Interview Giancarlo Caselli

De maffia ís het dagelijks leven

Giancarlo Caselli, oud procureur-generaal van Palermo, werkt tegenwoordig in Brussel bij Eurojust: «Het wezenlijke verschil tussen de maffia in Italië en de georganiseerde criminaliteit in andere Europese landen, is dat de maffia volledig onderdeel is van de maatschappelijke structuur.»

Giancarlo Caselli is een van de bekendste magistraten van Italië. In de jaren tachtig maakte hij in Turijn faam als rechter in de grote processen tegen de Rode Brigades. In de jaren negentig was hij procureur-generaal te Palermo, Sicilië. Zijn opdracht was de bestrijding van de maffia voort te zetten na de moordaanslagen op de rechters Falcone en Borsellino in de lente en zomer van 1992. Vooral de spectaculaire aanslag op Falcone — met vrouw en lijfwachten de lucht ingeblazen door een bom die ontplofte onder een viaduct op de weg naar het vliegveld van Palermo — maakte grote indruk. Onder de naam «Siciliaanse Vespers» werd het leger naar Sicilië gestuurd om rust en orde te herstellen.

Caselli leefde zeven jaar in een super bewaakte bunker; echtgenote en kinderen waren in Turijn achtergebleven. Verschillende aanslagen tegen hem konden worden verijdeld. Zijn werk werd steeds meer gedwarsboomd toen hij niet alleen de maffia maar ook de connecties tussen maffia en politici ging onderzoeken. De aanklacht tegen Andreotti — zeven keer premier van Italië — staat op zijn naam.

Sinds maart van dit jaar werkt hij in Brussel, bij Eurojust, de justitiële tegenhanger van Europol. Voor het eerst in jaren zonder een zwerm van lijfwachten om hem heen en zonder constante bedreiging.

Vragen over «hoe dat nou voelt» wimpelt hij snel af. Alle vooroordelen over theatrale Italianen die het hart op de tong dragen kunnen bij hem snel de kast in. Met een subtiel glimlachje laat hij weten dat er trouwens nog steeds speciale veiligheidsmaatregelen voor hem gelden. Maar «het is een baan waar ik zelf voor gekozen had», benadrukt hij, «je weet waar je aan begint en dan moet je ook niet zeuren. Trouwens, die lijfwachten van mij liepen evenveel gevaar als ik.»

Maar waarom kiest een mens voor zo'n levensgevaarlijke baan? Caselli gelooft in wat de Britten de civil servant noemen. Je bent dienaar van de staat, van de democratie; je doet gewoon je werk, wat voor gevaren dat ook met zich meebrengt. Als jij het niet doet, waarom zou een ander het dan wel doen? En als niemand het doet, loopt de democratie gevaar. «Maar ik vind dat ik op zijn minst recht heb op respect», voegt hij eraan toe. En aan dat respect heeft het in toenemende mate ontbroken. «Vanaf het moment dat ons onderzoek verder ging dan de interne organisatie van de maffia en zich ging uitstrekken naar maatschappelijke en politieke contacten, werd er geroepen dat we aan het overdrijven waren, dat we niet meer aan misdaadbestrijding deden, maar dat we de hele maatschappij wilden controleren.» Dat is nog netjes uitgedrukt: in feite werd er — met name in de pro-Berlusconi pers — een strontkar met verwijten over hem en zijn collega’s uitgestort. De acties tegen de maffia en vooral de zogenoemde Umwelt van de maffia in Palermo, vielen samen met de Operatie Schone Handen van magistraat Di Pietro in Milaan, gericht tegen de wijdverbreide corruptie. In beide gevallen was er aanvankelijk groot enthousiasme onder brede lagen van de bevolking. Die brede ondersteuning is in de loop van de jaren weggevallen. Volgens Caselli kun je zelfs spreken van een klimaat van restauratie.

«De stand is 116-0», zegt hij. «Er zijn 116 maffiosi veroordeeld tot levenslang. Maar er is niet één proces geweest waarin buitenstaanders zijn veroordeeld voor betrokkenheid bij de maffiose organisatie, voor externe ondersteuning. Alle processen waarbij de Umwelt van de maffia was betrokken, zijn geëindigd in vrijspraak. Dat is een cadeautje voor de maffia. U moet zich goed realiseren dat er een wezenlijk verschil is tussen de georganiseerde criminaliteit in andere landen van Europa en de maffiose organisaties in Italië. Die zijn onderdeel van de maatschappelijke structuur, van het dagelijks leven. Ze houden mensen in hun greep, ze doen aan dagelijkse afpersingen en chantage, ze hebben een directe lijn naar grote jongens in de economie, het bestuur, de politiek. Als iets ons de afgelopen jaren duidelijk is geworden, dan is het wel de omvang van de verschillende regionale maffiose organisaties — Cosa Nostra in Sicilië, de ‘n Drangheta in Calabrië, de Sacra Corona Unita in Puglia, de Camorra in Napels en omgeving — en de mate waarin ze in de maatschappij zijn gepenetreerd. Wij schatten dat een derde van het Italiaanse territorium onder controle staat van de maffia. Falcone en Borsellino (de twee rechters die in 1992 werden vermoord — yv) waren de eersten die de Umwelt van de maffia zijn gaan bestrijden. Ze worden nu voorgesteld als helden, en terecht, maar er wordt niet meer bij verteld hoe ongelooflijk veel weerstand ook zij hebben moeten overwinnen, ook binnen het eigen apparaat. Er is een periode geweest dat er over maffia niet eens werd gesproken, de maffia bestond niet. Falcone en Borsellino zeiden dat de maffia definitief kon worden uitgeschakeld — als we het met z'n allen wilden. Die politieke wil is weg. De magistraten moeten met hun vingers van de politiek afblijven, dat is nu de algemene teneur. Er wordt met het nodige dédain gesproken over ‹de partij van de rechters›. Maar als het democratische systeem tot op het bot wordt aangetast door maffia en corruptie, als daarbij duidelijk de grens van wat wettig is wordt overschreden, dan hoort het toch tot de taak van de rechterlijke macht om daar iets aan te doen? Dan zou de politiek toch op een andere manier moeten omspringen met een rechterlijke macht die alleen maar haar plicht doet?»

In maart dit jaar publiceerde Caselli samen met zijn Siciliaanse collega Antonio Ingroia het boek L'eredita scomoda — De ongemakkelijke erfenis. Het is een gemeenschappelijke beschouwing over zeven jaar maffiabestrijding waarin zij hun pijlen richten op alles en iedereen. Weliswaar in een vaak omfloerste taal, uiterst voorzichtig formulerend, maar toch. Het klimaat van politieke restauratie waarover ze spreken, is ontstaan onder de opeenvolgende centrumlinkse regeringen. «Iets waar ik nog steeds verbijsterd over ben», zegt Caselli, en hij voegt eraan toe dat hij er geen verklaring voor heeft. Of geen verklaring voor wil geven?

Het is duidelijk dat de linkse partijen in Italië de afgelopen jaren veel water bij de wijn hebben gedaan om de centrumlinkse coalitie in stand te houden. Er is ook nadrukkelijk gepoogd om de scherpe kantjes af te slijpen van de politieke tegenstellingen die in Italië in het verleden herhaaldelijk tot een patstelling hebben geleid. Ook aan de oppositiepartijen, en met name aan de partij van Berlusconi, zijn veel concessies gedaan. De discussie of men daarin niet te ver is gegaan, is na het centrumlinkse verlies bij de verkiezingen van 13 mei jongst leden in alle hevigheid losgebarsten.

Over het klimaat van restauratie schrijft Caselli’s collega Ingroia: «Ik proef nostalgie naar de rechtspraak van vroeger, de bureaucratische rechtspraak, naar een rechterlijke macht die geen initiatieven neemt, en die van oudsher met twee maten meet: streng jegens de zwakken, mild jegens de sterken.» In het boek wijden de schrijvers een hoofdstuk aan het proces-Andreotti; het belangrijkste politieke proces in het naoorlogse Italië, dat eindigde met een (voorlopige) vrijspraak van de zevenvoudige premier van Italië die werd beschuldigd van connecties met de maffia. In de herfst van dit jaar dient het hoger beroep.

«Weet u waar ik een probleem mee heb?» vraagt Caselli. «Dat zo'n proces in de journalistiek wordt behandeld als een voetbalwedstrijd. Andreotti is vrijgesproken, en dus heeft hij de wedstrijd gewonnen. Maar zo simpel ligt het niet. In de verslaggeving is alle nadruk komen te liggen op de vraag of Andreotti nu wel of niet gekust zou zijn door maffiabaas Toto Riina (hetgeen in maffiataal betekent: wij zijn broeders in de misdaad — ys). Alsof onze hele aanklacht gebaseerd zou zijn op die ene omhelzing. Er is niet één journalist die de moeite heeft genomen om na te lezen hoe het vonnis precies luidt. Ik begrijp dat het lastig is om je te verdiepen in alle technisch-juridische aspecten van een dergelijk gecompliceerd proces, maar je mag op zijn minst vermelden dat in het vonnis een flink deel van onze aanklacht tegen Andreotti wordt bevestigd. Er wordt in dat vonnis letterlijk geconstateerd dat hij relaties onderhield met de neven Salvo, met parlementariër Lima, met de beruchte bankier Michele Sindona, met de ex-burgemeester van Palermo, Ciancimino, allemaal mensen die in het vonnis worden getypeerd als ‹hecht verbonden met de maffia› of als ‹permanente medewerkers van de maffia›. Onvoldoende om te bewijzen dat de beschuldigde ‹een relevante bijdrage heeft geleverd aan het behouden of versterken van de maffiose organisatie› — dat is nu eenmaal de omschrijving die het betreffende wetsartikel geeft — maar genoeg om er niet de voorbarige conclusie aan te verbinden dat Andreotti daarmee vrijuit zou gaan. Ik ben het volledig eens met mijn opvolgers, de openbare aanklagers in Palermo, dat zij tegen deze uitspraak in hoger beroep zijn gegaan.»

Er is een tweede aspect van de maffiabestrijding waar Caselli zich ernstig zorgen over maakt: de rol van de zogenoemde pentiti, maf fiosi die meewerken met het justitieel onderzoek. Caselli is er heilig van overtuigd dat de bestrijding van de maffia zonder pentiti een verloren zaak is. «De maffia is een geheime organisatie, het is bijna onmogelijk om er van buitenaf in door te dringen.» Hij is doordrongen van de moreel dubieuze consequenties: strafvermindering voor wie meewerkt, ook voor mensen die de gruwelijkste misdrijven hebben bedreven. Bovendien kost het hele systeem de staat een vermogen; de pentiti moeten een nieuwe identiteit krijgen, hun familie moet worden beschermd. Het brengt bij hem de herinnering boven aan een van de pijnlijkste incidenten die hij van dichtbij heeft meegemaakt. Het twaalfjarig zoontje van een van de pentiti die onder zijn directe verantwoordelijkheid viel, is door de maffia ontvoerd, maandenlang mishandeld en ten slotte opgelost in zoutzuur.

Hij ziet ook de gevaren van misbruik van het systeem door de maffia zelf, die zogenaamde pentiti kan laten optreden om het onderzoek op een dwaalspoor te brengen. «Allemaal waar, maar het is niet het enige middel waarover we beschikken. Er moet uiteraard steeds weer worden gecheckt en gecontroleerd. Maar of je schaft het systeem in zijn geheel af, of je aanvaardt het: maar dan ook voor iedereen. Wat er nu gebeurt is dat de verklaringen van pentiti tegen andere maffiosi wel als bewijsmateriaal worden geaccepteerd, maar dat diezelfde pentiti niet worden geloofd als het om processen tegen de Umwelt van de maffia gaat. Ook in het proces tegen Andreotti zijn 27 getuigenissen van pentiti opzijgeschoven.»

Caselli beweert niet dat er in de wetgeving rond de pentiti niet veel kan worden verbeterd. En hij beweert al helemaal niet dat het Italiaanse rechtssysteem optimaal zou functioneren. Eerder omgekeerd: juist de traagheid en complexiteit hebben gemaakt dat een flink deel van de publieke opinie het bijltje erbij neer heeft gegooid. Exemplarisch is het proces tegen Andreotti dat nu al meer dan zeven jaar loopt en dat dermate ingewikkeld is dat het voor kwaadwillende journalisten en tv-presentatoren erg gemakkelijk is om de publieke opinie zand in de ogen te strooien. Caselli geeft het voorbeeld van een bekende tv-presentator uit de Berlusconi-stal die hem al jaren achtervolgt: de man, Sgarbi, las voor de televisie zonder enig commentaar een zogenaamde ingezonden brief voor waarin hij, Caselli, verantwoordelijk werd gesteld voor de maffiamoord op een priester. Hoe meer rook, des te lastiger het wordt om te onderscheiden waar wel en waar geen vuur is.

Caselli heeft ook zelfkritiek: hij en zijn team hebben zich veel te weinig bekommerd om hun image. Hij herinnert zich een foto die alle Italiaanse kranten hebben gepubliceerd: de arrestatie van een priester die met handboeien en al het politiebureau wordt binnengesleept. Dat versterkt het beeld van oneerbiedige, niets en niemand respecterende «rode toga's» dat ze toch al opgeplakt hadden gekregen. «We hebben daar totaal geen rekening mee gehouden, ook niet met het feit dat Sicilië doordrongen is van een diepgewortelde religiositeit met veel trekjes van bijgeloof. Dat is ook de wereld van de maffiosi, die lopen altijd met van die heiligenplaatjes op zak.»

Drie dagen voor het gesprek met Caselli is de zoveelste «imputato eccellente» (hooggeachte aangeklaagde) vrijgesproken: Calogero Mannino, voorheen president van de regio Sicilië. Ook hij bij gebrek aan bewijs. Caselli wil niet reageren: «Laat me eerst het vonnis maar bestuderen.» Ik leg hem een krantenartikel voor waarin Mannino een heel ingenieuze verdediging opbouwt, die overigens rechtstreeks van Andreotti is overgenomen: vroeger, ja héél vroeger, toen waren er wel banden tussen politici en de maffia, maar juist omdat de voormalige christen-democraten zich een jaar of tien geleden zo sterk tegen de maffia zijn gaan verzetten, heeft de maffia wraak willen nemen. Dus hebben de maffiosi zogenaamde pentiti op de rechters afgestuurd om hen met allerlei nonsensverhalen over samenwerking tussen maffiosi en politici om de tuin te leiden. En die domme magistraten tuinen erin! Vooral Caselli, voegt Mannino eraan toe, want «die is nu eenmaal geen Siciliaan»!

Maar Caselli is niet uit zijn tent te lokken: als openbaar aanklager onthoud je je van commentaar. Het is geen persoonlijke zaak, al krijg je de grofste beledigingen naar je hoofd. In het ergste geval begin je een proces wegens smaad: daar heeft hij er dan ook tientallen van lopen. En het gaat nog vele jaren duren voor die voorkomen.