De man en zijn klanken

Is het het volume? Natuurlijk is het het volume. Is het ook de klank? Natuurlijk is het ook de klank. Maar vooral is het de diepte waar het vandaan komt: uit de diepste diepten der mannelijkheid stijgen ze op. Vanuit de tenen. Vanuit de onderste ondersten van het masculiene wezen.

Iedereen kijkt om. Geschrokken. De Derde Wereldoorlog? Voetbalrellen? Gangbang? Nee hoor, er zijn een paar mannen een avondje uit. Samen. Met de maten.
De maten, dat zijn zij zelf. Als de ene maat het gezelschap vindt van een of meer andere maten, dan begint het. Zeker weten.
Oo. Aa. Oo-ee. Oo-ee. Oo-uu. Oe-aa.
Elke klank die ze uitstoten kent slechts één lettergreep. Uitgebrald in de stille avond. Wie zat te genieten van een rustig samenzijn, grijpt naar zijn hart. Er komen maten aan! Ze zijn lol aan het maken.
Joo-hee. Huu-hoe. Haa-kut.
Ze zijn aan het stappen.
Schielijk glipt het omaatje de tram in, struikelend over dat verdomde trapje. Ze komen. Een van de mannen is verkleed als asperge. Dat is goed voor de potentie. Zijn maten hebben condooms op hun hoofd.
Oo-ee-hee. Oo-ee. Oo-ee, oo-ee.
In de hemel is geen bier.
Het ultieme bewijs van Gods bestaan?