Zomergasten #6: Ivo van Hove

De macht van een kunstwerk als Bambi

De moeite die Van Hove heeft met afscheid nemen, en de troost die kunst en rituelen daarbij bieden, was een terugkerend thema tijdens de laatste Zomergasten.

© VPRO

Wat wil je dan eigenlijk nog meer, zag je Ivo van Hove denken toen Janine Abbring hem tegen het einde van de laatste Zomergasten voor de voeten wierp dat hij weliswaar mooie, afgeronde verhaaltjes vertelde, maar niet meer prijsgaf dan hij verkoos. Van Hove liet al zo veel van zichzelf zien. Zijn bevlogenheid, zijn charme en overtuigingskracht, de prettige balans tussen zijn openheid en gereserveerdheid, zijn ongeduld als iemand (Abbring) hem verkeerd lijkt te begrijpen, zijn autoriteit.

Kijkend en luisterend naar Van Hove begreep je waarom acteurs zich willen overgeven aan zijn bezielende leiding. En elk fragment dat hij liet zien, was zowel een pleidooi voor het belang van grote kunst en van (levens)kunstenaars, als een inkijkje in zijn ziel. In de hartverscheurende scène uit Walt Disney’s Bambi, de tekenfilm die hij als jongetje samen met zijn moeder was gaan bekijken, wees hij op de kracht van de regie: de stilte in de tekenfilm nadat de vader van het hertje hem vertelt dat hij zijn buiten beeld doodgeschoten moeder niet meer kan zien. Maar hij zei ook dat het vaderhert ‘Bambi respecteert in zijn verdriet’. Wat later op de avond weerspiegeld werd in de terugtrekkende beweging die Van Hove zei te maken als zijn acteurs in een repetitie te zeer geraakt worden door wat zij aan het spelen zijn.

De macht van een kunstwerk als Bambi, waar hij pas op de terugreis in de bus om moest ‘wenen en wenen’ is niet alleen dat het je als een pijl in je hart kan treffen, zei hij, maar ook dat het ‘je op weg kan zetten.’ En zo zagen we in het hertje dat moederloos de grote wereld in moet, ook het jongetje Ivo dat op zijn elfde zijn ouderlijk huis verliet. Die achteraf zegt zijn ouders dankbaar te zijn dat ze hem naar het seminarie stuurden, omdat het hem een ontsnapping bood uit het Vlaamse mijnwerkersdorpje waar hij zich een buitenstaander voelde. Maar die er ook geen moeite mee zegt te hebben dat hij te ver weg was om zijn dementerende moeder tijdens haar levenseinde bij te staan – hij had het allemaal wel goed voor haar geregeld – omdat hij op zijn elfde al afscheid had genomen.

Tegelijkertijd was de moeite die Van Hove heeft met afscheid nemen, en de troost die kunst en rituelen daarbij bieden, een terugkerend thema. In de afscheidsscène uit Happy Together van Wong Kar-wai herkenden we het eenzame verdriet van Van Hove over de vriend waar hij op het seminarie verliefd op was, en die verongelukte. Aangrijpend was de grootse militaire ontvangst van MH17-slachtoffers die Van Hove liet zien, waarbij hij wees op de ‘gevoelsprecisie’ in de geregisseerde choreografie en de geruststelling van de herhaling daarin. Met respect sprak hij over het verdriet van het publiek langs de weg. ‘Ik was heel trots bij Nederland te horen.‘ Zijn eigen tranen liet hij zien toen het over het afscheid van David Bowie ging. Wat wilden we nog meer van een Zomergast? Niets.