Film: The Program

De man die geen sorry zei

In zijn nieuwe film The Program brengt de Engelse regisseur Stephen Frears met zichtbaar plezier de wielerwereld in beeld. Maar met hoofdrolspeler Lance Armstrong weet hij zich geen raad.

Medium the program 47043055 st 1 s high

‘Sjoemelsoftware’ is het woord van het jaar 2015. Met dank aan de malafide programmeurs van Volkswagen. Een paar jaar terug had het net zo goed ‘sjoemelvlees’ kunnen zijn, toen onder meer restaurant Piet de Leeuw in de Noorderstraat, de biefstukkoning van Amsterdam, moest toegeven jarenlang paardenvlees te hebben geserveerd als rundvlees. Het laatste decennium stond in het teken van de gevolgen van ‘sjoemelbanken’ die in de kleine lettertjes klanten, bedrijven en staten naaiden. Van ‘sjoemeloverheden’ die in naam van de veiligheid talloze burgerrechten schonden en hun eigen bevolking bespioneerden. Van ‘sjoemelwetenschappers’ die hun eigen bewijsmateriaal in scène zetten.

Of van ‘sjoemelvoetbal’. De afgelopen jaren werd bijvoorbeeld bekend dat Juventus in de Champions League-finale van 1996 gedrogeerd tegen Ajax speelde, terwijl inmiddels ook de eerste harde bewijzen voor matchfixing in de Eredivisie zijn gevonden. Een beerput, verwacht men. Er zijn ‘sjoemelrussen’ nu is gebleken dat de Russische atletiekbond de afgelopen jaren consequent positieve dopingtests wegmoffelde. De gehele bond hangt een serieuze schorsing boven het hoofd, met als mogelijk gevolg dat aan de Olympische Spelen van Rio volgend jaar geen Russische atleten mogen meedoen.

En dan is er Lance Armstrong, de oorspronkelijke sjoemelsporter, de grootste leugen van allemaal. Armstrong de kankeroverlever, Armstrong de bestsellerauteur, Armstrong de zevenvoudig Tour-winnaar. Hoe je zijn naam ook verhaspelde – Arm Stronglance, Strong Lancearm – hij klonk altijd onoverwinnelijk.

In The Program, de nieuwe film van de Engelse regisseur Stephen Frears (The Queen, Philomena), ziet die onoverwinnelijkheid er zo uit: in de bergetappe naar Sestrière moet de ploegleider van Armstrong vanuit de volgauto zeggen dat hij moet wachten, wachten, wachten, tot een specifiek moment in de klim. Armstrong is als een stier in een kooi, de berg is als een rode vlag voor hem. Oké, nu, ga maar, zegt de ploegleider, en weg is Armstrong. De man in het geel sprint zijn concurrenten voorbij alsof ze geparkeerd staan.

Feitelijk was hij natuurlijk niet de enige grote leugen. In de jaren dat Armstrong de Tour de France won, van 1999 tot 2005, deed hij niets wat andere renners niet ook deden. Marco Pantani, Jan Ullrich, Ivan Basso, Richard Virenque, Tyler Hamilton, Michael Boogerd, zo’n beetje alle renners die met hem de top-tien deelden werden betrapt. Erythropoietin, naar het Griekse erythros dat ‘rood’ betekent, en poien, ‘maken’. Epo. Je gaat er niet harder door fietsen trouwens, maar je kunt er langer door fietsen. Door een extra aanmaak van rode bloedlichaampjes neemt je bloed meer zuurstof op, waardoor je spieren minder snel verzuren. De snelheid waarmee Armstrong wegsprintte was niet toe te schrijven aan de epo, dat hij het kon volhouden wel.

Wat zijn leugen zo cru maakte, was de bereidwilligheid waarmee iedereen hem geloofde. Niet alleen de presidenten die hem op het Witte Huis uitnodigden of de filmsterren die schijnbaar niet konden wachten om hem te spelen, maar juist ook de media die de jaren daarvoor doping- na dopinggeval hadden verslagen, met als dieptepunt de ‘Festina Tour’ van 1998, waarin de Franse politie bij verschillende teams invallen deed en ploegleiders en ploegartsen arresteerde. Armstrong was het nieuwe verhaal, een positief verhaal. Als Armstrong in The Program solo naar Sestrière klimt staan de wielerjournalisten te juichen. Tot zo ver de objectiviteit. Ze vinden het prachtig, tranen in hun ogen. Als de Ierse sportjournalist David Walsh als enige zijn bedenkingen heeft – Armstrong kon voorheen nooit klimmen, en nu lost hij iedereen bergop? – wordt hij weggelachen. Het wielerpeloton heeft misschien een omerta, maar het journaille lijdt aan het ‘I want to believe’-syndroom.

In de jaren dat Armstrong de Tour de France won, van 1999 tot 2005, deed hij niets wat andere renners niet ook deden

Lance Armstrong had natuurlijk ook de beste oneliner, die hij jarenlang herhaalde, waar niemand tegenop kon: ik ben de meest geteste atleet ter wereld en ik ben nog nooit positief getest op epo. Die oneliner hield hij vol, onweerlegbaar, tot hij hem uiteindelijk bij Oprah Winfrey – bij wie anders? – zelf weerlegde.

Het is de vraag of The Program een goede film is of niet. De film voelt soms wat gehaast, soms repetitief, al brengt Frears met zichtbaar plezier de wielerwereld in beeld, bevolkt door mannen in lelijke trainingspakken die in caravannetjes en touringbussen leven. Guillaume Canet, toch een gewaardeerde acteur in Frankrijk, speelt de Italiaanse dopingdokter Ferrari alsof hij in een Bassie Adriaan door Europa-aflevering speelt. Dustin Hoffman staat groot op het affiche, maar komt misschien twee keer in beeld. Chris O’Dowd is fijn, vrolijk en Iers, als journalistiek geweten David Walsh, maar het grootste gedeelte van de film is Walsh niet in zicht, en als het erop aankomt is het niet zijn onderzoekswerk dat Armstrong op de knieën brengt. Dat was een reeks betrapte renners die om hun eigen hachje te redden één voor één hun voormalige werkgever erbij lapten.

Wat Walsh wél illustreert is hoezeer Lance Armstrong een monster was dat door de wielersport zelf was geschapen en dat ze nu niet meer konden laten vallen. Armstrong was too big to fail. Door hem kwamen er sponsorcontracten binnen die geen enkele renner kon binnenhalen. Nog nooit werd de Tour zo goed bekeken als tijdens zijn races. Tv-station Eurosport dankte er zijn bestaansrecht zo ongeveer aan. Wanneer Armstrong in The Program in een dopingcentrum in Genève een positieve b-staal van een test moet komen uitleggen, zit de controleur er meer mee dan Armstrong zelf. Doet u maar, zegt de kampioen, wat u denkt dat het beste is voor de wielersport. En dus verdwijnt de positieve uitslag en kan Armstrong blijven volhouden dat hij nooit positief is getest.

Medium the program 47043055 st 3 s high

En toch, als je dat zo opschrijft, een ‘monster’, dan wringt het. Het klopt niet helemaal. Van tal van betrapte renners zijn inmiddels memoires verschenen. Het zijn guilty pleasures, fijn om te lezen, bijna altijd goed voor verrassingen (bijvoorbeeld dat de helft van de renners anorexia heeft, omdat ze doodsbang zijn om aan te komen), maar ze volgen altijd hetzelfde narratief: jonge renner is beloftevol, jonge renner kent eerste succes, maar dan stokt het. Waarom? Omdat de andere renners doping gebruiken, en dus gaat hij ook overstag. Hij zegeviert, hij woont in een villa, maar dan ziet hij zichzelf in de spiegel, en voelt hij zich hol. En rond die tijd valt een of ander dopingagentschap binnen en komt alles op straat. Memoires als mea culpa, om een streep te zetten achter je verleden en verder te kunnen met je leven, of in sommige gevallen je professionele wielercarrière.

Van Lance Armstrong is nog niet zo’n boek verschenen of aangekondigd. Het zou ook niet passen. Niet bij hem.

Armstrong was een monster dat door de wielersport zelf was geschapen en dat ze nu niet meer konden laten vallen

Dat The Program als een onevenwichtige film aanvoelt komt misschien ook doordat Frears uiteindelijk niet helemaal raad weet met Armstrong zelf. De wielrenner wordt gespeeld door Ben Foster. Zijn Armstrong is ambitieuzer dan Lucifer, gedreven tot de dood, en zonder genade voor iedereen die het dopingspel niet meespeelt of niet volhoudt. Daardoor is het wellicht moeilijk om een spanningsboog te verzinnen rond het personage Armstrong, want hij houdt nog steeds vol. Geen mea culpa van hem. En dan steekt stiekem toch de vraag de kop op, zonder een Armstrong-apologeet te zijn: is dat eigenlijk niet lovenswaardig?

Frears eindigt zijn film met een fragment uit het Oprah Winfrey-interview uit 2013, al krijg je dat als kijker niet te zien, je hoort het alleen. Iedereen wist dat hij daar uit de kast zou komen, om het zo te zeggen, maar uiteindelijk viel zijn optreden tegen voor de gemiddelde Oprah-kijker. Hij zei geen duizendmaal sorry voor zijn dopinggebruik, hij barstte niet in tranen uit, hij speelde het hele spel van spijt en vergiffenis niet mee. Hij legde niet de holle rituelen af die het publiek en de media van hem eisten.

Alle zeven Tour-overwinningen zijn Armstrong inmiddels afgenomen. De titels zijn niet aan de nummers twee of drie gegeven, want die waren meestal al veel eerder betrapt op doping. Het is een gat in de wielergeschiedenis. Natuurlijk was Armstrong dominant, natuurlijk schoffeerde hij de mensen die niet meespeelden. Maar ergens valt er wel iets te zeggen voor zijn gebrek aan excuses.

De getrouwde politicus die in het kopieerhok met de stagiaire wordt aangetroffen, geeft een persconferentie, zegt in hart en nieren een familieman te zijn en zich te laten behandelen voor zijn seksverslaving. Vergeef me. De autofabrikant die op sjoemelsoftware wordt betrapt, plaatst paginagrote advertenties dat hij alles op alles zal zetten om het vertrouwen van de consument terug te winnen en dat hij niet begrijpt hoe het zo ver heeft kunnen komen. Vergeef ons.

Gelooft u die excuses, gelooft u de spijt? Lance Armstrong wordt betrapt op doping en zegt: dat was het spel, zo waren de regels, en zo heb ik het gespeeld. Geen excuses die daar iets aan veranderen.


Beeld 1 en 2: Ben Foster als Lance Armstrong. Zijn Armstrong is ambitieuzer dan Lucifer, gedreven tot de dood (Dutch Filmworks)

The Program draait nu in de bioscoop