The Killing en Borgen

De macht is geen hondje

In zowel de detectiveserie The Killing als de politieke serie Borgen, beide Deens, worden de hete maatschappelijke hangijzers van dit moment aangeroerd. En voortdurend schuurt het tussen werk en privé van de personages.

ZELFS HAAR gebreide Scandinavische trui werd een hit. Sarah Lund, de vrouwelijke detective die het moordonderzoek leidt in The Killing, was het afgelopen voorjaar een cultfiguur in Engeland toen de BBC de Deense tv-serie vertoonde. De serie is nu in zo'n vijftien landen te zien geweest en de Amerikanen maakten er, typisch Amerikaans, een remake van, niet gedraaid in het altijd schemerige en regenachtige Kopenhagen, maar in Seattle. Natuurlijk zaten de Denen voor de buis gekluisterd bij het drama - kijkers gingen voor enorme bedragen weddenschappen aan over wie de moordenaar was - maar dat The Killing ook het land van Inspector Morse, Inspector Frost en Dalziel & Pascoe zou veroveren, dat had niemand verwacht. De waarderingen voor het Deense tv-drama waren zelfs hoger dan die voor het gelauwerde Mad Men. Engelsen houden eigenlijk niet van ondertitels, maar ze houden wel van Lund.
Sarah Lund heeft weinig weg van de meeste vrouwelijke speurders op tv. Ze draagt geen strak mannenpak, ze is niet popperig of glamoureus, ze komt niet telkens demonstratief in botsing met kleinerende mannelijke collega’s. Eerder is ze een beetje low key, met een bleek gezicht, geen make-up. Ze is scherpzinnig, wordt totaal opgeslokt door de zaak die ze onderzoekt, monomaan is daarbij nog een te zwakke uitdrukking, en alhoewel ze confrontaties uit de weg gaat, is ze een zeer sterke persoonlijkheid. Als haar maat in de eerste reeks, de botte Meyer, haar toebijt: ‘Je bent me een verklaring schuldig’, loopt ze weg. Zonder met deuren te slaan, zonder iets te zeggen. Ze praat hoe dan ook weinig, het zijn eerder haar ogen die spreken en die verraden dat ze in haar hoofd haar collega’s ver achter zich laat.

En ze draagt dus bijna altijd die zelfde gebreide trui, gebroken wit met donkerblauwe sterachtige motieven, die, zo leert de Britse pers, gemaakt is op de Faeroër Eilanden en voor 280 euro besteld kan worden bij Gudrun og Gudrun.
De populariteit van The Killing is niettemin opmerkelijk, want de twee delen van de serie die tot nog toe zijn gemaakt (de derde reeks wordt nu opgenomen) draaien weliswaar om het oplossen van een of meerdere moorden, van een traditionele policier is geen sprake. De kijker krijgt niet stukje voor stukje een puzzel gepresenteerd die hij zelf kan leggen, je ziet vooral hoe Lund en haar maat steeds weer vastlopen, en juist de ontmaskering van de moordenaar vormt in beide delen een anticlimax. Te veel deus ex machina. Bovendien is The Killing in vergelijking tot 'gewone’ politieseries traag, ook omdat het moordonderzoek zich over veel afleveringen uitstrekt (twintig in het geval van deel één, tien bij deel twee) en er omstandig zijpaden worden behandeld. Juist de nevenplots naast de moordzaak maken The Killing dieper en eigentijdser dan de meeste politieseries. In het eerste deel staat de gruwelijke moord op de negentienjarige Nana Birk Larsen centraal en behalve de gebruikelijke gang langs verdachten, maak je uitgebreid kennis met haar ouders en het gat dat haar dood in het gezin slaat. Er wijzen sporen naar Troels Hartmann, een jonge politicus die een gooi doet naar het burgemeesterschap van Kopenhagen, en je krijgt een inkijk in de smerige campagnes die zijn tegenstanders voeren. Veel aandacht gaat uit naar de machtsverhoudingen op het politiebureau, die weinig verschillen van het machtsspel in de politiek.
Niet alleen Lund is een hartveroverend karakter, de belangrijkste personages worden allemaal mensen van vlees en bloed. Je ziet hoe de ouders van Nana eerst troost bij elkaar vinden, maar dat ze zo slecht opgewassen zijn tegen het ultieme Kwaad dat de moord vertegenwoordigt, dat ze onvermijdelijk uit elkaar drijven. Je begrijpt dat de idealistische Troels Hartmann, onder politieke druk, water bij de wijn doet en het politieonderzoek frustreert. En je leert Lund niet slechts als detective kennen, maar ook als moeder en geliefde, of beter: je leert hoe ze die rollen eigenlijk niet met de bezetenheid voor haar werk kan combineren. Haar zoon heeft ze bij haar moeder gestald en de afspraakjes met haar vriend belt ze hoofdzakelijk af.

IN DE TWEEDE reeks van de serie speelt de maatschappelijke en politieke werkelijkheid een nog grotere rol dan in de eerste. Er wordt niet slechts één moord gepleegd, maar een rij moorden. De slachtoffers zijn Afghanistan-veteranen en advocaten: allemaal mensen die weten van een geheime missie achter de linies waarbij ettelijke Afghaanse burgers in koelen bloede zijn doodgeschoten. Ook hier verplaatst het drama zich gedeeltelijk naar de politiek, naar de kersverse minister van Justitie die door de moorden in het nauw wordt gebracht. De moorden hebben een ritueel karakter en aanvankelijk lijkt het of een groepering radicale moslims erachter zit. De extreem-rechtse partij, gedoogpartner van de regering, ziet haar kans schoon om voor strengere antimoslimmaatregelen te ijveren. Saillant detail is dat de Deense regering, op het moment dat The Killing werd uitgezonden, gedoogsteun kreeg van de PVV-achtige Dansk Folkeparti van Pia Kjaersgaard.
Danmarks Radio (DR), de Deense staatsomroep die The Killing en ook de politieke serie Borgen uitzond, schrijft voor dat drama zich verhoudt tot de sociale en politieke realiteit. The Killing gaat over de eeuwige botsing tussen goed en kwaad, toont complexe, levensechte personages en heeft een donker, druilerig Kopenhagen als decor, waardoor alles gedrenkt is in een sfeer van melancholie. Maar naast de tijdloosheid staat de politieke actualiteit, en beide mengen zich wonderwel. De druk waaronder Lund naar de dader zoekt, wordt weerspiegeld door de druk die de politici ervaren. De binnenwereld van het politiebureau lijkt op wat er politiek achter de schermen speelt. Het maakt The Killing buitengewoon rijk: de plotlijnen die naast elkaar lopen, elkaar kruisen en elkaar weerspiegelen.
De eis dat het drama geworteld moet zijn in de politiek-maatschappelijke werkelijkheid kan vanzelfsprekend aanleiding geven tot polemiek. Stel je voor hoe de PVV zou reageren als een Nederlandse serie zou verbeelden hoe de partij druk uitoefent in de achterkamertjes. De Deense Volkspartij protesteerde dan ook bij voorbaat toen DR aan de louter politieke serie Borgen werkte. Al was het pure fictie, en zouden er geen referenties zijn naar bestaande partijen en politici, de 'linkse’ staatsomroep zou haar ongetwijfeld negatief afschilderen. Het bleek mee te vallen, juist de arbeiderspartij kwam er het slechtste vanaf. Met een achterbakse lijsttrekker en door champagne overgoten feestjes: het is een stelletje champagnesocialisten.

DE TIENDELIGE reeks Borgen gaat over Birgitte Nyborg-Christensen, de politiek leider van de D66-achtige Middenpartij, die tot ieders verrassing de verkiezingen wint en de eerste vrouwelijke premier van Denemarken wordt. Plaats van handeling is bovenal Borgen, afkorting van Christiansborg, het Deense Binnenhof, waar het politieke machtsspel bedreven wordt. Maar ook in deze serie zijn er nevenverhalen: in de huiskamer van de nieuwe premier, waar haar man het steeds moeilijker krijgt in haar schaduw te staan; in de televisiestudio van TV1, van waaruit de politiek permanent wordt opgejaagd met onthullingen; rond het bed van de politiek verslaggeefster van TV1, dat ze deelt met spindoctors van regeringspartijen. Die verhaallijnen lopen, net als in The Killing, naast elkaar en door elkaar heen, want een privé-leven naast een ministerschap is nauwelijks mogelijk, politiek en media zijn innig verstrengeld, tot in het bed aan toe. En ook hier zijn er de spiegelingen: de idealistische Nyborg moet in de praktijk leren dat je als minister-president vaak pragmatisch moet zijn; de gedreven journaliste van TV1 moet evengoed leren dat je ook in de politieke journalistiek compromissen moet sluiten.

Veel meer nog dan in The Killing worden de hete maatschappelijke hangijzers van dit moment aangeroerd: van een quotum voor vrouwen in de raden van bestuur van grote bedrijven tot de aanschaf van een nieuw gevechtsvliegtuig, van een soort Guantánamo Bay-achtig kamp op Deens grondgebied tot het uitleveren van een vermeende terrorist aan een Tsjetsjenië-achtig land. De fictie van Borgen raakte de werkelijkheid helemaal toen Denemarken dit najaar daadwerkelijk voor het eerst een vrouwelijke premier kreeg, de sociaal-democrate Helle Thorning-Schmidt. Maar hoe actueel ook, Borgen handelt over de eeuwige spanningen in de politiek tussen idealisme en realiteitszin, tussen het verwerven van de macht en het behouden ervan, tussen de publieke rol als politicus en de rol thuis. De idealiste Nyborg heeft als leidster van een kleine partij nooit vuile handen hoeven maken en als ze begint als premier wil ze het anders doen, zich omringen met 'fatsoenlijke mensen’, eerlijk zijn. Binnen de kortste keren moet ze echter de 'fatsoenlijke’ hoogleraar retorica ontslaan en kiest ze toch voor de cynische spindoctor die het politieke spel doorschouwt.
Nee, Birgitte Nyborg-Christensen wordt zelf niet cynisch, wel sadder and wiser, tijdens haar eerste jaar als premier. Haar huwelijk komt ernstig onder vuur te liggen, ze moet ministers ontslaan, zelfs haar beste politieke vriend. Maar juist hij heeft haar geleerd dat politieke vrienden niet bestaan en juist hij gaf haar de volgende wijze les: 'De macht is geen schattig hondje dat doet wat je zegt. Je moet hem grijpen en vasthouden, anders raak je hem weer kwijt.’