De man die zijn eigen cachot werd

Vrijdag is te zien in het Stella-theater, Nobelstraat 23, Den Haag, di-za, t/m 21 december.
Georges Vermeersch heeft een dubbele open wond die niet meer helen zal. Hij wordt gekweld door de herinnering aan een incestervaring met zijn negentienjarige dochter Christiane, waarvoor hij in de gevangenis belandde. Het leven in het cachot, tussen andere mannen die daar voor ‘het fluitewerk’ zaten, heeft Vermeersch gebroken. Als hij de conversaties met de gevangenisdirecteur citeert, spreekt hij in zichzelf als tot een ander - hij heet dan ‘Vermeersch, Georges’. Zijn vrouw Jeanne en zijn kaartvriend Erik hebben voor de rechtbank gezegd dat Georges het nooit gedaan kòn hebben. Daarna zijn ze een verhouding begonnen. Drie maanden voor Georges vrijkwam, werd hun kind geboren. De thuiskomst van Georges valt op een vrijdag, de roomse vastendag. Als hij zijn koffer neerzet begint er een etmaal van schuld en boete.

Het toneelstuk heet Vrijdag en is geschreven door Hugo Claus. De auteur ensceneerde in 1969 de oeropvoering in Amsterdam en die was overweldigend mooi. Het duurde twintig jaar voor het beroepstoneel een tweede uitvoering aandurfde (Toneelgroep Amsterdam, regie: Sam Bogaerts). Nu heeft Alize Zandwijk Vrijdag opnieuw uitgebracht, bij de jeugdtheatergroep Stella in Den Haag.
De opvoeringsgeschiedenis van het stuk is opmerkelijk. Fons Rademakers speelde in 1969 een sukkelaar, een eeuwige loser, een slachtoffer die alleen nog maar meer slachtoffers kon maken. De voorstelling uit 1989 haakte in op de mystiek en het symbolisme in het stuk - bij het religieuze ritme van de roomse liturgie (Claus schreef Vrijdag oorspronkelijk op de cadans van een katholieke mis, compleet met zangerig introïtus, verhalende voormis, herhaling van het offer tijdens de offerande, en poging tot verzoening tijdens de communie). In beide voorstellingen gloorde iets van mededogen, compassie met het zoeken naar Vermeersch’ motieven. In beide voorstellingen (en ook in de melodramatische filmversie van Claus uit 1981) was veel aandacht voor het feit dat dochter Christiane haar vader verleidt. Of waren de verleidingsscènes eigenlijk ingekleurde herinneringen van Georges? Of was het vermoeden van een herinnering weer de smoes van de incestpleger?
De reconstructie van de incest in Alize Zandwijks voorstelling van Vrijdag geeft op die vragen een keihard antwoord, inclusief een bewuste stijlbreuk. In korte taferelen, bruut afgekapt door harde black-outs, zien we de dochter die vader waarschuwt voor een vroegtijdige erotische winterslaap. ‘Laat u gaan!’ En: 'Er groeit gras op uw buik.’ En: 'Gij hebt mij gemaakt, ik ben van u.’ We zien de vader smelten, bloeien, genieten van zijn dochter - een jonge vrouw die (in tegenstelling tot Jeanne) niet jankerig om de hete brei heen draait. Maar Georges Vermeersch gaat een stap te ver, we zien hem naar de borsten van zijn dochter graaien, en voorgoed 'Vermeersch, Georges’ worden. Bidden na 'de daad’ zal hem niet helpen, nooit meer.
De oorsprong van de open wonden en de gesloten hoofdstukken uit het leven van deze man worden ons niet alleen verteld en vertoond, ze zitten als littekens in het acteren van Herman Gilis. Als hij Jeanne het cadeautje heeft gegeven (een duur parfum, waarvoor Georges in het cachot veel zakjes heeft moeten plakken), dan vouwt hij het plastic tasje waarin het flesje Soir de Paris was verpakt, krampachtig op. In dat vouwen zit een wereld verborgen, vol zilte tranen en hete agressie. Ook als Georges op onbestemde momenten een felle jeuk krijgt aan zijn linker oog, speelt Herman Gilis of hij die tinteling bijna in zijn oogkas terug wil duwen. Hij kan niks meer voelen. Hij is zijn eigen cachot geworden.
Wanneer hij Erik en Jeanne, vlak voor hun definitieve afscheid, voor hun laatste 'fluitewerk’ naar boven heeft gestuurd en minutenlang luistert naar een krakend en piepend matras, dan zit daar een gekooid beest dat zijn eigen lust en die van anderen beziet als een en dezelfde tralie. Wat als boete van de zondaar voor zijn 'Grote Zonde’ bedoeld was (laat die twee nog één keer neuken, dan staan we met zijn drieeën voorgoed quitte), werkt als een nooit ophoudende marteling. Georges Vermeersch heeft zijn derde open wond geïncasseerd. En hij was er zelf bij.