Popmuziek

De lulligheidstroef

POPMUZIEK Me First and

the Gimme Gimmes en The Hot Stewards

In de begindagen van zijn solocarrière stond Robbie Williams voor de vraag wat te doen met zijn verleden in Take That. Negeren of eren? Hij koos voor geen van beide. Een ijzingwekkend gegil steeg op uit de zalen waar hij speelde, toen Williams de Take That-hit Back for Good inzette. Het duurde een paar seconden, en toen tikte de drummer af en bleek Williams de ballad moedwillig te verminken tot een baldadige punkversie ervan. Williams had zijn verleden aangehaald: door het belachelijk te maken. Want Robbie Williams bestaat bij de gratie van de ironie.

Bijna iedere punkband ter wereld speelt in haar live set wel eens een verpunkte (lees: in maximaal twee minuten erdoorheen gejaste) versie van een popklassieker. De combinatie van herkenning en plezier om de vrije bewerking levert doorgaans veel succes op.

Me First and the Gimme Gimmes, bestaande uit leden van punkbands als NOFX, doet niet anders. Country, pophits, musicalklassiekers: alles verdwijnt bij Me First and the Gimme Gimmes in een punksjabloon en komt eruit als snel gespeelde en slordig gezongen formulepunk. Spelen kunnen de bandleden op zich nog wel, ze zijn het alleen niet van plan. Dat doen ze bij hun eigen bands wel. Hier gaat het om de lol. Wie zag hoe de band vorig jaar op zomerfestivals duizenden mensen grijnzend liet meezingen met zowel Don’t Cry for me Argentina als Blowin’ in the Wind kon zich verbijsteren over de gemakzucht, ergeren aan de amuzikaliteit, amuseren over de lacherige sfeer bij zowel band als publiek, of alledrie tegelijk.

De deels Nederlandse, deels Duitse, deels Deense band The Hot Stewards speelt op haar album Cover Up de lulligheidstroef maximaal uit door zich te beperken tot covers van nummers uit de jaren tachtig. Die worden in een overdadige glamrockversie gespeeld, met soms wat invloeden uit andere genres. Het is een merkwaardige keuze. Veel muziek (en films, en mode) uit de jaren tachtig is anno 2007 al goed voor een glimach, alleen al vanwege de inmiddels als kitsch en overdadig ervaren productie. The Hot Stewards vergroten vooral uit wat eigenlijk geen uitvergroting meer behoeft om grappig te zijn – want dat is duidelijk het doel, ook de presentatie van de band is opzichtig zo camp mogelijk.

De momenten waarop het wel werkt, maken duidelijk dat vermakelijke covers bestaan bij de gratie van de verrassing, en die zit ’m vaak in de bevreemdende combinatie van nummer en uitvoering. Het beste voorbeeld daarvan is iedere week te zien op de Nederlandse televisie in de Mike & Thomas show, wanneer de gasten van Mike Bodde en Thomas van Luyn moeten raden welke tekst X de twee spelen op de melodie van nummer Y. Fantastisch was enkele jaren geleden ook de cd van Black Sweden, een band die Abba-nummers speelde op de melodie van rocknummers uit de jaren zeventig.

Zo mogelijk nog knapper is het bewerken van een nummer zo serieus nemen dat het een compleet nieuw nummer wordt, zoals Nouvelle Vague doet. En het allerknapst is toch het dermate mooi spelen van een nooit serieus genomen hit dat de luisteraar ontdekt dat hij het nummer altijd heeft onderschat. Zoals het Britse Travis deed met Baby One More Time van Britney Spears, en het Nederlandse Solo met Boys van Sabrina. Dat zijn de covers die niet gaan voor de lach, maar die de luisteraar het lachen doen vergaan.

The Hot Stewards – Cover Up (Sally Forth Records); Me First and the Gimme Gimmes: 26 juni, de Melkweg, Amsterdam (uitverkocht); The Hot Stewards: Arnhem (25 augustus), Utrecht (26 augustus)