HEDENDAAGSE MUZIEK De midzomernacht van Hans Werner Henze

De magische wereld van het woud

In Midzomernachtdroom wordt hoog spel gespeeld met illusies. De symfonie die Hans Werner Henze hierdoor geïnspireerd componeerde, behoort tot de mooiste hedendaagse muziek.

AMSTERDAM, ZOMER 1992. Hans Werner Henze herleest A Midsummer Night’s Dream van William Shakespeare. Hij plaatst bij drie opvallende passages ezelsoren en schrijft in zijn dagboek: ‘Van deze drie gegevens, situaties, stemmingen, zou een sehr hübsche driedelige symfonie geschreven kunnen worden, de achtste, lichtvoetig en rijk aan melodieën.’ De eerste aanzet tot Sinfonia N. 8 is een feit, met als eindresultaat een ongrijpbaar werk dat in meerdere opzichten tot de verbeelding spreekt.
A Midsummer Night’s Dream tot muziek verwerken is niet een bijster origineel idee; componisten als Purcell, Mendelssohn, Orff en Britten hadden zich reeds aan die inspiratiebron gelaafd. Opvallend was vooral het besluit van Henze om überhaupt een symfonie te schrijven, een melodieuze nog wel. De componist zelf mocht dan reeds zeven symfonieën hebben voltooid, voor bijna elke andere componist, en zeker een Duitse, was het genre ná de Tweede Wereldoorlog geen vanzelfsprekendheid meer. Symfonieën zijn museumstukken van een voorbij verleden, luidde de beroemde dominante opvatting in de pakweg veertig jaren na 'Stunde Null’: wie zich tot symfonieën wendt is een tamme traditionalist.
Het taboe gold ook voor tonale muziek en alles wat daar naar riekt, zoals Henze aan den lijve ondervond. In Donaueschingen, brandpunt van moderne muziek, ging op 20 oktober 1957 zijn Nachtstücke und Arien in première. Henze baseerde de compositie op poëzie van Ingeborg Bachmann. 'Zoals jij de mooiste poëzie van deze eeuw schrijft’, vertrouwde hij haar toe, 'zo wil ik de mooiste hedendaagse muziek schrijven.’ Maar een discoursbepalend deel van het publiek had een andere opvatting van schönste Musik. In Nachtstücke und Arien staat het bol van de dissonanten die niettemin een tonale onderstroom suggereren, vergelijkbaar met de broeierig atonale muziek van Alban Berg. Meteen de opening, een soort cantilene voor hoorn, suggereert laatromantische weemoed. Nog bij die eerste maten stonden Pierre Boulez, Karlheinz Stockhausen en Luigi Nono demonstratief op: de zelfverklaarde avant-garde verliet de zaal. Zo kon het dat 44 jaar na het schandaal dat Le sacre du printemps veroorzaakte, de voorwaarden voor een muzikale rel waren herijkt.
Aanvankelijk had Henze zelf vol overgave gewerkt met avant-gardistische muziektaal in de vorm van hardcore serialisme. Maar in de loop van de jaren vijftig veranderde hij van koers. Hij kon een 'Sehnsucht nach dem vollen, wilden Wohlklang’ niet onderdrukken. Hij verhuisde van Duitsland naar Italië, ook om homofobe en antisocialistische tendensen in zijn vaderland te vermijden. Hij vestigde zich op het idyllische eiland Ischia, vlak bij de villa van de romantische componist William Walton. 'Ik wil onafhankelijk van andermans decreten en dogma’s kunnen leven en werken’, verklaarde hij.
Daarmee was Henze zeker geen conservatieve epigoon. Hij wilde oude vormen een nieuwe urgentie verlenen. Maar hij gebruikte de symfonie ook als beproefd middel waarmee een groot publiek te bereiken is, een genre dat zich heeft bewezen als vruchtbare bodem van illusies. Communiceren met een groot publiek is voor Henze een belangrijke meerwaarde, niet alleen door middel van zijn vele muziektheatrale stukken, maar ook met behulp van de non-verbale muziek. Zijn symfonieën zijn doordrenkt van buitenmuzikale verwijzingen. In het geval van de Achtste symfonie kan de overkoepelende boodschap worden samengevat als 'verbroedering door middel van verbeelding’. Dat thema speelt ook in A Midsummer Night’s Dream een belangrijke rol.
Shakespeare schreef A Midsummer Night’s Dream waarschijnlijk in de jaren 1590, de periode die een overbrugging vormt tussen zijn vroege historiën en komedies en de latere beroemde tragedies. Tragisch is A Dream zeker niet. Maar het toneelstuk wil, mede door de toverachtige setting, meer zijn dan een zorgeloze liefdeskomedie. Hier wordt een hoog spel met illusies gespeeld. De plot staat bol van dwaze ontwikkelingen. Drie ensembles worden geïntroduceerd, waartussen vervolgens een vernuftige kruisbestuiving plaatsvindt. Allereerst zijn daar de Atheners. Theseus, hertog van Athene, treedt in het huwelijk met zijn Amazone-koningin Hippolyta. Onder Theseus’ bewind zijn vier jonge Grieken in een koortsachtige vierhoeksverhouding verwikkeld: Hermia moet met Demetrius trouwen maar is verliefd op Lysander (wederzijds), terwijl Helena zich tot stalker van Demetrius ontplooit (zeker niet wederzijds). In de magische wereld van het woud ondertussen heeft de goedhartige maar niettemin jaloerse elfenkoning Oberon ruzie met zijn vrouw Titania, die immers slechts nog aandacht heeft voor een Indiaas jongetje. En een groepje acteurs van lage scholing trekt datzelfde woud in om een toneelstuk te repeteren voor het huwelijk van de hertog. De titel is veelbelovend: The Most Lamentable Comedy and Most Cruel Death of Pyramus and Thisbe.
Het belangrijkste deel van A Dream vindt plaats in dit toverbos, bij nacht. Oberon laat zijn dienaar Puck op zoek gaan naar een betoverd bloempje, Love-in-idleness oftewel viooltje, waaraan een liefdessap onttrokken kan worden. Wanneer dit middel wordt toegepast op slapende oogleden, valt het slachtoffer bij ontwaken als een blok voor het eerste het beste wezen binnen gezichtsveld. Oberon wil dit middel voor straf toepassen op zijn ongehoorzame vrouw. Zo kan het dat de koningin van het woud opeens verliefd wordt op de sukkelige Bottom, een van de acteurs, die door de plaaggeest Puck inmiddels ook nog van een ezelshoofd is voorzien. Hilariteit alom. Niet verwonderlijk plaatste Henze, geboeid herlezend, juist bij deze passage een ezelsoor. Belle en het beest lenen zich immers uitstekend voor een muzikaal portret. Een boertig tetterende trombone vertegenwoordigt in het tweede deel van de Achtste symfonie de mimiek van Bottom. Ondertussen stromen de fijne nootjes door de groepen strijkers en houtblazers: Titania dartelt in ranke roes om haar geliefde heen.
Die snelle loopjes beheersen reeds het eerste deel. Hier staat de opdracht centraal die Oberon aan Puck verstrekt: vind de toverbloem! Waarop Puck mag opscheppen over zijn snelheid: 'I’ll put a girdle round about the earth in forty minutes.’ Een afstand van veertigduizend kilometer equatoriale omtrek afleggen in veertig minuten komt neer op zestigduizend kilometer per uur. Henze laat Puck reizen langs de uithoeken van het orkestrale bereik. Vanuit het midden - de middelste C - dwaalt Puck af naar de Zuidpool, de laagst mogelijke noten in het orkest, om via wederom een C omhoog te schieten naar het Noorden. De slotmaten illustreren de betovering van de bloem in volle bloei.

IN A DREAM zijn de zintuigen niet te vertrouwen. De betrekkelijkheid van de waarneming wordt voortdurend benadrukt. Een van de geliefden, dwalend door het bos, merkt op hoe 'far-off mountains turned into clouds’. Het woud is een plek van transformaties en weinig zekerheden. Als je na een onrustige slaap in de openlucht ontwaakt, kan je leven zomaar op z'n kop staan. Een probleem dient zich aan: wat is nog échte liefde? De tijdelijke bevlieging van Titania voor Bottom kan nauwelijks serieus genomen worden en valt via een tweede ingreep met bloemsap eenvoudig te herstellen, waarna ze weer vrede sluit met haar man Oberon. Ingewikkelder is de situatie rond Demetrius. Ook hij krijgt sap op de ogen, waarna hij zijn huwelijksverzoek aan Hermia laat vallen en de liefde van Helena beantwoordt. Zij voegen zich bij het rijtje verse bruidsparen, maar vooral met dank aan de love drug. Weliswaar wordt zo het irrationele gedrag van Helena in ere hersteld: ze was een wanhopige en dwaze vrouw, totdat haar liefde werd beantwoord en in retrospectief steekhoudend blijkt. Verbeelding verbroedert. Het eindresultaat bewijst haar gelijk, maar is wél gebaseerd op de manipulatie van een tovermiddel. Zo krijgt een van de beroemdste zinnen uit het toneelstuk een ironische bijsmaak: 'The course of true love never did run smooth.’
Aan parallellen en contrasten geen gebrek. Zoals het toneelstuk de kijker een spiegel voorhoudt, zo vormt het toverbos een spiegel voor de rigide maatschappij van Athene. Veelzeggend is de keuze van veel regisseurs om de rol van Oberon en hertog Theseus door één acteur te laten vertolken (zoals nu ook gebeurt in de nieuwe productie Midzomernachtdroom van Het Nationale Toneel, waarin Stefan de Walle een dubbelrol speelt). Zo vervagen de grenzen tussen droom en realiteit. Wat in de stad en het hertogelijk paleis aan rigide paternalisme onderhevig is, krijgt in het bos de vrije loop. En als in de laatste akte eindelijk de opvoering van Pyramus en Thisbe plaatsvindt, is het spiegelpaleis voltooid. Een toneelstuk in een toneelstuk.
Theseus moppert, nadat hem verslag is uitgebracht over de gebeurtenissen in het woud, dat de geliefden slachtoffer zijn geworden van hun verbeelding. Maar zijn aanstaande vrouw Hippolyta weet beter. 'Both strange and admirable’ noemt zij het relaas van de jongeren.
Henze, die zelf van het rigide Duitsland naar het sprookjeswoud van Ischia was gevlucht, geeft haar gelijk. Het laatste deel van zijn symfonie, dat hij als eerste componeerde, is geïnspireerd op de slotspeech van Puck. Terwijl de elfen naar het paleis trekken om de huwelijksnacht in te zegenen, richt Puck zich tot het publiek. 'If we shadows have offended’, zo begint hij, als wij schaduwen u in het publiek hebben beledigd, bedenk dan 'that you have but slumber’d here, while these visions did appear.’
De voorstelling was maar een droom. Het slotdeel van de symfonie verlustigt zich dientengevolge in een extatisch sluimeren, inderdaad behorend tot de mooiste hedendaagse muziek. 'Het gaat hier over vrede sluiten en hereniging’, verklaarde Henze, 'over verbroedering, mede met mijzelf, en de bijbehorende geste wordt gemaakt door iemand die rust zoekt.’ Na een verblindende climax zakt het Adagio weg tussen de dekens. Met dank aan de verbeelding is de orde van alledag hersteld. Tegelijkertijd is die orde natuurlijk slechts een illusie. Want waarom klinken die twee fluiten aan het slot zo mysterieus en bijna plagerig, als om te suggereren dat wij als publiek alles alsnog verkeerd hebben begrepen?