De lsd revolutie

Dertig jaar geleden stond de revolutie op uitbreken. Het recept: LSD, ‘Tune in, turn on, drop out!’ Na een jaar was het voorbij. Reconstructie van de psychedelische waan van Ken Keseys Merry Pranksters. En Timothy Leary had ze nog wel zo gewaarschuwd.
SAN FRANCISCO, 22 januari 1966. Het is zaterdagavond. Honderden uitgelaten adolescenten staan in de rij voor de Hal van Havenarbeiders, nieuwsgierig gemaakt door de reclamekreten als ‘Can you die to your corpses? Can you metamorphose?’ De oorverdovende herrie maakt ze alvast warm voor wat er in de hal op hen wacht: het Trips Festival.

Eenmaal binnen krijgt iedereen eerst een drankje of een ijsje. Ze moeten wennen aan de bizarre filmbeelden, de blacklights en de zoeklichten die continu over de menigte heen spoelen. De eindeloos improviserende acid rock van The Grateful Dead bombardeert het gehoor. Zonderling uitgedoste mensen beschilderen elkaars gezichten met fluorescerende vingerverf. Achter een enorme batterij geluids- en filmapparatuur staat Ken Kesey, de man die One Flew over the Cuckoo’s Nest schreef. Gehuld in een astronautenpak draait hij aan de knoppen. Hij mompelt in de microfoon: ‘De zaal is een ruimteschip en de kapitein is waanzinnig.’
Een diaprojector herhaalt onophoudelijk het beeld van Jackie Kennedy die naast haar vermoorde man verbijsterd het autoportier openrukt. Een meisje trekt haar T- shirt over het hoofd en laat haar kolossale borsten dansen voor de ogen van met kettingen en swastika’s versierde Hell’s Angels. Opgegooide wc-rollen flakkeren in het mitrailleurlicht van de stroboscoop.
Terwijl de in water en ijs opgeloste, nog niet verboden drug LSD de hersenen in bezit neemt, transformeert de hal in een uitzinnige orgie van duizend extatisch dansen de, lachende, huilende, schreeuwende en over de grond rollende jongeren. Op de een of andere manier raakt niemand van hen gewond.
Het Trips Festival is de culminatie van een jaartournee in Californie van een serie 'Acid Tests’, georganiseerd door Ken Keseys psychedelische sekte Merry Pranksters ('Vrolijke Poetsenbakkers’). De groep gelooft dat de bewustzijnsveranderende drug LSD een sacrament is dat haar gebruikers verandert van geconditioneerde robots in spontane supermensen. Keseys doel is de wereld met LSD-feesten 'te redden van haar aanstaande ondergang’.
De pers is enthousiast. De lokale kranten beschrijven het Trips Festival als een enerverende ervaring die alle bekende vormen van vermaak verre achter zich laat. Geamuseerd citeren ze de deelnemers: 'Het was alsof we allemaal opnieuw geboren werden, als briljante kinderen. En het was te gek om samen met onze broeder-briljanten te zijn.’
HET IS HET begin van een rage in San Francisco. Grote commerciele discotheken Fillmore en Avalon organiseren wekelijks een eigen Trips Festival. Geleidelijk onstaat in de wijk Haight-Ashbury een subcultuur van marihuanarokende en LSD-slikkende 'hippies’, die via eigen winkeltjes, krantjes en radiozenders het gedachtengoed van Ken Kesey en zijn esoterisch-intellectualistische tegenvoeter Timothy Leary verder verspreiden.
Als zich in januari 1967 dertigduizend excentriek gekapt en geklede jongeren in de stad verzamelen voor het openluchtfestival A Gathering of the Tribes, is de landelijke pers op oorlogsterkte. Moe van Vietnam zijn de media fanatiek op zoek naar iets vrolijks. Amerika aanschouwt verbijsterd hoe hordes jongeren onder invloed van ongebreidelde sex, drugs and rock 'n’ roll praten over UFO’s, oosterse religies en de beste methoden om te bedelen. De LSD wordt uit plastic boodschappentassen rondgedeeld. De voorhoede van een nieuwe beschaving die de oude binnenkort zal vernietigen.
Richard Alpert, de rechterhand van de uit New York overgevlogen LSD-goeroe Timothy Leary, legt het uit: 'In zeven of acht jaar zal de psychedelische populatie van Amerika elke president kunnen kiezen die ze maar willen. Stel je eens voor!’ Leary zelf laat de menigte scanderen: 'Tune in, turn on, drop out!’ Het weergalmt door miljoenen televisietoestellen in heel Amerika.
De mild-ridiculiserende toon van de pers verandert wanneer een hippiecomite de 'psychedelische revolutie’ uitroept en proclameert dat de stad zich opmaakt voor een Summer of Love. Angstig waarschuwen de media dat er een volksverhuizing op handen is van tweehonderduizend jongeren die zich naar San Francisco begeven. Het dreinende deuntje van de ondernemende rattenvanger Scott McKenzie doet de rest: 'If your going to San Francisco, be sure to wear some flowers in your hair…’ Het lied is een half jaar lang niet van de radio af te branden.
Wat er dan volgt, staat - alsof de voorgaande zeven jaar er eigenlijk niet toe deden - voortaan bekend als de sixties: de explosie van lang haar, kralenkettingen, bombastische gitaarmuziek, mystieke introspectie, utopisch idealisme en honderden miljoenen LSD-trips. Vijfenzeventigduizend jongeren en honderden journalisten zullen de Summer of Love bezoeken.
Aan het einde van de zomer ligt Haight- Ashbury er volledig uitgewoond bij. Terwijl de politie razzia’s houdt op zoek naar de inmiddels verboden LSD, grijpen armoede, criminaliteit, prostitutie en algehele wanhoop snel om zich heen. Binnen een jaar versplintert de hippiebeweging tot er slechts een miserabel groepje elkaar bestelende harddrugsverslaafden van over is. De rest is gedesillusioneerd vertrokken, naar huis, naar communes op het platteland, naar India en Europa. Terwijl ze aan de andere kant van de oceaan nog even opflakkert, dooft de Californische hippiebeweging nog voor 1970 als een nachtkaars uit, de wereld in raadsels achterlatend.
DE DIEPE SPOREN die de hippies achterlaten in de mode, kunst, muziek, literatuur en esoterie zijn zonneklaar. Maar waar kwam deze massahysterie vandaan? Hoe konden tienduizenden jongeren geloven dat een op ongebreideld hedonisme, escapisme en irrealisme gebaseerde levensstijl het paradijs op aarde zou brengen?
Vreemd genoeg ligt het onderzoek hiernaar nog nagenoeg braak. Het toonaangevende cultuurhistorische werk over deze periode, Todd Gitlins The Sixties, concentreert zich op de studentenbeweging - de drugscultuur wordt behandeld als een curieuze bijkomstigheid. Ook The Kool-Aid Acid Test, de lange reportage die Tom Wolfe in 1967 schreef over Keseys Merry Pranksters, is onder cultuurhistorici volslagen onbekend.
'We waren kameraden in die elitaire, zij het wat nevelige campagne die tot doel had de controle van het denken omver te werpen’, zo zou Kesey later over de Pranksters zeggen. 'Alleen vanuit deze wolkenloze positie kon de mensheid uiteindelijk opstaan uit zijn zich steeds herhalende geschiedenis van rotzooi en gekloot en zich rekenschap geven van dat machtige doel: Een Wereld. Een Wereld, Goed Gevoed, Eerlijk Behandeld, In Vrede, High en in Harmonie met de Universele Harmonie der Sferen en het Eeuwig Altijd Veranderende Dharma van… van… Hoe dan ook, Een Schitterende Wereld.’
Wie was deze Ken Kesey? De rode draad die door zijn leven loopt, verschilt nauwelijks van die die door de levens van andere spirituele leiders liep: een obsessie met het verkrijgen van macht over zichzelf en de omgeving. Opgevoed door een veeleisende vader, gepest op school en geplaagd door jeugdpuistjes, vluchtte de jonge Kesey in fantasieen over zijn stripboekfavorieten Superman en Spiderman. Later raakte hij gefascineerd door Nietzsches Ubermensch. Niettemin leerde hij kennelijk van zijn vader ijzeren discipline: toen Kesey in 1959 op 23-jarige leeftijd begon aan een studie creative writing, had hij al een studie massacommunicatie doorlopen, een carriere als acteur en goochelaar achter de rug, was hij als worstelkampioen bijna geselecteerd voor de Olympische Spelen en had hij twee romans geschreven. Met zijn zwangere vrouw Faye vestigde hij zich in het vlak onder San Francisco gelegen kunstenaarsdorpje Perry Lane, vastbesloten een groot schrijver te worden.
Perry Lane werd in die tijd bevolkt door een bevriend groepje schrijvers en schilders met een beatnik-achtergrond. Beatniks probeerden aan de conformeringsdwang van de Koude-Oorlogssamenleving te ontsnappen door een leven vol snelle jazz, marihuana, amfetamines, meditatie en het rondreizen in afgeragde auto’s. Kesey bekwaamde zich in het legen van flessen wijn, het bakken van wietkoekjes en het ruilen van partners, geinspireerd door de werken beatschrijvers als Allen Ginsberg en Jack Kerouac. In Kerouacs personage Neil Cassady, de als een wervelwind pratende, amfetamines, jonge maagden en kilometers vretende uber-beatnik, vond Kesey een nieuwe held.
Een baantje vond hij in een nabijgelegen ziekenhuis dat proefkonijnen zocht om de werking van allerlei LSD-varianten te testen. LSD was in die jaren een rage onder sjieke psychiaters en hun patienten, zeker toen acteur Cary Grant LSD had aangeprezen als antidepressivum. LSD had een kosmisch effect op Kesey: 'Het was alsof ik plotseling kon lezen in de boeken van God. Ik had gehoord van de bijbel en zo, maar dit! Dit waren de echte boeken!’
Nadat zijn termijn als proefkonijn was afgelopen, kreeg hij in hetzelfde ziekenhuis een baan als nachtwaker. Hij stal daar een flinke voorraad psychedelica bij elkaar, die hij overdag uitdeelde aan iedereen die zijn 'creativiteitspillen’ maar wilde proberen. Keseys pillen sloegen vooral aan in de naar spiritualiteit hongerende kunstenaarsenclave. De eerste gezamenlijke LSD-trips waren, zo schreef Kesey, 'shell-shattering ordeals that left us blinking kneedeep in the cracked crust of our pie in the sky personalities. Suddenly people were stripped naked before one another and behold: we were beautiful.’
Wat is een LSD-trip? Zoveel mensen, zoveel LSD-trips, maar er valt wel iets over te zeggen. Als eerste verdijnt al het routinematige uit het denken en waarnemen. De wereld verandert in een enorme speeltuin waar alles even fris, interessant en radicaal anders is. De LSD-gebruiker kan acht uur als toerist door zijn eigen tuin dwalen, zich verwonderen over de volmaakte perfectie van een dode kakkerlak en vol verbazing zijn symbiose met zijn eigen hand ontdekken. Naarmate de trip vordert, wordt het brein steeds meer overweldigd door een stroom van in elkaar overvloeiende beelden, gevoelen en gedachtenassociaties. Verdere reflectie is onmogelijk, evenals anticipatie. Alles gebeurt nu en het enige dat er opzit is om met de stroom mee te drijven. Wie ertegen ingaat, raakt in paniek en denkt krankzinnig te zijn geworden - de bekende bad trip (die overigens veel minder vaak voorkomt dan de sensatiepers het grote publiek heeft doen geloven). Op het hoogtepunt van een goed verlopende trip ondergaat de gebruiker een oceanisch en euforisch gevoel van verbondenheid met wat hem omringt. Religieuze karakters worden opgenomen in de hand van God, atheistische naturen voelen zich deel uitmaken van een transcendente wijsheid.
Het is een kleine stap van die sensaties naar grootheidswaan, binnen de psychiatrie in de jaren zestig al een bekend fenomeen als gevolg van LSD-gebruik. Niettemin schrijven sommige psychiaters in die tijd LSD voor aan hun clienten - en volgens de LSD-onderzoeker Sidney Cohen is het grootste gevaar van LSD-therapie dat de voorschrijvende psychiaters zelf gaan lijden aan grootheidswanen: 'Het kunnen toedienen van een transcendentale bewustzijnstoestand is een opwindende en machtige gave’, schrijft Cohen in 1964. 'Mensen met latente superioriteitsgevoelens kunnen heimelijk of openlijk overtuigd raken van hun eigen grandiositeit. Zulke individuen, met genoeg realiteitsbesef om hun megalomanie te verbergen achter een facade van zachtmoedigheid, vormen een serieuze bedreiging voor hun clienten. Ze kunnen tamelijk succesvol worden in het controleren van kleine groepen mensen in de rol van sekteleider.’
HET ZIJN WOORDEN die Ken Kesey op het lijf geschreven zijn. Al snel na zijn psychedelische transformatie is zijn huis het onbetwiste centrum van Perry Lane geworden. Hij neemt steeds meer de rol aan van de leermeerster, die tijdens wilde feesten en ellenlange praatsessies zijn discipelen begeleidt bij het openbreken van de deuren naar hun nieuwe identiteit.
Tussen de bedrijven door schrijft hij een boek, dat haast een blauwdruk lijkt te zijn voor de volgende fase in zijn leven: One Flew over the Cuckoo’s Nest. Het boek verhaalt van een oplichter die zijn ontwapenende spontaniteit en charisma gebruikt om de geestelijke onderdrukking in een psychiatrische kliniek - symbolisch voor de Amerikaanse samenleving - te doorbreken. Op het hoogtepunt van het nogal messianistisch getinte verhaal leidt de held zijn twaalf krankzinnige vrienden de inrichting uit om met hen op een meer te gaan vissen. Uiteindelijk sterft de held op een kruisvormige tafel, waar hij 'met een kroon van elektrische vonken in plaats van doornen’ wordt gelobotomiseerd.
Het boek wordt gepubliceerd in 1962 en is onmiddellijk een bestseller. Het heeft de tijd mee. Een frisse wind waait door Amerika. De twintig miljoen kinderen van de baby boom-generatie groeien op. De onderdrukte zwarte bevolking begint zich te roeren, studenten en vredesactivisten verzetten zich op alle fronten. De hoop op een betere, radicaal anders ingerichte wereld begint te gloren. 'The times, they are a-changing.’
Kesey - inmiddels miljonair dank zij zijn boek - koopt in 1964 een landgoed nabij San Francisco, waar hij met zijn vrienden uit Perry Lane gaat wonen. Behalve enorme voorraden drugs schaft Kesey ook verf, muziekinstrumenten, geluids- en filmapparatuur aan. Het idee is dat iedereen continu elkaars bewegingen filmt en woorden opneemt, om bij het weer afspelen een indruk te krijgen van het wezen der spontaniteit. In lange praatsessies verklaart Kesey dat de zin van het bestaan is om met behulp van drugs spontaan te leven in het 'nu’, in het 'ondeelbare moment dat alle verschijnselen in het universum met elkaar verbindt’. Wie hierin slaagt, staat volgens Kesey op een lijn met dit alles unificerende wereldprincipe, en is hierdoor in staat om de loop van de geschiedenis persoonlijk ten goede te keren.
Als Kesey zich steeds duidelijker opwerpt als sekteleider, vertrekken sommigen - om plaats te maken voor diverse drifters die minder moeite hebben met Keseys leiderschap. Zelfs Neil Cassady staat ineens op de stoep. Vers uit de gevangenis, laaft Cassady zich dankbaar aan Keseys generositeit met drugs, geld en onderdak. In zijn oude studievriend Ken Babbs, een net uit Vietnam teruggekeerde legerkapitein, vindt Kesey een soort luitenant om zijn steeds buitenissiger wordende entourage in het gareel te houden. Babbs introduceert het idee om vervreemdende, totaal onverwachte gebeurtenissen voor elkaar op te zetten, om vervolgens te observeren hoe daarop wordt gereageerd. Doel is om mensen zo uit hun normale denkpatroon los te rukken. Dit soort grappen noemt Babbs 'pranks’, en de groep gaat zich gaandeweg aanduiden met de naam Merry Pranksters.
De grootste en meest legendarische prank is de busreis van San Francisco naar New York die de groep in de zomer van 1964 onderneemt in een met fluorescerende verf beschilderde en met elektronica volgestouwde schoolbus. De tijdens de reis gemaakte film toont een eindeloze reeks benzinepomphouders, motoragenten en inwoners van kleine dorpjes die zich vergapen aan de kakofonie van de binnenzeilende bus, waar een stroom van bizar uitgedoste of halfnaakte mannen en vrouwen uitrolt die spontaan doen waar ze op dat moment kennelijk zin in hebben: oerwoudgeluiden maken, in de bomen klimmen, tikkertje spelen of elkaar volsmeren met verf. Kesey benadrukt in zijn dagelijkse briefings dat de missie bestaat uit het spontane contact met het 'nu’, om zowel de Pranksters als de buitenwereld te ontdoen van hun geconditioneerde denkpatronen.
De dagelijkse werkelijkheid van de busreis is heel wat minder plezierig dan de film doet vermoeden. De vering is extreem slecht, wat Cassady er overigens niet van weerhoudt om zo hard en wild mogelijk te rijden. Er zijn geen toiletten aan boord, de openlijke seks op de communale love bunk wekt flink wat irritaties op en het continu op elkaars lip zitten leidt tot paranoia en verbeten ruzies. Twee Pranksters raken tijdens de reis in een bad trip en belanden in een gesticht.
En er is - ondanks het ideaal van gelijk heid - wel degelijk een hierarchie binnen de groep. Kesey is de onbetwiste leider en heeft duidelijk favorieten: Cassady, Babbs en zijn wulpse vriendin Sensuous X. Daarbij legt Kesey een zware druk op iedereen om aan het ideaalbeeld te voldoen: zelfverzekerd, energiek en altijd spontaan. Pranksters die hier niet aan voldoen, behoren niet tot de uitverkoren 'supermensen’ - zij zijn 'shit kickers’. Er is geen middenweg: 'Of je zit in de bus, of je valt eruit’, zoals Kesey zijn discipelen voorhoudt. Niettemin worden de Merry Pranksters die het volhouden door het vele gedeelde lief en leed aaneengesmeed tot een hechte, goed op elkaar ingespeelde groep.
AANGEKOMEN IN NEW YORK blijkt de grimmige en competitieve sfeer in de stad de Pranksters niet te liggen. Cassady’s oude vriend Allen Ginsberg raadt de groep aan om een bezoek te brengen aan Millbrook, het even buiten de stad gelegen landgoed waar de LSD-profeet Timothy Leary en zijn hofhouding resideren. De voormalige Harvard-professor deelt daar sinds enige jaren LSD uit aan een groep van rijkeluiskinderen, kunstenaars en studenten. Leary probeert de bovenlaag van de Amerikaanse samenleving om te turnen via LSD - pas als hij zeker weet dat de intellectuele en financiele elite zich tegen een verbod zal uitspreken, acht hij de tijd rijp om LSD bij het grote publiek te introduceren.
Hij heeft echter niet gerekend op het effect van Keseys psychedelische bus. Met alles wat maar geluid kan maken, dendert de bus het landgoed op, een spervuur van groene rookbommen afschietend. Kesey hoopt in Millbrook zijn voorraad LSD aan te vullen, maar hem wacht een teleurstelling: Leary wil niets te maken te hebben met dit zootje Californische idioten. De Merry Pranksters druipen af en keren terug naar Californie.
Kesey ziet niet in waarom de psychedelische revolutie moet wachten op een ondefinieerbaar moment in de toekomst - het gaat immers om 'nu’. Ook Leary’s visie op de LSD-trip bevalt hem niet. Om paniekaanvallen te voorkomen, programmeert Leary de LSD-trips onder nauw omschreven voorwaarden, een en ander op basis van een door hemzelf herschreven versie van het Tibetaanse Dodenboek. Kesey ziet niets in zo'n regulering: wie al begint rekening te houden met een mogelijke panie kaanval, maakt de kans daarop des te groter. De beste methode om paniekaanvallen te voorkomen, redeneert Kesey, is door het onverwachte juist op te zoeken. Je weet toch niet wat er gaat gebeuren tijdens een LSD-trip, en je kunt dus het beste leren om mee te gaan met wat er ook gebeurt, zelfs als dat een paniekaanval is.
Als lakmoesproef voor zijn theorie organiseren de Merry Pranksters in augustus 1965 een groot feest voor Allen Ginsberg en zestig Hell’s Angels. Ken Kesey mag deze zelfkantfiguren met hun voorliefde voor Harley-Davidsonmotoren, fascistische symbolen en hersenloos geweld wel. 'We zitten in dezelfde business’, vertel hij ze. 'Jullie breken botten, ik breek breinen.’ Het experiment is een groot succes: hoewel de festiviteiten van de Hell’s Angels normaal gesproken gekarakteriseerd worden door chaotische knokpartijen, vernielingen en aanrandingen, blijven deze in La Honda volkomen uit. De Angels worden zelfs merkwaardig vreedzaam door de LSD, die de Pranksters uitdelen onder het mom dat het amfetaminen zijn. Op een gegeven moment chanten de anti-intellectuele en homofobe vandalen zelfs een van Allen Ginsbergs hindoeistische mantra’s mee, precies in de maat van Ginsbergs vingercymbalen.
NA DE BEKERING VAN de Hell’s Angels ligt de weg open naar de rest van de wereld. Daar is echter een grote hoeveelheid LSD voor nodig. Alsof hij geroepen was, klopt in september 1965 de LSD-chemicus Owsley bij Kesey aan. Ook Owsley beschouwt zichzelf als 'een architect van sociale transformatie, met een missie om de wereld te veranderen’. Hij probeert de honderdduizenden LSD-tabletten die hij heeft gefabriceerd, te slijten.
Het medium dat de Pranksters hiervoor ontwikkelen is de Acid Test. In en rond San Francisco organiseren ze tussen december 1965 en maart 1966 drieentwintig van deze kaleidoscopische feesten vol zintuiglijke bombardementen en vervreemdende effecten, waarvan de historicus David Caute schat dat ze minstens tienduizend mensen direct met LSD in aanraking brachten. Vrijwel eigenhandig democratiseert Kesey in deze korte periode het LSD-gebruik in Amerika.
Als op hoogtepunt van hun roem een Newyorkse promotor op het punt staat om een Acid Test in het immense Madison Square te boeken, wordt Ken Kesey gearresteerd wegens marihuanabezit en is de rol van de Merry Pranksters opeens uitgespeeld. De leider komt op borgtocht vrij en vlucht naar Mexico; de groep valt uit elkaar.
Als Kesey na een jaar weer wordt opgepakt, zweert hij - in ruil voor een lichte straf - openlijk, op de televisie, het gebruik van LSD af. Vlak voordat hij in juni 1967, aan de vooravond van de Summer of Love, voor vijf maanden achter de tralies verdwijnt, vertelt hij een journalist: 'We bereiden ons allemaal voor op de grote aardschok.’
Als hij weer vrij komt, is de ravage in Haight-Ashbury niet te overzien. Kesey’s droom van een spontane, massale doorbraak naar een gedeconditioneerde samenleving blijkt niet meer te zijn geweest dan een razendsnel in egocentrisme, apathie en zelfdestructivisme verzandende drugsroes. Timothy Leary legt de schuld hiervan bij Ken Kesey: 'Hij bracht het veel te vroeg in de openheid. Als hij ons nog een paar jaar had gegeven, hadden we dit kunnen voorkomen.’
Kesey houdt het in 1972 op het debiliserende effect van een te veel aan psychedelica: 'Ik verloor iets in die periode. Iets menselijks dat gedurende een onmetelijk lange periode in ons is gegroeid. Toen de high voorbij was, wist ik alleen dat wat ik vergeten was, het belangrijkste is dat ik ooit heb geweten.’