Rio de Janeiro – ‘Genoeg met die aanstellerij, dat huilie-huilie van jullie’, brulde president Jair Bolsonaro op het hoogtepunt van de coronacrisis. Die dag stierven er vierduizend mensen. Hij kwam zijn dagelijkse shot bewondering halen in een stad waar de lijken in vleeswagens werden gestapeld. ‘Iedereen gaat een keer dood, verdomme! Hoelang wil je blijven janken’, hield hij zijn aanhangers voor. Niemand zal deze scène ooit vergeten. Bolsonaro zelf begreep niet wat er mis mee was.

Als een ware Narcissus, slechts verliefd op zijn zelfbeeld, leidde hij vier jaar lang dit land naar de afgrond. Schreeuwend ‘ík ben de baas’, ‘ik stuur míjn leger’, ‘ík ben de grondwet, of niet soms?’ Bijna de helft van het volk vond het prima en voedde zijn waan. Hij zette hen aan tot het vernederen en vermoorden van vrouwen, zwarte, queer en inheemse mensen. Niemand kon zijn razernij temmen. Zijn omgeving kroop voor hem. En wie niet kroop werd afgedankt.

Zo kon het gebeuren dat Bolsonaro een nederlaag voor onmogelijk hield. ‘Alleen dood verlaat ik dit paleis’, hield hij zijn aanhangers voor als de held die hij in de spiegel zag. En ach, als de nood echt aan de man kwam, dan zou ‘zijn’ leger wel een staatsgreepje plegen.

Het ondenkbare gebeurde. Eind oktober won de linkse Lula da Silva de presidentsverkiezingen en de tanks van ‘zijn’ leger rukten niet uit. Sindsdien heeft Bolsonaro zich verschanst in zijn paleis. Hij praat niet meer, regeert niet meer, schrijft niet meer op sociale media. Terwijl de overdracht aan Lula pas op 1 januari is. Zijn aanhang heeft in het land tentenkampen opgetrokken voor legerkazernes om strijdmachten te smeken een coup te plegen. Maar Bolsonaro leidt de beweging niet. Er zijn geruchten over brekend glaswerk in het paleis en dat zijn vrouw de benen zou hebben genomen. Eén keertje sprak hij kort met zijn aanhangers. Hij sputterde iets over ‘pijn in mijn ziel’ en dat mensen geen kritiek op hem moeten hebben.

Zijn opmerkelijkste optreden was echter bij een militaire ceremonie. Ook daar bleef hij zwijgen. Maar opeens waren daar de waterlanders. Tranen met tuiten stond de man te huilen die niet in staat was geweest tot een greintje medeleven met bijna zevenhonderdduizend coronadoden. Hopelijk verkruimelt, samen met de fascinerende instorting van Bolsonaro’s zelfbeeld, ook deze hele politieke beweging.