachtige manier te rijmen met de neurowetenschap. Verder hield hij zich voornamelijk bezig met het schrijven van autobiografieën. Hij had graag jonge mensen over de vloer, om ze te vertellen over de wonderlijke eigenschappen van lsd en psilocybine. ‘Ik heb zeven miljoen mensen bevrijd en slechts honderdduizend daarvan zijn me ooit komen bedanken!’ zei hij daarover. Eenzaam zou hij in elk geval nooit meer zijn. Het liefst had hij zich willen laten invriezen na zijn dood, om ooit in de toekomst weer tot leven te kunnen worden gewekt, maar uiteindelijk werd hij gewoon gecremeerd. Een doorsnee begrafenis werd het niet: in 1997 werd een deel van zijn as met een raket de ruimte in geschoten, de rest werd in een kunstinstallatie vernietigd.

Tegen mensen in een bad trip zei Leary: ‘Als je veroordeling en schuld ervaart, luister dan goed: dat je je zo voelt komt door je eigen geest, je karma. Niemand doet je iets. Je creëert zelf het probleem. Ga over op meditatie. Denk aan je vroegere overtuigingen. Denk aan de vriendelijke nabijheid van de mensen om je heen.’ Met andere woorden: de realiteit is wat je ervan maakt, dus maak er liever wat moois van. Ongetwijfeld goed bedoeld, maar daarmee staat Leary ook symbool voor het geïndividualiseerde engagement van de jaren zestig: geen revoluties op straat, maar in je hoofd. Dat maakt zijn erfenis extra kwetsbaar voor de ideologie van het neoliberalisme, waarin we er als consumenten allemaal onze eigen geïndividualiseerde werkelijkheid op nahouden.

De marxistische filosoof Herbert Marcuse, een tijdgenoot van Leary, waarschuwde al dat de psychedelische revolutie ooit zou worden opgeslokt door het kapitalisme, om vervolgens in consumeerbare brokken te worden uitgekotst. En zo is het gegaan: de farmaceutische industrie staat inmiddels te trappelen om ons te drogeren met Leary’s wondermiddelen. Binnenkort kunt u ongetwijfeld op voorschrift van uw huisarts afgewaterde lsd bestellen, netjes verpakt in een wit pillendoosje, om daarmee te ontsnappen aan de kwellende dagdroom die we het dagelijks leven noemen.

Come together, right now – over me.