Buitenland

De machofluisteraar en het hondje

Eind 2014 verscheen een prachtig, vijftienduizend woorden tellend portret van Angela Merkel in The New Yorker. Een van de terugkerende woorden van het artikel was ‘macho’. Want een hoofdthema was hoe Merkel tijdens haar carrière telkens afrekende met door testosteron gedreven mannen: Kohl, Schröder, Berlusconi. ‘Als ze ergens verstand van heeft, dan is het van macho’s. Die eet ze als ontbijt’, zegt een journalist die Merkel goed kent. ‘Een van de redenen voor Merkels succes is dat ze weet hoe je afrekent met ijdele mannen. Met engelengeduld wacht ze op haar moment’, stelt een Duitse politicus. De jongens die met Angela te maken krijgen, en later de mannen, zien haar onooglijke kapsel, haar gebrek aan gratie, haar kennelijk totale gebrek aan ego. Ze krijgen geen hoogte van Merkel, en bespotten haar dan of laten haar links liggen. Tot hun eigen gevaar, stelt de schrijver George Packer vast: ‘Merkels fysieke ongemakkelijkheid, gecombineerd met haar emotionele ondoorzichtigheid, maakte het moeilijk voor haar rivalen om de bedreiging te erkennen die ze voor hen vormde.’

Hopelijk gaat de geschiedenis zich herhalen. Merkel mocht in ieder geval vorige week haar kwaliteiten als machofluisteraar etaleren aan de wereld, tijdens haar pijnlijke staatsbezoek aan de VS. President Trump vond het een ‘GEWELDIGE ontmoeting’, waarschijnlijk omdat hij Merkel een paar keer publiekelijk liet zien wie hier het mannetje was. De domste provocatie vond plaats achter gesloten deuren. Trump had laten uitrekenen hoeveel Duitsland sinds 2002 minder heeft uitgegeven aan defensie dan de beloofde twee procent van het nationaal inkomen. Hij telde daar rente bij op en liet voor dat bedrag (iets in de richting van driehonderdvijftig miljard euro) een factuur opmaken die hij aan Merkel overhandigde. Merkel liet – uiteraard – ook deze provocatie stoïcijns voorbijgaan.

In de binnenlandse politiek is Trump aan het ontdekken hoe lastig regeren is. Denk aan het falen van zijn inreisverbod en zijn zorgwet. Kennelijk moet hij ook via the hard way gaan leren dat je in de internationale diplomatie een stuk verder komt als je de stormram thuislaat en wat listiger optreedt. Toch? De eerste tekenen zijn daar wel naar. Rex Tillerson, de Amerikaanse ‘fantoomminister’ van Buitenlandse Zaken (de leugenachtige pers noemt hem graag zo omdat hij vrijwel onzichtbaar is) vertrok vol stoere woorden naar Peking, maar zat binnen een paar uur al nederig te slijmen. Bij de Navo komt Tillerson, na wat moeilijk doen, ook gewoon langs. Trumps schoonzoon Jared Kushner begon als afgezant voor het Midden-Oosten al even strijdvaardig, maar hij draaide zich in een paar weken al zo vast dat hij mogelijk al weer naar een ander taakje wordt gehelikopterd.

Lompheid werpt als diplo­matieke tactiek soms vruchten af

Maar lompheid werpt als diplomatieke tactiek soms ook vruchten af. Deze week maakten de Verenigde Naties bekend dat zij een makker van Trump gaan aanstellen als hoogste baas bij het Wereld Voedsel Programma (WFP). Deze David Beasley is oud-gouverneur van South Carolina. Hij bezit geen enkele relevante ervaring of vaardigheid voor het wfp. Wel houdt hij als devoot christen heel erg van naastenliefde, zo bleef hij maar herhalen tijdens zijn sollicitatie.

Belangrijker voor zijn benoeming is dat Beasley dik is met drie andere South Caroliners: Trumps afgevaardigde naar de VN, Nikki Haley; het hoofd van de Senaatscommissie die over afdrachten aan de VN gaat, Lindsey Graham, en de budgetchef van het Witte Huis, Mick Mulvaney, die de Amerikaanse contributie aan de VN bij de wortel wilde afsnijden. Die contributie is hard nodig: de VS zijn veruit de grootste donor aan het WFP, en 2017 lijkt het slechtste jaar qua honger te worden in decennia, met dreigende hongersnood in Nigeria, Jemen, Somalië en Zuid-Soedan. Beasley is ‘de beste gok voor continuering van de Amerikaanse contributie’, zei een oud-WFP-chef. VN-baas Guterres vond dat ook. Exit een reeks betere kandidaten.

Het is de diplomatieke variant van het binnenhalen van fanatici en malloten, waarmee de regering-Trump binnenslands al naam maakte. Maar dan vrijwillig en ongevraagd, als een hondje dat op zijn rug gaat liggen. Met twee maanden onderweg in de wereld-met-Trump is het nog onduidelijk wat de beste diplomatieke strategie is: het omrollen of het incasseren en loeren. Ik gok (en ik hoop) vooralsnog op Angela.