Fascistisch, ja of nee?

De lust der permanente ontevredenheid

Volgens PVV-ideoloog Martin Bosma was Hitler een socialist. Volgens filosoof Rob Riemen is de PVV fascistisch. Wat moeten we aan met zulke kreten? Een vergelijking van de vroege NSB met de PVV kan interessant zijn.

IN HET PROGRAM van de lijst Wilders voor de verkiezingen van afgelopen voorjaar staat onder het hoofdje ‘Kiezen voor onze cultuur’ een curieus zinnetje: 'Op 4 mei gedenken wij de slachtoffers van het (nationaal) socialisme.’ Wat doen die haakjes daar en waar is het verbindingsstreepje tussen nationaal en socialisme gebleven, vraag je je af.
Het bleek niet om een tik- of zetfout te gaan. In De schijn-élite van de valsemunters legt partij-ideoloog Martin Bosma een hoofdstuk lang uit waarom naar zijn oordeel Adolf Hitler en de zijnen beschouwd moeten worden als socialisten.
Filosoof Rob Riemen komt in een onlangs verschenen essay (De eeuwige terugkeer van het fascisme) tot een heel andere, eveneens opzienbarende stelling. 'Geert Wilders en zijn beweging zijn het prototype van hedendaags fascisme’, verklaart hij kort en goed.
Wat moeten wij aan met zulke wilde kreten? Zou het niet het verstandigst zijn af te zien van iedere poging de nog altijd deels onverwerkte donkerste periode uit de twintigste eeuw te politiseren en te gebruiken voor vergelijkingen die per definitie, gezien de andere tijd en omstandigheden, nooit helemaal kunnen kloppen?
Die oplossing ligt voor de hand, maar is me te gemakkelijk. Ik geef Rob Riemen gelijk dat er geen taboe hoort te rusten op de vraag of (delen van) het klassieke fascisme/nationaal-socialisme herkenbaar zijn in het gedachtegoed van moderne nationaal-populistische bewegingen. Riemen heeft ook gelijk dat een vergelijking niet mogelijk is 'met waar het twintigste-eeuwse fascisme op is uitgelopen, maar met hoe het begon’. Een tegenwerping zou kunnen zijn dat iedereen toch weet waarop het uitliep, zodat elk wijzen op overeenkomsten de suggestie van oorlog en massamoord in zich draagt. Maar het is in de geschiedwetenschap heel gebruikelijk om een onderscheid te maken tussen gematigde, meestal vroege vormen van fascisme en radicale, waarbij Hitlers NSDAP uiteraard de kroon spant. Bij de NSB wordt bijvoorbeeld meestal uitgegaan van een gematigde beginperiode en twee momenten van radicalisering (na het teleurstellende verkiezingsresultaat in 1937 en na de Duitse inval). Een vergelijking van de 'vroege’ NSB met de groepering van Wilders kan dus interessant zijn.
Het is daarom jammer dat Riemen zijn boude conclusie (PVV = hedendaags fascisme) nergens op concrete historische parallellen baseert en zich beperkt tot het aanhalen van reeksen grote namen (Spinoza, Nietzsche, Thomas Mann, Menno ter Braak, et cetera, et cetera) over het eeuwig weerkerend thema 'beschavingscrisis’. Hoe Rob Riemen van hieruit tot de ferme slotsom komt dat de PVV 'het prototype van hedendaags fascisme’ zou zijn, blijft raadselachtig.
Gewaagder nog is de stelling van Martin Bosma dat het nationaal-socialisme simpelweg een stroming was binnen het socialisme. Hitler kwam met een keynesiaans gekleurd werkgelegenheidsplan. Hij voerde allerlei sociale voorzieningen in, zoals vakantiegeld, kinderbijslag, betere pensioenen, gratis gezondheidszorg. In feite, aldus nog steeds Bosma, die zich onder meer baseert op Duits socialisme van Jacques van Doorn, schafte Hitler de vrijemarkteconomie af door de invloed van de staat sterk te vergroten.
Dit is geen domme redenering, maar kloppen doet ze niet. Inderdaad was de macht van de staat - als instrument van de NSDAP - totaal, het was dan ook een totalitaire staat. Met de bekende, het systeem eigen, veerkracht paste het kapitalisme zich aan de nieuwe verhoudingen aan. Krupp en IG Farben verdienden er goed aan. Bosma zou gelijk hebben als hij had betoogd dat Hitler zijn - tegen de joden, links en het buitenland, niet tegen het privé-bezit gerichte - dictatuur opsmukte met antikapitalistische retoriek en met elementen uit wat later 'verzorgingsstaat’ zou gaan heten. Maar met socialisme (democratie + verzorgingsstaat) of communisme (dictatuur zonder privé-bezit) heeft het niets te maken.
Andere argumenten die Bosma aanvoert zijn ronduit bespottelijk. Zo ontsproot Hitlers antisemitisme volgens de PVV-ideoloog aan diens 'socialisme’, want Hitler had het immers over het internationale Finanzjudentum, verafschuwde de jood als financier. Voor het gemak ziet Bosma over het hoofd dat Hitler minstens zo hard tekeerging tegen het 'bolschewistisches Weltjudentum’. Moet ik echt nog een keer uitleggen dat joden voor Hitler cum suis parasieten waren van een inferieur ras? Minstens zo vergezocht is Bosma’s mededeling dat voor de nationaal-socialisten net als voor socialisten kunst belangrijk was. De boekverbrandingen even verdrongen? Daar gingen ze onder luid Sieg Heil-geroep in vlammen op: de werken van Marx, Freud, Erich Kästner, Kurt Tucholsky, Carl von Ossietzky. Dat is pas een stevige manier om 'linkse hobby’s’ aan te pakken.
Keren wij terug tot de hamvraag (dat woord zal de PVV-denker bevallen, zó niet halal): zijn er overeenkomsten tussen het huidige nationaal-populisme en het vroege Nederlandse nationaal-socialisme? Een aantal gelijkenissen dringt zich op. Zoals het overtrokken, ronkende nationalisme, kenmerkend voor de NSB (totdat die op dat punt in 1940 door de mand viel), dat opvallend is bij de PVV. Zo staat in het al genoemde verkiezingsprogram: 'De Canon van de Nederlandse geschiedenis wordt verplicht. (…) Onze heroïsche vaderlandse geschiedenis mag meer in het zonnetje worden geplaatst.’ En: 'Op elke school en elk overheidsgebouw moet onze vlag wapperen.’
De programma’s van NSB en PVV bevatten beide een opmerkelijke cocktail van zeer rechtse en linkse eisen. De 'socialistische’ punten waarover Bosma zo weeklaagt bij de NSDAP en die bij de NSB opduiken in de vorm van het opeisen van een winstdeling en een pensioen voor werknemers zitten ook volop in het PVV-program. Ze zijn algemeen bekend: geen (of bij wijze van compromis een beperkte) verhoging van de AOW-leeftijd, niet 'morrelen’ aan WW of ontslagbescherming, meer geld voor ouderenzorg. Toch zou het onzin zijn PVV (of NSB) als socialistisch te betitelen, al was het alleen omdat beide 'links’ als doodsvijand zagen respectievelijk zien.
Ook in de gedeelde voorkeur voor 'het volk’ en afkeer van de zittende elite komen de clubs van Mussert en Wilders dicht bij elkaar. De NSB bestreed de elite als 'decadent en slap’, de PVV beschimpt haar als 'links en multikul’. Overeenkomstig zijn voorts de weerzin tegen alles wat 'slap’ of 'soft’ lijkt, de roep om gezagsherstel en strenge straffen en een grote voorliefde voor daadkracht. 'Genoeg gepraat… de NSB is Daad’, luidde een verkiezingsleus uit 1935.

HET MEEST DELICATE punt bij de vergelijking betreft de vraag of de jodenhaat van de (vroege) nationaal-socialisten en de obsessie met de islam van de wildersianen in één adem kunnen worden genoemd. Zorgvuldigheid is geboden. In de eerste jaren van haar bestaan wees de NSB het antisemitisme af. Ook toen het er salonfähig werd, schrijven Robin te Slaa en Edwin Klijn in hun gedegen studie De NSB: Ontstaan en opkomst van de Nationaal-Socialistische Beweging 1931-1935, beargumenteerden veel partijleden ’(…) hun groeiende afkeer van Joden (…) met culturele en economische motieven: de meeste Joden beschouwden Nederland niet als hun vaderland en waren erop uit te profiteren van het volk dat hun gastvrijheid verleende’. Dat klinkt, vergeleken met de PVV-teksten over de islam, heel herkenbaar en nog betrekkelijk mild. Lees en huiver: 'De islam is vooral een politieke ideologie; een totalitaire leer gericht op dominantie, geweld en onderdrukking (…) Natuurlijk zijn er veel gematigde moslims. Maar een substantieel gedeelte van de islamieten is dat niet. (…) De islam streeft naar wereldheerschappij.’ Dit lijkt als twee druppels water op de houding van de NSB anno 1937 tegenover joden en jodendom. Ook Mussert schoor hen (toen nog) niet over één kam; hij had de joden ingedeeld in vijf categorieën, waarvan alleen de eerste, vaderlandslievende joden, vergelijkbaar met moslims die het door de PVV gepropageerde 'assimilatiecontract’ hebben getekend, echt te vertrouwen is.
Maar mogen we de vooroorlogse jodenhaat en de haat jegens de islam (en dus per definitie tegen de meeste moslims) wel op één lijn stellen? Bin Laden streeft toch echt naar de wereldheerschappij? Ja, Bin Laden wel, en wijlen Mohammed in zijn dagen vermoedelijk ook, maar om zoiets te beweren over de Nederlandse moslims (waarvan slechts een minuscuul groepje met het salafistische jihadisme sympathiseert), moet je toch flink geobsedeerd zijn. In zijn indrukwekkende essay uit 1937 Het nationaal-socialisme als rancuneleer doet Menno ter Braak een observatie die me nog steeds van toepassing lijkt: 'De haat is primair, de Jodenhaat is secundair (…) Zonder de haat kan men het nationaal-socialisme dan ook niet denken; de Jodenhaat kan men, wanneer de gelegenheid dat zo eens wil, vervangen (…) aangezien de joden slechts één van de vele voorwendselen zijn om het ressentiment een reëel object te verschaffen.’ Haat en ressentiment, die lijken mij in de gelederen van Wilders overvloedig aanwezig, net als bij de NSB lijkt het de brandstof die deze groepering voortstuwt. Ter Braak: ’(…) de mens van het ressentiment weet alleen dat hij het meerdere bezit van de ander niet verdragen kan (…) hij wrokt, omdat hij in de wrok althans de lust beleeft der permanente ontevredenheid (…)’.
Natuurlijk zijn er ook verschillen, sommige oppervlakkig, andere wel degelijk belangrijk. Mussert heeft zich bij mijn weten nooit sterk gemaakt voor vrouwen- of homorechten, Wilders wel, al blijft de verdenking dat het vooral is bedoeld als stok om de moslim te slaan. De mannen en vrouwen van Wilders lopen niet in zwarte hemden en de club heeft geen knokploeg. Hoewel ook de NSB zei langs wettige weg aan het bewind te willen komen, was die partij openlijk antidemocratisch. De PVV zegt juist te ijveren voor meer democratie en voor vrijheid van meningsuiting. In werkelijkheid lijkt de houding van de PVV tegenover de democratie me erg ambivalent.
Hoezo vrijheid van meningsuiting, als je tegelijk de koran wilt verbieden, het vertrouwen in de rechterlijke macht opzegt ingeval een rechter een onwelgevallige uitspraak doet en de verspreiding van meningen die je niet aanstaan (op de publieke omroep, van milieu- en Derde Wereld-groepen, van kunstenaars, van alles wat multicultureel is) wilt tegengaan door hun geld af te pakken? Dit op politieke gronden snijden in subsidies, nog nooit in Nederland vertoond, is dankzij de PVV intussen regeringsbeleid.
Hoezo democratisch als je het principe van gelijke behandeling verwerpt? Geen immigratie uit moslimlanden, islamitische scholen dicht, christelijke open, Nederlandse burgers van buitenlandse herkomst het land uit na een veroordeling - het staat haaks op het gelijkheidsbeginsel.
En dan de PVV zelf, partij die geen partij is. Met dat ene lid dat leider is. Reden waarom ik het liever heb over de lijst of groep Wilders, want van een partij in feitelijke zin kun je niet spreken. Een fractie vol korte lontjes en kickboksers, die slaafs de leider volgt. Geen openheid, geen mogelijkheid tot bijsturing door leden of wie dan ook. Democratisch? Het wordt eentonig, maar ik ken uit de moderne politieke geschiedenis maar één partij, die overigens wel leden had, maar geen enkele vorm van inspraak. De naam van haar leider begon met een M.
De NSB heeft in de jaren dertig nooit de kans gekregen om mee te regeren. Zou ze zo'n kans hebben gegrepen en water bij de wijn hebben gedaan? Het is een achteraf onmogelijk te beantwoorden vraag. Wilders’ nationaal-populisten bepalen nu mee het beleid. Ze sluiten daartoe compromissen, zeker, dat geeft de burger hoop. Betekent het dat ze op termijn zullen evolueren tot een moderne, nette, democratische partij? Dat is een gok die de partners van de PVV nemen. Een spelletje roulette, met het politieke klimaat in Nederland als inzet.