Vandaag kom ik, naar te vrezen valt, niet verder dan een vrij chaotisch stukje. Want ik moet hier mijn draai nog zien te vinden. Ik ben mij nog aan het orienteren. Wel is mij inmiddels duidelijk: als ze hier ergens een hekel aan hebben, is het wel aan die blitskikkers die nog niet binnen zijn en meteen voor God gaan spelen. Dat had je beter op aarde kunnen doen, zeggen ze hier altijd. Carriere maken kun je hier vergeten. Iedereen opereert pro deo. Wie daar niets voor voelt, komt in een ware hel terecht.
Ho ho ho, ik ben bezig de clou te verklappen. Dat wil ik niet op mijn geweten hebben, anders raakt u nog voortijdig op uw eigen levensverhaal uitgekeken. Ik probeer u juist een hart onder de riem te steken. Wanhoop niet! Er is heus een leven na de dood. En je hoeft beslist niet in God te geloven om daarin straks te participeren.
Nog een paar suggesties. Ten eerste: de eeuwigheid discrimineert niet. Ten tweede: na de dood is er geen persoonlijke groei meer mogelijk. Iedereen blijft wat hij is. Neem nu een gewone lul de behanger. Die blijft de lul. Daarin schuilt, onder ons gezegd, het gevaar van het leven na de dood. Het gevaar dat je ook na je overlijden in je eigen lulligheid blijft smoren. Tot in alle eeuwigheid. Amen!