De man is film geworden film

Film is man. Dat wordt, zo heb ik het gevoel, steeds minder als een probleem gezien. Ooit, in een tijd dat de grote traditie van de Verlichting bijna dreigde te doven, was de mannelijkheid van de cinema nagenoeg een halsmisdaad. Een op zich heel aardige dame in London (ik heb nog een keer in haar basement mogen logeren) schreef in een vlaag van feministische woede een artikel over het kijkplezier. Het pamflet groeide uit tot het meest geciteerde min of meer wetenschappelijke essay over de theorie van het filmkijken. De blik van de filmkijker wordt gestuurd door de in de filmische machine ingebouwde lustmechanismen. Die machine is mannenwerk en zo wordt de lustbeleving van de filmkijker, ook van de vrouwelijke kijker, geprikkeld via mannelijke driften. Althans volgens nog steeds die aardige en belezen Engelse mevrouw.

Als weinig andere werelden is de wereld van de filmtheorie onderhevig aan modeverschijnselen. Die Britse theoretica is al van een paar modes geleden en er zijn geloof ik niet veel mensen meer die haar befaamde artikel nog durven te citeren. De film, manipulatief en slinks als geen ander medium, is er denk ik niet door veranderd. Die blijft aangedreven worden door principes die de nachtmerries van menige man doen verbleken. Film is nu eenmaal in- en in-slecht en verdorven, dus wie zou nog willen beweren dat er goede of vrouwelijke of wat dan ook voor nobele bedoelingen aan ten grondslag liggen? Ik citeer alvast een paar regels. Ik geef zo aan van wie: ‘Het kwaad is in deze wereld’, 'Het kwaad zit misschien wel in onszelf, in mijzelf’, 'Het is goed om daar bang voor te zijn, en het is begrijpelijk dat we het kwaad proberen uit te bannen’, 'Dat is vanzelfsprekend geen afdoend middel, het is immers een bezweringsritueel.’ Diezelfde boosaardige mannelijke drijfveren zijn natuurlijk de bron van het filmkijkgenot. Daar kun je moeilijk over doen, maar je kunt er maar het beste plezier aan beleven.
Degene die in Nederland het besef heeft doen groeien dat filmkijken geen strafwerk is, is Eric de Kuyper. Met die mannelijke of vrouwelijke blik heeft hij nooit zo gezeten. Het filmkijken had hij van zijn tante Jeannot geleerd en ook werd zijn lustgevoel meer geprikkeld door de gevulde mannentorso’s dan door de net niet te diep uitgesneden jurken van de diva’s uit de hoogtijdagen van Hollywood. Hij zag sowieso veel dingen om plezier aan te beleven in films die misschien helemaal niet bedoeld waren om de lust van de kijker op te wekken. Want je kunt films ook naar je hand zetten. Je kunt lachen om de manier waarop een film je beet wil nemen en je tegelijk door diezelfde film laten ontroeren. Of opgeilen voor mijn part.
Ik krijg de neiging om over De Kuyper in de verleden tijd te schrijven. Zijn studie over de man in de Hollywoodfilm, De verbeelding van het mannelijk lichaam, is alweer van een aantal jaren geleden en ergens heb ik het gevoel dat De Kuyper klaar is met de film. In zijn romans had de film aanvankelijk een rol van grote betekenis, maar in zijn laatste boeken begint de film totaal afwezig te raken. Hij kijkt steeds meer rond in andere werelden. Door andere ogen. Door de ogen van zijn moeder bijvoorbeeld en hij herschiep daarbij een tijd van ver voor zijn eigen geboorte.
Of, zoals in zijn meest recente boek Kinders: Over Kinderen en hun badwater, door de ogen van kinderen. Die paar geciteerde zinnen hierboven komen uit dit boek. Natuurlijk vind je ook hier een enkele referentie naar een klassieke film. Zo denkt hij bij de verbeelding van het kwaad en het kwaad in hemzelf aan het fenomenale The Night of the Hunter met de soms zo zachte Robert Mitchum als absolute engerd. Als de voorbode van Dutroux. Er valt nog steeds veel te leren van De Kuyper en veel plezier te beleven aan zijn fijnzinnige manier van schrijven, maar het gaat niet meer over film. De film is volledig verwerkt en geabsorbeerd. Man is film.

  • Als de zon schijnt en het zeewater eindelijk een beetje op temperatuur is, gaat deze man een keertje niet naar de bioscoop. Als het regent natuurlijk wel: overal in het land, tot in de kleinste vakantieplaatsjes, draaien de films die we dit jaar hebben gemist. Ieder gehucht heeft behalve een Chinees ook een videoboer en de videodisc, het nieuwste speeltje van de industrie, geeft scherp bewegende plaatjes met lekker veel geluid. Film is overal.