Waarom vrouwen niet grappig zouden zijn

De man in roze heeft een punt

Volgens Herman Brusselmans kunnen vrouwen geen humoristische boeken schrijven en Christopher Hitchens gaf een essay de titel: Why Women Aren’t Funny. Marja Pruis gaat nu niet in hongerstaking. Ze lacht erom.

Medium bridesmaids 02036956 st 2 s high

OPEENS zoemt het rond dat Bridesmaids een grappige film is. Opmerkelijk, want over het algemeen moeten vrouwen het zeker als het op humor aankomt hebben van het type geheimtips dat hen leidt naar achterafzaaltjes, moeilijk vindbare sites, het allerkleinste speciaalzaakje. ‘Nee echt, ik heb een paar keer hard gelachen,’ verzekert me een vriendin die net als ik in slaap valt bij het merendeel van de comedy’s, maar ook bijvoorbeeld The Hangover niet te pruimen vond. Of het nu gaat om films, boeken, cabaretiers, columnisten, kappers, massagesalons of websites: er is een parallelle wereld waarin een heel andere smaak het voor het zeggen heeft. Als weldenkende vrouw laveer je permanent tussen beide werelden, met tot gevolg dat je ook maar al te vaak in de afgrond ertussenin terecht komt en diepe duisternis het enige is dat je nog aangrijnst. Maar ho ho, we gingen lachen en dus óp naar Bridesmaids.

Ik beken: ik heb gelachen. Ik heb geglimlacht, gegniffeld, en ik heb geschaterd. Dat laatste twee keer. Of eigenlijk drie keer, maar die derde keer kwam omdat ik naast me hoorde 'het probleem is dat vrouwen in het echt nooit zo grappig zijn’. Inderdaad, ik denk dat we daar wel een probleem te pakken hebben. Op dit probleem ga ik straks nog terugkomen.

Mijn schatermomenten: allereerst helemaal in het begin, als hoofdrolspeelster Kristen Wiig - bekende verschijning in Saturday Night Live, gaat door voor een van de grappigste Amerikaanse vrouwen van het moment - in de ochtendstond het huis probeert te verlaten van haar foute minnaar - een onverwacht ranzige vertolking van Jon Hamm, oftewel Don Draper in Mad Men. Ze stuit op een immense toegangspoort die ze niet geopend krijgt, en besluit er dan maar overheen te klimmen. Du moment dat ze bovenop dat hek zit, schrijlings, torenhoog, zwaait het open en moet ze zich vastklampen alsof ze een wilde stier aan het berijden is. En dat dan natuurlijk in het zicht van de stomverbaasde werkster aan de andere kant van het hek.

De tweede keer dat ik hard moest lachen is als Wiig ontploft op het vrijgezellenfeestje van haar beste vriendin, en de chocoladefontein omver probeert te duwen. Zoals Wiig volkomen buiten zichzelf treedt van woede, wederom ontzet gadegeslagen door de andere feestgangers, is echt heel grappig. Misschien te meer omdat Wiig, in tegenstelling tot haar tegenspeelster Maya Rudolph, eveneens een bekende Amerikaanse comédienne, het aangepaste voorkomen heeft van een all American girl, blond, skinny en kortgerokt. Dat zij zo hysterisch, lelijk en belachelijk durft te zijn, is een revelatie.

HÉÉ, buitelden de media naar aanleiding van Bridesmaids over elkaar heen met verbazing: vrouwen zijn wél grappig. Grappig genoeg wordt dan meestal de scène als voorbeeld genoemd die ik juist een stuk minder vond: als in een heel chique zaak de jurken voor de bruidsmeisjes moeten worden gepast, krijgt iedereen last van een acute voedselvergiftiging en wordt de hele boel ondergekotst en -gepoept. Pies- en poepgrappen, altijd matig. In de Sex & The City-film, toch al grandioos niet-grappig, in tegenstelling tot de serie, zat ook al zo'n gekke obsessie met scheten en diarree. Mannenhumor, zou je bijna denken. En inderdaad: Bridesmaids is weliswaar geschreven door twee vrouwen - Kristen Wiig zelf en Annie Mumolo - de kots- en poepscène is erin gekomen op instigatie van producer Judd Apatow, bekend van ondermeer Knocked up en Superbad. Het uitgangspunt bij het bedenken van de film was dat het beeld van de aardige, welopgevoede, beschaafde Amerikaanse vrouw aan diggelen moest. En, moet hij hebben geredeneerd, wat is er erger, lees: komischer, dan mooi aangeklede vrouwen in een poezelige omgeving om het hardst tevergeefs laten rennen om de wc-pot te halen? Misschien een volledig aangeklede bruid die midden op straat gaat zitten kakken. Het zijn allebei pijnlijk niet-grappige scènes. De oestrogene tegenhanger van The Hangover moest Bridesmaids worden. Vandaar ook de scène in het vliegtuig waarin Kirsten Wiig, dronken gevoerd door haar rivale, als een wulpse malloot haar medepassagiers lastig valt. Is dat leuk? Een beetje, omdat Wiig gewoon leuk is, een soort dolgedraaide Meg Ryan toen die er nog menselijk uit zag.

Het écht leukst zijn toch de scènes waarvan ik me kan voorstellen dat het schrijfstersduo die moeiteloos uit de mouw schudde, omdat ze zo uit het leven gegrepen zijn: het gesprek tussen de twee vriendinnen over hoe je het verplichte potje fellatio uit de weg kunt gaan; de pathetische drift waarmee beste vriendinnen elkaar proberen af te troeven in hun beste-vriendin-zijn. Dat deze scènes (en die met dat toegangshek en die chocoladefontein) zo ontzettend grappig zijn heeft te maken met schaamteloosheid en redeloosheid, en inderdaad doorbreking van een soort beheerste keurigheid. En anders dan met het poepen & pissen: een uitbarsting die constant onder het oppervlak ligt te borrelen. Als vrouwen leuk zijn, zijn ze daarmee ook meteen verschríkkelijk leuk. Leuker dan mannen ooit kunnen zijn, omdat die toch al niks op te houden hadden. Het leeuwendeel van het succes van vrouwelijke comédiennes als Joan Rivers, Lisa Lampanelli, Jennifer Saunders en Joanna Lumley is terug te voeren op de schok dat een vrouw zo grof voor de dag kan komen. Des te meer jammer dat deze vlagen van subversieve humor in Bridesmaid dan toch gewoon weer zijn ingemetseld in het stomste verhaaltje ever, namelijk dat van het bruidsmeisje dat bang is over te schieten en nooit aan de man te geraken, en dan - eind goed al goed - toch nog tegen een lieve politieagent aanloopt. Niet zo knap als de foute minnaar Jon Hamm, maar je kunt er wel mee lachen.

MAAR inderdaad, om als beloofd op 'het’ probleem terug te komen: in het echt zijn vrouwen nooit zo grappig. Al ligt de jij-bak dan natuurlijk ook onmiddellijk op de loer: alsof mannen allemaal van die moppentoppers zijn. Of: alsof mannen er allemaal zo uitzien als Jon Hamm. Wat niet wegneemt dat ik in de werkelijkheid van alledag meer mannen al grappend de show zie stelen dan vrouwen. Let wel, ik heb het nu niet over een fenomeen als toneel- en televisieschrijfster Maria Goos die net als de Amerikaanse Nora Ephron teksten produceert die naast heel veel anders bol staan van humor, of over de terloopse geestigheid van columnisten als Sylvia Witteman en Aaf Brandt Corstius, of over het komisch talent van actrices als Annet Malherbe en Jacqueline Blom, maar over de lach-of-ik-schiethumor van types die er hun brood mee verdienen om grappig te zijn. Over iemand als Marc-Marie Huijbregts die beweert niet 'uit te zijn op een grap’, maar gewoon maar begint met praten in de zekere veronderstelling dat het dan vanzelf wel leuk wordt. En dus voel ik me niet eens meteen beledigd als een schrijver als Herman Brusselmans onlangs in een interview beweert dat vrouwen geen humoristische boeken kunnen schrijven. En neem ik met interesse kennis van het essay dat Christopher Hitchens, tenslotte een serieuze intellectueel, in Vanity Fair publiceerde: 'Why Women Aren’t Funny’.

Hitchens maakt het niet heel moeilijk met zijn redenering waarom vrouwen niet grappig zijn mee te gaan, omdat zijn stuk retorisch zo slim in elkaar steekt. Allereerst toont hij zich ootmoedig: mannen zullen wel grappig moéten zijn. De belangrijkste taak van de man is indruk te maken op de andere sekse, en van moeder natuur hoeft hij het over het algemeen niet te hebben. ’Making them laugh has been one of the crucial preoccupations of my life,’ verzucht Hitch. Wat is er mooier, en dankbaarder, dan als je een vrouw zo ver krijgt dat ze het hoofd in de nek moet gooien van het lachen? Vrouwen hoeven niet op die manier hun best te doen aandacht te trekken, aldus Hitchens. Vrouwen noemen ook meestal als een van de belangrijkste eigenschappen van hun geliefde dat hij zo geestig is. Sterker nog: dat een vrouw van een man zegt dat hij geestig is, is hetzelfde als dat een man over een vrouw zegt dat ze aantrekkelijk is. Er zíjn wel vrouwen die geestig zijn, vervolgt hij, maar die zijn dan lesbisch, joods of lelijk. Halverwege het betoog heeft hij de premisse net iets gedraaid: de aanname is nu dat mannen over het algemeen grappiger zijn dan vrouwen. Mannen durven hard te zijn. Smerig. Kinderlijk. Vrouwen daarentegen moeten kinderen baren, en dus het leven respecteren. 'For women, reproduction is, if not the only thing, certainly the main thing.’ Vrouwen en humor zijn daarom simpelweg niet verenigbaar.

Ik geef toe: ik heb het stuk van Hitchens, waarover toch een waas van professorale ernst en geleerdheid hangt, een keer of drie moeten lezen om er de humor van in te gaan zien. Ik zie namelijk ook een kern van waarheid opdoemen, zij het dat ik die net iets anders zou waarderen dan hij dat doet. In feite komt zijn betoog erop neer dat humor een overlevingsstrategie is voor bevolkingsgroepen die het om uiteenlopende redenen moeilijk hebben op de markt van vraag en aanbod: joden, homo’s, lelijkerds, mannen. Als je hier nog 'ouderen’ aan toe zou voegen, heb je het rijtje menstypes compleet dat volgens zijn Franse kunstbroeder Michel Houellebecq sowieso beter zelfmoord kan plegen. Zolang vrouwen er een beetje appetijtelijk uitzien en vruchtbaar zijn, staat een arsenaal aan andere middelen tot hun beschikking om zich staande te houden. Zangeres/leadgitariste van de Amerikaanse vrouwenband Warpaint stipt iets soortgelijks aan als ze haar verbazing erover uit dat vrouwen nooit gitaar spelen als Jimi Hendrix, of werkzaam zijn als studiotechnicus. 'Vrouwen durven of willen niet,’ zei ze in een interview. 'Ze voelen zich comfortabeler in de rol van sekssymbool of zwoele zangeres die zichzelf simpel begeleidt op gitaar.’

Sexappeal en humor zijn kennelijk onverenigbare grootheden.

Of zoals Melissa McCarthy, de zwaarlijvige actrice in Bridesmaids die weliswaar een grappige rol heeft, maar wier grappigheid het ook wel erg moet hebben van dat al te machtige lichaam, het verwoordt: 'Om grappig te zijn moet je alles wat er mis met je is, durven uitbuiten. Je moet van jezelf een complete debiel maken.’

De Nederlandse equivalent van die debiel is dan al gauw een typetje zoals Tineke Schouten en Irene Moors ons die voorschotelen; de verkleedkist waarvan ook de dames van Toren C het naar mijn smaak net teveel moeten hebben. Claudia de Breij en Sara Kroos, allebei lesbisch en dus potentieel hoog scorend op de humorladder, zien er voor hun optredens en fotoshoots gestroomlijnd vrouwelijk en op hun paasbest uit. Bijna te mainstream om nog echt grappig te kunnen zijn.

WAT Christopher Hitchens vergeet te melden in zijn essay is dat net zoals mannen er van jongs af aan in getraind zijn grappen te maken om indruk te maken op de andere sekse, vrouwen er een levenslange scholing op hebben zitten om beleefd te lachen om die grappen. En dat het feit van de lelijke uitzondering net zo hard voor mannen geldt. Knappe mannen zijn meestal ook saaie mannen, omdat ze altijd achterover hebben kunnen leunen; weinig ziet er zo eng uit als Jon Hamm die opeens grappig gaat lopen doen. Tegenover die lelijke geestige vrouwen staat een legioen van lelijke meer en minder geestige mannen. Kaal, dikke brillenglazen, lange haren, hazenlip, vettig, gewoon een rotkop… Noem mij de eerste knappe mannelijke cabaretier of humoristische schrijver hier te lande of in Vlaanderen. De slotconclusie van Hitchens, dat vrouwen en humor niet samengaan omdat vrouwen levensdraagsters zijn, komt er in feite op neer dat moeders en humor niet samengaan. Waarbij hij humor in het voorafgaande tamelijk eenzijdig heeft gedefinieerd als iets zwarts, ondermijnends en smerigs.

Het zou al te oecumenisch zijn om nu te stellen dat er gewoon verschillende soorten van humor bestaan, en dat vrouwen en mannen hun eigen type humor op verschillende manieren inzetten. Vrouwen om zichzelf voor schut te zetten, en daarmee een gevoel van saamhorigheid en gelijkheid te bewerkstelligen - 'o wat zijn we toch een suffe dozen met z'n allen’ (denk Brigitte Kaandorp, al is die hierin wel vaak onweerstaanbaar grappig) - en mannen om hun plek op de apenrots te veroveren dan wel veilig te stellen en dus vooral anderen in de zeik te nemen. Makkelijk, en ook niet waar. Wel is het waarschijnlijk zo dat mannen en vrouwen niet altijd om hetzelfde moeten lachen, maar dat vrouwen gewend zijn om dat te maskeren. Om niet voor een complete chagrijn te worden versleten, lachen ze vrolijk mee om de misogyne grappen van pak ’m beet Youp van ’t Hek. Sterker nog: ze lachen liever niet om een vrouwelijke entertainer, en zeker niet als er mannen in de buurt zijn. Dat laatste is in ieder geval door een onderzoek aangetoond, hetgeen ter sprake kwam in een aflevering van het Britse satirische quizprogramma QI. Een aflevering waarin quizmaster Stephen Fry de hamvraag maar eens stelde, omdat hij nogal wat vragen van kijkers had gekregen. Waarom zitten er zo weinig vrouwen aan tafel bij QI?

Voor de gelegenheid waren de seksen keurig verdeeld: twee om twee. Aan de ene kant de mannen, aan de andere kant de vrouwen: Sandi Toksvig, een van oorsprong Deense met het voorkomen van Nina Brink, maar dan net iets vierkanter, en Ronni Ancona, een traditioneel mooie comédienne. Toksvig, roze colbert, brede schouders, nam het voortouw: 'Ik denk dat het komt omdat vrouwen niet grappig zijn.’ Ancona ging zich vervolgens met een gek stemmetje uitputten in een zogenaamd grappige verklaring die totaal niet van de grond kwam, daarmee onbedoeld Toksvig’s punt onderstrepend. Toksvig hernam haar stelling: 'Ik heb wel eens gehoord dat wetenschappelijk bewezen is dat er een verband is tussen het mannelijk orgaan en humor.’ Zo uitgeschreven is het onmogelijk de gedecideerde humor van deze vrouw te vatten, maar ze is ongelooflijk grappig. En zo lesbisch als een deur natuurlijk.

Comment op YouTube: 'The man in pink has a point.’

Fry gooide er een wetenswaardigheidje tegenaan, zoals het altijd gaat in QI, en kwam met de resultaten van dat onderzoek. Vrouwelijke comediens zouden minder succes hebben, omdat iets meer dan de helft van het publiek steevast uit vrouwen bestaat, en vrouwen niét of in ieder geval veel minder hardop lachen om hun seksegenoten. Terwijl mannen ook al minder om vrouwen moeten lachen, of in ieder geval meer om mannen. Een bevinding die overigens ter plekke gestaafd werd; elke keer als een van de mannelijke gasten wat zei, klonken er vanuit de zaal onvergelijkbaar daverende lachsalvo’s. Maar wat dat dan is, met vrouwen die niet om vrouwen moeten lachen? Dat vertelt het verhaal niet, maar het zal wel iets met haat & nijd te maken hebben. Of plaatsvervangende gêne, die mij ook wel eens overvalt als ik onbespied en onbeschaamd van een of andere wijvige serie of film op de bank lig te genieten en ik plotseling mannelijk gezelschap krijg. Door andermans bril kan het gebodene opeens helemaal niet zo leuk meer lijken.

NU komen we op gevaarlijk terrein, namelijk dat van humor en macht. Wie de lach aan zijn broek heeft hangen, heeft de touwtjes in handen. Weinig werkt zo vervreemdend als een groep mensen die hard aan het lachen is, terwijl jij denkt de clou te hebben gemist. En andersom geredeneerd: weinig versterkt zozeer het groepsgevoel als met z'n allen te zitten lachen. Onvergetelijk moment in de filmgeschiedenis: de collectieve lachbui van de groep vrouwen - die eerder stilzwijgend een kledingverkoper hebben doodgeslagen, maar dit terzijde - waarmee De stilte rond Christine M. van Marleen Gorris eindigt. Niet aanstekelijk, maar ontregelend. Als er altijd maar gezegd blijft worden dat vrouwen nu eenmaal niet grappig zijn, gaat daar au fond iets denigrerends en ook iets selffullfillends vanuit. Dan ís het op een gegeven moment ook zo.

In haar essay 'Over spot en zelfspot in het feminisme’ schreef Joke Smit, toen nog Joke Kool-Smit geheten, al veertig jaar geleden dat vrouwen werd verweten geen gevoel voor humor te hebben. 'Jullie zijn zo serieus,’ haalde ze de gemiddelde reactie van de goegemeente aan. Fris en doodgemoedereerd stelt ze zichzelf daarna hardop de vraag of we wel humor nodig hebben, gezien de grappen over vrouwen die door moeten gaan voor humor. Grappen die al tweeduizend jaar grosso modo hetzelfde zijn, en dus, aldus Smit, geen enkele creativiteit vereisen. 'Het enige wat een tekstschrijver hoeft te doen is stereotypen die al eeuwenlang bestaan een beetje aankleden.’ Dat feit zorgt voor een prima samenspel tussen entertainers en publiek: ze hebben het allemaal al eerder gehoord. Weten precies wanneer ze moeten lachen. Humor vond Smit dan ook een oneigenlijk woord voor iets dat zij liever zou betitelen als 'spot’. Om vervolgens spot te definiëren als een gestileerde vorm van agressie. En zelfspot, de tak van humor waarin vrouwen bij uitstek excelleren, te betitelen als iets dat vrouwen zich willen ze een stap verder kunnen komen, misschien (nog) niet kunnen permitteren. Als ze zich conformeren, veroordelen ze zichzelf tot futiliteit, dezelfde futiliteit die de kern vormt van de meeste grappen over vrouwen. Voor ze het weten, spelen ze de hen toebedachte rol in het komische nummer 'protesterend vrouwtje’.

Het is een gekke ervaring om dit essay, een bijzondere mengeling van strijdlust en koele intelligentie, in deze tijd te lezen. Gek, omdat de schrijfster geen enkele last heeft van relativering of behaagzucht, maar zo helemaal niet terughoudend haar zusters bij wil lichten op het smalle kronkelige pad richting bevrijding. Op de een of andere manier was het doel kennelijk toen zo duidelijk. 'Wij moeten tegenspel leren bieden in de psychologische oorlog. We moeten onszelf omvormen van lichtgewicht tot zwaargewicht.’ Tegelijkertijd komt hetgeen ze beweert, mij ook weer niet helemaal wezensvreemd voor. Ik snap het allemaal wel, vind alleen de woorden een beetje groot. Een beetje communistisch, in de niet-politieke zin des woords. Zo schrijft ze: 'Ik ben een groot voorstander van humor, maar dan als opvoedingsinstrument in ónze handen. We kunnen pas de spot drijven als we de macht van het systeem niet langer ervaren als een schrikwekkende onbekende, maar als een bolwerk waarvan de zwakke plekken op te sporen zijn.’ Hallelujah! Of toon ik nu al te opzichtig mijn ongemak met deze terminologie uit lang vervlogen tijden?

Ere wie ere toekomt: aan het eind van haar essay toont Joke Smit zich een visionair. Feministische humor is er nog nauwelijks, schrijft ze, maar die komt er wel. Daarvoor is nodig dat vrouwen over hun geweeklaag heen zijn, dat ze hun woede hebben verwerkt, dat ze kortom het seksistische gedoe van een afstandje kunnen bekijken. Bovendien moeten ze een gehoor hebben gekweekt dat de boodschap kan begrijpen. 'In een verre, verre toekomst kunnen we wel weer aan zelfspot doen.’
Laat nu vier decennia later in Engeland een stel jonge feministen zich roeren voor wie humor een van de strijdmiddelen is, zo niet het belangrijkste. Laurie Penny, columniste van The New Statesman en schrijfster van de bestseller Meat Market. Female flesh under capitalism las op haar elfde een boek van Germaine Greer en was verkocht. Ze is 24, stoer, humoristisch, voor niks en niemand bang, en stelt zich teweer tegen de manier waarop het vrouwelijk lichaam wordt gemaltraiteerd in de westerse maatschappij. Ook voor Caitlin Moran, columniste van The Times en schrijfster van de geestige memoir How to be a woman, ging het licht aan toen ze Greer een keer op tv zag. Iedereen die Germaine Greer wel eens in debat heeft gezien, kan zich daarbij iets voorstellen, juist omdat haar scherpte zo in humor gedrenkt is, alleen maar meer sinds ze de jaren des onderscheids heeft bereikt. Moran proclameert in How to be a woman een nieuw soort feminisme dat afrekent met vastgeroeste oordelen van zure, slechtgeklede vrouwen die, zoals zij het formuleert, permanent boos waren en, let’s face it, niet meer neukten bovendien. In de 21e eeuw hoeven we niet meer een demonstratie te organiseren tegen anorexia-modellen, pornografie, lapdance-clubs en botox, schrijft ze. We hoeven niet te rellen of in hongerstaking te gaan. We hoeven onszelf niet onder een paard te gooien, of een ezel. Alles wat we verderfelijk, belachelijk of ongewenst vinden hoeven we alleen maar in ogenschouw te nemen, een minuut lang, en er dan om beginnen te lachen.

Het is eenzelfde soort spot, heen en weer schietend tussen verbazing, ontzetting en hilariteit, die terug te zien is bij jonge vrouwelijke standupcomedians als Soundos El Ahmadi, Laura van Dolron en Soula Notos. Nu nog in achterafzaaltjes, ongetwijfeld straks op het grote podium.