H.J.A. Hofland

De machteloze toezichthouder

De oorlog tussen Israël en Hezbollah behoort niet meer tot de orde van de regionale conflicten, die na een zekere hoeveelheid gesneuvelden en verwoestingen via een resolutie in de Verenigde Naties tot de volgende fase in een wankele status-quo zullen leiden. Na 9/11 en met de oorlog in Irak is alles anders geworden. Terwijl het Westen de afgelopen vier weken in verscheidene richtingen de andere kant op keek, is dit conflict op Libanees grondgebied onderdeel geworden van de grote krachtmeting in het Midden-Oosten.
Nu, in de verte nog, doet het denken aan de Spaanse burgeroorlog, waarin fascistische strijdkrachten uit Italië en Duitsland en communistische eenheden, de Internationale Brigade, voor de Tweede Wereldoorlog oefenden. Verder gaat deze vergelijking niet op. Maar de welingelichte kringen, de inlichtingendiensten, de deskundigen ter plaatse zijn het er in grote trekken over eens: Hezbollah wordt bewapend en gefinancierd door Iran, en Israël blijft de voorhoede van de buitenlandse politiek in de regio volgens het concept van de Amerikaanse regering. Twee voorhoedes die elkaar bestrijden, eventueel ter voorbereiding van het grote, definitieve treffen. Zowel de neoconservatieven in Amerika als de Iraanse president Ahmadinejad en zijn talrijker wordende geestverwanten laten daarover geen misverstand bestaan.

Een grote oorlog in het Midden-Oosten: hoe moeten we ons die voorstellen, tussen welke partijen, met welke inzet? Geen mens kan zich in dit stadium een voorstelling maken van de catastrofale chaos die daaruit zou ontstaan. Ook zonder de westerse aanwezigheid zou het Midden-Oosten door interne godsdienstige, politieke en territoriale tegenstellingen verscheurd zijn. Maar door deze hoogst openbare krachtmeting in Libanon worden de onderlinge conflicten opnieuw verder naar de achtergrond gedrongen. In het Westen wordt er niet zo veel aandacht aan gegeven, maar ook in de Arabische wereld veranderen de prioriteiten.

In deze tijd is iedere volgende oorlog ook meer een mediaoorlog. Grote delen van Beiroet worden verwoest, in het dorp Qana worden dode kinderen voor de camera getoond, het regent raketten op Haifa, Kofi Annan en de betrokken wereldleiders komen vertellen dat het bloedvergieten moet ophouden, de Verenigde Naties moeten ingrijpen. Als we dat willen kunnen we het hier ieder uur op cnn en BBC World zien. In het Midden-Oosten hebben ze Al-Jazeera en Al-Arabia, die met een andere nadruk in andere bewoordingen hetzelfde verhaal vertellen. Het eindigt met de volgende ronde van explosies, lijken en puin.

Waarom doen de Verenigde Naties niets? Het misverstand herhaalt zich telkens weer. De VN zijn geen opperwereldmacht maar een conferentiemachine die alleen goed kan werken als de partijen in het conflict ervan overtuigd raken dat de absolute zege niet bereikbaar is en dat er daarom naar een compromis moet worden gezocht. Een compromis waarvan ze natuurlijk verlangen dat ze er zelf zo voordelig mogelijk uit zullen komen.

In dit geval hebben Hezbollah en Israël aan het begin van de oorlog kennelijk verwacht de volle winst te kunnen binnenhalen. Onder zulke omstandigheden kan de secretaris-generaal bidden en smeken maar daar blijft het dan bij. Beide partijen hebben zich vergist, maar, vrees ik, Israël meer dan Hezbollah. Nu komt het stadium van praktische «onduldbaarheid» in zicht, en daarmee de feitelijke betrokkenheid van de VN. Maar een staakt-het-vuren is geen oplossing. Het is een tijdelijk compromis waarin, bij gebrek aan één duidelijke overwinnaar, beide partijen het beste willen bereiken. En hier komt het eigenlijke tekort van de VN aan de orde. Het best bereikbare in het gebouw van de wereldorganisatie is niet hetzelfde als het best bereikbare aan het front.

De resolutie die dit conflict tot geweldloosheid zou moeten herleiden, bestaat op het ogenblik dat ik dit schrijf feitelijk uit twee delen. Het eerste deel bevat de verplichting tot een ogenblikkelijk staakt-het-vuren. Daarbij hoort het ontwerp voor een politieke routekaart die de weg naar de permanente wapenstilstand zou wijzen. De wapenstilstand zou moeten worden gehandhaafd door een versterkte, een «robuuste» missie van de VN. Tot het zo ver was, zou Israël in veroverd Libanees gebied mogen blijven. Volgens de tweede resolutie zouden Israël, Libanon en Syrië over een week of twee, drie de politieke oplossing verder moeten uitwerken.

Ik denk dat het eerste deel van de resolutie al zal stranden op Arabisch verzet, omdat daarmee Israël een verblijfsvergunning in veroverd gebied zou worden uitgereikt. En mochten dan binnen een paar weken de Israëlische troepen door een macht van de VN worden vervangen zonder dat er een «politieke oplossing» (niemand weet welke) in zicht is, dan lopen de VN de niet geringe kans om in de Arabische wereld als zetbaas voor Israël en Bush & Rice te worden aangezien.

In deze rampzalige oorlog, ten onrechte beschouwd als een regionaal conflict, kunnen de Verenigde Naties niet afzijdig blijven. Maar het tragische is dat ze zich alleen kunnen laten gelden door het grote geheel buiten beschouwing te laten. Zo is de wereldorganisatie gedoemd verder toezicht te houden op de voorspoedige groei van de chaos in het Midden-Oosten.