De spagaat van de weldenkende vrouw

De maakbare vrouw

Voor de vrouw van deze tijd is het lichaam iets wat ‘under construction’ is: het perfecte uiterlijk kan bereikt worden met behulp van sportschool, dieet en chirurgie. Stijlgidsen en reclame rammen het erin: je kunt er iets aan doen, en wel nú! Waarom blijven vrouwen hun lichaam terroriseren?

OOIT WAREN ZE LEUK, Trinny en Susannah. In november 2001 was hun make-over-televisieprogramma What Not to Wear voor het eerst te zien op de BBC. Het concept was even grondig als doeltreffend. Een nietsvermoedende vrouw, heel soms ook man, opgegeven door familie, vrienden of collega’s, werd een tijdje in het geheim geobserveerd en gefilmd in haar dagelijkse doen en laten. De opnamen werden in de studio besproken door Trinny Woodall en Susannah Constantine, beiden gevat, slim en tegen de veertig, en een overvalactie werd beraamd. Onderdeel van het verrassingsbezoek was de gezamenlijke gang naar de slaapkamer, alwaar de kledingkast open moest. Onder luid gejoel verdween de ene na de andere lievelingstrui en sufgelobberde joggingbroek in de vuilniszak; wat restte waren de simpele rechte jurk en het ene niet-verwassen T-shirt. Daartegenover stond het geldbedrag waarmee het slachtoffer vervolgens mocht gaan shoppen, eerst zonder begeleiding en daarna in het gezelschap van de immer handtastelijke dames. Tussendoor was er nog een moment in de studio, waarbij de vrouw in kwestie zich in haar favoriete outfit hees en uitgenodigd werd zichzelf te bekijken in een horrorhokje met rondom spiegels. In zekere zin het moment van de waarheid.
‘Wat zie je?’ vraagt Trinny, de donkere latmagere, terwijl Susannah, de blonde iets meer gevulde, sjort aan de bh-bandjes van het object opdat de borsten net iets minder onderhevig zijn aan de zwaartekracht.
Een vrouw van achter in de dertig – uit de filmopnamen weten we al dat ze gescheiden is en een zoontje heeft van acht, en ieder weekend losgaat in de plaatselijke pub – heeft de blouse en rok aangetrokken waarin ze zich het meest senang voelt. De zwarte doorzichtige stof van de blouse past amper om haar buik en vetrollen, de korte gebleekte spijkerrok lijkt haar bovenbenen af te knellen. Haar haren zijn geblondeerd en ze heeft een lief, licht vermoeid gezicht. De blik waarmee ze zichzelf inspecteert, van voren, van achteren, en nog eens van achteren – Trinny slaat haar ondertussen zachtjes op de stevig verpakte billen, mompelend ‘this is a great ass’ – is een beetje angstig, maar tegelijkertijd is ze duidelijk bereid alles onder ogen te zien.
‘Ik zie Madonna’, zegt ze dan en ze begint nerveus te lachen.
Trinny lacht ongelovig mee en Susannah zegt: ‘Wát?’
‘Ja sorry’, zegt de vrouw en bekijkt zichzelf nog eens goed van opzij. ‘Ik zie toch echt Madonna.’
Het goeie, en leuke, van de eerste jaren What Not to Wear was dat Trinny en Susannah de zaak vooral niet te serieus namen. Of preciezer gezegd: de juiste balans wisten te bewaren tussen iemand verder helpen en in haar waarde laten. Het ging niet om het wegwerken van dik, rimpelig, uitgezakt of onmodieus, maar om het benadrukken van iemands sterke punten. En over de signalen die onbewust worden uitgezonden met een bepaalde kledingkeuze en de eerste indruk die een doorzichtige blouse en een krappe korte rok maken. Zo bleek de net genoemde Madonna er last van te hebben dat ze door de mannelijke cliëntèle in de pub niet helemaal werd benaderd met het respect een Madonna waardig en voor ze het wist over het biljart werd gelegd. Een iets minder felblonde kleurspoeling en een gladde rok net boven de knie bleken wonderen te doen. Langzaam verschoof het accent van het programma meer richting spektakel en commercie en inmiddels is een nieuw presentatorduo aangetreden, intimiderend knap en onberispelijk.

HET LIJKT NOG MAAR kort geleden, de begintijd van Trinny en Susannah, maar vergeleken met alle metamorfose-, stijladvies- en afzeikprogramma’s die sindsdien een hoge vlucht hebben genomen, was het onschuldig familievermaak. Inmiddels zijn beide stijlgoeroes celebrities geworden en verschijnt er ieder jaar wel een nieuwe stijlgids van hun hand, eeuwig variërend op hetzelfde thema – wat moet ik aan, bij welke gelegenheid? – maar elk jaar een beetje minder tongue in cheek van toon. Zo verschijnt volgende maand de vertaling van hun nieuwste gids, getiteld: Wie wil je vandaag zijn? Achterliggend idee: iedere vrouw is maakbaar en kan als ze daar zin in heeft voor de dag komen als ‘ijskoningin Nicole Kidman’, ‘sexbom Marilyn Monroe’ of ‘dandy Marlene Dietrich’, mits ze de bijbehorende garderobe aanschaft en de make-up- en haaradviezen volgt. Ogenschijnlijk een vorm van camp, maar zoals dat wel vaker gaat met camp: opeens sta je daar als volwassen vrouw met je kunstbontje en je goudkleurige tasje, als zijnde onmisbare attributen van de seksbom, en is de moppigheid erg ver te zoeken.
Trinny en Susannah hebben een duidelijke trend in gang gezet: stijlgidsen zijn populairder dan ooit. Had je drie decennia geleden aan de ene kant de tuttige etiquette- en huishoudgidsen en aan de andere kant de felrealistisch geïllustreerde lijfboeken – met titels als Je lichaam je leven en Voor onszelf – inmiddels is een nieuw hybride genre in zwang waarvan de ironische ondertoon niet één-twee-drie te vatten is.
Het vorig jaar verschenen Handboek voor de moderne vrouw, van Aaf Brandt Corstius en Machteld van Gelder, en Een kwestie van lef van Joyce Roodnat – ‘Stijlgids voor vrouwen tussen de 40 en 60+’ – waren instant bestsellers van eigen bodem. Brandt Corstius en Van Gelder maakten een luchtig en dik boekwerk vol weetjes, handigheidjes en overlevingstips, waarbij alleen de vraag blijft van welke half gestoorde menssoort de vrouw is gemaakt dat zij behoefte zou hebben aan speciaal op haar niveau geschreven hoofdstukken met titels als ‘Ah, de geur van verse luiers!’ en ‘Aflossen, annuïteiten, AOW, aandelen, aaaah!’ Roodnats bejubeling van het levenstijdperk van de vrouw na haar veertigste kan niet verhinderen dat ze over allerlei kwesties – van lippenstift bijwerken tot het nuttigen van koekjes – moralistisch en krampachtig uit de hoek komt.
Van over de grens heb je Boven de 40: Mannen, vriendinnen en andere dilemma’s van de Britse columniste Shane Watson, grappig geschreven, maar ook behoorlijk vermoeiend en post-Bridget Jones. Uiteindelijk blijkt alles toch weer neer te komen op het vinden van die Ene Echte. Vorig jaar verscheen bij dezelfde serieuze uitgeverij als waar Roodnat verscheen Alles wat je moet weten om er 10 jaar jonger, 10 pond lichter, 10 keer beter uit te zien, van de Amerikaanse tv-goeroe Charla Krupp. De titel suggereert een pastiche, maar in de uitwerking is het een doodernstige en infantiele gids, vol decreten als ‘maak je haar lichter’ en ‘doe wat aan je rimpels’, gelardeerd met foto’s van sterren met al dan niet de juist getrimde wenkbrauwen.

DE MIX VAN LEUK BEDOELDE monterheid en dagelijkse wanhoop die deze gidsen uitstralen, weerspiegelt de spagaat waar de weldenkende vrouw van vandaag zich in bevindt. Zat die er al lang niet meer mee om op hakken carrière te maken, voor veel geld om de zoveel weken haar haren te laten bijkleuren en haar decolleté te accentueren, inmiddels begint die lollige verkleedpartij wel erg serious business te worden. Langzaam maar zeker bevindt de vrouw anno 2009 zich in een ratrace om de maakbaarheid van haar uiterlijke verschijning en komt de ironische benadering als een boemerang terug in haar gezicht. Zelfs de opruiende anti-stijlgids Backwards in High Heels: The Impossible Art of Being Female van Tania Kindersley en Sarah Vine, een soort ‘Hoe overleef ik mijn vrouwelijkheid?’, ontkomt niet aan de spagaat. Aan de ene kant de spot drijven met ‘how to’-gidsen, aan de andere kant je eigen gids eindigen met aanwijzingen hoe je een Irish stew kunt bereiden. Enerzijds betogen dat als je er per se zo uit wil zien als Madonna je vier dagen per week in de sportschool moet doorbrengen en echt geen tijd meer zult hebben om Oorlog en vrede te lezen; anderzijds oproepen tot het nuttigen van drie stuks rauwe groente per dag.
‘Het lieve lijf’, zoals dat zo zoetjes wordt aangeduid in de bloeiende sector van health- en happiness-tijdschriften, is een project op zich geworden dat permanent onderhoud behoeft en waar ook het nodige geld in gepompt moet worden. Een investering. De succesrubriek Anybody in de Viva, ‘vrouwen over hun naakte lichaam’, lijkt geregeld op het verslag van werk-in-uitvoering: ‘Met het sporten is mijn idee van hoe ik eruit wil zien veranderd. Mijn armen zijn al iets gespierder en ik ben druk bezig om meer buikspieren te kweken. Mijn schouders mogen ook best wat breder.’ Wat de 31-jarige brengt als een ‘leuk experiment’ klinkt als een dwangmatige bezigheid – frequent bezoek aan de sportschool – die neigt naar het ongezonde bovendien.
Susie Orbach, de Engelse psychotherapeute die dertig jaar geleden Fat As a Feminist Issue schreef en nog beroemder werd toen ze prinses Diana in behandeling had vanwege haar eetproblemen, ziet de nieuwe lichaamsnorm als een gevaarlijke epidemie. In haar onlangs verschenen verhandeling Bodies zet ze haarfijn uiteen wat er gebeurt met mensen, vrouwen én mannen, voor wie hun lichaam niet langer een gegeven is, maar iets wat ‘under construction’ is en waarvan gedacht kan worden dat als dit of dat veranderd wordt het geluk in zicht komt. In feite vergelijkbaar met hoe ze eerder het dik-zijn van vrouwen analyseerde, als symptoom van een dieperliggend persoonlijk en maatschappelijk probleem. Dertig jaar later is de obsessie met voedsel en gewicht niet bepaald kleiner geworden, eerder groter, maar nu maakt die deel uit van een algehele preoccupatie met het perfecte lichaam dat bereikt kan worden met behulp van sportschool, dieet en chirurgie. Orbach maakt zich vooral zorgen om de jongste generatie vrouwen, die maximaal moet scoren op alle niveaus en aan zelfhaat en uitputting ten onder zal gaan.
Het inzichtelijke van Orbachs analyse is de frisse blik waarmee ze inmiddels doodnormale verschijnselen beschouwt. Bijvoorbeeld de dagelijkse spam in de inbox, met oproepen tot penisvergroting, de aanschaf van viagra-pillen en de beloftes van natuurlijke kruidenkuren die je in no time doen afvallen. Loze rituele lastigvallerij, maar ondertussen wordt het je dertig keer per dag ingeprent: je kunt er wat aan doen, en wel nú.
Orbach stelt het simpel: het feit dat van ons lichaam fysiek, wat werk betreft, steeds minder wordt gevraagd – iedereen zit overdag achter een bureau en hangt ’s avonds op de bank – betekent per definitie dat het slanke, afgetrainde lichaam een kunstmatig product is waar keihard aan gewerkt moet worden.
In Fat as a Feminist Issue probeerde Orbach te verklaren waarom vrouwen zelf dag en nacht bezig zijn hun lichaam te terroriseren. Het vernieuwende van haar theorie destijds was dat ze liet zien dat veel vrouwen, hoewel ze zeiden slank te willen zijn, zich onbewust dik aten om zich te onttrekken aan verwachtingspatronen. In Bodies passeren weliswaar een paar case histories uit haar therapeutische praktijk de revue, maar vooral concentreert Orbach zich in dit boek op ‘de handelaren van lichaamshaat’, de marktpartijen dus die rijk worden van de bodybusiness. Geldt in het algemeen al dat de gretige consument bang is het nieuwste van het nieuwste te missen, zogauw het op zoiets fundamenteels als ons lijf & leden aankomt, zo betoogt Orbach, dan is de bange en gretige consument als wás in de handen van verkopers en handelaren. En ja, daar komen ze langs, de videoclips, de advertenties, de tijdschriftcovers, de gephotoshopte billboards… Visuele muzak, noemt Orbach deze lawine van vrouwbeelden die steeds meer over de gehele wereld op elkaar gaan lijken, dankzij een paar wereldberoemde stijliconen.
Allemaal waar, en tegelijkertijd lijkt Orbach last te hebben van een ouderwetse feministische denktrant waarbij muffige zaken als hersenspoeling, kapitalistisch complot en willoze slachtoffers uit de rugzak van weleer worden opgediept. Het doet op het moment inderdaad pijn aan de ogen, de meer dan levensgrote afbeelding van zangeres Do die op de vrachtwagens van een zekere ondergoedzaak languit haar favoriete lingerie showt. Maar niet omdat de gemiddelde vrouw er harder van naar de jarretellenboer dan wel cosmetisch chirurg zal rennen. Het is een pijnlijk beeld omdat het er én ontstellend ordinair uitziet én omdat je er zonder een christelijk-puriteinse verdenking op je te laden niets tegenin kunt brengen. Dit is waar we nu zonder blikken of blozen aan voorbij fietsen.

DE PREOCCUPATIE VAN vrouwen met hun eigen lichaam en dat van hun medevrouwen is van oudsher gigantisch. Object van verlangen, bewondering, afkeer, liefde en geweld, en bovenal onuitputtelijke bron van inspiratie, zoals ook weer duidelijk wordt op de feministische overzichtstentoonstelling die op dit moment in het Museum voor Moderne Kunst in Arnhem te zien is. Een rondgang langs alle fratsen die vrouwen met hun lichaam uithalen onder de noemer van de schone kunsten – deze tentoonstelling bevat expliciete beelden, zo wordt er gewaarschuwd bij de ingang – heeft iets van een time warp. Net als dertig jaar geleden op de vorige grote feministische expositie in het Haagse Gemeentemuseum zijn vrouwen in de weer met hun schaamhaar en hun hoofdhaar, hun bloed en hun borsten.
Toen was echter de verbeelding van het gevecht tegen stereotiepe vrouwbeelden en onderdrukkende mechanismen schokkend, heftig en strijdbaar. Het metershoge doek waarop in vlezige kleuren werd ingezoomd op het gehate gynaecologische onderzoek met de onvermijdelijke beugels ontlokte destijds vele zuchten van herkenning. Drie decennia later heeft het feminisme een dubbelzinnig gezicht gekregen. Wat ooit zonder meer verzet was, lijkt nu ook op een omhelzing van alles wat lelijk, beperkend en onmachtig is. Daar gaan we weer, met een video over anorexiameisjes en een collage over automutilatie. Als iets nu doet zuchten, dan is het dat vrouwen kennelijk gevangen zitten in een narcistische strijd met hun lichaam.
Het moralistisch feminisme van weleer heeft weliswaar de ogen geopend voor de seksismen van alledag, maar heeft er niet toe geleid dat de nadruk op het vrouwelijk uiterlijk minder is geworden. Het protest dat de nieuwe generatie feministen aantekent tegen beperkte houdbaarheid en heersende schoonheidsidealen is geheel en al terug te voeren op zorgen over tanende seksuele aantrekkingskracht. Het eerste nummer-nieuwe-stijl van Opzij showt de maakbare vrouw anno 2009 door voor de cover de nieuwe leidsvrouwen in hun totaliteit door dezelfde wasstraat te halen: het haar werd geföhnd, de wenkbrauwen geëpileerd en ze kregen hun kleding aangereikt door een styliste. De vers aangetreden hoofdredactrice van Opzij liet zich onlangs voor de foto’s bij een interview in een opinieblad geheel glad stileren dan wel photoshoppen. Allemaal ironie? Vrouwen die aanlopen tegen de grenzen van hun maakbaarheid worden des te harder afgestraft: met sardonisch genoegen zoomt de paparazzo in op het armvlees van Madonna, dat ondanks alle pijn, inspanning, personal trainers en waterige soepjes onder de spieren zijn eigen lillende gang gaat.

SIMONE DE BEAUVOIR ging als ze een nieuwe liefde had eindeloze wandelingen maken door Parijs om van haar buikje verlost te raken. Martha Gellhorn zwom en zonde zich slank en bruin en hield nauwgezet de schommelingen in haar gewicht bij. In biografieën of memoires van grote vrouwen komen de lichamelijke beslommeringen altijd wel ter sprake. In het licht van hun verdiensten wordt het hele gejeremieer teruggebracht tot een van de simpele facts of life. Beter dan willekeurig welke stijlgids werkt dan ook Goed oud, de recent uitgekomen vertaling van de memoires van Diana Athill, Brits uitgeefster in ruste, 91 jaar oud, en overigens geregeld en passant in de weer met haar gewicht. Zelf nooit moeder geworden, heeft ze een kalme observatie over de grenzen aan de fysieke vrijheid van de vrouw. Vrij geparafraseerd: het vrouwelijk lichaam is nu eenmaal ontworpen om kinderen te baren, waaraan je verder geen fundamentalistische conclusies hoeft te verbinden maar waarvan je de gevolgen ook weer niet geheel hoeft te negeren. Waarom zou je.

Rebelle: Kunst en Feminisme 1969-2009. Museum voor Moderne Kunst in Arnhem, t/m 23 augustus


WIE IMITEERT WIE?
Barbie mag dan dit jaar vijftig zijn geworden, ze is alive and kicking. Fabrikant Mattel kondigde op haar verjaardag aan dat het Duitse supermodel Heidi Klum in gestroomlijnd plastic vereeuwigd zou worden, als onderdeel van Barbie’s Blonde Ambition-collectie. Die omvat ook andere iconische blondines, zoals Goldie Hawn en Marilyn Monroe. Op het verjaardagsfeestje van de meisjespop der meisjespoppen kreeg Heidi de sleutels van Barbie’s droomhuis in Malibu, en haar droomauto, een zuurstokroze Volkswagen Kever. Begin deze maand werd ‘onthuld’ hoe Heidi er als pop uit zou zien: met eindeloos lange benen, een wespentaille, lange blonde lokken en een roze jurkje. Heidi Klum was natuurlijk bij de eerste fotoshoot van de Heidi Klum Barbie. Het heeft iets duizelingwekkends: pop wordt vrouw, vrouw wordt pop. Wie imiteert wie?