Waarover gaat de volgende grote Nederlandse roman?

De lucht hangt laag

De laatste grote Nederlandse roman ging over de hemel. Waar zal de volgende over gaan? De wereld? Een verlaten bordeel?

Nederland heeft alles in zich om tot een nieuw Oostenrijk uit te groeien. In een reisverslag over Europa beschrijft de Amerikaanse schrijver Bill Bryson Amsterdam als een plek die zich ongemakkelijk is gaan voelen over haar tolerantie, als iemand die een politiek standpunt heeft ingenomen en hartstochtelijk heeft verdedigd en dat niet meer aan de kant kan zetten. De Amsterdammer moet overal de graffiti, de krakers en de hoeren tolereren omdat hij dat verplicht is aan zijn politieke standpunt.

In Oostenrijk is Bill Bryson de slechte bediening opgevallen. De kelners staan erbij alsof ze superieur zijn aan de gast. Toch vraag je je af, schrijft de kritische Amerikaan, waarom de gast aan een tafeltje zit en zich laat bedienen en het niet omgekeerd is. De bediening is in Amsterdam ook al jaren op zijn retour. De afgelopen dagen voel ik de drang groeien om een boek te schrijven zoals Oriana Fallaci heeft gedaan. Vol van razernij en woede over wat er allemaal in Amsterdam en omstreken mis aan het gaan is. Ik zie een bladzijde voor me met allemaal woorden die ik zwart wil kleuren. Er staan ook een paar namen bij. Wie me een e-mail stuurt, kan ik de namen doen toekomen. Het boek moet De woede van de stier gaan heten, de titel van mijn bespreking van het laatste boek van Fallaci. Ze voorspelde daarin dat de Derde Wereldoorlog uit moslimhoek zou komen. Een moslimgolf overspoelt Europa, alleen heeft politiek correct Europa dat nog niet door. Die leuke, folkloristische, murmelende muzelmannen hebben plaatsgemaakt voor zwaarden slijpende, tot de tanden gewapende internetfundamentalisten. Het is de nieuwe rattenplaag, schrijft Fallaci, die in verbeten tempo alle kettingen waar Europa jarenlang aan vastgeklonken zat aan het doorbijten is. De strijd van Oriana is duidelijk: ze strijdt voor de beschaving en tegen politiek correcte blindheid. Het zijn mooie standpunten, ware het niet dat waar de edelweiss weer begint te groeien ook het vervelende, nasale gejodel niet ver weg is.

Iemand vroeg mij: waar is de Gandhi of de Spinoza van de moslims? Mijn tegenvraag was: is het niet beter dat de moslims eerst hun Adolf Hitler of Mussolini treffen die hen weer kan binden om hen daarna lekker in het verderf te storten? Uit tragische fouten leer je meer dan uit geweldloos verzet. Was het niet in het buitenland waar Gandhi op zijn grootste cheerleaders kon rekenen?

Er stond in NRC Handelsblad een aardig interview met een onderzoeker naar islamitische internetsites. Ik weet nooit wat ik moet vinden (knettergek of mild, hoopvol of ziek) van de wereld waarin ik leef als ik die krant gelezen heb, misschien is dat een teken van kwaliteit, maar dit was een goed verhaal. De onderzoeker zei dat de verregaande radicalisering van deze nieuwe generatie moslims uiteindelijk zou leiden tot secularisatie. Het indringende en individuele proces om de islam tot in het merg te leren kennen via het web is de uitdrukking van een individu dat zichzelf bevraagt. Wie eerst een fatwa onderzoekt tegen De duivelsverzen van Rushdie zal uiteindelijk het boek uit de hitsige vlammen willen redden.

Iets soortgelijks is met mij gebeurd (beschreven in mijn bundel Berichten uit Maanzaadstad). Toen ik van De duivelsverzen hoorde, was mijn eerste reactie dat een boek dat de Profeet beledigt niet goed kan zijn voor de totale productie van wereldliteratuur en in het bijzonder de godsdienstige tak ervan. Toch was ik nieuwsgierig, toog op onderzoek uit en ontdekte dat er veel meer aardige kanten aan het boek zaten dan de ongeletterde baardmannen ons wijsmaakten. Ik heb het boek bewonderd en geniet nog altijd bij herlezing. Of iemand anders hetzelfde zal overkomen, hangt af van de lengte van zijn tenen. Mensen verbieden een boek slecht te vinden, zou in dit geval juist averechts werken. De ruimte voor inkeer en verzoening en hernieuwde kennismaking wordt bij voorbaat in de kiem gesmoord.

Ik hou er niet van mezelf te definiëren als burger, kunstmaker, schrijver of deel van een etnisch fossiel. Toch helpt het wel als je mensen iets wilt uitleggen. Ingewikkelde sociale kwesties terugbrengen tot woestijnverhalen is aan de orde van de dag, dus waarom zou ik geen duitje in het zakje kunnen doen? Er is hoop. Iemand zei dat hoop als laatste sterft. Je zou ook kunnen zeggen dat hoop bij je geboorte uit de baarmoeder ontsnapt en zich de rest van de tijd op de meest achterlijke plaatsen verstopt.

Hoop heeft trouwens de neiging om zich op afschuwelijke plekken te verbergen. In Oostenrijk bijvoorbeeld, waar de laatste Nobelprijswinnaar voor de literatuur vandaan komt. Als er één beroepsgroep is die zich mag verheugen in goede tijden, dan zijn het de schrijvers. Er gebeurt zo veel in Nederland dat er nog 25 jaar literair te steggelen valt. Na de eerste schrik van 2 november werd er dan ook flink in de handen gewreven. De winter kwam eraan en men was vol inspiratie. In het achterhoofd vullen zich de eerste ideeën voor een script of filmbewerking. Kom op, Stendhals en Victor Hugo’s van deze tijd: er is werk aan de winkel, leg rekenschap af.

Soms zijn criticasters personen die alle hoop verloren hebben of er artistiek niet mee uit de voeten kunnen en daarom grijpen naar een geweer om op allerlei voeten te schieten. Wie heel ver gaat in die kritiek, schiet uiteindelijk in zijn eigen voet. Het lijkt alsof iedereen in Nederland zich die kunst in korte tijd eigen heeft gemaakt. Ik wilde een oudejaarsconference maken en aanbieden aan Freek de Jonge in het kader van de culturele verbroedering, maar de moed zakte me in de schoenen toen ik zag dat er een groot rond gat in geschoten was. Je moet soms je kruit droog houden. En trouwens, Freek de Jonge weet zelf wel wat hij zal gaan zeggen. Dat hoop ik tenminste.

Ik fietste dus langs de gracht en dacht: kon dit land maar een dag in de week Colombia zijn of Slovenië. Dat ik dat denk is een goed teken, ik vergelijk het land namelijk met andere landen, het wordt inwisselbaar en daardoor herkenbaarder. Ik zou ook graag veel Nederlandse kunstenaars willen inruilen voor buitenlandse, maar daarmee moet ik misschien nog even wachten. Aan het einde van de rij landen met wie ik Holland wil ruilen, staat een heks: Oostenrijk. Het slaat nergens op, maar ik voel me op dit moment meer verwant met Karl Kraus, Jelinek en Bernhard dan met Pietje Puk of Gekke Henkie.

De laatste grote Nederlandse roman ging over de hemel. Waar zal de volgende over gaan? De wereld? Een verlaten bordeel? Een doodgewone straat? In Oostenrijk is het: what you see is what you get. Met Nederland ligt dat anders. Er is hier nog zo veel in nevelen gehuld. De lucht hangt laag, de wrok ook.

Misschien is het tijd om Fallaci te corrigeren. Er is Europa en er is Nederland, alleen gebeurt alles hier eerder. Mijn volgende verhaal gaat over assimilatie en waarom het levensgevaarlijk is als je Blondie heet.